Recensie: Over het IJ festival

Parool,recensies — simber op 14 juli 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

De leukste plek om te hangen op het festivalterrein van Over het IJ is bij de schommels. Caecilia Thunnissen en Jan Boiten koppelden 16 schommels aan wat electronica en een luidspreker en wie schommelt maakt een geluid: de toon van een stem of een korte melodie op een instrument. Als je met meerdere mensen wiegt ontstaat een compositie. Slim, mooi, leuk om te doen en om naar te kijken en luisteren.

Het is een vrolijke belevenis op een verder nogal mat festival. Artistiek leider Lode van Piggelen nam vorig jaar afscheid en de nieuwe directeur, Maaike van Langen, werd zwanger en mist nu haar eerste editie. Over het IJ beleeft daardoor een tussenjaar, waardoor de slijtageplekken aan de formule ineens in het oog springen.

Het festival ontbeert dit jaar een blikvangende, grootschalige productie, zoals eerder van De Warme Winkel of FC Bergman. Veel voorstellingen in de grote oude scheepshallen en op andere locaties in Noord stonden al eerder in de stad, zoals de goed ontvangen hangplekkunstkomedie Aso van Bonte Hond of het ontregelende theaterspel Rule van Emke Idema, of op Oerol, zoals onder meer het erg leuke Schotlandvan De Nieuwkomers van Orkater of Een geschenk uit de hemel van Berg & Bos.

Het probleem wordt vooral zichtbaar bij een voorstelling als Tuindorp Variaties, die het festival zelf produceerde in samenwerking met het Grachtenfestival. Twee uur loop je door het schattige Tuindorp Oostzaan met een iPad die aan de hand van je locatie steeds nieuwe laat horen. Onderweg zijn een paar kleine voorstellingen – steeds samenwerkingen tussen jonge muzikanten en theatermakers.

Die zijn hoogstens aardig, maar het probleem is dat geen van de makers zich er rekenschap van geeft dat deze wijk geen decor is, maar een plek waar mensen wonen, werken en leven. Als een autist loop je met je koptelefoon door de schitterend oranje versierde buurt, je afvragend hoe maf je er voor de bewoners uit moet zien.

Wel helemaal op z’n plek is De onzichtbare man van Michiel Voet. Voet is beeldend kunstenaar en theatervormgever die al jaren atelier houdt in de NDSM-hallen. Daar leerde hij Karim Ramtani kennen, een illegale Algerijn, met wie hij thee drinkt en wiens verhalen hij aanhoort. Ramtani wordt Voets muze: Voet maakt foto’s waarin hij, steeds onherkenbaar, geportretteerd wordt; onder een matrashoes, opgevouwen in een veldbed, in een kastje gepropt.

Het project De onzichtbare man is tegelijk een boek, een tentoonstelling van de foto’s en een voorstelling (onder de vlag van Orkater), waarin Voet eerst zelf de omstandigheden uitlegt, waarna Ramtani het zelf overneemt (maar is het hem echt?) en alle lagen van het verhaal zorgvuldig afpelt en dubieus maakt. Een spannende en verwarrende voorstelling over de onbetrouwbaarheid van verhalen, over acteren en maskers en over de onzichtbare wereld van de illegaliteit.

Ook erg leuk is One hot minute van de theaterband Touki Delphine, een voorstelling die drijft op één gimmick: een lopende band die continu van rechts naar links beweegt en steeds ongeveer een minuut lang planten, meubels, muziekinstrumenten, naakte en musicerende mannen en een tierende ghetto blaster voorbij laat komen. Het lijkt te gaan over vooruitgang en technologie en dat de mens daar niet bijster veel mee op lijkt te schieten, maar het is open en vrolijk en vrij (alhoewel veel te lang) en je mag grotendeels zelf weten wat je er in ziet.

Over het IJ was een pionierend festival dat in ruim twintig jaar haar locatie heeft zien veranderen van industriële ruïne tot levendig, hip en horecarijk stukje stad. Maar nog steeds wordt je als toeschouwer aangesproken als wegbereider. Tijd voor een nieuwe koers.

Over het IJ Festival. Gezien 3 en 4/7. Nog t/m 13/7 op het NDSM terrein in Noord. Meer info op www.overhetij.nl

 

Muziektheater, het einde van een discipline?

beschouwingen,Theatermaker — simber op 26 november 2013 om 22:16 uur
tags: , , ,

Op de laatste editie van de Parade was het onontkoombaar: uit vrijwel iedere tent klonk live muziek. Of het nu ging om een musicalversie van een Shakespeare-tragedie, een dansvoorstelling met live dj-mix of cabaretiers met band, voorstellingen zónder muzikale begeleiding moest je met een lantaarntje zoeken. En dat roept de vraag op: wat betekent de term muziektheater nog als al het theater muzikaal is geworden?

De zomerfestivals toonden dit jaar een culminatie van een langer lopende trend: muziek bij theatervoorstellingen is volstrekt onmisbaar geworden en wordt steeds serieuzer genomen. De lijst voorbeelden is eindeloos, van de spelende en zingende acteurs in Funzone van Mugmetdegoudentand en het ideale samengaan van spelen en spelen van Sadettin Kirmiziyüz en The Sadists in Somedaymyprincewill.com, tot de uitgeklede Wagneropera in Wunderbaums Spookhuis der geschiedenis en de Afri-country in Ouagadougou van Tijdelijke Samenscholing; muziek fungeert niet (alleen) als sfeerbepaler, maar is een structurerend element in voorstellingen en geeft niet alleen een gevoelslaag, maar –en dat is vooral goed zichtbaar in een stijlencocktail als Somedaymyprincewill.com– biedt ook een eigen betekenis door contrasten te tonen of nieuwe hybrides te scheppen.

Vanuit Duitsland en België rukt de rockconcert-esthetiek op – acteurs en muzikanten achter microfoons in een woud van apparatuur – zoals in Fabian Hinrichs’ Die Zeit schlägt dich tot, Macbeth van Zuidpool en Moby Dick: Het concert van De Veenfabriek en Schauspiel Bochum, terwijl ik in Nederland in het afgelopen seizoen juist dj-tafels en Kaoss Pads zag waarmee spelers de jaren negentig terughaalden in voorstellingen als Kwartet van Urland en De nineties op de Parade.

De huidige generatie makers in de kleine zaal heeft bijna allemaal naast een eigen scenograaf ook een vaste componist. Voor de MightySociety-cyclus was de soundscape van Florentijn Boddendijk en Remco de Jong net zo bepalend als de beelden van Maze de Boer. Rocksterren als Richard Janssen en Roald van Oosten maakten de overstap naar het theater, de eerste als geluidsontwerper bij onder anderen Susanne Kennedy en De Warme Winkel, de laatste als componist bij onder meer Marjolijn van Heemstra, De Veenfabriek en deze zomer nog met prachtige Frans aandoende liedjes in het Amsterdamse Bos bij Cyrano. Alamo Race Track werkte een paar keer met Jakop Ahlbom en kreeg zozeer de smaak te pakken dat de band nu gaat werken met Conny Janssen Danst.

Maar de versterkte positie van muziek uit zich niet alleen in het gebruik van live muziek: ook de door Ivo van Hove vaak gebruikte tactiek om bij een voorstelling muziek te gebruiken van een soundtrack met één artiest (zoal Neil Young in Opening night, David Bowie in Angels in America en recent Randy Newman in Lange dagreis naar de nacht) of de eigen gecomponeerde filmische muziek van Thibaud Delpeut geven aan dat de meeste theatermakers inmiddels op conceptueel niveau nadenken over de rol en betekenis van muziek in voorstellingen.

En dat is interessant, want juist dat conceptuele nadenken over muziek was lang voorbehouden aan de twee beste en invloedrijkste muziektheatergroepen van Nederland: Orkater en De Veenfabriek en het is geen verrassing dat het huidige hoogtij van het muziektheater voor een belangrijk deel het gevolg is van de inspanningen van Marc van Warmerdam en Paul Koek om jonge muzikanten en theatermakers bij elkaar te brengen. Orkater bracht ‘theaterbands’ voort als Susies Haarlok en The Sadists en vanuit De Veenfabriek ontstonden Touki Delphine en Track. Boddendijk en De Jong zijn ook leerlingen van Koek uit het Hollandia-tijdperk. Maar het gaat niet alleen om mensen, maar vooral om een attitude: we kunnen Van Warmerdam en Koek rustig de eer geven voor het bewust maken van twee generaties theatermakers voor de mogelijkheden van muziek in theatervoorstellingen.

Dat wil overigens niet zeggen dat in alle veelkleurige vormen van het hedendaagse muziektheater muziek de grote, min of meer autonome rol heeft als bij deze gezelschappen. In veel voorstellingen is de muziek voornamelijk illustratief of dienstbaar aan tekst of regie, en in het ergste geval is het deurtje-open-band-speelt-deurtje dicht. Maar hoe vaker componist en muzikanten meewerken aan voorstellingen –liefst natuurlijk bij dezelfde groep– hoe groter de rol is die ze kan opeisen. En vanuit dergelijke samenwerkingen kunnen ook weer nieuwe initiatieven ontstaan waarbij de theatrale dromen van de muzikanten centraal staan: de theatrale videoclips die Roald van Oosten voor zich ziet of de podiumpresentatie van Alamo Race Track, neergezet door Jakop Ahlbom.

Je zou dus kunnen zeggen dat het muziektheater aan het einde van een natuurlijke cyclus is gearriveerd: vanuit een eigen genre is het ‘reguliere’ theater diepgaand beïnvloed. Muziektheater heeft gewonnen. Dit is des te opmerkelijker omdat de zo’n tien jaar geleden nog tot gekmakens toe gebruikte term ‘cross-over’ volledig uitgestorven lijkt: tegenwoordig gaan theatermakers pragmatischer met hun werk om en zowel opleidingen als subsidiënten zijn beter ingespeeld op een meer fluïde genrebegrip. De term muziektheater is in zekere zin ‘gedeproblematiseerd’.

(Let wel: ik suggereer geenszins dat Orkater of de Veenfabriek geen subsidie meer zouden verdienen, alleen dat het vruchtbaarder zou zijn om dergelijke groepen in hetzelfde kader te beoordelen als alle andere theatergroepen. Het feit dat Orkater nu zowel geld krijgt uit de theaterpot als uit de muziektheaterpot bewijst al hoe absurd het onderscheid is geworden.)

Het eigen genre was nodig zo lang er binnen het toneel geen ruimte was voor muzikaal besef dat wegen bewandelde buiten de opera, musical of kleinkunst. Maar genres liggen niet vast, hoezeer disciplinespecialisten en beleidsmakers ze ook proberen te fixeren in opleidingen, instituten en subsidieregelingen. Bovendien was muziektheater nooit een samenhangende discipline. Orkater gebruikt popmuziek als referentiekader, terwijl De Veenfabriek veel sterker gewortelt is in de moderne klassieke muziek en het conservatoriumcircuit. Weer andere groepen richten zich meer op klassieke muziek of folk. Wat is dan nu nog de rechtvaardiging voor het verschil tussen muziektheater en muzikaal toneel?

Als criticus is een ander, zelden gebruikt onderscheid veel relevanter, namelijk dat tussen ‘Gesamtkunstwerk’ en ‘Bühnenkomposition’. Het eerste gaat over een podiumkunstwerk waarvan alle onderdelen geïntegreerd worden en dezelfde betekenis, belevenis of richting hebben en gaat terug op Wagners ideeën over de synthese van alle kunstvormen. Het tweede is een term van Wassily Kandinsky die een kunstvorm nastreefde waarin de verschillende onderdelen –hij onderscheidt ‘muzikale klank en zijn beweging’; ‘menselijke fysieke en emotionele klanken en bewegingen’; en ‘kleuren en hun beweging’– in essentie zichzelf blijven, met elkaar contrasteren en vanuit hun tegengestelde eigenheid een symfonisch kunstwerk vormen.

Terugkijkend op de lijst voorbeelden zijn de scheidslijnen niet moeilijk te trekken: regisseurs als Van Hove, Delpeut, De Vroedt, Ahlbom of Urland lijken met Gesamtkunst-makers: alle middelen in hun voorstellingen zijn ondergeschikt aan één concept. De Veenfabriek, De Warme Winkel, Wunderbaum en de Tijdelijke Samenscholing lijken me Bühnen-componisten: vanuit een wirwar aan stijlen, invloeden en eigenzinnige makers ontstaat een losse compositie.

Daarbij heeft muziektheater een lichtend voorbeeld: de mime. Ook een apart genre, met een eigen attitude die het theater enorm verrijkt heeft en er uiteindelijk volledig in is opgegaan. De aansluiting van Boogaerdt/VanderSchoot bij Oostpool toont de rijkdom aan mogelijkheden die ook een geïntegreerder idee over muziektheater zou bieden. Orkater of de Veenfabriek die een BIS-gezelschap redt – dat is nog eens iets om naar uit te kijken.

Verslagje Over het IJ

Parool,verslagjes — simber op 9 juli 2012 om 00:11 uur
tags: , , , ,

Twee voorstellingen op het locatietheaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord doen sociale experimenten met hun publiek. De een een beetje halfhartig, de ander met grote impact.

Om met die laatste te beginnen: Stranger van Emke Idema is de ontdekking van het festival. Een complex spel over eerste indrukken, vooroordelen en projectie krijgt een ideale interactieve vorm die erg goed bij de losse sfeer van de zomerfestivals past.

Vooraf wordt het publiek verdeeld in een aantal speler, juryleden en supporters. De zes spelers krijgen een kort levensverhaal en moeten een ‘team’ samenstellen uit het woud van portretten achter hen; het zijn uitgeknipte zwartwitfoto’s van heel diverse, normale gezichten op manshoge stokken. Een verzameling figuren zonder context op wie je je fantasie kunt projecteren. Wie is de aardige chef die jou een kans geeft? Met wie zou je een one night stand kunnen hebben?

Het spel begint als steeds twee van die portretten tegenover elkaar ingezet worden bij vragen als: wie heeft het meeste bezit? Wie is het meest egoïstisch? Je hebt niets anders om op af te gaan dan een gezicht en je intuïtie, maar toch zijn  de jury, die de winnaar moet aanwijzen, en het publiek, dat moet aanmoedigen, opvallend eensgezind. Blijkbaar komen onze projecties en vooroordelen behoorlijk overeen. Al snel worden de vrager absurder: wie houdt het meest van knakworst? Wie komt er altijd te laat?

Het spel wordt geleid door een opgenomen computerstem. Bij onduidelijkheden moet het hele publiek met elkaar bepalen hoe we verder gaan. De sfeer wordt al snel speels en gezellig, maar er zit een stekelig randje aan. Is dit wel ok? We hebben allemaal geleerd dat het niet netjes of zelfs gevaarlijk is om op eerste indrukken af te gaan, maar oh wat zijn er goed in met z’n allen.

Langzaam zoekt het spel de grenzen op. Niet alleen de portretten, ook mensen uit het publiek worden nu tegenover elkaar gezet. En dan is het toch ineens een stuk pijnlijker om te kiezen wie het meest sexueel actief is of wie niet tegen zijn of haar kinderen op kan. Gaat het spel te ver? Of het publiek? Stranger geeft inzicht in iets enorm complex, en laat je achter met een nieuwe blik op de wereld en op al die onbekenden die je tegenkomt. Grote kunst, en helemaal van nu.

Ook Orkater begint haar voorstelling The Promised Land met het publiek een rol geven. Op een winderige kade bij het NDSM-terrein moet iedereen een uitgebreid formulier met persoonlijke gegevens invullen. We worden immigranten gemaakt, die zometeen op Ellis Island de inspectieprocedure door moet.

Drie jaar geleden leerden acteurs en theatermakers Ria Marks en Titus Tiel Groenestege samen een groep New Yorkse toneelschoolstudenten kennen. Inmiddels is deze groep afgestudeerd en werken ze nu samen met vaste Orkater-spelers en muzikanten aan het grootschalige en engelstalige locatieproject The Promised Land, ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van Over het IJ.

Bij die grootschaligheid hoort een eigen pont, die het hele publiek –mannen en vrouwen zijn inmiddels gescheiden en we worden steeds gemaand ons formulier bij ons te houden– naar de Houthavens vaart, waar in een grote loods een immigratiestation is nagebouwd. Daar zien we beeldende bewegingstheaterscènes, die losjes over emigratie gaan, maar een spannende voorstelling wordt het niet, al is de muzijale begeleiding puik, met invloeden uit netzoveel windstreken als de immigranten zelf.

En wat een voorstelling met dit onderwerp eigenlijk in Amsterdam? Hiervandaan zijn veel emigranten vertrokken, meldt de groep. Maar de voorstelling gaat over aankomen, niet over weggaan. Dus, hup, naar New York ermee, en nog iets verzinnen met al die formulieren. Die woeien nu aan het eind de Spaarndammerbuurt in.

Over het IJ duurt nog t/m 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: ‘Bij het kanaal naar links’ van De Mexicaanse Hond en Olympique Dramatique

“Wees blij dat de situatie gespannen is”, zegt de ene buurman over de andere. En later; “Wat is er tegen haat? Tegen pure, zuiver haat?” Alex van Warmerdam maakt ongeveer net zo vaak een film als een theatervoorstelling, maar gezellig wordt het nooit. Bij het kanaal naar links biedt weer dezelfde afgemeten zinnen, absurde situaties en droge acteerstijl als zijn eerdere werk, dit keer verpakt in een buitengewoon boosaardig sprookje met zowaar een randje maatschappijkritiek.

Twee families delen de speelvloer, een hellend vlak met een groen en bruin achterdoek, een abstracte jungle. Ieder gezin heeft een éénpersoonsbed en een tafel, links staat een schuurtje waar rechts een kast staat. De familie links bestaat uit een politieagent (Aat Ceelen), die met zijn zwarte uniform met een leren band over zijn borst onmiskenbaar aan een NSB’er doet denken, zijn vrouw en twee kinderen.

Rechts zijn ze iets minder nucleair, met alleen een vader (Pierre Bokma) en een zoon. De twee zoons worden gespeeld door acteurs van de Vlaamse groep Olympique Dramatique, die vroeger nogal opviel door heftig toneelspel, maar in deze voorstelling hebben de twee mannen (Stijn van Opstal en Tom Dewispelaere) precies die intense beheersing die Van Warmerdams stijl vraagt.

Aan het begin is het vooral die speelstijl die intrigeert; het afgepaste praten in korte zinnen, acteurs die nauwelijks lijken te denken of voelen, maar uitsluitend praten en handelen. Bokma is weergaloos onderdanig als gluiperige vader die door zijn zoon wordt afgeblaft, Annet Malherbe als de kalmeringspillenverslaafde moeder is een brok zenuwen, zonder dat het een moment psychologisch wordt. Het verhaal, dat in het begin nog alle kanten op kan (wat doet de zoon de hele tijd in het schuurtje? Wat is de buurman toch aan het hosselen? Krijgt de vader ooit zijn loon? Gaan die geweren nog gebruikt worden?), wint echter al snel aan vaart en voert naar een onherroepelijk en sinister slot.

Van Warmerdam, in deze voorstelling verantwoordelijk voor tekst, regie, decor en muziek, heeft veel te maken met Wim T. Schippers. Beiden zijn buitenbeentjes in het Nederlandse theater. Ze maken slechts om de paar jaar een nieuwe voorstelling, tussen hun vele andere projecten door en juist omdat beide kunstenaars zich zo afzijdig houden van wat er elders in het theater te zien is, hebben hun voorstellingen altijd iets licht oubolligs, al weten ze hun weg naar een ruime schare vaste fans moeiteloos te vinden.

In al z’n eigenzinnige absurdisme staat  Van Warmerdam’s werk vaak een beetje naast de maatschappij. In Bij het kanaal naar links lijkt dat lange tijd ook zo maar in de magnifieke laatste scène en de grimmige uitkomst van het stuk is uiteindelijk duidelijk een statement over kleinburgerlijk nationalisme te zien. Een typische, goede Van Warmerdam kortom, met een aangenaam bijtend slot.

Bij het kanaal naar links van De Mexicaanse Hond en Olympique Dramatique. Gezien: 12/4/11. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 20-25/5. Meer info op www.orkater.nl

Variabele toegangsprijzen, Richard III uitverkocht

nieuws,Parool — simber op 10 september 2010 om 10:00 uur
tags: , , , ,

Deze week werd bekend dat alle achttien voorstellingen van Richard III in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn uitverkocht. Voor het eerst werd bij de verkoop een systeem van variabele toegangsprijzen uitgeprobeerd. Schouwburgdirecteur Melle Daamen is enthousiast. “Het kan in principe met alle voorstellingen.”

Het bijzondere project van muziektheatergroep Orkater, met muziek van Tom Waits en Gijs Scholten van Aschat als Shakespeare’s grootste schurk, is vanaf 22 september uitsluitend in de Stadsschouwburg te zien. “Zo’n langere serie leek me geschikt om het experiment mee aan te gaan”, zegt Daamen aan de telefoon. “Het is een enorm succes, maar vergeet niet dat het buitengewoon risicovol was. Als het was mislukt waren zo wel wij als Orkater flink de mist ingegaan.”

Daamen deed het idee op bij de reisbranche: bij Easyjet betaal je meer voor je vliegticket naarmate je korter vantevoren koopt. In het theater werkt het net zo. De eerste tickets werden voor 32,50 (eerste rang) verkocht. Toen voor een bepaalde datum een vooraf vastgelegd percentage was verkocht werden alle kaarten duurder. Dit systeem van ‘treden’ werd herhaald totdat de laatste kaartjes voor 40 euro werden verkocht.

Daamen: “Dat verschil tussen eerste een laatste prijs is met 7,50 heel klein, zeker in vergelijking met de reisbranche. Wij willen geen misbruik maken van ons monopolie. We hadden de laatste kaarten ook voor tachtig euro kunnen verkopen, maar ik vind dat niet kloppen; het is toch ook een gesubsidieerde voorstelling. Ons doel was niet alleen om meer inkomsten te genereren, maar vooral ook een snellere voorverkoop.”

En zeker voor Amsterdam is het heel bijzonder om een lange reeks zo lang van te voren uit te verkopen, verzekert Daamen: “Amsterdammers wachten meestal af tot ze in de krant lezen of of van iemand horen dat het goed is.”

Daamen denkt niet dat deze verkoopmethode alleen toe te passen is op langere series van één voorstelling. “In principe kan het met alle voorstellingen. Ik wil er dan ook graag mee doorgaan. In de seizoensbrochure staat nu dat de prijzen per 1 september gelden en dat ze kúnnen veranderen.”

Een kleine relativering is wel op z’n plaats. “In mei zat Gijs Scholten van Aschat bij De Wereld Draait Door te vertellen over de voorstelling, over Tom Waits, en over de toegangsprijzen. Meteen de dag erna begonnen de telefoons te rinkelen. We kunnen dus moeilijk zeggen of dat aan Gijs zijn geestdriftige verhaal lag, of aan het feit dat vroege bestellers goedkoper uit waren. We zijn heel blij met het resultaat, maar als wetenschappelijk experiment blijft het dubieus.”

Recensie: Kamp Holland van Orkater

Parool,recensies — simber op 7 november 2008 om 02:30 uur
tags: , , , ,

Het is eigenlijk embedded theater. Geert Lageveen en Leopold Witte -schrijvers en acteurs bij Orkater- vroegen zich af wie ‘onze jongens’ zijn die naar Afghanistan worden uitgezonden, schreven een brief aan het ministerie van Defensie en werden tot hun schrik uitgenodigd om zelf eens te komen kijken. In mei waren ze twee weken te gast in Kamp Holland in Uruzgan. Ze schreven er een populair Volkskrant-weblog en daarna de tekst voor de muziektheatervoorstelling Kamp Holland die gisteren in première ging.

In losse scènes volgt Kamp Holland een kleine compagnie vlak voor en tijdens hun tour of duty. Een vader vraagt aan zijn zoon of hij een militaire of een gewone begrafenis wil – dat moet van het nabestaandenprotocol, de groep krijgt de meest basale culturele training en voorlichting over bermbommen en dan zijn ze al in het kamp, een constructie met een container en veel trappen. Daar leren ze in hoog tempo het soldatenjargon en zich vervelen en tenslotte mogen ze eindelijk datgene doen wat ze zowel willen als vrezen: de poort uit.

Lageveen en Witte kiezen onomwonden voor het perspectief de belevingswereld van de soldaat in het veld ten opzichte van de politici en generaals thuis. Hun redeneringen worden scherp gemonteerd tegenover de keuzes waar de jongens voor staan. Dat geeft de voorstelling integriteit, maar slaat de problematiek ook een beetje plat. De schrijvers hebben echter een uitstekend oog voor hoe de manschappen met elkaar omgaan en hoe ze praten – er zit een geweldige scène in waarin aan ons Nukubu’s (nutteloze kut burgers) de PGU (persoonsgebonden uitrusting) wordt uitgelegd en de combinatie van schrik en euforie na een eerste schot is raak getroffen. De acteurs (meest van vergelijkbare leeftijd als de soldaten in Afghanistan) weten het authentiek te brengen, met als uitschieter Kees Boot als wereldwijze sergeant.

Maar de voorstelling lijdt onder de gekozen vorm. De spelers lopen de hele tijd in wit ondergoed met beige Palladium schoenen eronder. Dat maakt ze kwetsbaar en kinderlijk, maar geeft de personages ook iets onoverkomelijk lulligs. Ze zijn misschien onvolwassen en moreel niet op hun taak berekend, zoals de makers in het begin lijken te suggereren, maar voor hun borst hangt toch altijd een dodelijk wapen.

Daarnaast lukt het zowel de muziek -tamelijk inwisselbare moderne rock van het bandje Susies Haarlok, hier en daar met Afghaans accent- als de choreografie -semi-gedisciplineerd door elkaar geloop- niet om het verhaal goed te ondersteunen. Daar door is de voorstelling niet lucide zoals de reportages van Arnon Grunberg over Afghanistan, maar ook weer niet emotioneel diepgravend als Heddy Honigmann’s documentaire Crazy. Maar als inkijkje in het militaire wereldje is Kamp Holland zeker geslaagd.

Tegelijk met de voorstelling verscheen ook het boekje Tragische Helden, met daarin het dagboek van Lageveen en Witte, foto’s en teksten uit de voorstelling. Dat is dan weer LVT (leuk voor thuis).

Kamp Holland van Orkater. Gezien 6/11/08 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 24/12 t/m 3/1. Tournee t/m 1/2/09. Meer info op www.orkater.nl

Recensie: ‘Het Huiskameronweer’ van Orkater

Parool,recensies — simber op 21 maart 2008 om 01:43 uur
tags: , , , ,

Drie succesvolle voorstellingen maakten ze met z’n tweeën: Valse Wals, Bankstel en Zucht. Nu nemen Titus Tiel Groenestege en Ria Marks met een groep medespelers het werk van de Belgische schrijver en dichter Henri Michaux (1899-1984) onder handen. Surrealistische anekdotes en reisverhalen, maar zoals te verwachten bij Orkater verwerkt in beweging en muziek.

De huiskamer uit de titel heeft een tafelbiljart, een paar banken, tafels met pannen en grote houten kasten. Aan een van de stoelen hangt een blauwe ballon. Twee gespiegelde deuren, rechts een hele grote, links een die te klein is om rechtop doorheen te lopen. Knap wordt op de wanden een video geprojecteerd, zodat er bewegend behang is: zeilboten op volle zee.

De huiskamer wordt bewoond door een gezin met Porgy Franssen als soms wat gewelddadige huisvader en Marks als moeder die om de haverklap haar jas en koffer pakt, vertrekt, maar toch altijd terloops weer binnenkomt. Er wordt nauwelijks gesproken, alleen Franssen debiteert af en toe een van Michaux’ in het Verre Oosten opgedane wijsheden: “Je kunt je eigen wereld vinden door 48 uur naar een willekeurig behang te kijken.”

De familie heeft ook nog drie kinderen, twee meisjes in keurige jaren vijftig-jurkjes en een zoon, gespeeld door mimer Jakob Ahlbom. Het begin van Het Huiskameronweer lijkt opvallend veel op diens voorstelling Vielfalt, met onverwachte opkomsten en afgangen, personages die niet zeker weten wat ze op het toneel moeten doen.

De voorstelling ontwikkelt zich zonder duidelijke samenhang. Soms is er hectische beweging en gesjouw met meubilair, maar de laconieke muziek (van Michel Banabila) geeft spanning en energie geen kans. De voorstelling heeft mooie momenten, zoals het door de projecties schitterend gesuggereerde rondtollen van de kamer en de hoekige gratie van Marks. Maar het wordt maar geen onweer, het blijft een kalm briesje.

Vooral is het jammer dat Titus Tiel Groenestege zichzelf eigenlijk overbodig heeft gemaakt. Als oom van het gezin besteedt hij zijn tijd vooral aan bedachtzaam uit het raam staren. Wellicht vol diepzinnige gedachten, maar misschien ook wel helemaal leeg. Bij nader inzien geldt dat voor de hele voorstelling.

Het Huiskameronweer van Orkater. Gezien 20/3/08 in Haarlem. In Amsterdam (Bellevue): 6 t/m 18/5. Tournee t/m 7/6. Meer info op www.orkater.nl

Recensies Over het IJ

De diversiteit van het aanbod aan lokatietheater op Festival Over het IJ op en rond het NDSM-terrein is dit jaar weer bijzonder groot. Opnieuw zijn het de jonge theatermakers die opvallen.

Bijvoorbeeld Deuten & De Goeij, die met Schmiere een hilarische clownstragedie maakten over een verlopen clown die, zodra hij merkt dat hij publiek heeft, de onbedwingbare neiging heeft om van alles een act te maken. Met gevaar voor lijf en leden doet de clown (een bijna psychopatische Daniel Koopmans) zijn energieke stunts met borden pannekoeken, tot chagerijn van zijn vrouw. Gelukkig voor het publiek zit hij aan een ketting vast zit die net zo lang is dat de toeschouwers buiten bereik blijven. Je lacht je rot, maar tegelijkertijd zie je hem met de ogen van zijn vrouw. De tragische draai is onvermijdelijk en dieptreurig. Erg knap en uiteindelijk liefdevol theater.

In een land hier van Elien van Hoek werd begeleid door Laura van Dolron en dat is te merken. Van Hoek is in de eerste plaats een expressieve mimester met een licht kinderlijke uitstraling, maar nu staat ze al pratend op het podium met diezelfde noodzaak om het zichzelf lastig te maken als Van Dolron. Oorspronkelijk wilde ze een sprookje vertellen, maar al die metaforen maken het maar leuk en ze wil iets serieus zeggen over de wereld. Ze biedt makkelijker intellectueel tegenspel dan het origineel, en dat is jammer, maar eigenlijk zijn er best wel meer makers van wie ik hun Van Dolron-voorstelling zou willen zien.

Orkater brengt de korte muziektheatervoorstelling Koud Meisje, die Paul van der Laan (van mimegroep Bambie) en Ria Marks koppelt in een mooi duet van dans en beweging, maar de tekst is zwak en de muziek iets te weinig onderscheidend.

Theatergroep ’t Woud speelt midden in het Vliegenbos de obscure Russische huwelijkskomedie Rijk over rijke vrouwen en arme mannen op de huwelijksmarkt tussen de Datsja’s, mooi verbeeld door de foto’s op de jurken van de vrouwen. De voorstelling heeft niet heel veel pretenties, maar is helder gespeeld -vooral Margien van Doesen valt op- en toegankelijk theater dat een groot publiek verdient. Tijdens de wandeling naar de speelplek geeft een boswachter uitleg. Zo leer je Noord ook nog eens kennen.

Nog een begeleide wandeling is de voorstelling Delicate Exemplaren van Blood for Roses op de Noorderbegraafplaats. De gids is biologe en vertelt over het leven tussen de dood – de bomen, reigers, insecten en het gezin valken. Maar gaandeweg komen er steeds vreemdere verschijningen voorbij. Een golfer op zoek naar zijn bal, een man met een rode puntmuts. En die vervaarlijk uitziende groep grafdelvers met hun graafmachientje, zijn die wel echt?

AT5 probeerde dit weekend uit alle macht een schandaaltje te maken van deze frivoliteit op gewijde grond, maar dat is echt onzin. De voorstelling stipt thema’s licht aan -zijn wij als publiek de geesten die op dit kerkhof rondwaren?-, heeft wat zwarte humor en blijft een beetje oppervlakkig, maar het is vooral de bevestiging van de begraafplaats als culturele ruimte. Dat lijkt me eerder een verdienste dan grafschennis.

Over het IJ Festival, Amsterdam Noord, NDSM Terrein. Aldaar nog tot 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: ‘Black in Bakkum’ van Orkater

Parool,recensies — simber op 8 mei 2007 om 19:32 uur
tags: , ,

Livingstone en Stanley maakten ontdekkingsreizen naar Afrika en maakten daar contact met de lokale bevolking, als voorbode voor de blanken die nog zouden komen. Zangeres en performer Jeannine Valeriano voelde zichzelf daar het spiegelbeeld van: een zwarte op ontdekkingsreis in het inheemse dorp Bakkum.

De voorstelling Black in Bakkum vertelt het grotendeels autobiografische verhaal van Valeriano. Geboren uit een Curaçaose familie, maar kort na haar geboorte afgestaan aan een liefdevol Indonesisch gezin in het verder spierwitte duindorp Bakkum.

Ze groeit op in de jaren ’70 en ’80 en vindt helden in Florence Griffith en Billie Holiday en vooral in de mythische koningin van Sheba. Maar als ze voor het eerst naar Curaçao gaat om haar vader te ontmoeten blijkt ze daar net zo’n vreemdeling als in Nederland. De film Lady sings the Blues is van beslissende invloed: ze wordt zangeres.

Valeriano vertelt haar verhaal in een geheel eigen stijl, een combinatie van performance, poëzie, hiphop, zang en spoken word. Ze wordt begeleid door jazzmuzikanten Paul Pallesen op gitaar en Maarten Ornstein, die ook de muziek schreef, op basklarinet en een hoop elektronica. Het is een lekkere mix van lounge, blues en soms piepende jazz, met Valeriano’s soepele stem als verbindend element.

Valeriano heeft ontegenzeggelijk uitstraling en presence, maar deze kruising tussen concert en voorstelling is niet vlekkeloos. Hoe authentiek haar verhaal ook is, ze brengt het te weinig spontaan en bouwt niet echt een band op met het publiek. Daardoor gaat de voorstelling trekken.

Misschien komt het omdat het verhaal -over kappers die niet weten wat ze met kroeshaar moeten, over terloops racisme in de tram en over Valeriano’s moeizame relatie met haar biologische moeder- soms wel erg openhartig en particulier wordt.

Maar de voorstelling wekt uiteindelijk sympathie door de heldere boodschap: de mensen aan wie je je hecht zijn je familie. Waar je je thuis voelt is je thuis. Dat is wat Valeriano, met een bling poldermolentje om haar nek, invoelbaar weet te maken. In deze tijd waarin mensen denken dat loyaliteit met een papiertje kan worden afgedwongen is dat geen overbodige luxe.

Black in Bakkum, Bellevue lunchpauzevoorstelling van Orkater. Gezien 8/5/07, nog te zien t/m 20/5. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: Zijde van Orkater

Parool,recensies — simber op 28 september 2006 om 17:19 uur
tags: , , ,

Porgy Franssen maakte twee jaar geleden Novecento, pianist der oceanen dat hem de kans gaf zijn talent als verteller te etaleren. Nu gebruikt hij opnieuw een verhaal van Allesandro Baricco als uitgangspunt voor een voorstelling in kleine setting, waarbij het publiek aan zijn lippen hangt.

Het verhaal gaat over Hervé Joncour die halverwege de 19e eeuw ieder jaar naar het Midden Oosten reist om zijderupsen te kopen voor de spinnerijen en wevers in zijn geboortedorp in Frankrijk. Een ziekte onder de rupsen zorgt ervoor dat hij zijn handel verder weg moet zoeken, in Japan.

Daar vindt hij de mooiste zijde, de zwijgzame heerser Hara-Kei en diens mysterieuze vrouw met westerse ogen. Hij raakt in de ban van haar en ondanks dat ze nooit met elkaar spreken wordt zij de belangrijkste reden om jaarlijks de lange, zware reis te ondernemen. Maar ondanks zijn verlangen onderdrukt Joncour zijn emoties: hij blijft een toeschouwer van zijn eigen leven.

Franssen vertelt het verhaal met oneindige charme. Zijn ingehouden stijl klopt mooi bij de geschetste wereld van tuinen, vogelkooien en wereldreizen die lang maar ook voorspelbaar zijn. Het geluidsdecor is onnadrukkelijk, romantische pianomuziek, maar ook oosterse klanken. Het decor is een toonzaal van japanse meubels in vitrines, overdekt met witte zijden doeken. Zij benadrukken de afstand waarmee Joncour zijn leven beschouwd.

Het is het contrast tussen die afstand enerzijds en de passie waarmee zijn verhaal verteld wordt anderzijds die dit een bijzonder aangename vertelvoorstelling maken.

Theater Zijde van Orkater. Naar de novelle van Alessandro Baricco, door Porgy Franssen. Gezien 22/9/06 in De Verkadefabriek, Den Bosch. Te zien in Amstelveen (Schouwburg) 13 en 14/10, in Amsterdam (Bellevue) 17 t/m 22/10. Meer info op www.orkater.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity