Reportage BCA jubileum

Applaus stijgt op uit de sloep. Musicalzangeres Miriam Venema staat aan de kant, bij de Hogesluis, en buigt uitgelaten aan de kant. Ze heeft net een verhaal verteld over een sexy laptopjongen in de trein en zong It’s oh so quiet van Björk. De sloep vaart verder, op weg naar de volgende act, een stuk verderop langs de grachten.

Met een kunstzinnige boottocht voor zijn relaties vierde het Bedrijfs Cultureel Abonnement (BCA) donderdagavond zijn tienjarig bestaan. Verspreid over zeven boten zitten medewerkers van bedrijven als PriceWaterhouseCoopers, de Belastingdienst en De Kraamvogel en vertegenwoordigers van diverse culturele instellingen. En hoewel het BCA tot nu toe voornamelijk goed werkte om personeelsleden naar musicals en cabaret te lokken, is deze avond ook te zien als een vlootschouw van jong podiumtalent.

Het BCA was een initiatief van Joop van den Ende: bedrijven kopen een abonnement en daarmee kunnen ze hun werknemers met korting theaterkaartjes aanbieden. Inmiddels maken 330 bedrijven gebruik van de dienst en gaan er zo’n 270.000 mensen mee het theater in. Directeur Babs Schipper is tevreden: “Je ziet dat mensen met zo’n abonnement vaker gaan, en dat ze ook eens iets ánders gaan zien: ik sprak een man die door een aanbieding van ons naar het ballet ging en gegrepen werd. Nu wil hij nog veel meer zien, terwijl hij daar uit zichzelf nooit naartoe zou zijn gegaan.”

Schippers ziet nog veel potentie in het idee: “We hebben de afgelopen jaren een goede basis gelegd, nu moet het nog veel bekender worden. En we gebruiken nu de grote acts en films om mensen binnen te halen, maar we willen ze aanmoedigen om ook eens naar het toneel of klassieke muziek te gaan. En we willen jong talent stimuleren.”

Dat jonge talent bevindt zich vanavond langs het water. We varen langs langs de circusartiesten van Tent die bij het Wertheimpark een mooie acrobatiekact doen, dobberen we voorbij een gewelddadig absurd tableau van performancegroep Eddy the Eagle Museum en spelen Niels Kuiters en Khadija Massoudi een stukje uit Romeo en Julia. Ook de gastheren op de boten zijn acteurs, zoals Rory de Groot, die een scène speelt uit zijn voetbalvoorstelling Hand in Hand en Bas van Rijnsoever, die zijn Paradehit BAS samenbalt in één lied. “Het lijkt wel een culturele Efteling”, roept een van de toeschouwers enthousiast.

Zelfs het eten is artistiek: in een kartonnen doos vind je drie bakjes met hetzelfde gerecht. Alleen door te ruilen met je medepassagiers kun je een volledige maaltijd samenstellen, een idee van het ‘food art collectief’ Bite Me. Aan het eind varen we bij het Scheepvaartmuseum een prachtige compositie voor koperblazers van Merlijn Twaalfhoven in.

Alle deelnemende artiesten zijn losjes verbonden aan Stichting Nieuwe Helden van theatermaker Lucas De Man, die het grootschalige evenement organiseerde. Al die ‘nieuwe helden’ zijn zo tegen de dertig en hebben een pragmatische opvattingen over hun kunst. Subsidies zijn schaars, dus houden ze hun hoofd boven water door naast hun eigen werk bedrijfspresentaties te geven, speeches te schrijven en andere opdrachten aan te nemen. “Voor ons is de samenwerking met BCA een mooie kans om kennis te maken met het bedrijfsleven”, zegt De Man.

Die samenwerking tussen BCA en Nieuwe Helden gaat verder dan alleen deze avond. De Man: “De voorstellingen van onze makers gaan actief gekoppeld worden aan groepen toeschouwers. Ik speel zelf in een voorstelling Bejaarden en Begeerte, die bijvoorbeeld uitstekend geschikt is voor cliënten en personeel van zorginstellingen. Bovendien wijzen we de bedrijven die geabonneerd zijn op ons bedrijfsaanbod: acteurs die een op maat gemaakte act spelen, Merlijn Twaalfhoven die het personeel een eigen compositie laat spelen. Dat inspireert geweldig.” Schippers: “BCA is een stichting en de eventuele winst die we maken geven we terug aan de sector, en nu via Nieuwe Helden aan de talenten van de toekomst.”

Zowel De Man als Schippers menen dat het bedrijfsleven het teruglopen van subsidies niet kan ondervangen, maar dat er meer mogelijkheden liggen dan er nu gebruikt worden. Schippers: “De sector is de afgelopen jaren scherper en wijzer geworden. De switch naar het aanboren van nieuwe geldbronnen wordt gemaakt, maar het hoge tempo van de bezuinigingen en de toon waarmee ze gepaard gingen zijn niet goed geweest. Het geven van korting in theater is nog steeds niet helemaal ingeburgerd. Toneel is toch een emotioneel product.”

“Wij merken dat het zoeken naar geld uit het bedrijfsleven enorm veel werk is”, zegt De Man, “Maar als ze ja zeggen, dan doen ze ook helemaal mee en krijg je achteraf nooit gezeur. Het zou fijn zijn als er een klein beetje subsidie zou bestaan voor de tijd dat je bezig bent om sponsors voor je project te vinden, want dat is nu langdurig, taai en onbetaald werk. Maar ik heb bijvoorbeeld nog nooit een project hoeven aanpassen voor een sponsor, en wel voor een fonds, dus de angst van kunstenaars voor bedrijven is echt belachelijk.”

Where do we go from here; een beknopte wegenatlas voor het theater

beschouwingen — simber op 3 mei 2012 om 21:25 uur
tags: , ,

(Voor het tijdschrift Boekman, najaar 2011)

De economische crisis heeft de Londonse horeca hard geraakt. De sjieke, onbetaalbare toprestaurants blijven goede zaken doen, maar de eenvoudige middenklasserestaurants hebben het zwaar. Vele moeten hun deuren sluiten. Maar tegelijkertijd is er wat de Guardian een ‘food revolution’ noemt losgebroken. Food trucks rijden met hun mobiele keuken en restaurant naar de meest onverwachte plekken, mensen serveren eenvoudige maaltijden voor betalende gasten in hun huiskamer en gespecialiseerde koks duiken een keer per maand op in bevriende restaurants.

Nee, dit wordt geen verhaal over eten en ook geen verhaal over dat iedere crisis een kans biedt. Maar de parallel is duidelijk. Ook in de kunsten in Nederland is het crisis. En ook in de kunsten zullen als reactie de komende jaren nieuwe vormen als paddestoelen uit de grond rijzen. Hoe zien die nieuwe vormen eruit op het gebied van theater? En zullen die met name de kleinere theatergezelschappen kunnen helpen bij het verwerven van nieuwe inkomsten en zo hun voortbestaan?

Laten we om te beginnen eens kijken naar de huidige ontwikkelingen en die extrapoleren. Theatermakers zijn al tijden bezig met het verkennen van het terrein buiten de gebaande paden van de halfjaarlijkse nieuwe voorstelling. Voor een deel ligt dat op het gebied van het alweer een paar jaar hoogtij vierende ‘ervaringstheater’, waarbij het publiek niet langer veilig in het theaterpluche zit, maar meegenomen wordt op een intiemere, meer zintuigelijke reis. Voor een ander deel zijn het diverse vormen van vaak eenmalige theatrale happenings.

Maar ook in onderwerpkeuze zie je nieuwe ontwikkelingen. Het theater behandelt vaak de grote, meer abstracte thema’s als oorlog, verraad en waardigheid. Wat gebeurt er als theatermakers zich gaan bezighouden met veel concretere kwesties? Vanuit dit soort observaties kunnen we misschien een volgende stap maken. Is er een omslag denkbaar in het Nederlandse theater naar een aanpak waarin de voorstelling niet langer centraal staat, maar waarin een avond theater een verzamelterm is voor een nog veel bontere verzameling gebeurtenissen dan nu het geval is?

Om te beginnen het ervaringstheater. Dit beschrijft een genre waarin bezoekers vaak niet op een stoel in een theater zitten, maar bijvoorbeeld op een bed liggen in een eenvoudige hotelkamer, of achter een computer zitten chatten met hun blote voeten in het zeewater (beide voorbeelden uit voorstellingen van Dries Verhoeven), worden meegevoerd in in rondrijdende constructies (Boukje Schweigman) of met spelende kinderen mee wandelen (Alexandra Broeder). De trend lijkt inmiddels over zijn hoogtepunt heen – ervaringstheater is vaak extreem kleinschalig en dus duur om te maken – maar de invloed reikt ver.

Continue reading “Where do we go from here; een beknopte wegenatlas voor het theater” »

Verslagje Over het IJ

Het theaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord biedt als vanouds theater op bijzondere locaties, en hoewel een bijzondere, mooie of spannende plek altijd zorgt voor de wow-factor, is het niet altijd genoeg voor een goede voorstelling.

Dat bewijst bijvoorbeeld theatergroep Bambie, die haar tribune neerzette bij het gebouw Kraanspoor, zo dat je een paar honderd meter weg afkijkt totaan de NDSM Werf. Prachtig is het om te zien hoe twee spelers in donkere jassen in een synchrone ganzenpas tergend langzaam naar ons toegelopen komen. Ze zijn omringd door een wijds uitzicht van kantoornieuwbouw (o.a. een nieuwe Hema), verkrotte loodsjes en een grasveldje waar een klein vrouwtje rondscharrelt. ‘Noord Gestoord’ leest de graffiti op de muur van een van de afbraakpanden.

Via een koptelefoon hoor je een soundscape, met muziek, meeuwen en scheepshoorns en –en daar gaat het mis- de dialoogjes tussen de twee mannen en het kleine vrouwtje. De tekst bestaat voornamelijk uit gemeenplaatsen over weggaan en blijven en constateringen als “dat het gras groen is, en dat de toekomst van ons is.” Tsja. Maar je kunt natuurlijk ook je koptelefoon afzetten en genieten van het panorama in het gouden avondlicht.

Wel goed is de tekst van 4.48 Psychosis, geschreven door Sarah Kane en geregisseerd door Thibaud Delpeut, een lucide tocht door het hoofd van een psychotische patiënt, die extra wrang is door het feit dat de schrijfster zelf aan ernstige depressie leed en kort na het voltooien van deze tekst zelfmoord pleegde.

De voorstelling is een knappe monoloog van actrice Wendell Jaspers, die echter enigszins wordt ontsierd door overdadige vormgeving. De locatie is een mooie fabriekshal vlakbij het nieuwe restaurant Stork en de soundscape –zowel de duister aanrollende klanken, waarbij het hele gebouw meeresoneert als de Jaspers’ stemvervorming- is schitterend, maar de heftige lichteffecten en het decor van rubbergruis voelen als overkill, alsof je bij de heftige teksten, in Delpeuts interpretatie een eindeloze schreeuw om liefde, het voorschrift krijgt hoe je je erbij moet voelen.

Het probleem is sowieso dat het regisseren van Kane’s teksten altijd een beetje koket wordt: de levenslust van de theatermakers wint het toch ruimschoots van de doodsdrang van Kane. Het mooiste en meest invoelbare moment in 4.48 Psychosis is dan ook als Jaspers even uit het strenge toneelvlak stapt en de “chronische waanzin van de gezonden van geest” beschrijft. Het houden van een partner, het zorgen voor een kind of het overwinnen van tegenslagen klinkt ineens als en symptoom van een onbegrijpelijke ziekte.

De bijzonderste locatie van het festival is toch wel het IJsselmeer: Stichting Nieuwe Helden organiseert onder de titel Botter een schitterende vaartocht in een authentieke platbodem met bruine zeilen, met een praatgrage schipper die vertelt over botters, en zijn vader, die jajem schenkt, moppen tapt en liederen zingt. Je kunt jezelf moeilijke vragen stellen over de verhouding tussen boottocht en theater, maar waarom zou je als zon op je bol schijnt, de wolken op z’n allerhollandst zijn en druppels in je gezicht spatten. Je maakt iets bijzonders mee en je steekt er nog wat van op ook. Soms is kunst iets heel eenvoudigs.

Over het IJ duurt nog tot 17 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: ‘Roll with it’ van Lucas de Man/St. Nieuwe Helden

Parool,recensies — simber op 25 januari 2009 om 22:09 uur
tags: , ,

Een voorstelling met als publiciteitstekst “fuck dit tekstje en kom gewoon” is natuurlijk bij voorbaat al sympathiek. De vorig jaar afgestudeerde regisseur Lucas de Man en zijn Stichting Nieuwe Helden zijn ook niet bang voor de allergrootste thema’s in het theater: eerlijkheid en de ‘echtheid’ van alles wat je doet op het podium. Maar in hun jeugdige overmoed zijn ze wel erg ver doorgeschoten in naïviteit

Roll with it is een performance voor De Man en nog vier acteurs, een kruising tussen therapie, repetitielokaal en De Lama’s. In een volledig omgebouw Gasthuis zit het publiek op verschillende plekken in de ruimte, met in het midden een speelvloer voor de acteurs, die aankondigen dat er niks vast ligt en dat ze allemaal een of meer ‘nummers’ te doen, waarin ze op hun manier zo oprecht mogelijk proberen te zijn.

Een van hen heeft zichzelf de opdracht gegeven om een strakke dans te doen waar hij zelf in kan geloven, een ander gaat het publiek voor in een lach-cursus, een derde richt grimmig een pistooltje op toeschouwers en vraagt: “ja of nee?” en weer een vraag aan een ander keer op keer om hem hard in zijn gezicht te slaan: “Ik wil ècht iets voelen.” Tussendoor doen ze dansante wedstrijdjes armpje drukken, of rolt er uit een hoog opgehangen printer een opdracht voor de vijf, opgegeven door een toeschouwer van gisteravond.

Het grootste probleem lijkt dat er zo weinig kameraadschap te zien is tussen de acteurs: tijdens hun individuele nummers worden ze weinig opgejaagd, tegengesproken of uitgedaagd. De poging tot oprechtheid zit in hun eigen hoofd en wordt niet zichtbaar voor het publiek. De schaarse keren waarop dat wel gebeurd – De Man die de Tsjechische Jan Barta dwingt Nederlands te spreken, de afspraak om op bepaalde momenten alle bijgedachten moeten worden uitgesproken-  zijn meteen spannend. Als ze samen een paar liedjes spelen zijn ze even een (goed) bandje, maar de harde muziek plaatst de jongens weer op afstand.

Maar de openheid van de setting is wel verleidelijk. De toeschouwers zijn vrij genoeg om zich ertegenaan te bemoeien en als sommige onderdelen minder spontaan zijn dan De Man ons wil doen geloven, dan is dat goed gespeeld. Deze voorstelling werd een beetje grimmig omdat één van de acteurs een opdracht weigerde, wat tot een venijnige ruzie leidde. Andere avonden zullen meliger, serieuzer of intiemer zijn.

Maar het blijft onbeholpen, deze oprechtheid zonder theatrale vorm. Voor de makers waarschijnlijk confronterend en waardevol, maar voor het publiek uiteindelijk oninteressant.

Roll with it van Nieuwe Helden en Frascati Producties. Gezien 24/1/09 in Frascati WG (vh. Gasthuis). Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.rollwithit.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity