Mahabharata van Marjolijn van Heemstra/Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 13 januari 2012 om 01:47 uur
tags: , , , ,

Een Indiaas spreekwoord luidt: “Alles wat in de wereld bestaat, staat in de Mahabharata; wat er niet in de Mahabharata staat bestaat niet in de wereld.” De acteurs vertellen het terloops, als een weetje tussen vele andere die ze vanavond opdissen, zonder dat ze lijken te beseffen dat ze er later zelf ook in zullen worden opgenomen.

De Mahabharata (klemtoon ligt op ‘bha’) is een enorm en heilig epos in het Sanskriet, ongeveer zo oud als de Ilias. In het westen werd het bekend door de verfilming door theatergoeroe Peter Brook uit 1989. Zowel theatermaker Marjolijn van Heemstra als de Indiase acteur Satchit Puranik zagen die film op negenjarige leeftijd, zij in Amsterdam, hij in Mumbai. Een jaar geleden kwamen ze met elkaar in contact bij het maken van Van Heemstra’s vorige voorstelling, Family ’81.

Beiden werden bevangen door Brook’s interpretatie. Hij maakte van het Indiase epos een universeel verhaal met acteurs uit alle continenten; een Afrikaan kan de vader zijn van een Europeaan, en het kind van een Indiase. Zo maakte hij van het heldendicht een mythe over de universele verbondenheid van alle mensen op aarde.

Van Heemstra en Puranik staan samen op het toneel, zonder opsmuk of doen-alsof en vertellen over hun gezamelijke fascinatie, voor het overgrote deel in het Engels. Bij het herzien van de film bleek de magie eraf – het is goedkoop, saai en vooral het acteren is overdreven plechtig en serieus, blijkt uit een heel kort fragment dat ze tonen – maar is juist het feit dat de film twee totaal verschillende negenjarigen, zo ver van elkaar verwijderd kon raken niet een krachtige steun voor Brook’s universalistische visie?

Ze spelen in vijf minuten gekleed in kostuums uit een Indiase feestwinkel de belangrijkste plot na en ze concentreren zich op de zoektocht in India naar mensen voor wie de film belangrijk is geweest, ondertussen behoedzaam door het mijnenveld van de interculturele dialoog sluipend. Ze hebben het eigenlijk nauwelijks over de inhoud van het werk of de film behalve dat het gaat over waarom mensen die vrede willen toch conflicten hebben en verbinden het met hun eigen ervaringen met geweld en de vraag om een verklaring die dat oproept.

Het decor is allereenvoudigst, een mintgroene bank en boven hen een plafond met talloze lampjes, spaarlampen, heldere peertjes en gloeilampen met een exotisch gedraaide punt. Ook de personages uit hun korte versie zijn allemaal een eigen lampje. De sterrenhemel is dus ook de mensheid.

Het project zelf loopt uit op een conflict tijdens een symposium in het nationalistische stadje Pune, waar een meisje de Mahabharata voor India claimt en niets moet hebben van Van Heemstra’s vredesgezindheid. Ze vertelt het verhaal lelijk, boos en prekerig en even ben je bang dat de voorstelling zo gaat eindigen. Maar de zachtmoedige Puranik toont heel voorzichtig een weg voorbíj de tegenstelling van conflict en eendracht.

De twee eindigen met dezelfde dialoog die in het eerder getoonde videofragment nog zo hoogdravend klonk en nu ineens een bescheiden, bedachtzame ironie krijgt. “Wat is het grootste wonder?” “Dat iedere dag mensen sterven, maar dat wij leven alsof we onsterfelijk zijn.” En dat is, heel even, wonderbaarlijk mooi.

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra en Frascati Producties. Gezien in Frascati op 12/1/12. Aldaar t/m 28/1. Tournee. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Recensie: ‘Krenz, de gedoodverfde opvolger’ van Willem de Wolf, De Koe

Parool,recensies — simber op 17 november 2011 om 02:10 uur
tags: , , ,

“Plaatsvervanger, troonopvolger en veelbelovende zoon.” Zo werd Egon Krenz in 1972 aan het Oostduitse volk voorgesteld. Zeventien jaar lang was hij de tweede man achter partijleider Erich Honecker. Krenz was het moderne gezicht van het Duitse communisme, maar tegelijk moest hij ideologisch zuiver zijn en vooral zich kwijten van zijn taken als tweede man: “stil te blijven zich ter beschikking te houden  en – en dat vooral – onbesproken te blijven.”

Toneelspeler en schrijver Willem de Wolf is zijn hele leven lang al gefascineerd door tweede mannen, al sinds zijn communistische jeugd in Groningen. Als toneelspeler is hij ook altijd aangever, eerst lange tijd voor Ton Kas in het in kleine kring zeer legendarische duo Kas & De Wolf, later voor anderen, zoals voor Lineke Rijxman in het weergaloze Hannah & Martin een paar jaar geleden.

In een door subsidieperikelen gedwongen onderbreking van zijn toneelcarrière voltooide hij de afgelopen jaren zijn studie Duits met een steengoede toneelmonoloog over Krenz, die hij nu, terugvertaald in het Nederlands, als solo opvoert.

In het eerste deel vertelt De Wolf aan de hand van drie geprojecteerde zwartwitfoto’s het verhaal van zijn eigen rode jeugd, waarin de totale ommekeer van de revolutie hand in hand ging met trouw aan zijn door een vernederend jeugdvoorval getekende vader. Het tweede deel gaat over de nadagen van Krenz, die uiteindelijk de macht kreeg op 18 oktober 1989, maar al na anderhalve maand zelf het veld moest ruimen en na de vereniging van Duitsland in de gevangenis kwam.

Het is een lastige tekst, vol herhalingen, zelf verzonnen woorden en uitwijdingen, maar daardoor ook heel geestig en met voldoende uitleg voor wie niet bekend is met de nadagen van de DDR. Hilarisch is het verhaal over intriges in het dorp Wandlitz, waar de hele DDR-top naast elkaar in identieke bungalows woonde, waarbij geheime ontmoetingen via de achtertuinen moeten worden geregeld, zodat Honecker uit zijn raam niet de samenzwering tegen hem zou kunnen zien.

Maar de charme van de voorstelling zit toch vooral in de speler die De Wolf geworden is. Nog steeds geen leading man, zoekt hij de hele voorstelling, met naast zich op toneel technicus en muzikant Pol Geusens naar een vaste rol: soms zie je z’n vader, dan weer een rechter die een vonnis voorleest, dan een geestige Krenz-imitatie op video, later weer een communistische partijspeech. Maar juist het zoeken geeft de voorstelling z’n geloofwaardigheid.

In zijn kritiek op de huidige samenleving schetst De Wolf impliciet een wereld die uit ‘tweede mannen’ bestaat. Want Krenz is geen afrekening met de socialistische idealen, integendeel. Zijn strijdbare conclusie maakt hem uiteindelijk toch een kopman, en dit een van de belangwekkendste voorstellingen van het seizoen.

Krenz, de gedoodverfde opvolger van Willem de Wolf, De Koe. Gezien 16/11/11 in de Toneelschuur. Te zien in Amsterdam (Frascati) 22-26/11. Meer info op www.dekoe.be
Koop de tekst bij De Nieuwe Toneelbibliotheek

Interview De Warme Winkel

interviews,Parool — simber op 23 september 2011 om 13:16 uur
tags: , , , , ,

Misschien zijn het wel de grootste nerds van theaterland. Met een combinatie van studeren en repeteren maakte theatergroep De Warme Winkel vijf semi-biografische voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars. Onder de naam Weense Herfst zijn die de komende weken weer allemaal weer te zien, waarvan sommige voor het eerst in Amsterdam. “Gedichten van Rilke zijn mooi, Rilke in de koeienstront is nog mooier.”

“We waren al een aantal jaar bezig toen we in 2006 op Oerol de voorstelling Totaal Thomas maakten”, vertellen acteurs Vincent Rietveld en Jeroen De Man op een Amsterdams terras. We waren daarvoor helemaal in het werk van toneelschrijver Thomas Bernhard gedoken en het bleek dat we dat heel erg leuk vonden. De voorstelling bestaat uit teksten van Bernhard, en uit acts gebaseerd op zijn werk. Daarna wilden we dat nog een keer proberen.” Rietveld: “We vonden het wel een goeie beperking: een voorstelling maken over één kunstenaar.”

Na avonden waarop de spelers spreekbeurten voor elkaar hielden en onderwerpen uitdiepten kwamen ze uit bij de romantische dichter Rilke over wie ze de voorstelling Rainer Maria maakten, waarin de lyrische esthetiek prachtig schuurt met de boerse locatie: een koeienstal, waar het publiek op balen stro zit en de spelers zich uitgebreid door de modder wentelen. De Man: “Je moet zo’n onderwerp niet te eerbiedig behandelen. Het gaat ook om ónze verhouding tot zo iemand, en om wat je het publiek over hem of haar wilt laten ontdekken.”

En eerbiedig zijn de voorstellingen van De Warme Winkel (naast Rietveld en De Man ook bestaande uit Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff) dan ook allerminst, eerder stapelingen van groteske scènes, soms een hysterisch college, dan weer verstilde mime of een uitzinnige choreografie. Geen stijl wordt geschuwd om door te dringen tot de kern en steeds wordt de groep aangevuld met gasten zoals actrice Maria Kraakman, muzikant Richard Janssen en (eind-)regisseurs als Marien Jongewaard en Paul Koek. Na Bernhard en Rilke volgden nog voorstellingen over Alma Mahler (Alma), Stefan Zweig (Villa Europa) en Oskar Kokoschka (Kokoschka Live!).

“De stijl past zich natuurlijk wel aan aan het onderwerp”, zegt De Man “Stefan Zweig was net zo’n nerd als wij, dus daar past veel meer in dat wij uitgebreid onze kennis etaleren, terwijl we in de voorstelling over Kokoschka veel meer de sfeer van zijn woeste kunstenaarswereld probeerden te vatten.” Rietveld: “Maar na de oorlog is Kokoschka nog vijfendertig jaar saaie pentekeningen blijven maken; daar hebben we het dan weer niet over.”

Maar wat sprak ze nou uiteindelijk zo aan in die Oostenrijkers? Rietveld: “Oostenrijk is een metafoor voor Nederland: een klein land dat z’n hoogtijdagen achter zich heeft. Misschien geldt dat wel voor heel Europa. We kwamen uiteindelijk steeds uit bij het fin de siècle en de Eerste Wereldoorlog, omdat het heel duidelijk het begin is van de moderne tijd.”

“Het gaat ook om de experimenteerdrift in de kunst. Men geloofde toen heel sterk in het belang daarvan. Maar vaak is Rilke of Zweig ook zó esthetisch. We willen daar iets aards of iets pervers tegenover zetten.” De Man: “Rilke is prachtig, maar Rilke in de koeienstront is nog veel mooier.”

Is er nog veel veranderd aan de voorstellingen? De Man: “We moeten sommige voorstellingen die op locatie zijn gemaakt aanpassen voor de theaterzaal, maar ook inhoudelijk ontwikkelen ze zich.” Rietveld: “Sommige zinnen van Thomas Bernhard of Rilke begrijp ik nu zoveel beter gewoon omdat ik ouder ben en zelf kinderen heb. De humor blijft, maar de ondertoon is serieuzer.” De Man: “Het is ook leuk om ze achter elkaar te spelen; je kunt het ook een beetje bekijken als soap met personages die in verschillende stukken terugkomen.”

Rondom de voorstellingen wordt een extra programma verzorgd. “We vinden nagesprekken vervelend als ze over de voorstelling gaan”, zegt De Man, “Dus we hebben iets bedacht: we interviewen zelf direct na de voorstelling mensen die veel meer over het onderwerp weten dan wijzelf. Bijvoorbeeld Cherry Duyns, die naar Zuid Amerika is gereisd in het spoor van Stefan Zweig of Rilke-vertaler Ard Postuma.”

Klaar met de Oosterijkers zijn de leden van De Warme Winkel nog niet, maar inmiddels hebben ze een nieuwe obsessie: “We zitten nu redelijk diep in de Russen”, zegt De Man. “Vorig jaar maakten we een voorstelling over de dichter Boris Ryzhy en nu zijn we driftig Karel van het Reve aan het lezen. Oostenrijk gaat misschien meer over jezelf leren kennen door een spiegel te zoeken; Rusland gaat over jezelf leren kennen door je buurman op te zoeken.”

Verschillende voorstellingen van de Weense Herfst zijn nog t/m 8/10 te zien in Amsterdam.
Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Recensie: ‘Document’ van Sanne Vogel

Parool,recensies — simber op 12 januari 2011 om 02:29 uur
tags: , ,

‘Het meisje dat in 2008 huilde bij Pauw & Witteman.’ Zo noemt Sanne Vogel zichzelf in haar nieuwe voorstelling Document. Ze was er te gast om te praten over een boek en een voorstelling, maar uiteindelijk ging het over haar familie.

De tranen komen als ze vertelt over het borstkankergen dat in haar familie voorkomt en al veel slachtoffers maakte onder de zussen, nichten en tantes van haar vader. Misschien heeft ze het zelf ook, maar dat wil ze niet weten. Het verschafte Vogel vanaf jonge leeftijd wél een opmerkelijke artistieke werklust: sinds haar vijftiende maakte ze tientallen theatervoorstellingen, enkele films en een boek. Ze speelde de jonge Annie MG in de gelijknamige televisieserie en werd bekend van Wie is de mol? en Het Schnitzelparadijs.

In de voorstelling gaat ze op zoek naar het verhaal van haar vaders familie. Als introductie gebruikt Vogel het fragment van Pauw & Witteman, om vervolgens meteen de moeilijke vragen expliciet te behandelen: is het niet te persoonlijk en te ijdel? Kun je hierover wel theater maken? Ze bouwt voor de zekerheid een hoop afstand in. Ze spreekt over zichzelf als ‘het meisje’, heeft een roodkapje aan, met daaronder een prinsessejurk en extreem hoge hakken. De vloer en de achterwand zijn bedekt met papieren, het lijken pagina’s uit boeken. Aan een boom groeit nog meer papier als bladeren.

Met een filmische soundtrack van Perquisite en videoprojecties van mooie Hollandse bossen en bossen van haar broer Robin Vogel voelt ze zich veilig genoeg om het publiek de belofte te doen dat ze niet zal gaan huilen.

Het verhaal over de opa en oma die ze nooit kende, arme woonwagenbewoners in het Utrecht van de jaren vijftig, vertelt ze droog, met haar kenmerkende lijzige, soms licht overslaande stem. Ze is inmiddels 26, maar blijft kinderlijk en meisjesachtig zonder koket te zijn. Vogel is geen bijzonder veelzijdige actrice, maar wat ze ontbeert aan techniek maakt ze meer dan goed met haar opmerkelijke authenticiteit.

Haar verhaal is particulier, maar boeit. Ze wil bij deze rare, treurige familie horen. Maar tweedehands verdriet is tenslotte ook mooi: ‘Op de begrafenis van een verre kennis kun je verdrietig zijn om iemand die je zelf verloren hebt.’ Toch voel je dat er nog wel meer in dit Document had gezeten. Op het eind volgen fragmenten over familie die ze vond via het KRO programma Adres onbekend en over overgrootouders en incest, die ieder op zich al een eigen voorstelling zouden kunnen vullen. Maar die vluchtigheid is inherent aan het kunstenaarschap van Vogel: dat is gretig en gehaast, alsof de dood haar op de hielen zit.

Document van Sanne Vogel. Gezien 11/1/11 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 11-13/2. Meer info op www.vogelfabriek.nl

Reportage: ‘Bejaarden en Begeerte’

Parool,reportages — simber op 9 december 2010 om 14:51 uur
tags: , , ,

Het begon met een gesprek over hun opa’s. Die werden allebei op hoge leeftijd nog verliefd, wat bij de Nederlandse schrijver Oscar Kocken en de Vlaamse theatermaker Lucas de Man de vraag opriep: doen bejaarden ‘het’ nog en zo ja, hoe gaat dat dan? Ze besloten op onderzoek uit te gaan. Ze gingen bejaardentehuizen langs, aten enorm veel bonbons en speelden zelfs Zwarte Piet. De voorstelling Bejaarden en Begeerte die het opleverde komt nu naar Amsterdam.

Kocken en De Man hanteren een streng toegangsbeleid: je mag alleen de voorstelling in als combinatie van 65-plus en 65-min. Ze lijken te mikken op grootouders en kleinkinderen, maar in Theater Kikker in Utrecht lijken de meeste combinaties minder hecht. Bezoekers uit bejaardentehuizen worden gekoppeld aan studenten. De verslaggever wordt voorgesteld aan de 89-jarige mevrouw Jongerius uit bejaardentehuis Overvecht.

De voorstelling begint ongedwongen. Een oude Philipsradio speelt In the mood, losjes en schijnbaar naïef gaan Kocken en De Man met het publiek in gesprek over waar jongens en meisjes elkaar vroeger –in de jaren veertig en vijftig – ontmoetten, hoe ze elkaar het hof maakten. Gaandeweg wordt het openhartiger, ze vertellen meer zelf, lezen brieven voor, spelen stukjes. En dan is er nog Edith, een vitale zeventiger uit Zeist, die in een rode cape en stippeltjesrok een paar oude liedjes zingt.

En zo, via het verleden, komen de twee makers uiteindelijk waar ze wezen willen: bij de combinatie van bejaarden en begeerte. Verhalen over de laatste keer dat iemand vrijde met zijn vrouw, over tegen alle verwachtingen in toch nog een keer verliefd worden en over je kinderen die je verbieden om op een date te gaan. Het is soms een beetje ongemakkelijk intiem, maar nergens expliciet. De bejaarden in het publiek, die zich moeilijker lieten temmen dan een groep pubers, worden muisstil.

‘Die eerste helft gaat over het verleden’, vertelt De Man een dag later aan de telefoon. ‘Dat is heel belangrijk om ze mee te krijgen, want waar we het later in de voorstelling over hebben is echt taboe.’ Toch was het niet heel moeilijk om in de voorbereidende gesprekken mensen aan het praten te krijgen. ‘Oscar had een hele strategie bedacht: eerst over liefde beginnen en pas later vragen gaan stellen over seks, maar uiteindelijk gingen we recht op het onderwerp af en toen bleken mensen heel openhartig. Het taboe over bejaarden en seks zit denk ik vooral bij de jongeren.’

Kocken en De Man zijn opvallend genoeg niet de enigen van hun generatie die werk maken op basis van interviews met senioren. Eerder dit jaar maakten Marjolijn van Heemstra en Hannah van Wieringen de voorstelling Tegen de Tijd en tegelijk met Bejaarden en Begeerte is Lege Handen van Dries Verhoeven in Amsterdam te zien, met kinderen en 70-plussers op het toneel. De Man: ‘Ik denk inderdaad dat het echt iets is van onze generatie: we zijn op zoek naar onze identiteit, maar er zijn geen grotere kaders meer, dus we zoeken het in het persoonlijke. We zijn ook niet met andere generaties in conflict, we zoeken dialoog. Onze ouders vinden dat moeilijk, die hebben een heel sterk idee over generatieconflicten. Je merkt ook dat mensen van tussen de 60 en 65 het minst met onze voorstelling hebben.’

En misschien gaat deze voorstelling wel helemaal niet zo erg over seks, maar is het vooral een oproep om met elkaar te praten. ‘Het is zo’n stereotype dat bejaarden eenzaam zijn’, zegt De Man, ‘Maar uit onderzoek blijkt dat veel meer jongeren eenzaam zijn dan ouderen. We merken het ook aan de mensen die we vragen om mee te doen, zoals Edith. Die hebben een drukker sociaal leven dan ik. Maar het is wel moeilijker om 65-plussers te mobiliseren om naar het theater te gaan dan jongeren. Veel ouderen wonen alleen en hebben met weinig mensen veel contact. We werven ons publiek nu voornamelijk via bejaardentehuizen. Volgend jaar maken we een uitgebreidere tournee. We moeten steeds nieuwe slimme trucs bedenken om ouderen te werven.’

Na afloop van de voorstelling vertellen de oudjes aan wie het maar horen wil over hun eigen liefdesleven, al blijven ze wel een stuk kuiser dan de twee spelers. Ook mevrouw Jongerius vertelt graag over haar inmiddels overleden man. En wat vond ze van de voorstelling? ‘Heel mooi. Maar het ging wel heel veel over dat ene.’

Bejaarden en Begeerte: 17 t/m 19/12 in de Brakke Grond. Meer info op www.bejaarden-en-begeerte.nl

Recensie: ‘Radio Muezzin’ van Rimini Protokoll (HF)

Parool,recensies — simber op 16 juni 2010 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Het gezang van tienduizenden muezzin die tot het gebed oproepen is een onlosmakelijk onderdeel van de soundtrack van Caïro. Maar de Egyptische ministerie van Religieuze Zaken wil een einde maken aan deze luidruchtige chaos en de vijfmaal daagse aankondiging voortaan via de radio uitzenden. Alleen de dertig beste muezzin houden hun baan, maar zingen voortaan in een studio.

De Duitse documentairetheatergroep Rimini Protokoll van regisseur Stefan Kaegi gebruikt dit uitgangspunt voor de voorstelling Radio Muezzin, waarin drie (oorspronkelijk vier) muezzins op het toneel hun verhaal doen. Op de vloer ligt rood tapijt en terwijl ze op plastic tuinstoelen gezeten vertellen over hun uitstervende beroep, zien we op de achtergrond videobeelden van hun huis en hun moskee.

De drie zijn van eenvoudige komaf; een is blind, de tweede electricien en de derde werkte lang in het leger. De afgehaakte vierde was een ander slag: hij won wedstrijden koranreciteren en is een van de dertig uitverkorenen die op de radio mogen. Hij vertrok na spanningen binnen de groep, maar is nog wel te zien op de video. Zijn afwezigheid wordt een natuurlijk onderdeel van de voorstelling.

Die lijkt namelijk vooral te gaan over de invloed van techniek op eeuwenoude rituelen. Deze muezzin hebben bijvoorbeeld nooit zelf op de minaret van hun moskee gestaan, maar doen hun oproep via microfoon en luidspreker. De electricien knutselt met groen tl-licht en ventilatoren. Een technicus demonstreert een eenvoudige radiozender, maar laat ook een kitscherig toestel - Made in China – zien waarop de actuele gebedstijden voor iedere plaats van de wereld weergegeven kunnen worden, ook te downloaden als app op je mobiele telefoon.

De voorstelling oordeelt niet over deze vriendelijke, vrome mannen, die soms ernstig, dan weer uitgelaten en soms onverbloemd geeuwend de eenvoudige regelmaat van hun dagen –de oproep zingen, reparaties doen, koranles geven, het tapijt stofzuigen, familie bezoeken- uiteenzetten, en dan weer een vers zingen.

De voorstelling mag binnen het Holland Festival mooi samengaan met het openingsconcert van Amal Maher, maar eigenlijk is het een vreemde eend in de bijt binnen het verder uit tamelijk traditionele hoge kunst bestaande festival. En mensen met islam- of algemene religie-allergie hebben bij Radio Muezzin weinig te zoeken. Maar dat kan niet wegnemen dat dit de mooiste, puurste voorstelling van het festival is.

Holland Festival: Radio Muezzin van Rimini Protokoll. Gezien 15/6/10 in Bellevue. Aldaar t/m 17/6. Meer info op www.hollandfestival.nl.

Recensie: ‘Rechnitz (Der Würgeengel)’ van de Münchner Kammerspiele (HF)

Vijf goed geklede mensen doen een dansje en vertellen goedgemutst over massamoord. Welkom in Rechnitz, Oostenrijk.

Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek is een eersteklas nestbevuiler, iemand die zich niet neerlegt bij het groteske zwijgen van haar vaderland Oostenrijk over het antisemitisme, het nationalisme en de kleinburgerlijke moraal, maar die keer op keer de allesbedekkende pleisters van de wonden van de samenleving afrukt om met haar scherpe pen de pijn te beschermen.

Rechnitz (Der Würgeengel) is haar hardste aanval tot nu toe: een toneelstuk over een dorpje waar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, twee dagen voor de aankomst van de Russen een groepje SS’ers en plaatselijke notabelen na een feestje in het kasteel van de lokale gravin tweehonderd Hongaarse joden vermoordden. Een reden voor het bloedbad was er niet, en na de oorlog werd een rechtszaak tegengewerkt, getuigen vermoord en werd de zaak weggestopt onder een verstikkend stilzwijgen. Tot in de jaren ’90 woonden enkele daders als gerespecteerde burgers in het dorp.

Jelinek’s stuk is geen reconstructie, maar meer een reflectie op zwijgen. Vijf acteurs spelen een koor van de bedienden van het feest op het kasteel die de gebeurtenissen proberen te achterhalen, maar elkaar tegenspreken, afgeleid raken en zich meer en meer identificeren met de daders. En zo gaat het ook ineens over China, de holocaustindustrie, en slachtofferporno. “We kunnen niet allen slachtoffer zijn. We hebben ook daders nodig. Meldt u alstublieft.”

In een met hout gelambrizeerde ruimte spreken de geweldige acteurs (onder wie André Jung en Hildegard Schmahl) vrijwel nooit tegen elkaar, maar uitsluitend tegen het publiek, op het toontje dat showpresentatoren op televisie graag gebruiken: zelfingenomen en professioneel vrolijk. Maar tegelijkertijd moet er wel het nodige verhuld worden. Als er uit een kast ineens een partij geweren valt, gaan de spelers -inmiddels in hun ondergoed- er in een ongemakkelijk tableau voor liggen om ze aan het zicht te onttrekken. Tijdens de voorstelling verorberen ze een hele maaltijd: eerst pizza, dan eitjes, dan kippebouten en tenslotte chocoladetaart.

Het probleem is wel dat Jelinek’s taal, vol woordspelingen, daderlogica en verwijzingen naar nazi-leuzen weliswaar virtuoos is, maar ook moeilijk vertaalbaar. En misschien is een voorstelling als deze gewoon niet zo relevant in een land waar de grootste deugd niet zwijgen is maar ‘zeggen wat je denkt’.

Holland Festival: Rechnitz (Der Würgeengel) van Elfriede Jelinek door de Münchner Kammerspiele. Gezien 9/6/10 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Verslagje Impulse Festival

buitenland,TM,verslagjes — simber op 16 februari 2010 om 21:03 uur
tags: , , , ,

Geschreven samen met Lorianne van Gelder.

Net over de grens vierde Festival Impulse eind vorig jaar zijn vijftiende verjaardag. Impulse, dat zich afficheert als het belangrijkste festival in Duitsland na het Berlijnse Theatertreffen, biedt een podium voor het kleinschaliger theateraanbod uit de Duitstalige landen, voorstellingen die buiten de stadstheaters worden gemaakt – in goed Duits ook wel Off Theater genoemd. Door een jury (waarin dit jaar Rotterdamse Schouwburg-programmeur Annemie Vanackere zat) wordt jaarlijks de beste voorstelling gekozen, die op het Theatertreffen wordt getoond. In 2007 won Ivana Müller deze prijs met haar voorstelling While we were holding it together.

In tien dagen, eind november, begin december, reizen zo’n vijftien voorstellingen tussen de kleine zalen van de Ruhrsteden Bochum, Düsseldorf, Mülheim en Keulen. De selectie bestaat uit bekende namen in het kleinezaalcircuit, zoals het Berlijnse Gob Squad, het duo Gintersdorfer/Klaßen (dat op de laatste Internationale Keuze indruk maakte met Othello, c’est qui?), het collectief Andcompany&co en enkele voorstellingen van het Weense productiehuis Brut.

Deze vijftiende editie van Impulse (25 november t/m 6 december 2009) kenmerkte zich door documentairevoorstellingen – een trend die in Nederland ook duidelijk aanwijsbaar is. Zoals Ruanda Revisited van Hans Werner Kroesinger, waarin vijf acteurs voor een wand met kaarten, cijfers en foto’s als een politieke lezing de geschiedenis van Rwanda ontleden, van koloniale heerschappij tot genocide. De acteurs lijken echter moeite te hebben de droge stof recht te doen; ze blijven vormelijk en demonstrerend waar de losse speelstijl van ’t Barre Land of Wunderbaum een levendiger resultaat zou opleveren. Na een eerste feitelijke historische les wordt het publiek uit zijn stoel gehaald en door een donkere gang met een lange rij piepkleine filmstills van de genocide geleid. Op tafeltjes in de gang liggen bordjes met broodjes kaas, slachtoffers zijn immers ook net broodjes kaas, aldus een VN-commandant ter plaatse:  ‘Nobody cares about a cheese sandwich.’

De voorstelling gaat door in een kille tent op het achtertoneel, waar vervolgens de volledige oorlog chronologisch wordt naverteld, inclusief houtspaanders ter illustratie van de doden. Ten slotte zakt het doek van de achterwand en zien we de verlaten stoelen waarop we eerder zelf zaten: wij waren al die tijd toeschouwers. Het is een beetje dik moralisme dat doodslaat door de heiligheid waarmee de makers hun onderwerp behandelen.

Beter bevallen de twee producties van Brut, ‘het Frascati van Wenen’, volgens artistiek directeur Thomas Frank. De eerste is Made in Russia van het Russische duo Andrei Andrianov en Oleg Soelimenko, waarin ze hun – grotendeels verzonnen – levensverhaal vertellen, de één een jonge danser bij het Bolsjoi en de ander een onechte zoon van Jean-Luc Godard, die samen nieuwe dansmethodes onderzoeken en uitvinden en via contactimprovisaties, tochten over de Alpen en liedjes van The Beatles uitkomen bij het eindpunt van de dans: twee mannen op het toneel, vrolijk keuvelend over dans.

Ook de dansperformance Spitze van Doris Uhlich bij Brut is de moeite waard. Ontstaan vanuit Uhlichs wens ooit op spitzen te dansen werkte ze samen met de bijna zeventigjarige prima ballerina Susanne Kirnbauer-Bundy en recent gepensioneerd danser Harald Baluch. Het werd een sympathieke voorstelling, ontroerend in haar weergave van de imperfecte balletdanser en met genoeg ironie om ook niet-dans-ingewijden te onderhouden.

Onder de Duitse makers is overigens ook duidelijk het stempel van de studie toegepaste theaterwetenschap in Giessen waarneembaar, waar makers als René Pollesch en Rimini Protokoll vandaan komen. F wie Fälschung van Giessenstudent Boris Nikitin bijvoorbeeld is extreem conceptueel theater met verwijzingen naar Orson Welles, Publikumsbeschimpfung en Woyzeck. Duidelijk theater voor ingewijden; voor leken of buitenlandse theaterkenners is het louter slaapverwekkend.

De Impulse-prijs werd op de slotavond uitgereikt aan Othello c’est qui?. Dat betekent dat de voorstelling behalve door Berlijn ook wordt uitgenodigd door de Wiener Festwochen en door De Internationale Keuze. Wat een beetje jammer is, want daar is ze al geweest.

Gezien: Impulse Festival
Waar: Düsseldorf, Keulen, Müllheim, Bochum (Duitsland)
Wanneer: 4 t/m 6 december 2009

Recensie: ‘Met Joran aan zee’ van Nieuw West en Bellevue.

“Fictief” staat er met grote zwarte letters van gaffertape op de linkermuur. Dat u maar niet gaat denken dat hier het werkelijke verhaal van Joran van der Sloot en Natalee Holloway wordt verteld. Toneelschrijver Rob de Graaf lijkt in niets op Peter R. de Vries en zijn stuk Met Joran aan zee is geen whodunnit, maar een verdorven versie van Roodkapje. Een interessante invalshoek, maar deze lunchpauzevoorstelling is nogal statisch geworden.

Met Joran aan zee is gebaseerd op de geruchtmakende zaak van de op Aruba verdwenen Amerikaanse tiener Natalee Holloway en de door De Vries ‘ontmaskerde’ Joran van der Sloot. In de voorstelling speelt ook Natalee’s moeder Beth een rol.

Alledrie spreken ze om de beurt korte monologen in hun microfoon. Ze hebben geen gesprekken, kijken elkaar nauwelijks aan. Joran (Wouter Zweers) is een door Nietzsche geobsedeerde jongeman, met een blote bast onder een colbertje die oreert over kracht en krachtelozen, ook nog live geprojecteerd op het scherm achterop het toneel.

Natalee (Sanne Vogel), met goedkope goudkleurige glimmers op haar tasje, schoenen en diep uitgeneden jurkje, is het onschuldige meisje dat zich van haar moeder wil bevrijden. “Mij is in al die jaren van m’n leven nog nooit iets overkomen. Nu wel.” Al snel wordt duidelijk dat ze vanuit de dood terugkijkt op de gebeurtenissen op het eiland en in de zee. De zee als symbool van al haar nog niet opgedane ervaringen; seks, drugs en misschien zelfs de dood. “De zee is moeder van alles, zij is alleen maar de moeder van mij.”

Gaandeweg begin je te vermoeden dat Joran en Natalee wellicht onuitgesproken een pact hebben gesloten; of beter gezegd: dat ze elkaar vonden in hun diepste verlangens. Door haar te verdrinken wordt hij bovenmenselijk en ontsnapt zij definitief aan haar moeder. Maar de moeder zelf (Marjon Brandsma) weet zelfs na haar dood haar dochter nog te claimen. “Leed is minder ondragelijk als je het met zoveel mogelijk mensen deelt. Tranen hebben een functie als ze in zoveel mogelijk huiskamers te zien zijn.”

Zo weet De Graaf het uit den treure vertelde verhaal een interessante nieuwe draai te geven, maar de vorm die regisseur Marien Jongewaard koos is erg vlak. We zien drie levende doden –Natalee verdronken; de moeder aan haar geketend en Joran voor eeuwig gevangen in de schurkenrol- die beheerst hun positie verklaren. Dat is een logische reactie op de ronkende mediaretoriek waarmee de zaak tot nu toe behandeld werd, maar als theater heeft het te weinig dynamiek.

Met Joran aan zee van Nieuw West en Bellevue. Gezien: 17/1/10 in Bellevue. Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.lunchtheater.nl

Seizoensoverzicht 2008/2009

Met de enorme stelselherziening in het theaterveld achter de rug kunnen we weer nadenken over de kunst, zou je denken. Maar zo simpel ligt dat niet. Het afgelopen seizoen boden de grote gezelschappen weinig avontuur en neigden de vlakke vloeren opvallend naar non-fictief documentairetheater.

In seizoen 2008-2009 werden de laatste slagen gemaakt van de grote beleidshervorming in het theaterveld. Op 1 januari 2009 trad de Basisinfrastructuur in werking: acht gezelschappen verspreid over het land moeten het kwaliteitstheater waarborgen, productiehuizen verzorgen de ontwikkeling van nieuw talent en de rest van de groepen werd ondergebracht bij het nieuwe Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (NFPK).

De meeste regiogezelschappen in de Basisinfrastructuur hebben een nieuwe artistiek leider, die nog maar een half seizoen aan de weg timmert. Ola Mafaalani lijkt in Groningen haar zaken het snelst op orde te hebben. Ze regisseerde zelf een goed ontvangen Medea en de ‘country-musical’ Heelhuids en halsoverkop van Ko van den Bosch werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival TF-1. In Arnhem ging de artistieke kern ‘over nul’, wat betekende dat met het aantreden van Rob Klinkenberg als intendant en Erik Whien en Marcus Azzini als regisseurs alle artistieke uitgangspunten opnieuw werden geformuleerd. Vooralsnog leverde het een aantal halfgeslaagde producties op, waaruit vooral duidelijk werd dat de regisseurs en het nieuwe, jonge spelersensemble nog hard op zoek zijn naar een nieuwe invulling van het begrip ‘groot gezelschap’.
Continue reading “Seizoensoverzicht 2008/2009” »

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2012 Simber | powered by WordPress with Barecity