Recensie ‘Hamlet’ van ZEP

‘Hoe de hell heeft dit kunnen gebeuren!/Ze willen mij opbeuren en zeggen mij dan te zeuren?/Waarom heeft de Almachtige mijn vaders dood niet voorkomen?/Deze wereld maakt nare nachtmerrie van al mijn dromen!’ Zo klinkt de eerste tekst van Hamlet in de nieuwe versie van jongerentheatergroep ZEP, vertaald door nederrapper Brainpower.

Die ritmische, schijnbaar geïmproviseerde, soms krukkige maar even vaak verrassend poëtische vertaling is maar een van de vele opvallende ingrediënten in Peter Pluymakers regie van Shakespeares überklassieker. Zo ziet Gürkan Kücüksentürk als Claudius – die Hamlets vader vermoordt en met zijn moeder trouwt, wat om wraak schreeuwt – eruit als Gaddafi of een andere arabische dictator, is de geest van Hamlets vader vervangen door een videoboodschap van hackersgroep Anonymous en is de troupe toneelspelers een streetdance crew.

De eerste helft levert het fris en spannend toneel op, vooral door de innemende hoofdrolspeler Tarikh Janssen, die slim het publiek betrekt bij zijn plannetje om de gek uit te hangen.

Maar ergens in de tweede helft loopt het stuk met de spelers weg. Deze Hamlet lijkt nauwelijks te twijfelen, maar waarom drijft hij dan zo af van zijn wraakvoornemen? De schermwedstrijd aan het eind lijkt nu geen logisch verband te houden met het voorafgaande.

ZEP brengt nu al een paar jaar Shakespeare-bewerkingen voor (VMBO-)jongeren. Dat is natuurlijk te prijzen, maar de vraag is welk doel er nu precies mee wordt gediend. Gaat het om het overdragen van erfgoed? Dan is de verhipping onnodig. Gaat het erom te laten zien dat Shakespeare nog steeds over nu gaat? Dan moet je niet alleen de uiterlijkheden aanpassen maar van Hamlet echt een jongere van nu maken. Dat kan, maar deze voorstelling schiet daarin tekort.

De grote waarde van deze Hamlet zit hem nu vooral in de vrijwel volledig multiculturele cast (alleen Nanette Edens als een lekker heftige Gertrude is wit). De onnadrukkelijkheid daarvan is hopelijk een voorproefje van nog heel veel meer Shakespeares.

Hamlet van ZEP. Gezien 30/9/16 in Bellevue. Tournee t/m 22/12. www.zep.nu

Recensie: ‘Victory Boogie Woogie’ van Het Zuidelijk Toneel

Abstract theater, kan dat eigenlijk wel bestaan? Anders dan in de beeldende kunst staan er op het toneel toch bijna altijd mensen, een soort inherent naturalisme. Daar zit de kneep bij voorstelling Victory Boogie Woogie van Het Zuidelijk Toneel.

Gerardjan Rijnders schreef en regisseerde een stuk over Piet Mondriaan, geïnspireerd door een tekst van de schilder zelf, Trialoog, waarin hij een moderne schilder, een klassieke en een leek laat discussiëren over kunst. Bij Rijnders wordt het een vinnige discussie tussen de abstract denkende en schilderende Piet (Mark Kraan) en de morsige en boze geranium-schilder (Jeroen de Man), met een vrouw (Nanette Edens) als scheidsrechter en bemiddelaar.

Piet is vol van zijn idealen voor een nieuwe wereld en een nieuwe mens, die een rijpere blik moet ontwikkelen en zo het materialisme en het eeuwige met elkaar kan verbinden. Al snel wordt de aandacht afgeleid. Er is een grens aan de hoeveelheid hoogdravend getheoretiseer die je als theaterbezoeker kunt verdragen.

Bovendien blijkt er meer ontwikkeling te zitten in de vormgeving (Marc Warning): de voorstelling begint in het duister, dan is één witte lijn zichtbaar, vervolgens een enorme hel verlichte ruit, en langzaam maar zeker steeds meer, een foto van Mondriaan’s atelier, videobeelden en uiteindelijk een opgezet paard, op z’n kop hangend uit de kap. Ook de muziek, gecomponeerd door Boudewijn Tarenskeen, op het podium uitgevoerd door het Loos Ensemble, volgt een vergelijkbare lijn van superabstracte piepknor (letterlijk), tot dansbaarder jazzvormen, charleston en, jawel, boogie-woogie.

Een projectie van de film Powers of Ten (gebaseerd op een boekje van Kees Boeke, ook al zo’n vroeg 20e-eeuwse utopist) laat de relativiteit zien van de discussie over abstract en figuratief: als je vanaf een stelletje in een park in- of uitzoomt, naar de schaal van moleculen of sterrenstelsels wordt alles vlakken, lijnen en punten.

Maar je kunt Victory Boogie Woogie ook zien als commentaar van Rijnders op de kunst: Mondriaan was op zoek naar het universele, een nieuwe kunst voor de toekomst. Maar in de afgelopen eeuw zijn veel kunstenaars juist de andere kant op gegaan, op zoek naar het hyperpersoonlijke. Zo ook de acteurs die meewerkten aan deze voorstelling: Edens heeft in een eerdere voorstelling tot in detail haar naakte lichaam beschreven, De Man las ooit de begroting voor van een door hem geïnitieerd kunstproject.

Het zijn dit soort details die Victory Boogie Woogie een soms nogal gewild artistieke, maar uiteindelijk toch intellectueel uitdagende voorstelling maken. Voor de liefhebbers van abstract theater, dat wel.

Victory Boogie Woogie van Het Zuidelijk Toneel. Gezien 20/3/09 in Den Haag. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 29/3. Tournee t/m 28/4. Meer info op victory.hzt.nl

Recensie: Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel

Toen Matthijs Rümke vorig seizoen artistiek leider werd van Het Zuidelijk Toneel presenteerde hij een ambitieus plan. Het Eindhovense gezelschap zou voornamelijk nieuwe Nederlandse toneelteksten gaan presenteren. Maar de eerste twee voorstellingen die Rümke regisseerde –Tirannie van de Tijd en Walhalla– bleken stevige mislukkingen, waarbij vooral de kwaliteit van de stukken tegenviel.

Helaas brengt Breekbaar geen kentering in deze neerwaardse trend. Het nieuwe toneelstuk van Frans Strijards moest een tragikomische satire over het theatervak worden, maar blijkt een quasi-filosofisch samenraapsel met een bittere ondertoon.

Het verhaal gaat over uitgerangeerde theaterdiva Magda (Ria Eimers) die een cursus geeft aan vier acteurs van een jongere generatie. In de loop van het stuk werken ze aan musicalnummer met zang en dans, hebben ze conflicten, en debiteert Magda clichés over theater als vrijplaats en als “onvoorwaardelijke voorkeurstem op het leven.” De studenten worden onstellend oppervlakkig neergezet. De een is een soap-sterretje, een ander danseres in een louche club, een derde komt van de afdeling damesmode. Ze zijn alleen maar op zoek naar roem en geld.

Het uitgangspunt zou misschien nog kunnen werken als over-the-top persiflage op Idols, maar het cynisme in de tekst geeft geen ruimte voor de relativering die daarbij nodig is. Bovendien is het moeilijk om het personage Magda los te zien van Strijards’ eigen positie in het theaterveld: vroeger bejubeld schrijver en regisseur, maar nu verworden tot toneeldinosaurus.

Regisseur Rümke heeft duidelijk geen vat gekregen op dit magere vehikel. Het voornaamste decorstuk is een grote show-trap die de cursisten gebruiken voor hun presentaties. Achterop het podium staat een grote carnavalswagen. Tegen het einde laat Rümke een enorme hoeveelheid achterdoeken -een bos, een balzaal, een schilderij, glimmende lappen, enzovoort- achter elkaar naar beneden zakken en weer opstijgen. Is het een parodie op de platheid en technische krachtpatserij in moderne musicals? Of typeert het de krachteloosheid van deze regie zelf?

Ook de spelers lijken verdwaald. Ria Eimers is eerder een excentrieke maar lieve tante dan een bitchy diva, en de vier jongere cursisten (Nanette Edens, Trudi Klever, Jorrit Ruijs en Heike Wisse) worstelen met hun danspasjes en met hun lelijke kostuums. Bert Luppes als de zakelijk leider van Magda is de enige op het toneel die het nog een beetje naar z’n zin lijkt te hebben. Hij heeft dan ook de paar sterke one-liners die het stuk wel biedt

Binnen en buiten het theaterveld klinkt tegenwoordig vaak de mening dat er meer Nederlands toneelrepertoire zou moeten zijn. Ongewild vormen de voorstellingen van Het Zuidelijk Toneel goede argumenten tégen die stelling.

Theater Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel. Tekst: Frans Strijards, regie Matthijs Rümke. Gezien 13/10/06, Schouwburg Eindhoven. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 19/11. Tournee t/m 12/1/07. Meer informatie op www.hzt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity