Recensie: Over het IJ festival

Parool,recensies — simber op 14 juli 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

De leukste plek om te hangen op het festivalterrein van Over het IJ is bij de schommels. Caecilia Thunnissen en Jan Boiten koppelden 16 schommels aan wat electronica en een luidspreker en wie schommelt maakt een geluid: de toon van een stem of een korte melodie op een instrument. Als je met meerdere mensen wiegt ontstaat een compositie. Slim, mooi, leuk om te doen en om naar te kijken en luisteren.

Het is een vrolijke belevenis op een verder nogal mat festival. Artistiek leider Lode van Piggelen nam vorig jaar afscheid en de nieuwe directeur, Maaike van Langen, werd zwanger en mist nu haar eerste editie. Over het IJ beleeft daardoor een tussenjaar, waardoor de slijtageplekken aan de formule ineens in het oog springen.

Het festival ontbeert dit jaar een blikvangende, grootschalige productie, zoals eerder van De Warme Winkel of FC Bergman. Veel voorstellingen in de grote oude scheepshallen en op andere locaties in Noord stonden al eerder in de stad, zoals de goed ontvangen hangplekkunstkomedie Aso van Bonte Hond of het ontregelende theaterspel Rule van Emke Idema, of op Oerol, zoals onder meer het erg leuke Schotlandvan De Nieuwkomers van Orkater of Een geschenk uit de hemel van Berg & Bos.

Het probleem wordt vooral zichtbaar bij een voorstelling als Tuindorp Variaties, die het festival zelf produceerde in samenwerking met het Grachtenfestival. Twee uur loop je door het schattige Tuindorp Oostzaan met een iPad die aan de hand van je locatie steeds nieuwe laat horen. Onderweg zijn een paar kleine voorstellingen – steeds samenwerkingen tussen jonge muzikanten en theatermakers.

Die zijn hoogstens aardig, maar het probleem is dat geen van de makers zich er rekenschap van geeft dat deze wijk geen decor is, maar een plek waar mensen wonen, werken en leven. Als een autist loop je met je koptelefoon door de schitterend oranje versierde buurt, je afvragend hoe maf je er voor de bewoners uit moet zien.

Wel helemaal op z’n plek is De onzichtbare man van Michiel Voet. Voet is beeldend kunstenaar en theatervormgever die al jaren atelier houdt in de NDSM-hallen. Daar leerde hij Karim Ramtani kennen, een illegale Algerijn, met wie hij thee drinkt en wiens verhalen hij aanhoort. Ramtani wordt Voets muze: Voet maakt foto’s waarin hij, steeds onherkenbaar, geportretteerd wordt; onder een matrashoes, opgevouwen in een veldbed, in een kastje gepropt.

Het project De onzichtbare man is tegelijk een boek, een tentoonstelling van de foto’s en een voorstelling (onder de vlag van Orkater), waarin Voet eerst zelf de omstandigheden uitlegt, waarna Ramtani het zelf overneemt (maar is het hem echt?) en alle lagen van het verhaal zorgvuldig afpelt en dubieus maakt. Een spannende en verwarrende voorstelling over de onbetrouwbaarheid van verhalen, over acteren en maskers en over de onzichtbare wereld van de illegaliteit.

Ook erg leuk is One hot minute van de theaterband Touki Delphine, een voorstelling die drijft op één gimmick: een lopende band die continu van rechts naar links beweegt en steeds ongeveer een minuut lang planten, meubels, muziekinstrumenten, naakte en musicerende mannen en een tierende ghetto blaster voorbij laat komen. Het lijkt te gaan over vooruitgang en technologie en dat de mens daar niet bijster veel mee op lijkt te schieten, maar het is open en vrolijk en vrij (alhoewel veel te lang) en je mag grotendeels zelf weten wat je er in ziet.

Over het IJ was een pionierend festival dat in ruim twintig jaar haar locatie heeft zien veranderen van industriële ruïne tot levendig, hip en horecarijk stukje stad. Maar nog steeds wordt je als toeschouwer aangesproken als wegbereider. Tijd voor een nieuwe koers.

Over het IJ Festival. Gezien 3 en 4/7. Nog t/m 13/7 op het NDSM terrein in Noord. Meer info op www.overhetij.nl

 

Verslag Over Het IJ

Voor Over Het IJ hoef je het IJ helemaal niet meer over. Traditiegetrouw staat het locatietheaterfestival begin juli weer op het NDSM terrein in Amsterdam Noord, maar tegelijk zijn er ook een hoop interessante voorstellingen op en rond het Centraal Station. Zoals de interactieve iPod-performance Like me van Judith Hofland of Dantons dood van Joost van Hezik. Bij allebei deze voorstellingen moet je als toeschouwer aan het eind een persoonlijke keuze maken.

Like me is een soort speurtocht op het station met een smartphone in je hand en een koptelefoon op je hoofd. Via het beeldscherm en de stem van Hofland krijg je instructies waarheen je moet lopen, en op welk bankje je moet gaan zitten. Maar Like me gaat niet over wandelen, maar over sociale netwerken zoals Facebook. Op bepaalde punten in de wandeling moet je persoonlijke gegevens invullen, en je krijgt af en toe meldingen op je scherm van andere deelnemers.

Knap is de verwevenheid van de voorstelling met bestaande sociale netwerken. Als je een foto moet kiezen om jezelf aan je volgers te presenteren kun je kiezen uit drie plaatjes van jezelf die rechtstreeks uit Google komen. Verwarrend is het inbreken van een hacker in je wandeling, die zich voordoet als je beste vriend. En op een mooie manier ongemakkelijk is het als je ineens naast iemand anders zit met eenzelfde iPod en koptelefoon die zichzelf net zo een beeld zit te vormen van jou als jij van haar.

Like me is een ingenieus spel; theater zonder toneelspelers waarbij je een geheime verbinding maakt met een onbekende. Hofland wil iets zeggen over onze relaties met virtuele vrienden. Gesprekken met haar vrienden vallen stil omdat iedereen alles al van elkaar weet door Facebook en Twitter, vertelt ze over de koptelefoon. Maar juist dat gevoel weet de voorstelling niet te vangen, want Like me gaat juist over het leren kennen van vreemden. Die tegenstrijdigheid haalt de angel uit de keuze tussen vriendschap online of in het echt die je aan het eind moet maken.

Ook bij Dantons dood moet je kiezen. Timen Jan Veenstra maakte een stevige bewerking van Büchners klassieker over factiestrijd binnen de Franse revolutie, waarin hij ook de schrijver zelf ten tonele voert. Morele scherpslijper Robespierre (een uitstekende Sadettin Kirmiziyüz) die een soort permanente revolutie predikt staat tegenover de fatalistische hedonist Danton (Justus van Dillen) die zich afvraagt waar de terreur en de moorden ookalweer om begonnen waren.

Regisseur Joost van Hezik maakt er een energieke maar ook vrij warrige voorstelling van. In een betonnen ruimte ergens onder de perrons roepen verfspatters en spandoeken met leuzen de sfeer van een geheime vergadering op, terwijl boven je de treinen en de omroepberichten klinken– de bedrijvige regelmaat van de burgermaatschappij. Mooi is de scène waarin de moord op koningin Marie-Antoinette met veel rode verf een kruising wordt van een executie, een verleiding en performance art.

Aan het eind moet je beslissen: is de menselijke natuur niet veranderen en blijf je zitten voor de sterfscène van Danton, of ga je mee naar buiten met Robespierre om de revolutie voort te zetten? De vertrekkers marcheren onder begeleiding van de Marseillaise het station in en kunnen alvast beginnen aan hun eigen dodenlijsten. Maar net als bij Like me is de keuze tussen genieten en bloedvergieten vals en dat is jammer.

Op een steenworp afstand van CS, in het vrij luxueuze hotel Double Tree is de installatie Fare Thee Well van Dries Verhoeven te zien. Op een terras op de tiende verdieping kijk je met een telescoop naar teksten op een lichtkrant op het Botel in de NDSM haven, drie kilometer verderop. Het zijn vaarwelgroeten aan vervlogen of vervliegende ideeën – van het wittefietsenplan tot tonijnsteaks, van spontane gesprekken met voorbijgangers tot platenzaak Fame. Je hebt geen keuze: je moet blijven kijken naar deze hypnotische boodschappen van de overkant van het IJ, een melancholiek requiem voor een voorbije  tijd.

Over Het IJ duurt nog t/m 14 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Verslagje Over het IJ

Parool,verslagjes — simber op 9 juli 2012 om 00:11 uur
tags: , , , ,

Twee voorstellingen op het locatietheaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord doen sociale experimenten met hun publiek. De een een beetje halfhartig, de ander met grote impact.

Om met die laatste te beginnen: Stranger van Emke Idema is de ontdekking van het festival. Een complex spel over eerste indrukken, vooroordelen en projectie krijgt een ideale interactieve vorm die erg goed bij de losse sfeer van de zomerfestivals past.

Vooraf wordt het publiek verdeeld in een aantal speler, juryleden en supporters. De zes spelers krijgen een kort levensverhaal en moeten een ‘team’ samenstellen uit het woud van portretten achter hen; het zijn uitgeknipte zwartwitfoto’s van heel diverse, normale gezichten op manshoge stokken. Een verzameling figuren zonder context op wie je je fantasie kunt projecteren. Wie is de aardige chef die jou een kans geeft? Met wie zou je een one night stand kunnen hebben?

Het spel begint als steeds twee van die portretten tegenover elkaar ingezet worden bij vragen als: wie heeft het meeste bezit? Wie is het meest egoïstisch? Je hebt niets anders om op af te gaan dan een gezicht en je intuïtie, maar toch zijn  de jury, die de winnaar moet aanwijzen, en het publiek, dat moet aanmoedigen, opvallend eensgezind. Blijkbaar komen onze projecties en vooroordelen behoorlijk overeen. Al snel worden de vrager absurder: wie houdt het meest van knakworst? Wie komt er altijd te laat?

Het spel wordt geleid door een opgenomen computerstem. Bij onduidelijkheden moet het hele publiek met elkaar bepalen hoe we verder gaan. De sfeer wordt al snel speels en gezellig, maar er zit een stekelig randje aan. Is dit wel ok? We hebben allemaal geleerd dat het niet netjes of zelfs gevaarlijk is om op eerste indrukken af te gaan, maar oh wat zijn er goed in met z’n allen.

Langzaam zoekt het spel de grenzen op. Niet alleen de portretten, ook mensen uit het publiek worden nu tegenover elkaar gezet. En dan is het toch ineens een stuk pijnlijker om te kiezen wie het meest sexueel actief is of wie niet tegen zijn of haar kinderen op kan. Gaat het spel te ver? Of het publiek? Stranger geeft inzicht in iets enorm complex, en laat je achter met een nieuwe blik op de wereld en op al die onbekenden die je tegenkomt. Grote kunst, en helemaal van nu.

Ook Orkater begint haar voorstelling The Promised Land met het publiek een rol geven. Op een winderige kade bij het NDSM-terrein moet iedereen een uitgebreid formulier met persoonlijke gegevens invullen. We worden immigranten gemaakt, die zometeen op Ellis Island de inspectieprocedure door moet.

Drie jaar geleden leerden acteurs en theatermakers Ria Marks en Titus Tiel Groenestege samen een groep New Yorkse toneelschoolstudenten kennen. Inmiddels is deze groep afgestudeerd en werken ze nu samen met vaste Orkater-spelers en muzikanten aan het grootschalige en engelstalige locatieproject The Promised Land, ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van Over het IJ.

Bij die grootschaligheid hoort een eigen pont, die het hele publiek –mannen en vrouwen zijn inmiddels gescheiden en we worden steeds gemaand ons formulier bij ons te houden– naar de Houthavens vaart, waar in een grote loods een immigratiestation is nagebouwd. Daar zien we beeldende bewegingstheaterscènes, die losjes over emigratie gaan, maar een spannende voorstelling wordt het niet, al is de muzijale begeleiding puik, met invloeden uit netzoveel windstreken als de immigranten zelf.

En wat een voorstelling met dit onderwerp eigenlijk in Amsterdam? Hiervandaan zijn veel emigranten vertrokken, meldt de groep. Maar de voorstelling gaat over aankomen, niet over weggaan. Dus, hup, naar New York ermee, en nog iets verzinnen met al die formulieren. Die woeien nu aan het eind de Spaarndammerbuurt in.

Over het IJ duurt nog t/m 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Verslagje Over het IJ

Het theaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord biedt als vanouds theater op bijzondere locaties, en hoewel een bijzondere, mooie of spannende plek altijd zorgt voor de wow-factor, is het niet altijd genoeg voor een goede voorstelling.

Dat bewijst bijvoorbeeld theatergroep Bambie, die haar tribune neerzette bij het gebouw Kraanspoor, zo dat je een paar honderd meter weg afkijkt totaan de NDSM Werf. Prachtig is het om te zien hoe twee spelers in donkere jassen in een synchrone ganzenpas tergend langzaam naar ons toegelopen komen. Ze zijn omringd door een wijds uitzicht van kantoornieuwbouw (o.a. een nieuwe Hema), verkrotte loodsjes en een grasveldje waar een klein vrouwtje rondscharrelt. ‘Noord Gestoord’ leest de graffiti op de muur van een van de afbraakpanden.

Via een koptelefoon hoor je een soundscape, met muziek, meeuwen en scheepshoorns en –en daar gaat het mis- de dialoogjes tussen de twee mannen en het kleine vrouwtje. De tekst bestaat voornamelijk uit gemeenplaatsen over weggaan en blijven en constateringen als “dat het gras groen is, en dat de toekomst van ons is.” Tsja. Maar je kunt natuurlijk ook je koptelefoon afzetten en genieten van het panorama in het gouden avondlicht.

Wel goed is de tekst van 4.48 Psychosis, geschreven door Sarah Kane en geregisseerd door Thibaud Delpeut, een lucide tocht door het hoofd van een psychotische patiënt, die extra wrang is door het feit dat de schrijfster zelf aan ernstige depressie leed en kort na het voltooien van deze tekst zelfmoord pleegde.

De voorstelling is een knappe monoloog van actrice Wendell Jaspers, die echter enigszins wordt ontsierd door overdadige vormgeving. De locatie is een mooie fabriekshal vlakbij het nieuwe restaurant Stork en de soundscape –zowel de duister aanrollende klanken, waarbij het hele gebouw meeresoneert als de Jaspers’ stemvervorming- is schitterend, maar de heftige lichteffecten en het decor van rubbergruis voelen als overkill, alsof je bij de heftige teksten, in Delpeuts interpretatie een eindeloze schreeuw om liefde, het voorschrift krijgt hoe je je erbij moet voelen.

Het probleem is sowieso dat het regisseren van Kane’s teksten altijd een beetje koket wordt: de levenslust van de theatermakers wint het toch ruimschoots van de doodsdrang van Kane. Het mooiste en meest invoelbare moment in 4.48 Psychosis is dan ook als Jaspers even uit het strenge toneelvlak stapt en de “chronische waanzin van de gezonden van geest” beschrijft. Het houden van een partner, het zorgen voor een kind of het overwinnen van tegenslagen klinkt ineens als en symptoom van een onbegrijpelijke ziekte.

De bijzonderste locatie van het festival is toch wel het IJsselmeer: Stichting Nieuwe Helden organiseert onder de titel Botter een schitterende vaartocht in een authentieke platbodem met bruine zeilen, met een praatgrage schipper die vertelt over botters, en zijn vader, die jajem schenkt, moppen tapt en liederen zingt. Je kunt jezelf moeilijke vragen stellen over de verhouding tussen boottocht en theater, maar waarom zou je als zon op je bol schijnt, de wolken op z’n allerhollandst zijn en druppels in je gezicht spatten. Je maakt iets bijzonders mee en je steekt er nog wat van op ook. Soms is kunst iets heel eenvoudigs.

Over het IJ duurt nog tot 17 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: Over het IJ Festival

Parool,recensies — simber op 6 juli 2010 om 00:36 uur
tags: , ,

Twee voorstellingen trokken speciaal de aandacht op het donderdag begonnen Over het IJ Festival in Amsterdam Noord. Thibaud Delpeut oogste bewondering voor zijn indringende voorstelling Nacht en de piepjonge makers van het Belgische collectief FC Bergman splijtte de geesten met hun radicale Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is.

Alles aan Wandelen… is extreem, van de belachelijk lange titel en de gigantische, vrijwel lege fabriekshal waar de voorstelling speelt tot tientallen dansers die slechts één keer voorbij komen en de flinke klappen die de spelers elkaar uitdelen. Maar steen des aanstoots was vooral het (sexuele) gehannes met een konijntje en een paar kippen, wat de dierenbescherming op zondagavond toch even kwam inspecteren.

Maar dat waren slechts een paar van de vele scènes, naast een anatomische les geheel in het Italiaans, brandende tafels, en een man die hangend aan een contraptie een vrouw probeert te bereiken. Steeds gaat het over mensen die niet kunnen ontsnappen aan zichzelf, hun lust, hun lichaam, hun hartstochten. Volgens het programma gaat de voorstelling over Dante’s bezoek aan de hel, maar volgens de makers bestaat de hel blijkbaar vooral uit de eigen driften van de mens.

Is het dan een goede voorstelling? Eigenlijk is het een irrelevante vraag: Wandelen… is een belevenis, waarmee een jonge theatergroep (de meeste spelers zijn amper afgestudeerd van de toneelschool) met veel kabaal de theaterrevolutie uitroept. De voorstelling is té vol, onbeschaamd en onmatig, maar op genoeg momenten ook wonderschoon, poëtisch en heel erg grappig. De theaterwereld heeft er een groep bij waar ze niet omheen kan, vond ook de jury van het Nederlands Theaterfestival, die de voorstelling selecteerde als een van de tien beste van het seizoen.

Ook Thibaud Delpeut gebruikt grof geschut in zijn voorstelling Nacht (losjes gebaseerd op een onbekendere Ingmar Bergman film), maar deze jonge regisseur kan juist uitstekend doseren. Een echtpaar, vroeger orkestmusici, heeft zich teruggetrokken op een eiland, op het vasteland woedt een burgeroorlog. Maar hoe graag ze ook a-politiek en afzijdig willen blijven, de gewelddadige gebeurtenissen halen hen in.

Nacht speelt op een groot stuk plastic op een weiland vlak buiten de stad. Alle toeschouwers krijgen een koptelefoon op, zodat je de acteurs ver weg in het weidse land toch kan verstaan alsof ze naast je staan, ook als ze fluisteren. Dat heeft een bijzonder, afstandelijk effect, wat goed past bij de klinische manier waarop de personages over geweld spreken. En des te heftiger komen de sterke beelden aan van vernedering en verkrachting aan.

Met z’n dreigende soundtrack en de uitstekende spelers (o.a. Hans Dagelet en Wendell Jaspers) maakt Delpeut zonder meer een goede voorstelling. Maar toch ontbreekt er iets in deze Nacht. Delpeut bewandeld te veel bekend terrein en steeds zie je de inspiratiebronnen van zijn beelden (de films van Michael Haneke en Lars von Trier; de voorstellingen van Ivo van Hove – bij wiens Toneelgroep Amsterdam hij ook regisseert) erdoorheen. Wat FC Bergman te veel lijkt te hebben, komt Delpeut tekort: eigenzinnigheid en bravoure.

Over het IJ is nog tot 11 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensies Over het IJ

Parool,recensies — simber op 7 juli 2008 om 22:57 uur
tags: , ,

Wonen in het hart van Noord, met uitzicht over het IJ, het nieuwe Filmmuseum voor de deur en een metrohalte om de hoek belooft de optimistische diashow in het troosteloze bezoekerscentrum van Overhoeks. Over een paar jaar is op het Shellterrein vlakbij de aanlegsteiger van de pont in Noord een nieuwe woonwijk verrezen, maar dit jaar is het nog een dependance voor het Over het IJ festival.

Vanaf deze plek vertrek je bijvoorbeeld naar de voorstelling Keerpunt op het Centraal Station. Begeleid door meisjes in NS-uniforms en met een koptelefoon met electronische klanken op nemen we de pont. In de westtunnel duiken voor het eerst een paar figuren op die niet helemaal in de omgeving lijken te passen.

Mooiste deel van de voorstelling speelt op spoor 13, waar de internationale treinen stoppen. Een meisje rend rond met een bos bloemen in haar hand, een oude man blijkt een jongetje in zijn rolkoffer mee te dragen, vijf stationsconducteurs lopen koddig rond, een stelletje maakt achterstevoren bewegend ruzie en komt weer bij elkaar, een operazangeres  staat hoog in een seinhuisje. Vanaf het tegenoverliggende perron sla je het gade en worden de hogelijk verbaasde echte reizigers onderdeel van de act.

Het is jammer dat de verbeelding van de makers –Elien van den Hoek, Kim Arntzen en een groot aantal acteurs- nogal beperkt blijft tot bij een station horende thema’s van afscheid en ontmoeting. De minimalistische ingrepen zijn bijna te subtiel: het enorme canvas dat Centraal Station is vraagt om grotere gebaren. (Ik moest denken aan de act van een Amerikaanse theatergroep waarbij ruim 200 ‘spelers’ in de hal van Grand Central Station in New York plotseling twee minuten lang bevroren; zie YouTube)

Keerpunt drijft op de vraag: wie hoort er nu eigenlijk bij en wie niet? Pas aan het eind als een aantal spelers met enorme korenschoven proberen een trein in te komen wordt de voorstelling absurder.

Meer klassiek locatietheater brengen de twee jonge Utrechtse groepen NUT en Cowboy bij Nacht Zij maakten gezamenlijk twee voorstellingen (Bomans hoort u mij? en Ruis ik slecht verstaan) over het legendarische verblijf van Godfried Bomans op Rottumerplaat, één vanuit het perspectief van de eenzame schrijver, de ander gezien vanuit Willem Ruis, die op de wal in een geïmproviseerde studio de radiouitzending presenteert. Regisseur Nottrot zag de moeizame samenwerking tussen de stijve Bomans en de losse Ruis als voorloper van de dwingende openhartigheid van reality televisie.

Wim Meeuwissen weet de vormelijkheid van Bomans, in pak pijp rokend op het zand, knap vorm te geven en zijn aangezet dictie is aangenaam ouderwets. Wel is het jammer dat de voorstellingen nogal rauw van Oerol naar Amsterdam Noord zijn verplaatst: Bomans’ tentje staat aan de voet van de Shell-toren. Als publiek heb je prachtig uitzicht over het drukke IJ, maar een sterk gevoel van verlatenheid roept het niet op.

Aan het eind raken de voorstellingen van Bomans en Ruis op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten. Het pleit sterk voor Nottrot’s talent dat hij dat organisatorisch, dramatisch en betekenisvol voor elkaar weet te krijgen.

Op het centrale festivalterrein op de NDSM-werf zijn tegelijkertijd ook nog lichtvoetige en laagdrempelige kleine voorstellingen te zien, zoals het zeer vermakelijke View-o-Rama (theater met 3D-viewmasters) en Spoor (live-animatie over film en spoorrails). Daarnaast is er de jaarlijkse tradititie van ultrakorte minivoorstellingen in zeecontainers van jonge makers, vaak nog in opleiding. Verrassend is Ram’p’koers, fysieke mime van een meisje in overall, erg grappig is Gruweldingen denken, over te veel mensen in een te kleine huiskamer.

Over het IJ duurt nog t/m 13 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie/verslagje Over het IJ

Ze willen er eigenlijk niet te veel aan denken en er gewoon een leuk festival van maken. Maar de medewerkers van theaterfestival Over het IJ, dat gisteravond van start ging, vrezen voor het voortbestaan van het festival dat dit jaar twee negatieve subsidiebesluiten te horen kreeg, eerst van de gemeente Amsterdam en daarna, afgelopen maandag, van het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten. En het weer was ook al niet al te zomers.

De 16e editie werd in het festivalcentrum op het NDSM-terrein geopend door wethouder Gehrels van cultuur die de levendigheid van stadsdeel Noord prees en die verder het zwijgen ertoe deed of zij het festival nog met een politieke truc gaat redden. Vlak daarvoor werd ze daartoe nog opgeroepen door theatermaker Boukje Schweigman die vroeg om ruimte voor theater in de open lucht en dat verduidelijkte door samen met de bij het festival betrokken makers enkele tientallen ballonnen op te laten.

Intussen was er ook nog theater te zien op de openingsdag. Wij van Roos van Geffen bijvoorbeeld, een even beklemmende als intieme een-op-een voorstelling. De opstelling doet onmiskenbaar denken aan een peepshow, twaalf éénpersoonshokjes rondom een verduisterde piste. Nadat je in je cabine wordt geleid, wordt vanuit het diepe duister in de verte een gezicht zichtbaar, spookachtig en als een antiek masker in een donker museum. Nieuwe gezichten komen en verdwijnen, steeds dichterbij, maar steeds op voyeuristische afstand. Van Geffen’s werk heeft veel te maken dat van Dries Verhoeven. Wij mist de indringende helderheid van diens U bevindt zich hier, maar heeft een eigen poëtische rust.

Op Over het IJ is ook te zien dat de zomerfestivals meer samenwerken: Wij stond eerder op Festival a/d Werf, voorstellingen als Maat voor Maat –een ergerlijk schoolse Shakespeare van ’t Woud Ensemble- en V.O.C. van Joachim Robbrecht –interessante, maar voor het festivalpubliek wellicht té intellectuele zoektocht naar de Nederlandse mentaliteit- waren ook te zien op Oerol. De fantastische clownstragedie Schmiere van Deuten & De Goeij staat dit jaar zelfs voor de tweede keer op het festival. Dat is prettig voor makers en publiek, maar voor professionals en subsidiënten gaan de zomerfestivals daardoor veel op elkaar lijken.

Juist dat was een van de redenen voor de Amsterdamse Kunstraad om het festival subsidie te ontzeggen. Maar hoewel er zeker het nodige is aan te merken op het festival –het programma is overdadig en mist focus; de publieke belangstelling is op de openingsavond niet echt groot- is het juist de rol die Over het IJ speelt in het circuit van festivals die van belang is. Zonder Over het IJ zijn de vitale en ongewone festivalvoorstellingen (zoals die van Schweigman, Van Geffen of Deuten & De Goeij) helemaal niet meer in Amsterdam te zien. Mocht het worden opgeheven, dan zou het alleen al daarom onmiddellijk weer moeten worden opgericht.

Over het IJ duurt nog t/m 13 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensies Over het IJ

De diversiteit van het aanbod aan lokatietheater op Festival Over het IJ op en rond het NDSM-terrein is dit jaar weer bijzonder groot. Opnieuw zijn het de jonge theatermakers die opvallen.

Bijvoorbeeld Deuten & De Goeij, die met Schmiere een hilarische clownstragedie maakten over een verlopen clown die, zodra hij merkt dat hij publiek heeft, de onbedwingbare neiging heeft om van alles een act te maken. Met gevaar voor lijf en leden doet de clown (een bijna psychopatische Daniel Koopmans) zijn energieke stunts met borden pannekoeken, tot chagerijn van zijn vrouw. Gelukkig voor het publiek zit hij aan een ketting vast zit die net zo lang is dat de toeschouwers buiten bereik blijven. Je lacht je rot, maar tegelijkertijd zie je hem met de ogen van zijn vrouw. De tragische draai is onvermijdelijk en dieptreurig. Erg knap en uiteindelijk liefdevol theater.

In een land hier van Elien van Hoek werd begeleid door Laura van Dolron en dat is te merken. Van Hoek is in de eerste plaats een expressieve mimester met een licht kinderlijke uitstraling, maar nu staat ze al pratend op het podium met diezelfde noodzaak om het zichzelf lastig te maken als Van Dolron. Oorspronkelijk wilde ze een sprookje vertellen, maar al die metaforen maken het maar leuk en ze wil iets serieus zeggen over de wereld. Ze biedt makkelijker intellectueel tegenspel dan het origineel, en dat is jammer, maar eigenlijk zijn er best wel meer makers van wie ik hun Van Dolron-voorstelling zou willen zien.

Orkater brengt de korte muziektheatervoorstelling Koud Meisje, die Paul van der Laan (van mimegroep Bambie) en Ria Marks koppelt in een mooi duet van dans en beweging, maar de tekst is zwak en de muziek iets te weinig onderscheidend.

Theatergroep ’t Woud speelt midden in het Vliegenbos de obscure Russische huwelijkskomedie Rijk over rijke vrouwen en arme mannen op de huwelijksmarkt tussen de Datsja’s, mooi verbeeld door de foto’s op de jurken van de vrouwen. De voorstelling heeft niet heel veel pretenties, maar is helder gespeeld -vooral Margien van Doesen valt op- en toegankelijk theater dat een groot publiek verdient. Tijdens de wandeling naar de speelplek geeft een boswachter uitleg. Zo leer je Noord ook nog eens kennen.

Nog een begeleide wandeling is de voorstelling Delicate Exemplaren van Blood for Roses op de Noorderbegraafplaats. De gids is biologe en vertelt over het leven tussen de dood – de bomen, reigers, insecten en het gezin valken. Maar gaandeweg komen er steeds vreemdere verschijningen voorbij. Een golfer op zoek naar zijn bal, een man met een rode puntmuts. En die vervaarlijk uitziende groep grafdelvers met hun graafmachientje, zijn die wel echt?

AT5 probeerde dit weekend uit alle macht een schandaaltje te maken van deze frivoliteit op gewijde grond, maar dat is echt onzin. De voorstelling stipt thema’s licht aan -zijn wij als publiek de geesten die op dit kerkhof rondwaren?-, heeft wat zwarte humor en blijft een beetje oppervlakkig, maar het is vooral de bevestiging van de begraafplaats als culturele ruimte. Dat lijkt me eerder een verdienste dan grafschennis.

Over het IJ Festival, Amsterdam Noord, NDSM Terrein. Aldaar nog tot 15/7. Meer info op www.overhetij.nl

Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: , , , , ,

Er wordt een hoop uitgedeeld op het Over het IJ Festival. Van Thijs Bloothoofd krijgt iedere toeschouwer na afloop van zijn grappige mime-performance Rood een stuiterballetje. Floor van Leeuwen geeft haar hele inboedel weg: voor haar voorstelling mag je een geel stickertje met je naam erop op een van de vele voorwerpen uit haar huisraad plakken, na afloop van haar voorstelling Dag, waarin ze langzaam in een glazen kist klimt en zichzelf bedekt met zwarte sneeuw mag je het door jou uitgekozen boek, kandelaartje of fotolijstje meenemen. Er wordt koffie en cake geserveerd.

De twee voorstellingen zijn onderdeel van het Zeecontainerproject van het festival. Vijftien jonge theatermakers, net afgestudeerd of aan het eind van hun studie, krijgen een container en vijftien minuten om een kleine voorstelling te maken. Het project staat nu voor de derde maal op Over het IJ en is er nu al een onlosmakelijk onderdeel van geworden. De beperkingen in tijd en ruimte worden door de makers op inventieve wijze opgelost en dat levert een paar mooie miniatuurtjes op

Ook aan het begin van Paradiso, stad van de toekomst wordt er uitgedeeld. Een van de hippe, overdreven blije acteurs heeft besloten afstand te doen van al zijn bezittingen. Zijn bed, z’n flatscreen televisie en een boekenkast worden weggegeven aan het publiek. De makers hebben een stad gebouwd waarin ieders toekomstvisioenen uitkomen. De acteurs vertellen over hun kinderlijk diepzinnige ideeën voor de toekomst, zoals een telefoon om met het hiernamaals te bellen, een apparaat om de tijd stil te zetten of een winkel waar je je gebroken hart kunt laten repareren.

Paradiso is een ambitieus project van jeugdheatergroep Max, in samenwerking met studenten architectuur en verschillende festivals. De jonge architecten maakten vier huizen waartussen het publiek rondloopt en waarbinnen kleine scènes gespeeld worden. Zoals een woordloze, natte en poëtische scène over twee vrouwen die dromen hoeden in een constructie van 1100 grote waterflessen, of een light therapiesessie waarin de toeschouwers een nadeel leren ombuigen in een voordeel binnenin een opblaasbare tent.

Ondanks de open opstelling en toon is de voorstelling nogal dwingend. Je wordt als bezoeker van plek naar plek gedirigeerd, krijgt tijgerbalsem opgesmeerd, moet je frustraties in een schoteltje projecteren en weggooien en nadenken over je eigen utopische dromen. De opgelegde blijheid en drang tot zelfverbetering horen meer thuis in de softe sector dan in een ideale toekomst.

Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.

Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.

Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl

Over het IJ festival: ‘Cargo’, ‘Mobil’, ‘Broeders’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:36 uur
tags: , , , , ,

Broeders op Over Het IJOp het voormalige NDSM-terrein in Amsterdam Noord is gisteravond de veertiende editie van het Over het IJ festival geopend. Het festival gebruikt nu al een aantal jaar de gigantische scheepshallen en hellingen van de NDSM voor een breed scala aan lokatievoorstellingen.

De Dogtroep, een van de grondleggers van het grootschalige lokatietheater in Nederland, speelt op het festival de nieuwe voorstelling Cargo. In een kleine container-achtige ruimte zit het publiek en andere containers met scènes en beelden trekken aan hen voorbij. Sommige beelden zijn klein en verstild: een vrouw loopt over een vloer van wijnflessen; een man in een container met ladders weet als in een tekening van Escher niet meer wat onder of boven is. Ook is er een bandje dat ketelmuziek speelt. Het thema is de scheepvaart, maar om alles aan elkaar te breien is een nogal sterk ontwikkeld associatief vermogen nodig.

Overigens presenteert het gezelschap zichzelf als een vernieuwde groep en dat is nogal een understatement. Sinds er na een drastische subsidievermindering een nieuwe artistiek leider aantrad (Henk Schut), is het nog maar de vraag of de Dogtroep meer dan de naam gemeen heeft met de groep van voorstellingen als Noordwesterwals en Atom Tattoo. Op het gebied van het beeldende lokatietheater, waar het gezelschap de wereld mee veroverde, wordt de Dogtroep inmiddels voorbij gestreefd door een aantal interessante nieuwe groepen, zoals The Lunatics, Odd Enjinears en Peergroup.

Nieuw is dat Over het IJ de handen ineen heeft geslagen met andere grote festivals zoals Oerol en Boulevard om een aantal talentvolle jonge theatermakers de kans te geven een grotere voorstelling te maken en die op verschillende festivals te spelen. Meest geslaagde voorbeeld daarvan is Broeders van Jetse Batelaan dat eerder te zien was op Oerol. Batelaan is een zeer succesvolle jonge regisseur die het afgelopen jaar zowel de VSCD Mimeprijs als de Gouden Krekel voor de beste jeugdvoorstelling won.

Broeders speelt zich af in een met houten schotten afgescheiden plek -een weiland op Terschelling, een parkeerterrein met grasveldje in Amsterdam Noord- waarbinnen de personages zich met ijzeren consequentie onderwerpen aan absurde regels. Er zijn patiënten in gewone kleren en broeders in het wit. De patiënten zijn zich niet bewust van de engel-achtige aanwezigheid van de broeders, maar ze moeten de hand vasthouden van een broeder, anders vallen ze voor dood neer. Het levert hilarische scènes op, maar het trage tempo en de eigenzinnigheid van de voorstelling geven aan dat Batelaan misschien wel iets heel diepzinnigs te zeggen heeft over mededogen en afhankelijkheid.

Iets minder geslaagd, maar toch heel aardig is de openingsvoorstelling Mobil van het theatermakersduo Gienke Deuten en Bram de Goeij. Hun eenvoudige verhaal, over een spannende vreemdeling die het leven van een echtpaar op een afgelegen benzinepompstation op z’n kop zet, wordt verteld met een charmante combinatie van hoorspel, mime en Rieks Swarte-achtig objectentheater, maar de makers lijken wel erg verliefd op hun schattige schaalmodellen en geestige geluidseffecten, waardoor de voorstelling een beetje langdradig aanvoelt.

Over het IJ festival. Cargo van de Dogtroep, Mobil van Deuten & De Goeij, Broeders van Jetse Batelaan. Gezien 6/7/06. Over het IJ duurt nog t/m 16/7. Meer info op www.overhetij.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity