Recensie: ‘Hoe duur was de suiker?’ van Stichting Julius Leeft

In Nederland is het de vis, in Suriname de suiker die duur betaald wordt. In 1987 schreef Cynthia McLeod de historische roman Hoe duur was de suiker?, waarin het leven op een plantage in de achttiende eeuw wordt beschreven, grotendeels vanuit het perspectief van de op de plantage werkzame slaven.

Het boek werd een enorme hit in Suriname en is nu het uitgangspunt van een van de theatrale happenings die regisseur en politicus John Leerdam sinds een aantal jaar organiseert. Het recept is altijd hetzelfde: een grote groep van musici, acteurs en prominenten komt één of twee avonden bij elkaar om in een luchtige combinatie van lezing, toneelscènes en muziek een aspect van de koloniale geschiedenis van Nederland te belichten. Eerdere edities gingen onder andere over de Den Uyl, Mandela, de treinkaping bij De Punt.

Nu is dus de slavernij aan de beurt. Het levert een nogal voorstelling op waarin het  bonte-avondgevoel nooit ver weg is, schematischer dan de vorige en méér bedoeld voor de Surinaamse achterban. Een paar vertellers, onder wie Maartje van Weegen en Noraly Beyer, geven de feiten en de historische achtergrond, de korte toneelscènes behandelen de persoonlijke verhalen –met Job Cohen als joodse plantagehouder, Raymi Sambo als vrijgekochte slaaf en Lucretia van der Vloot Manoushka Zeegelaar Breeveld als slavin die concubine wordt– en tenslotte de muziek zorgt voor de emoties. De scènes zijn ontleed aan McLeods roman, maar het overkoepelende verhaal blijft buiten beeld. (Dat wordt volgend jaar verteld in de verfilming, door regisseur Jean van de Velde.)

Uit de kap hangen de open ketenen en tegen de achterwand worden alsmaar beelden geprojecteerd van Paramaribo vroeger, etsen en schilderijen met Suriname als onderwerp en films met slavernij als onderwerp. Het is allemaal nogal lui in elkaar gezet; het onderwerp wordt breed gehouden, maar juist daardoor wordt weinig gezegd. Gelukkig wordt er af en toe erg mooi gezongen, vooral door Van der Vloot en Denise Jannah.

Tegen het eind verbindt Leerdam de Surinaamse slavernij met moderne vormen van knechting, zoals contractarbeid en mensensmokkel, door middel van verhalen over een illegale kroepoekfabriek in Rotterdam en 28 dode Chinezen in een container in Calais.

En dat is interessant. Op deze manier houdt Leerdam de moderne Surinaams-Nederlandse burgerij, die de weg naar de Stadsschouwburg uitstekend had weten te vinden, een zelfbeeld voor waarin het niet langer alleen gaat om het onrecht en de pijn van het verleden, maar ook om solidariteit en sociale verantwoordelijkheid van mensen die nog steeds te maken hebben met achterstelling, maar die inmiddels ook zelf voorspoed en invloed hebben gevonden.

Het is een subtiele boodschap, ingebed in een gloedvolle laag van sentiment (“haat kun je niet bestrijden met haat, maar uitsluitend met liefde” zingen tientallen medewerkers aan het eind), maar daardoor niet minder opmerkelijk.

Hoe duur was de suiker? van Stichting Julius Leeft. Gezien 30/6/12 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.stichtingjuliusleeft.nl

Voorstuk Kabel

Over iets meer dan een maand begint het EK voetbal in Polen en de Oekraïne, met de daarbij horende voetbalkoorts en daarop volgend de historisch gezien vrij grote kans op massale ontgoocheling. Toch zal de kater dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet zo groot zijn als in 1996, het jaar van de Kabel. Theatermaker Jörgen Tjon A Fong maakte met zijn groep Urban Myth een voorstelling over de culturele spanningen in het Oranje van Kluivert, Davids en Bogarde. “De Kabel heeft het voetbal een opdonder gegeven.”

Het is een bonte verzameling mensen op het toneel van het Bijlmerparktheater: een zangeres, een journaliste, een gitarist, een rapper en twee acteurs in voetbaltenue. In de laatste try-out voor de première aanstaande zondag vertellen ze het verhaal van het EK van 1996 in Engeland, waarin het Nederlands Elftal na de tweede wedstrijd ontplofte toen Edgar Davids tegen een buitenlandse journalist zei dat de trainer (Guus Hiddink) z’n hoofd uit de reet van bepaalde spelers moest halen. Hij werd weggestuurd, de sfeer was verziekt, Oranje verloor de twee volgende wedstrijden en was uitgeschakeld.

De voorstelling is opgebouwd rond twee heftige monologen van Kenneth Herdigein als Winston Bogarde en Raymi Sambo als Patrick Kluivert. Samen met Davids, Seedorf en Reiziger vormden die een vriendengroep van zwarte jongens binnen Ajax: De Kabel. Herdigein is fascinerend als de even grootheidswaanzinnige als kleinzielige Bogarde, die zijn levensverhaal vertelt, waarin terechte woede over echte achterstelling, paranoïa, trots en slachtofferdenken om voorrang strijden. Die man alleen al is eigenlijk een opera waard. Sambo speelt Kluivert die terugkijkt op zijn begintijd en het dodelijke auto-ongeluk dat hij veroorzaakte, een blijvende schandvlek op zijn imago als golden boy.

Tussendoor zien we kleedkamerscènes die spelen tijdens de rust van Nederland-Zwitserland, waarin de collectieve woede tot een uitbarsting kwam, zingt Lucretia van der Vloot een mooi lied en vertelt ze het verhaal van de moeder van Seedorf en geeft Blaxtar met een associatieve rap zijn interpretatie van de emoties van de verder zwijgende Davids. Journaliste Noraly Beyer tenslotte, die de gebeurtenissen van toen als journaalpresentatrice volgde, geeft tussendoor de nodige context over de blije jaren ’90 toen iedereen nog van elkaar hield en multiculturalisme nog een ideaal was.

Het is precies dat laatste wat regisseur Jörgen Tjon a Fong inspireerde tot het maken van de voorstelling. “We leven nu in een tijd dat etnische groepen enorm tegenover elkaar staan,” zegt hij na afloop van de try-out. “Ik kreeg daardoor een soort nostalgie naar de warme jaren negentig, maar toen ik me daarin ging verdiepen kwam ik dit verhaal weer tegen. Zo harmonieus was het toen toch ook niet.”

Bang dat een dergelijk incident zich dit jaar kan herhalen is hij niet: “De Kabel heeft het voetbal een opdonder gegeven. Hiddink heeft ingezien dat er iets moest veranderen, en Davids is uiteindelijk ook teruggekeerd bij Oranje. Nu zie je dat het elftal op een veel vanzelfsprekender manier gemengd is, met spelers met Turkse of Marokkaanse achtergrond, die ook weer een voorbeeldfunctie hebben.”

Zo’n voorbeeldfunctie had Kluivert destijds voor Sambo: “In ’96 zat ik op de toneelschool. Ik was geen voetbalfan, maar Patrick was mijn held. Net als Kenneth Herdigein overigens. Dat was toen een van de zeer weinige zwarte acteurs die je op televisie zag, daar klampte ik me aan vast. Toen Kluivert iemand dood reed was dat heel erg, maar tegelijk had ik met hem te doen. Ik was ook jong en soms onvoorzichtig en ik had heel sterk het gevoel dat het mij ook had kunnen gebeuren. Als ik hem nu speel laat ik al zijn woede naar binnen slaan. Ik wil laten zien dat het eigenlijk nog een jongetje is.”

“Ik was in die tijd een van de weinige zwarte leerlingen op de toneelschool. Mensen vroegen me of ik misschien speciaal les wilde. Ik was zo beledigd. Wat Winston Bogarde zegt in de voorstelling is waar: je moet echt twee keer zo hard werken om hetzelfde te bereiken.”

En zo gaat de voorstelling niet alleen over voetbal, maar ook over theater. Sambo: “Voor voetballers is de situatie sindsdien beter geworden, en voor acteurs ietsje beter. We hebben nog steeds maar één toneelgroep die net zo gemengd is als het Oranje elftal van toen.” Tjon a Fong: “De Kluivert of de Davids van het toneel zijn er nog niet.”

Kabel van Urban Myth is eenmalig te zien in de Stadsschouwburg op 29/4/12. Meer info op www.urbanmyth.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity