Recensie Vals van NT Gent

“Winnen is geen feit, maar een perceptie; een overtuiging.” In Vals, het nieuwe toneelstuk van Lot Vekemans, komen twee zussen terecht in een politiecel. Ze worden beschuldigd van het aanrijden van een vrouw op een donkere weg en vervolgens doorrijden. Het was maar een kilometerpaaltje, zegt de chaufferende zus, maar er blijkt een getuige.

Op papier is Vals een prachtvoorstelling. Vekemans schreef eerder het mooie Gif en Zus van voor actrice Elsie de Brauw, en opnieuw voert Johan Simons de regie. Betty Schuurman en Bert Luppes maken de Hollandia-reünie compleet. Maar de voorstelling blijft vlak en saai.

De Brauw en Schuurman kissebissen wat af. De één is een pragmatische televisiester en de ander een ideologisch verstarde toneelspeelster haar zus graag de maat neemt. Ze wisselen op overspannen toon platitudes uit over kunst en amusement. (Een van de meest vervelende bijkomstigheden van de cultuurbezuinigingen is dat kunstenaars zich geroepen voelen om de hele hoge cultuur/lage cultuur-discussie uit de jaren negentig te recyclen.)

Het decor is vooral groot: plakken ijs op de vloer en een achterwand van schuine metalen platen, waardoor het hele toneel scheef lijkt te staan. Allemaal niet slecht, maar nogal overkill voor een tekst die zelf al duidelijk genoeg maakt dat de personages uit hun comfort zone gegooid zijn.

Het is Bert Luppes’ personage dat de boel nog een beetje op scherp zet. Hij is Gé, de G van getuige, of gek, of geestverschijning. Een bioloog die in cellen een ideale wereld ziet. Zijn wereldbeeld had nog wel meer mogen clashen met de zelfvoldane zussen. Nu blijft het een voorstelling die snel vergeten zal worden.

Vals van NT Gent en het Nationale Toneel. Gezien 18/9/13 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 21/9. Meer info op www.ntgent.nl.

Recensie: ‘Tartuffe’ van NT Gent en Toneelgroep Amsterdam

Frieda Pittoors staat voorop een leeg toneel energiek het Wilhelmus te zingen. Ze heeft een oosteuropees accent, maar roept en zingt een opeenstapeling van Hollandse liedjes en clichéfrases en Toon Hermans-gedichtjes, in de categorie: “het leven is een feestje, je hoeft alleen zelf nog maar de slingers op te hangen.” Nou ja, díe zegt ze niet, maar die zou even later wel toepasselijk blijken.

Voor de tweede keer dit seizoen waagt Toneelgroep Amsterdam zich aan een komedie van Molière en voor de tweede keer is het resultaat ronduit teleurstellend. Tartuffe wordt geregisseerd door de Bulgaarse Dimiter Gotscheff, met een spelersgroep die voornamelijk bestaat uit acteurs van de Vlaamse coproducent NT Gent. Gotscheff voegde teksten van zijn Duitse leermeester Heiner Müller toe, en hoewel het in het begin lijkt te gisten blijken Müllers abstractie en Molières hoogstaande poep-en-pieshumor op rijm elkaar al snel hevig af te stoten.

Het decor (van Katrin Brack) is in ieder geval prachtig. Na Pittoors’ monoloog schieten een stuk of tien confettikanonnen minuten lang hun kleurige munitie hoog het toneel over. Een kleurig, dwarrelend feest, dat door de familie die er langzaam onder bedolven wordt onaangedaan wordt gadegeslagen. De verveling van het burgerlijk hedonisme werd zelden zo effectief verbeeld. Na afloop druipen de slingers uit de nok en ligt het toneel vol papiersnippers.

De familie is die van gezeten burgerman Orgon (Wim Opbrouck), zijn luxepaardje van een vrouw, zijn dommige, gemene kroost en de gepijnigde zenuwpees van een zwager (Eelco Smits). Het huishouden wordt nogal op stelten gezet door de komst van een vreemdeling, Tartuffe (Koen de Sutter). Zijn eerste optreden is nogal veelbelovend, een onnavolgbare stapeling van wikipediaweetjes, bijbelparafrases, woordspelingen en vaag moreel gezwatel, maar precies de toon van vrijblijvend engagement en naïef positief idealisme die goeroe’s altijd aantrekkelijk maakt.

Orgon raakt ervan in een soort spirituele manie, trekt zijn nette pak uit en laat Tartuffe toe in alle facetten van z’n leven. En daar begint het plotje van Molière en daarmee ook de problemen. Want Molière gaat niet over abstracties, maar over conventies en in deze voorstelling bijten die elkaar. De spelers lijken gevangen in een corset van grotesk, mallotig spel, dat niet past bij de eerder ingezette weldoordachte satire.

En zo trekken twee uren gedoe over ongewenste huwelijken, ontrouw en hypocrisie voorbij, terwijl ongemak en ergernis groeien. Jammer van de eerste paar schitterende scènes, en jammer van Molière.

Tartuffe van NT Gent en Toneelgroep Amsterdam. Gezien 22/3/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 31/3 en 16-19/5. Tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Kinderen van de zon’ van TGA en NT Gent.

Toneelgroep Amsterdam en haar directeur Ivo van Hove leken een paar jaar zoekende, na hoogtepunten als Romeinse Tragedies, Opening Night en Angels in America volgden mindere seizoenen. Maar het gezelschap is terug, en hoe. Kinderen van de Zon is steengoed; een fel en indrukwekkend maatschappijportret, Van Hoves stevigste politieke stellingname sinds Het temmen van de feeks en een prachtig ensemblestuk, waarin de Vlaamse en Nederlandse spelers kluchtige vrolijkheid laten omslaan in diepe beklemming.

De voorstelling begint opvallend luchtig en speels. De verstrooide chemicus Pavel Protassov (Jacob Derwig met overkammer en fantastisch slechtzittend pak) ontsnapt steeds weer op een drafje naar zijn laboratorium om de problemen van alledag te ontlopen – met zijn huisbaas, zijn oude bediende (Frieda Pittoors als mooie kankerpit) en zijn getraumatiseerde zusje Lisa (Halina Reijn).

Het hele decor lijkt een parodie op de  stijlvolle design-huiskamers die Jan Versweyveld normaalgesproken maakt. Alles is lelijk, smakeloos en ouderwets. Een wittig kleedje hangt tot over de televisie die Russische tekenfilms en Rad van fortuin uitzendt. Pavel’s experimenten hebben het hele huis overgenomen. Tafels vol erlenmeyers, pipetten, kolven, horlogeglazen en thermometers laten nauwelijk ruimte voor thee, bier en brood. Het aanrecht is half voor een deur gebouwd. De hele eerste helft is gelardeerd met komische special effects met rook, schuim en harde knallen.

Pavel’s vrouw (Hilde van Mieghem) is zijn afwezigheid zat en zoekt aandacht bij een huisvriend, de schilder Wagin (Wim Opbrouck). In hun gesprekken over schoonheid, het goede, vrije wil vertegenwoordigt ieder een eigen filosofische stellingname, maar veel van hun gekeuvel lijkt weinig verband te hebben  met de problemen die zich buiten hun huis afspelen, zoals de oprukkende cholera in het dorp. Het sympathiekst lijkt nog de veearts Boris (Gijs Scholten van Aschat, in zijn eerste rol als ensemblelid van TGA, nuchter en aards), die niet zo hoogdravend is als de anderen en voor een paar roebel de staart van een hond spalkt. Zijn langdurige liefde voor Lisa wordt echter niet beantwoord.

Na de pauze wordt de stemming heel langzaam maar gecontroleerd grimmig. Het idealisme van de intellectuelen Pavel en Wagin blijkt hol (‘Ik zou iets willen doen; iets groots, iets heldhaftigs. Maar wat?’, roept de kunstenaar Boris uit) en maskeert een grote minachting voor het gewone volk. Pavel wijst verzoeken om zijn kennis in te zetten voor concrete problemen af. Alleen Lisa voelt de crisis aankomen. De televisie vertoont inmiddels Russische propagandafilms

Maxim Gorki schreef het stuk in 1905 in de gevangenis, waar hij terechtkwam door zijn kritiek op het Tsarenbewind die de arbeidersopstand in datzelfde jaar bloedig had onderdrukt. Van Hove trekt duidelijke lijnen tussen het onrustige Rusland van begin vorige eeuw naar nu. Aan het einde, waarin de buitenwereld verontrustend gewelddadig binnenkomt, pakt hij stevig uit. Maar de mokerslag is de monoloog die Reijn, onopgesmukt nu, tegen de zaal houdt en die eindigt met de woorden ‘Ik heb zo met jullie te doen.’

Kinderen van de zon van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 28/11/10 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 11/12. Tournee t/m 18/1. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘La Grande Bouffe’ van TGA en NTG

En weer valt het decor uit de lucht. Regisseur Johan Simons liet het eerder gebeuren in Platform (een berg vuilnis) en in Drei Farben (een auto), dit keer is het een berg in plastic verpakt vlees dat met een klap op het toneel terecht komt.

La Grande Bouffe (‘de grote schranspartij’), de schandaalfilm uit 1973 van Marco Ferreri over vier gegoede mannen die zich letterlijk dood eten, wordt nu op het toneel gezet door Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Voor Johan Simons is het zijn laatste regie in de lage landen voordat hij in september uit België naar Duitsland vertrekt om daar artistiek leider te worden van de Münchner Kammerspiele. Hij laat Nederland achter met een strenge waarschuwing over de functie van kunst, verpakt als verziekte komedie.

Simons dient de zaak op als een reconstructie. De twee vrouwen die bij het bacchanaal een rol spelen, een onderwijzeres (Elsie de Brauw) en een prostituee (Chris Nietveld), zetten de mannen in als zetstukken bij hun terugblik, en de voorstelling begint als de lijken al onder plastic liggen. De vier – een piloot (Jacob Derwig), een televisiepersoonlijkheid (Steven van Watermeulen, grotesk hilarisch), een rechter (Aus Greidanus jr.) en een chefkok (Wim Opbrouck, opvallend ingehouden maar daardoor grimmiger) – verzamelen zich in het buitenhuis van een van hen, kopen de meest exquise ingrediënten en gaan eten tot ze erbij neervallen. Seks is broodnodig en zo komen de vrouwen in het spel. Psychologie of motivatie worden niet bijgeleverd.

Al vaker hekelde Simons in interviews de afzijdige houding van het Nederlandse theaterpubliek dat liever amusement ziet dan polemiek, en nu zullen we het krijgen ook. We krijgen wanstaltige neptieten voorgeschoteld, seks tussen de vleeshopen, eindeloze poep en pieshumor en een scène als een ware schetensymphonie. De acteurs blijven hard komedie spelen ook al is het halverwege duidelijk niet meer grappig. Net als in Instinct hanteert Simons een geëxalteerde speelstijl, tegen het schmieren aan, waar mindere acteurs genadeloos mee door de mand zouden vallen. Alle middelen worden ingezet, steeds door de vrouwen geprepareerd op de requisietentafel achterop het toneel, op dezelfde manier als de mannen steeds nieuwe gerechten uit de keuken binnenbrengen.

De voorstelling speelt in een nogal kaal decor, maar heeft een zogenaamd ‘beeldconcept’ van kunstcriticus en curator Anna Tilroe, dat voornamelijk bestaat uit projecties op de achtermuur van min of meer bekende kunstwerken uit de afgelopen eeuw, van Willem de Kooning tot Joep van Lieshout en van Mapplethorpe tot Dumas. Soms zijn de beelden erg illustratief: wordt de chefkok geïntroduceerd, zien we een stilleven met fruit; bij de piloot hoort een (overigens erg mooi) schilderij van een enkel vliegtuigraampje. Dan weer zijn het poëtische associaties of zorgen ze voor contrast, zoals de eindeloze reeks beelden van vrouwen die zich in hun geslacht laten kijken, die een uitgebreid gesprek over eten begeleid.

Sowieso bestaat de tekst voornamelijk uit beschrijvingen van en lofzangen op eten. Recepten en menu’s  worden met erotische wellust voorgedragen, als de kok ruikt aan een van de vele slipjes die de prostituee uittrekt is zijn eerste associatie citroenmerengue. Eten en seks hebben voor deze mannen van positie gewisseld. Ze zijn ook niet zo oud als in de film en minder viriel, bijna fatjes met hun sjaaltjes, hun hoedjes en hun vestjes waarvoor ze elkaar complimentjes geven.

Zo is de link met het consumptiehedonisme makkelijk gelegd. Maar juist de beeldcollage en de copieuze stijl geven aan dat het Simons om meer gaat, namelijk de waarde van kunst zelf. Wij laten ons kunst opdienen om te consumeren, en dat is net zo decadent als deze mannen die zich dood eten. En dat is een inzicht om nog lang op te kauwen.

La Grande Bouffe van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 28/2 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 6/3 en 7 t/m 17/4. Tournee t/m 15/5. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Underground’ van NT Gent, Theater Antigone

Parool,recensies — simber op 11 december 2009 om 03:05 uur
tags: , , , , ,

Met een zwierig gebaar steekt acteur Servé Hermans twee briefjes van 200 euro in brand. Poef, en ze verdwijnen in het niets. Even later tovert hij ze weer tevoorschijn, stopt ze in z’n portemonnee, maar die vat ook meteen vlam. Goochelen met geld tot er niets meer van overblijft, dat zullen we vanavond zien.

De contracten van de koopman heet het toneelstuk dat de Oostenrijkse schrijfster en Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek schreef naar aanleiding van de kredietcrisis. Of eigenlijk is toneelstuk een te ouderwets woord voor de theaterteksten die ze schrijft. Er zijn geen personages, plot of regie-aanwijzingen, alleen een lange klaagzang. Of misschien wel een mantra of een gebed, waarin ons geld zelf lijkt te spreken. Het is een boze, maar erg abstracte tekst, die door regisseur Johan Simons en zijn merendeels jonge acteurs -onder wie Katja Herbers- flitsend wordt gebracht (om onduidelijke redenen onder de titel Underground), maar die niet tot het eind kan boeien.

Het toneel, een spiegelende gladde vloer met daarop een zwembad en een enorme bankkluis, wordt achtereenvolgens bezet door kleine beleggers, bankiers, vrije ondernemers; de slachtoffers, daders en medeplichtigen van de crisis. De kleine beleggers, in ruitjesbloezen en cowboylaarzen, worden nog neergezet als relatief herkenbare familie –met wat misbruik, dat wel- die klaagt over de ‘certificaten’ waarin ze hun oudedagsvoorziening belegden die nu niet meer waard zijn.

Het tweede deel is het beste, met het gezelschap acteurs als roedel bankiers in bruine pakken vooraan het toneel rechtstreeks de zaal toesprekend, vol van hun eigen arrogantie: “Wij bieden uw geld ontspanning, sport en spel. Bij u was uw geld lui. Uw geld werkt nu voor ons.” Hier wordt het even Publieksbeschimping: de spelers zijn onconfortabel dichtbij, de inzet is uw en mijn portemonnee en bankrekening.

Erna volgt nog een demonstratie op muziek van U2, mag het publiek schoenen werpen naar de acteurs, wordt er gecollecteerd voor Dirk Scheringa en Marco Borsato en vallen de maskers van Rijkman Groenink, Wouter Bos en Herman van Rompuy. De energie verdampt echter in het laatste deel, over een manager die liever zijn hele familie vermoordt met een bijl dan de schande van het verlies van hun kapitaal te dragen. Gebaseerd op een Oostenrijkse zaak uit 2008 weliswaar, maar het plastisch beschreven geweld laat zich moeilijk rijmen met de conceptuele benadering van de eerste delen.

Jelinek verklaart niet, analyseert nauwelijks, toont geen compassie. Vaak speelt ze vernuftig en intelligent met de taal van economie die uit de krant van gisteren lijkt geknipt, dan is ze weer plat en ergerlijk simplistisch. Ze neemt geld als abstracte metafoor, trekt die door tot in het absurde. Simons zet daar passend theatraal geweld tegenover, maar slechts op een paar momenten smelt het samen tot indringend theater.

Underground van NT Gent en Theater Antigone. Gezien 10/12/09 in Haarlem. In Amsterdam (Stadsschouwburg): 20 en 21/12. Meer info op www.ntgent.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 2′ van NT Gent en Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 16 februari 2009 om 21:02 uur
tags: , , ,

“Maar wat komt er dan in de plaats van God?” “Eenzaamheid.” Tien een beetje gedateerde televisiefilms van de Krzysztof Kieslowski, waarin de Poolse filmregisseur de Tien Geboden in een moderne setting plaatst en zonder de kerk of de filosofie erbij te betrekken morele keuzes voorlegt aan eenvoudige mensen in een flatgebouw in Warschau. Regisseur Johan Simons brengt ze nu op het toneel vorig seizoen de eerste vijf, nu de volgende.

Het zijn twee aparte voorstellingen, maar Simons’ groep NT Gent speelt ze ook als marathon van zes uur. De lange tussentijd tussen de twee delen is jammer voor degenen die deel één al vorig seizoen zagen. Tien Geboden is één, groots theaterwerk en de marathon lijkt me het niet te missen theaterevenement van het seizoen.

Er zit een huiveringwekkend soort eenvoud in dit tweede deel. De opeenvolging van verhalen is scherper, lijnen uit het eerste deel worden duidelijker, de overgangen van deel naar deel zijn vloeiend. We zien het verhaal van een jongen die met een telescoop een vrouw begluurt en haar voor het eerst aanspreekt, of van een meisje dat haar kind terug wil dat ze te jong kreeg en dat door haar moeder wordt opgevoed of van twee broers die een kostbare postzegelverzameling erven van hun vader, en rucksichtlos op zoek gaan naar die ene zegel die de collectie compleet maakt.

De toon blijft ingehouden, de acteurs vertellen meer dan ze spelen, maar meer dan in deel één wordt er stilistisch veel uit de kast gehaald. In vrijwel hetzelfde decor van rijen tweedehands meubels onder koel tl-licht spelen de acteurs kindertheater met maskers, een college over ethiek en groteske komedie. De acteurs, deels van NT Gent, deels van Simons’ protegé-groep Wunderbaum, zijn dienstbaar, maar weten de schaarse dramatische momenten fel te kleuren. De symboliek is klein: het ontrafelen van vertrouwde verbanden wordt getoond als het uithalen van een breiwerk of het leeghalen van een teddybeer.

Waren bij deel één nog enige reserves mogelijk, deel twee is een overrompelende theatergebeurtenis. Na een aantal voorstellingen gebaseerd op boeken van de Franse schrijver Michel Houellebecq die harder en tragischer waren, maakt Simons nu dit troostrijke, compassievolle tweeluik. Een oproep tot gemeenschapszin en daarmee tot theater zelf: komt dat zien!

Tien geboden, deel 2 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 13/2/09 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 13/3, marathon (deel 1&2) 14/3. Meer info op www.ntgent.be

Voorstuk: NT Gent in de Stadsschouwburg Amsterdam

Vanaf vanavond bezet de NT Gent drie dagen de Stadsschouwburg. Het Vlaamse theatergezelschap van sterregisseur Johan Simons toont in het programma Amsterdam Vlaams haar veelzijdigheid, maar Simons zelf schittert door afwezigheid.

“We hebben een uitstekende band met Johan Simons” vertelt programmeur Annet Lekkerkerker,  “Hij komt later in het seizoen met de voorstellingen Instinct en Tien Geboden naar de schouwburg. We hebben nu juist de kans om de enorme diversiteit van het gezelschap laten zien. Bovendien: eind volgend jaar vertrekt Simons naar München en wij laten nu al zien wie er daarna belangrijk zullen worden voor de groep. Acteur Wim Opbrouck zal NT Gent gaan leiden, en Els Dottermans, Steven Van Watermeulen en Aus Greidanus jr. blijven beeldbepalende personen.”

Het gezelschap speelt drie voorstellingen, en daarnaast is er op woensdagavond een talkshow, met interviews met Pierre Bokma en Frans Weisz, monologen en muziek. Aus Greidanus presenteert met de voorstelling De koning sterft zijn regiedebuut in de grote zaal, met Van Watermeulen in de hoofdrol, en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader, Aus Greidanus sr., die eerst acteur was bij en nu artistiek leider van De Appel in Den Haag. De zoon maakte een lichte versie van het absurdistische stuk van Ionesco.

Opbrouck is te zien in twee voorstellingen. Eerst in een kindervoorstelling van Sanne van Rijn, Ik wil dat jij een beer wordt, naar het prentenboek van Janosch. Het is een opvallende keuze voor Van Rijn, die normaal gesproken zeer abstracte mime maakt. Maar met behulp van levensgrote origami dieren weet ze haar eigen stijl moeiteloos toegankelijk te maken voor kinderen. “Ik vind het heel bijzonder dat een acteur als Aus Greidanus of een maker als Sanne van Rijn binnen het gezelschap zoveel ruimte krijgen om hun eigen ideeën uit te voeren”, zegt Lekkerkerker, “Een voorstelling voor kinderen vanaf zes jaar in de grote zaal is een grote gok, maar het is een prachtige, poëtische voorstelling geworden.”

Hoogtepunt wordt zonder twijfel het concert Ik val… Val in mijn armen, waarin Opbrouck en Els Dottermans countryliedjes zingen. Het initiatief kwam van Opbrouck, die naast het verontrustende theater van Simons ook wel eens een hartverwarmend liedjesprogramma wilde maken. Het resultaat, bleek tijdens een sneak preview in september, is een hartverscheurend mooie show waarin de twee acteurs met drie muzikanten rond een caravan liedjes zingen van Johnny Cash, Chip Taylor en Tammy Wynette. De meeste songs zijn vertaald in het Vlaams: Stand by your man werd Blijf bij uw vent en soms maken ze speelse uitstapjes naar Huub van der Lubbe, The Lemonheads of Brahms. Opbrouck bleek al eerder een ziel van rock ’n roll te hebben, zodat vooral Dottermans’ ferme strot verrast.

Lekkerkerker laat zich niet verleiden tot het noemen van haar favoriete NT Gent voorstelling: “Het programma is té divers om er eentje uit te kiezen. Maar ik durf wel te garanderen dat iedereen die komt kijken naar Ik val… een stukje gelukkiger buiten komt dan ze naar binnen gingen.”

Amsterdam Vlaams, NT Gent in de Stadsschouwburg Amsterdam. 2/12 t/m 4/12. Meer info op www.ssba.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 1′ van NT Gent

Parool,recensies — simber op 18 september 2007 om 00:22 uur
tags: , , , ,

“De wet dient de menselijke natuur niet te volgen, maar haar te verbeteren.” Een advocaat gebruikt het als ultiem argument tegen de doodstraf voor zijn cliënt, die een even gruwelijke als zinloze roofmoord pleegde. Het mag niet baten. Johan Simons baseerde zijn nieuwe voorstelling op de televisieserie Dekaloog van de Poolse filmmaker Krysztof Kieslowski die de oudtestamentische Tien Geboden vertaalde naar tien verhalen over moderne morele dilemma’s van een groep bewoners van een flatgebouw in een buitenwijk van Warschau. NT Gent zet deze verhalen in twee delen op het podium, de eerste vijf geboden dit seizoen, de andere vijf het volgende.

In een sobere, vertellende acteerstijl spelen de veelal jonge acteurs “de meeste zijn lid van het bij NT Gent aangesloten collectief Wunderbaum- de vijf verhalen over kleine mensen die voor grote keuzes staan. Op kerstavond moet een man kiezen of hij bij zijn vrouw blijft of met een vroegere minnares meegaat. Een vrouw overweegt abortus van een buitenechtelijk kind, maar alleen als haar doodzieke man blijft leven.

Aan het eind van ieder segment veegt een van de acteurs het betreffende gebod -op de achterwand van het enorme toneel neergekalkt- uit. Anderen pakken een paar nieuwe stoelen uit de keurige rijen meubels en een nieuw verhaal begint. Waar Kieslovski de eenzaamheid van zijn personages koppelde aan de eenzaamheid van de televisiekijker, roept Simons in het theater, toch een plaats van samenkomst, een bijna liturgische sfeer op.

Vaak is het in de eerste delen lastig om de abstractie van de geboden (Geen andere god aanbidden, God’s naam niet ijdel gebruiken) terug te vinden en blijft de voorstelling op ingehouden wijze larmoyant. Toch zijn er steeds kleine ontmoetingen, momenten van begrip tussen personages. Pas na de pauze (Eert uw vader en uw moeder en Gij zult niet doden) krijgt de voorstelling spanning en gewicht. Vooral het laatste verhaal, de door Els Dottermans prachtig klinisch beschreven roofmoord en de voltrekking van de doodstraf op de dader is indringend.

In een samenleving die schijnt gebaseerd te zijn op Joods-Christelijke waarden is het bijzonder nuttig om deze waarden eens aan een praktisch onderzoek te onderwerpen. Het basismateriaal van deze voorstelling is echter licht gedateerd. Door de moraal in het kleine te zoeken en doelbewust de kerk erbuiten te houden houdt Tien Geboden iets vrijblijvends. Gelukkig gaat later dit seizoen Simons’ hoogtepunt Platform in reprise. Beide voorstellingen hebben de vinger op de tijdgeest, maar Platform is indrukwekkender.

Tien Geboden, deel 1 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 14/9/07 in Rotterdam. Tournee vanaf maart 2008, te zien in Amsterdam op 31/3 en 1/4/08 en Meer info op www.ntgent.be

Recensie: ‘Maeterlinck’ van TGA en NT Gent

Eigenlijk is een naaimachine hetzelfde als een piano: een machine die je met handen en voeten moet bedienen om mooie dingen mee te produceren. De overeenkomsten worden opgezocht in de nieuwe voorstelling van de eigenzinnige Zwitserse regisseur Christoph Marthaler die hij maakte als coproductie van Toneelgroep Amsterdam en het Vlaamse NT Gent.

Hij dook met zijn acteurs (onder wie Frieda Pittoors, Steven van Watermeulen en Hadwych Minis) in het leven en werk van de Belgische nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck (1862-1949). Diens symbolistische poëzie en toneelstukken waren in de eerste decennia van de vorige eeuw enorm populair, Claude Debussy maakte een opera van zijn Pellías et Melisande.

De teksten worden als fragmenten gebruikt en lijken vooral een aanleiding om werk van componisten als Debussy, Satie en Purcell uit te voeren. Want welk basismateriaal Marthaler ook gebruikt, er zal prachtig meerstemmig gezongen worden, slechts begeleid door piano en een orgeltje.

Het decor is ook al zo mooi: een vervallen naaiatelier in Gent aan het begin van de twintigste eeuw, tot in de details op monumentale schaal nagebouwd door de vermaarde decorontwerper Anna Viebrock. De meisjes zitten aan de muzikaal snorrende machines in het midden, daaromheen een treetje hoger, de heren opzichters en mevrouw de eigenaresse. De acteurs/zangers zijn stuk voor stuk top. Hadewych Minis als een van de naaimeisjes koppelt haar prachtige zangstem aan gortdroge humor.

Eigenlijk is de voorstelling meer een concert dan theater, waarin halve scènes, liedjes en handelingen steeds als muzikale thema’s of melodieën terugkeren. Maeterlinck is een sfeertekening, waarin Marthaler’s obsessie met klasseverschillen, zijn boertige humor en eindeloze herhalingen in dienst staan van het opbouwen van een haast tastbare melancholie en een grote compassie voor de mens in al zijn machteloosheid.

Wie dan toch op zoek wil naar een interpretatie zou het Gentse naaiatelier kunnen associëren met de sweatshops waar een eeuw later onze mode wordt gemaakt door mensen die evenzeer onze compassie verdienen.

Het is inmiddels de tweede voorstelling die Marthaler in Nederland maakt, na Seemannslieder/Op Hoop van Zegen uit 2004 en ook zijn Duitstalige voorstellingen zijn hier met enige regelmaat te zien. Het is begrijpelijk dat de eigenzinnige Zwitser ook hier een loyale schare fans krijgt, want zijn stijl van muziektheater is uniek en de kwaliteit is onomstreden. Maar hoe sfeervol en technisch perfect uitgevoerd zijn voorstellingen altijd zijn, deze toeschouwer begint er langzaam maar zeker op uitgekeken te raken. De vorm verrast niet meer en de inhoud stelt licht teleur.

Maeterlinck van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 3/4/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/4. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent

In dit toch wat karige toneelseizoen blijken Toneelgroep Amsterdam en NT Gent keer op keer te zorgen voor interessante en geslaagde voorstellingen. De verwachtingen voor een coproductie van deze twee gezelschappen waren dan ook hooggespannen en Opening Night maakt die alleszins waar.

Opening Night is gebaseerd op de gelijknamige film van John Cassavetes uit 1977. Daarin speelde Gena Rowlands de ouder wordende actrice Myrtle die in een toneelstuk een ouder wordende vrouw moet spelen en in de laatste dagen voor de première hopeloos met zichzelf in de knoop raakt. Directe aanleiding voor haar crisis is de dood van een jong meisje die haar na een try-out als geobsedeerde fan aanklampt en een ogenblik later wordt aangereden door een auto.

Regisseur Ivo van Hove en zijn vaste ontwerper Jan Versweyveld plaatsen het theater centraal in deze voorstelling, door letterlijk een toneel op het toneel te zetten, met kleedkamers en technici links en een extra tribune voor vijftig man publiek rechts op het podium. Zo kijkt de grote zaal naar een dwarsdoorsnede van een kleine zaal. De grote groep acteurs speelt het stuk-in-het-stuk voor het publiek op het podium en hun privé-besognes voor de grote zaal. Deze twee toneelvloeren worden aangevuld met live beelden van rondlopende cameramensen. Hun kadrering geeft extra reliëf aan de moeizame relaties tussen de personages.

Het resultaat is in de eerste plaats een fantastisch ensemblestuk, waarin van Hove met name de jongere acteurs van zijn TGA troupe de kans geeft te schitteren. De beheersing die Jacob Derwig en Fedja van Huêt aan de dag leggen bij het spelen van twee tempramentvolle mannen is buitengewoon spannend en Hadewych Minis kan moeiteloos schakelen van kinderlijke lolita naar gevaarlijke demon. Maar ook een oudgediende als Chris Nietvelt speelt de schrijfster van het toneelstuk-in-het-stuk op fenomenale wijze. Onder haar lachwekkende excentriciteit suggereert zij peilloos diep drama en daarmee wekt ze medelijden.

Maar zij staan allen in de schaduw van Elsie de Brauw die hier de rol van haar leven speelt. Het gevecht dat Myrtle moet leveren -tegen het ouder worden, tegen de geest van de overleden fan, tegen de verwachtingen die de regisseur en haar medespelers van haar hebben- wordt door De Brauw overrompelend intens geacteerd.

De strakke regie van Van Hove, ondersteund door melancholieke liedjes van Neil Young, geeft de voorstelling samenhang en vaart, maar laat ook vragen open. Waarom bijvoorbeeld zijn alle acteurs tien jaar jonger dan hun rol gecast? Ook het einde, met een gelouterde Myrtle, is misschien erg zoet, maar wat geeft het, na zo’n fijne avond toneel.

Toneel Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 7/4/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 12/4. Tournee t/m 27/5

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity