Twee idolen en veel leuke meisjes op de zaterdagavond van de Najaarscollectie

Geschreven voor DeDodo, die de Najaarscollectie versloeg.

Het viel op: wat een hoop leuke meisjes in Theater Kikker. Zou het door de programmering komen? Nu waren er een hoop leuke mannen om uit de kiezen op zaterdagavond. De stoere acteerbeesten van FC Bergman bijvoorbeeld, of de androgyne Nik van den Berg, of misschien de ogenschijnlijk lieve Bert Hana. En anders was er altijd nog DJ Oscar Kocken, die de avond aan elkaar praat als was het een bingo.

FC Bergman maakte vorig seizoen naam met hun megalomane voorstelling met de idioot lange titel die begint met Wandelen op de Champs Elysées…, en die uit het niets werd geselecteerd voor Het Nederlands Theaterfestival. Dat was een collage van beeldende scènes in een enorme fabriekhal, maar met De Thuiskomst van Pinter tonen ze aan ook in de zaal met een repertoirestuk indruk te kunnen maken.

Het hele toneel is bezaait met afval, dozen, plastic, papier met daartussen een paar stoelen en een koelkast. Hier wonen Max en Teddy. De acteurs zijn besmeurd met smurrie, roken, drinken blikjes bier, rochelen en maken ruzie. Hier komt ook Lenny vandaan, maar die werd filosofieprofessor in Amerika. En nu komt hij thuis op bezoek, met zijn vrouw Ruth. FC Bergman heeft deze tekst goed gekozen en bewerkt op hun grote kracht: Rik Verheye en Stef Aerts spelen Teddy en Max met tomeloze energie, Bart Hollanders als de bedremmelde en beheerste Lenny ertegenover, op geen enkele manier de baas over de situatie.

Maar de ster is toch Matteo Simoni als Ruth. Hij viel in Wandelen… al op als fysiek spelende dierenliefhebber, maar hoe hij hier in tekst, houding en presence een onrustbarend personage vormgeeft is onvoorstelbaar knap en magnetisch om naar te kijken. Dit is echt een acteur van de buitencategorie, een ster in de dop.

De voorstelling blijft een beetje hangen in de vaardig geschetste tegenstelling tussen energie en bedeesheid en duurt veel te lang, maar is wel lekker smerig, vuig en doet tussen de puinhoop van het decor recht aan Pinter’s talige geweld en aan zijn perversie. De Thuiskomst werd gemaakt op de toneelschool, nog vóór Wandelen… en ik kijk nu al uit naar FC Bergman’s volgende.

Nog een ster, maar van een heel andere categorie is Nik van den Berg. In de performance My momma loves my guitar sound speelt hij een pastiche op aan glamrocker. Of is het misschien allemaal serieus? Gehuld in spandex met slangenprint en een blouse met ruches, begeleid door een drummer en een toetsenist, zelf bas spelend rockt hij zich door liedjes heen die heel erg doen denken aan Prince, T-Rex, Bowie, Billy Joel of Van Halen. Tussendoor monologiseert hij in het Engels over tijd, liefde en andere clichés, vol met herhalingen, met steeds de rake poses van de rockgod, achteloos zijn zonnebril weggooiend of weer een nieuwe peuk aanstekend.

Het is onvoorstelbaar fascinerend wat Van den Berg doet, omdat je steeds verwarder raakt over wie hier wie in de maling neemt. Hij grossiert in onoplosbare tegenstellingen: een echte rockband met gitaarsolo’s uit de computer; eindeloze monologen en losgeslagen funk; keurig en slaafs navolgen van het rockidioom en eigenzinnige ijdelheid. Volume voor in een stadion op een paar vierkante meter in de kleine zaal van Kikker. Een performer met beperkt muzikaal talent, maar theatrale finesse.

En de grootste tegenstelling van allemaal: als Van den Berg bij het eindapplaus in een paar seconden transformeert van ongenaakbaar arrogant idool naar een verlegen en onwaarschijnlijk jong jochie. Het is pure en prachtige camp wat hij maakt en, ookal heb ik geen idee waar het heen moet met deze merkwaardige kunstenaar, ik zal hem graag blijven volgen.

En zo leverde deze avond Najaarscollectie twee nieuwe helden op. Geen slechte score, voor de recensent noch voor de meisjes.

Verslag/recensie: Amsterdam Fringe Festival

Parool,recensies,verslagjes — simber op 6 september 2010 om 00:31 uur
tags: , , , ,

Pareltjes zijn meegenomen en missers horen erbij. Dat is het motto van het Amsterdam Fringe Festival. Het festival, zijdelings verbonden met het Nederlands Theaterfestival, presenteert tien dagen lang ruim zestig kleine voorstellingen van onbekende makers, vaak op de raarste plekken van Amsterdam. Als kieshulp bij het gigantische aanbod heeft de organisatie gidsen gevraagd om routes te maken.

Voor zondag stelde kunstenares Tinkebell een route samen van drie voorstellingen. Omdat het programma laat bekend is, had ook zij weinig meer om op af te gaan dan de teksten op de website. “Ik ken een aantal mensen die betrokken voorstellingen, dus dat was een duidelijke keuze.” Maar ook praktische  redenen spelen een rol: “Mijn fiets is stuk, dus ik wilde alles redelijk dicht bij elkaar. En ik had gisteravond een belangrijke opening, dus het moest niet te vroeg beginnen.” Ook zij ziet deze zondag de voorstellingen voor het eerst.

De selectie van Tinkebell pakt wonderwel gunstig uit. Eindelijk! Kirgizië vertelt over de reis die de twee actrices –Vera Ketelaars en Anne Gehring, samenwerkend onder de wonderlijk slecht gekozen naam Miami Vice- naar het onbekende, centraalaziatische land maakten. Losjes vertellend schetsen ze personages als Hayat, een meisje van 24 en nog steeds ongehuwd, dat via internet een jongen ontmoet of  de alcoholistische vrouw, wiens baan bestaat uit de hele dag naast een roltrap zitten. Moeiteloos schetsen ze een beeld van een samenleving tussen 19e-eeuwse normen, en 21e-eeuwse technologie en kapitalisme. “Als ze de prijs van wodka verhogen, maak ik me van kant”, zegt de alcoholiste; haar zoon speelt spelletjes op zijn mobieltje; Hayat koopt voor duizend dollar een baantje bij de regering.

“Ik heb helemaal niets met de geschiedenis te maken”, zegt een van de personages, maar dat is natuurlijk een illusie. Afgelopen april werd Krigizië ineens wereldnieuws: de president werd afgezet en etnische spanningen tussen Kirgizen en Oezbeken liepen op. Ketelaars en Gehring weten met een scherpe wending alle lijntjes, ook die van hun eigen verhouding tot hun onderwerp mooi samen te binden.

Ook geslaagd is Nik©#2 van Nik van den Berg, een korte, pesterige performance waarin Van den Berg met een computer, een basgitaar en een eindeloze hoeveelheid sigaretten de witste, minst funky funk speelt die je je maar kunt voorstellen. Aangevuld met superijdele video en een passende dosis zelfspot een van de geestigste voorstellingen van het festival.

De misser in Tinkebell’s route was In de prime of your life van Ana/Kata, lelijke ouderwetse mime over een gezin waar de dierlijke driften de overhand krijgen, gelukkig wel op een grappige lokatie: de oude homosauna op de Kerkstraat. Nog leuker is de lokatie van de voorstelling Put: het metrostation-in-aanbouw op het Rokin. Maar ook hier stelt het gebodene teleur.

Maar het aardige van de Fringe is dat de slechte voorstellingen een natuurlijk onderdeel van het aanbod zijn. Je kijkt je medetoeschouwers nog eens betekenisvol aan en gaat vol goede moed op weg naar de volgende voorstelling.  Voor wie Tinkebell’s gelukkige hand van kiezen wil beproeven: ze tipt als laatste nog l’Autre fille van Nina Boas.

Het Fringe Festival duurt nog t/m 12 september. Meer info op www.amsterdamfringe.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity