Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2014 om 09:46 uur
tags: , , ,

Marjolijn van Heemstra speelt in haar laatste paar voorstellingen steeds drammerige wereldverbeteraars. Het zijn aspecten van haarzelf, die ze aandikt om ruimte te geven aan een ander perspectief: dat van de vrolijk praktische idealist Garry Davis in de gelijknamige voorstelling of de alledaagsheid van Wil Schuurman (weduwe Hans Janmaat) in Hollandse Luchten: Jeremia, vorig seizoen.

Ook in Als ik de liefde niet heb begint ze beschuldigend – iets te hard en met overdreven gebaren. Ze werd benaderd door de Rotterdamse priester Remy Jacobs met de vraag of ze samen een voorstelling konden maken over misbruik in de katholieke kerk. Jacobs was daar in zijn jeugd slachtoffer van, maar koos uiteindelijk toch het priesterambt. In de kerk wordt openheid over dit onderwerp echter niet op prijs gesteld.

Dat wakkert de activist in Van Heemstra aan: ze gaan tegels lichten! Ze gaan deze voorstelling spelen voor de paus! Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Want het gaat in het katholieke geloofniet om rechtvaardigheid en straf, maar om vergeving en genade.

In het decor –stenen, zand en een enorme hoeveelheid wijnglazen gevuld met water– zag ik echter vooral een kil universum, wachtend op een teken van Zijn Goddelijke aanwezigheid. Maar nee, het wordt geen wijn.

Uiteindelijk gaat de voorstelling, subtiel gegoten in de structuur van een mis, vooral over hoe je volgens het geloof omgaat met ellende en pijn. Je moet ‘de lange, donkere nacht van de ziel’ opzoeken en doorstaan. Pas aan de andere kant daarvan is misschien verlossing. Dat lijkt –niet zo verbazingwekkend eigenlijk– sprekend op hoe theater werkt: je leeft mee met personages die de bodem raken en dat mede-lijden leidt tot catharsis.

Dat komt bij elkaar in de onopgesmukte scènes waarin Jacobs gedetailleerd zijn verhaal doet. Intelligent, indrukwekkend theater.

Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater. Gezien 11/10/14 in De Meervaart. Nog te zien in Frascati: 21 t/m 25/10. Meer info: www.rotheater.nl

Nieuwe toneelstukken gelezen op het ITS

De oudere vrouw heeft een tas vol merkwaardige prullen, de jongere een telefoonboek vol exen. Bij de drie nieuwe toneelteksten die gisteren werden voorgelezen op het Internationaal Theaterschoolfestival (ITS) vallen vooral de vrouwenrollen op. De stukken, van afgestudeerde toneelschrijvers van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, werden voor de gelegenheid gespeeld door bekende acteurs als Sylvia Poorta, Kees Hulst en Gijs Naber.

Poorta speelt de oudere vrouw, een personage van Eva Jansen Manenschijn uit haar stuk On all fours. In een beeldende monoloog vertelt ze over het haar leven, de incestueuze verhouding met haar broer en over een doodgeboren kalfje dat ze als kind ter wereld zag komen. De broer is dood en langzaam kom je erachter dat ze in het mortuarium is om hem te identificeren. Regisseur Eric de Vroedt maakte er een mini-voorstelling van, met muziek en een ‘lijk’ onder een laken achter op het toneel.

Bovendien interpreteerde hij de schuingedrukte tekst in het stuk als afkomstig van de overleden broer, gespeeld door Kees Hulst. “Dat is een mooie keuze”, zegt Jansen Manenschijn, “Voor kan het ook wel haar eigen stem zijn, een soort dwangmatige gedachte. De Vroedt is enthousiast over het stuk: “Toen ik het voor het eerst las wist ik niet zo goed wat ik ermee aanmoest, maar zodra Sylvia het ging spelen ging het leven. Het is een tekst met een geheim.”

Eerder op de dag pakte regisseur Casper Vandeputte het een stuk soberder aan. Ook Alle plaatsen waar ik naartoe wil bestaan niet van Helena Hoogenkamp is een monoloog voor een vrouw, maar Hoogenkamps personage is een zoekende, melancholische twintiger, die systematisch haar leven analyseert, compleet met methodologie, conclusies en suggesties voor nader onderzoek.

Alle plaatsen… is een stuk waarmee een actrice goed kan uitpakken en Naomi Velissariou maakt van het overdreven lange middenstuk, een serie mislukkende telefoongesprekken met steeds verder verwijderde vrienden en exen een prachtige, wanhopige, hilarische en genante scène. Nog eerder werd de tekst In de schaduw van de grote vogels van Levi Olthof gelezen.

De serie lezingen werd voor het ITS georganiseerd door De Tekstsmederij, een jong bureau dat de belangen van jonge toneelschrijvers behartigt. Oprichters Timen Jan Veenstra en Malou de Roy van Zuydewijn (zelf ook toneelschrijvers) benadrukken dat het voor het eerst is dat op het ITS –waar voorstellingen te zien zijn van afstuderende acteurs, regisseurs, dansers en choreografen– volledige teksten van afstuderende schrijvers worden uitgevoerd. “Er zijn altijd wel lezingen van fragmenten, maar die zijn laat op de avond en dan raakt het makkelijk verloren in de veelheid van het festival”, zegt Veenstra.

Tijd dus voor een andere aanpak: lezingen door topacteurs, begeleid door regisseurs van de grote toneelgezelschappen. “De gezelschappen waren meteen enthousiast”, vertelt De Roy van Zuydewijn, “En dat is belangrijk want we willen graag dat die groepen de verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van getalenteerde toneelschrijvers. En jongere regisseurs blijken enorm geïnteresseerd te zijn in samenwerking met schrijvers.”

Een van de gezelschappen die deze missie zeer serieus neemt is het Ro Theater. Sinds een paar jaar speelt het Rotterdamse gezelschap alleen nog maar nieuwe toneelteksten (Nederlands en internationaal) en in het eigen theater houden een paar jonge schrijvers kantoor. “Er zijn geen verplichtingen, maar het is handig en leuk”, vertelt Saskia Heerkens van het Ro, “Vorige week had Simon Weeda een nieuwe versie van een stuk af en waren er twee acteurs bij de hand die dat even konden voorlezen.”

De drie gelezen teksten van gisteren zijn meteen ook genomineerd voor de ITS Ro Theater Award die vanavond wordt uitgereikt. Aan die prijs is vierduizend euro verbonden, die de schrijver kan gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuwe tekst die door de acteurs van het Ro aan het publiek wordt gepresenteerd.

Voor de schrijvers zelf waren de lezingen bijzonder, maar ook verwarrend. Nog niet eerder hoorden ze hun teksten volledig gespeeld, zeker niet door zulke acteurs. “Je kent iedere komma van de tekst,” zegt Jansen Manenschijn, “dus het is moeilijk om niet afgeleid te raken door je eigen bijgedachten die zich opdringen en er onbevangen naar te luisteren.

Na hun afstuderen kunnen deze nieuwe schrijvers zich aanmelden bij De Tekstsmederij, die zich voornamelijk richt op het koppelen van toneelschrijvers aan nieuwe regisseurs. Bij Theater Bellevue kunnen gezamenlijke initiatieven van zo’n koppel leiden tot een nieuwe lunchpauzevoorstelling. Veenstra: “Als schrijvers en regisseurs vanaf het eerste begin van een project samenwerken leren ze dezelfde taal spreken.”

Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com en www.tekstsmederij.nl

Recensie: Garry Davis van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 24 mei 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

Waarom kan Marjolijn van Heemstra zo makkelijk reizen naar haar vriendin Souad in Libanon, en is het vrijwel onmogelijk voor Souad om fort Europa binnen te komen? Simpel, zegt Souad: jouw leven is meer waard dan het mijne. Van Heemstra –dichteres, journalist en theatermaker– vindt dat een onverdragelijke gedachte en zoekt een manier om zich tegen die ongelijkheid te verzetten.

Garry Davis is de derde voorstelling die Van Heemstra maakt over het thema ‘verbondenheid’; sober, documentair verteltheater, waarin ze bijna essayistisch persoonlijke belevenissen en grote thema’s samenvoegt. De Garry Davis uit de titel is een Amerikaanse musicalster en vredesactivist die het wereldburgerschap uitdraagt en de wereld rondreist met zijn zelf bedachte wereldpaspoort. Van Heemstra gaat bij de inmiddels 91-jarige idealist op bezoek.

Ze vertelt erover, en over de avonturen met haar eigen wereldpaspoort, in een glinsterend gouden kostuum, in een volgspot voor een rood theatergordijn; schuchter bij zoveel show die niet bij haar past. Maar dat is de les van Davis: de marechaussee op Schiphol die haar niet doorlaat is alleen maar een betere acteur met een mooier kostuum. Nationale identiteit is slechts theater, als je het daar niet mee eens bent, moet je beter theater maken.

Wat het zo’n goede voorstelling maakt is de frictie tussen Van Heemstra’s verbeten, ingetogen moralisme en het exuberante, praktische en niet van ironie gespeende idealisme van Davis, dat ze zich moeizaam probeert eigen te maken.

Ze eindigt met een musicalnummer dat tegelijk zoet, hoopvol, theatraal, naïef en ontroerend is. Ondanks dat ze haar doel niet direct weet te verwezenlijken, heeft ze een mogelijkheid voor verzet gevonden. Nu is het een kwestie van oefenen.

Garry Davis van Marjolijn van Heemstra en het Ro Theater. Gezien 16/5 in Frascati. Aldaar t/m 23/5. Meer info op www.rotheater.nl

Interview Alize Zandwijk

interviews — simber op 15 oktober 2011 om 12:35 uur
tags: , , , ,

De beste theatervoorstelling van vorig jaar komt terug naar Amsterdam. Branden van het Ro Theater was een even schitterend als hartverscheurend verhaal over de gevolgen van oorlog, waarin een moeder op zoek is naar haar kind en twee kinderen naar hun vader en hun broer, gespeeld door een multiculturele cast. Regisseur Alize Zandwijk: “Het is verbazingwekkend dat dat niet vaker gebeurt.”

In Schouwburg Kunstmin in Dordrecht verzamelt de hele crew van het Ro Theater zich op een vroege dinsdagmorgen. Het decor van Branden staat al, over een half uurtje komen de acteurs om in twee dagen de reprise op de rails te zetten. “Ja, de voorstelling zit nog helemaal in m’n hoofd. Niet toen ik hem maakte natuurlijk, maar nu ik hem zo vaak gezien heb wel. En voor de acteurs is het zo dat als ze met elkaar weer op dezelfde plek in hetzelfde decor staan het geheugen automatisch weer terugkomt. Mijn voorstellingen worden bij hernemingen vaak beter. Als de acteurs het zich helemaal eigen gemaakt hebben krijgt het een bepaalde verdieping.”

“Mijn taak is nu vooral het bewaken van het ritme. De voorstelling duurt tweeëneenhalf uur. Voor de toeschouwers lijkt het voorbij te vlíegen, maar voor de acteurs is het een hele lange boog. En eigenlijk zijn het twee vertellingen: twee paralelle zoektochten van mensen op zoek naar hun familie.”

Het stuk, van de Canadees-Libanese schrijver Wajdi Mouawad, begint met twee hedendaagse jonge mensen die zojuist hun moeder, Nawal, hebben verloren. Via haar testament horen ze dat ze nog een broer hebben, en dat hun vader nog ergens rondloopt, in het niet nader genoemde, door burgeroorlog verscheurde land waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Zo begint voor de kinderen een zoektocht in de omgekeerde richting die hun moeder heeft afgelegd. Maar tegelijk zien we daardoorheen geweven de voorgeschiedenis van Nawal en haar andere, eerdere kind.

Wat de voorstelling mede zo bijzonder maakt is de opvallend multiculturele cast, met onder anderen Nasrdin Dchar (die onlangs in zijn Gouden Kalf-speech zijn trots op zijn Marokkaanse roots belijdde), Yahya Gaier en de Vlaamse Fania Sorel als Nawal. Andere spelers zijn Bright Richards en Oleg Fateev, die in repectievelijk Liberia en Tsjetsjenië aan den lijve een burgeroorlog meemaakten.

Ondanks het serieuze onderwerp is de vorm van de voorstelling bijzonder licht. “Het is een heel uitgestrekt verhaal en ik wilde dat heel naïef en speels vertellen. We kwamen toen uit bij een schimmenspel. Daarmee kun je met heel eenvoudige middelen, met een papieren berg en twee poppetjes, een reis van maanden laten zien.”

“Oorspronkelijk was het het plan om deze voorstelling in Hamburg te maken”, vertelt Zandwijk. Dat ging om allerlei redenen niet door en achteraf was ik daar blij mee: in Duitsland is toneel heel erg voor witte mensen. In Rotterdam heeft zestig procent van de bevolking een andere culturele achtergrond. Ik vind dat ik verplicht ben om daar iets mee te doen. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het niet vaker gebeurt op toneel.”

“Ik heb ook een voorstelling Moeders gemaakt, met zeventien moeders uit alle culturen van Rotterdam op toneel. Kwaliteit van theater heeft denk ik ook te maken met lokale verbondenheid. Ik wil ook voorstellingen maken om die andere verhalen te laten horen. En in dit dtuk komen veel van die verhalen samen; en het is zó goed dat mensen het als een slag in hun gezicht ervaren.”

Met dezelfde spelersgroep gaat Zandwijk later dit seizoen opnieuw een stuk van Mouawad opvoeren. “Branden is het tweede deel van een vierluik, Bloed van de Beloften. Nu gaan we het eerste stuk daarvan spelen. Het heet Kust en het gaat over een man die nergens begraven mag worden – niet in het westen waar hij naartoe is getrokken en niet in het oosten waar hij vandaan komt. Iemand die dus echt tussen twee culturen terecht is gekomen.”

Zandwijk is een van de weinige regisseurs die, naast klassiekers, nog consequent internationale nieuwe toneelstukken opvoert. Naast Mouawad regisseert ze veel nieuwe teksten van de Duitse schrijfster Dea Loher. “Ook het opvoeren van nieuw werk zie ik echt als een plicht voor een stadstheater als het Ro. En ik houd zelf heel erg van toneelteksten. Maar het is heel erg moeilijk om daarvoor voldoende publiek naar de grote zaal te trekken. En ik ben bang dat theatergroepen door de huidige situatie nóg meer gaan teruggrijpen op bekend repertoire en bewerkingen van boeken en films.”

Branden speelt op 17 en 18/10 in de Stadsschouwburg Amsterdam en van 9 t/m 12/11 in de Toneelschuur in Haarlem. Meer info op www.rotheater.nl

Beschouwing: Dea Loher

beschouwingen,Theatermaker — simber op 16 maart 2011 om 00:34 uur
tags: , , ,

Eind maart zijn er tegelijk vier stukken van de Duitse toneelschrijfster Dea Loher te zien. Het Ro Theater organiseert een Loher-festival rond de nieuwe  voorstelling Dieven en twee hernemingen van oude voorstellingen van Alize Zandwijk, Onschuld en Het Laatste Vuur. En tegelijk speelt Toneelgroep Maastricht in eigen huis een ouder stuk, Klara’s Affaires. Waar gaan haar stukken over, en waarom roepen ze ineens zoveel animo op?

In Duitsland hoort Loher inmiddels tot de gevestigde toneelschrijvers, zeker sinds ze rond 2003 een artistiek verbond sloot met regisseur Andreas Kriegenburg. In 2008 werd Het Laatste Vuur door Theater Heute uitgeroepen tot beste stuk van het jaar en won ze er de prestigieuze Mülheimer Dramatikerpreis mee. In 2010 werd Diebe (door Kriegenburg geregisseerd bij het Deutsches Theater in Berlijn) uitgenodigd voor het Theatertreffen.

Loher (1964) groeide op in het uiterste zuiden van Duitsland als dochter van een boswachter. In haar ouderlijk huis stond geen boekenkast maar een wapenrek en regelmatig lag een kadaver leeg te bloeden in de badkuip. Ze studeerde Duits en Filosofie in München, en kwam pas serieus in aanraking met theater toen ze in 1990 ‘scenisch schrijven’ ging studeren in Berlijn, een opleiding die geleid werd door Heiner Müller.

Loher is een schrijfster die zich goed bewust is van de ontwikkelingen in het theater. Ze schrijft geen voorstellingen, maar teksten als grondstof. In Onschuld zijn twee personages ‘zwarte immigranten’, maar meteen zegt ze erbij: ‘Als Elisio en Fasoul door zwarte acteurs gespeeld worden, dan alsjeblieft, omdat het voortreffelijke acteurs zijn, en niet om een authenticiteit af te dwingen, die misplaatst zou zijn.’ De artistieke dialoog met Kriegenburg is volgens Loher ook zo succesvol omdat zij keer op keer poogt iets te schrijven dat onmogelijk op het toneel te zetten is , wat hem op zijn beurt toch lukt, wat haar uitdaagt om verder te gaan.

Continue reading “Beschouwing: Dea Loher” »

Recensie: ‘Dieven’ van het Ro Theater en KVS

Een vrouw heeft een wolf gezien aan de rand van de stad. Ze is opgetogen en verward. Niet per se omdat een wild dier niet thuis zou horen op deze plek, maar vanwege de vraag: ‘Staat wolf voor aanvang nieuw begin/of voor afscheid verval?’

Welkom in de wereld van Dea Loher. Loher is een van de belangrijkste Duitse toneelschrijfsters van dit moment en sinds een paar jaar regisseert Alize Zandwijk haar nieuwe stukken bij het Ro Theater. Dieven is haar meest recente tekst.

Net zoals haar eerdere stukken Onschuld en Het laatste vuur kent ook Dieven geen overkoepelend verhaal. Het is een mozaïek van personages, losjes met elkaar verbonden. De vrouw die de wolf heeft gezien heet Linda Tomason en heeft een vader in een bejaardentehuis, een broer die ze nooit ziet, maar die heeft besloten niet meer uit bed te komen en een vrouwelijke supermarktchef met dezelfde achternaam als zijzelf, die toch geen familie is. En dat is nog niet eens de helft van de rollen.

Ze bewegen zicht in een stad van kartonnen dozen op een hellend toneel. In korte scènes vertellen ze over wolven, verloren echtgenoten, pogingen tot moord en abortus, maar steeds afstandelijk, vaak heel geestig, maar steeds met iets hulpeloos. Er zit een diepe, wanhopige passiviteit in deze personages. De scènes zijn steeds tussen twee of drie mensen. Alleen als de vader een pot worsten heeft, rent iedereen naar hem toe om er een te bemachtigen.

Behalve de dozen en een constante soundscape (van Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) laat Zandwijk vooral ruimte aan de acteurs om deze voorstelling richting en diepte te geven. Willy Thomas maakt van de kwade vader een typetje dat toch ontroert, Sylvia Poorta speelt prachtig een obsessieve doorzetter zoals die in ieder stuk van Loher voorkomt, Esther Scheldwacht en Greet Verstraete weten midden in kleine, komische fragmenten tragisch reliëf te brengen.

Fania Sorel, inmiddels de sterspeler van het Ro, is opnieuw weergaloos als Linda, met haar mooie blonde haar en haar saaie steunkousen. Met minimale middelen, en weer totaal anders dan haar vorige rollen, zet ze een vrouw van gekneusd optimisme neer. Het is zo’n zeldzame actrice waarnaar je blijft kijken wanneer ze een beetje tussen de dozen scharrelt en die nooit verveelt.

De spaarzame regie is overigens ook de zwakte van de voorstelling. Bijna iedere keer staan de personages die aan het woord zijn middenvoor op het podium en richten ze het woord direct tot de zaal. Bij een lengte van tweeëneenhalf uur stoort dat. En bij het lopen door de dozen slaat de onbeholpenheid van de karakters terug op de voorstelling zelf.

Maar alleen al de kwaliteit van dit stuk is de gang naar de schouwburg waard. Loher weet iets duidelijk te maken over deze mensen. Iets waarvoor ze van de Japanse kunstenaar Genpei Akasegawa het begrip Tomason leende: ‘Een voorwerp, waarvan niemand weet, wat het voor betekenis heeft. (…) Ergens heeft iemand het bedacht, omdat hij het voor een bepaald doel nodig had. Maar dat is verloren gegaan.’

Dieven van het Ro Theater en KVS. Gezien 16/2 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 18 en 19/2. Tournee t/m 23/3. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: ‘Amazones’ van het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 31 oktober 2010 om 19:25 uur
tags: , , , ,

Twee keer regisseerde Gerardjan Rijnders al Penthesilea, één keer in Amsterdam, en één keer in Berlijn. Nu komt daar een Rotterdamse versie bij, waarin Rijnders Heinrich Von Kleist’s drama over de amazonekoningin vermengt met de geschiedenis van een andere ongenaakbare vrouw, tevens collega-Penthesilea-geobsedeerde: Leni Riefenstahl.

Linksvoor op toneel zit ze, achter een ouderwetse montagetafel. Een oudere diva, tot in de puntjes verzorgd. Ze wordt gespeeld door Sylvia Poorta, met precies de juiste mix van zelfrechtvaardiging, daadkracht en oprechte naïviteit. Achter haar, op het grote podium bevindt zich de filmset, met projectieschermen, lampen en camera’s, waar haar groots opgezette verfilming van Penthesileia wordt opgenomen.

Riefenstahl, die voor Hitler de films Olympia en Triumph des Willens maakte en wellicht zijn minnares was, is het ultieme symbool voor de gecorrumpeerde kunstenaar: zo geobsedeerd door schoonheid dat ze de gevaarlijke politieke implicaties van haar eigen werk niet wilde zien. Rijnders ziet bij Von Kleist een vergelijkbaar estheticisme en bovendien blijkt het verhaal over de koningen van het vrouwenvolk de Amazones, die tegen de wetten van haar volk in verliefd wordt voldoende verrassende paralellen te bevatten.

Want niet alleen kun je Penthesilea zien als Riefenstahls alter ego, misschien staat de koningin die van haar volk kuis moet leven ook wel voor Hitler zelf, die tegen Riefenstahl zei: ‘Ik kan geen vrouw beminnen voordat ik mijn opdracht heb volbracht.’ Riefenstahl herkende in de dictator ook haar eigen ‘drang naar het volmaakte kunstwerk’. Maar Hitler ging verder: ‘Hij had het lef om een scenario te schrijven voor de film die De Geschiedenis heet.’

Rijnders wisselt de filmopnames –retorisch gedragen gespeeld, expressionistisch vormgegeven en in zwart-wit geprojecteerd voor het publiek- af met gesprekjes tussen Riefenstahl en haar veel jongere man Horst, waarin eerst nogal schools haar biografie wordt doorgenomen. Spannender wordt het als de filmacteurs –met Fania Sorel als Penthesilea- in opstand komen, en via de camera Riefenstahl ter verantwoording roepen.

Het is jammer dat de voorstelling niet méér wordt dan de losse onderdelen. De geschiedenis van Riefenstahl blijft te veel los staan de filmopnames. Vanuit de droomsituatie –want dat is het: Riefenstahl’s Penthesilea werd nooit gemaakt- zou er meer mogelijk moeten zijn dan losjes discussiëren over de verhouding tussen kunst en de wereld. Nu blijft het bij aangenaam speculeren over Riefenstahl’s antwoorden tegenover de beschuldigingen die ze haar hele lange leven heeft moeten aanhoren.

Amazones van het Ro Theater. Gezien 29/10/10 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 1 en 2/11. Meer info op www.rotheater.nl

TF: interview Bright Richards

interviews,Parool — simber op 2 september 2010 om 10:21 uur
tags: , , ,

Acteur Bright Richards ontvluchtte in 1993 zijn door burgeroorlog geteisterde vaderland Liberia. De komende week speelt hij twee voorstellingen in Amsterdam: het meesterlijke Branden van het Ro Theater – volgende week te zien op het Nederlands Theaterfestival –  en zijn eigen voorstelling As I left my father’s house, die hij speelt in kerken en moskeeën. Beide voorstellingen zijn verbonden met zijn eigen geweldadige ervaringen. “Ik ken geweld heel goed.”

De Poldermoskee, een oud kantoorgebouw in Amsterdam West vlakbij station Lelylaan, lijkt een saai kantoorgebouw, met een wirwar van tl-verlichte gangen langs gesloten deuren. Maar bovenin  bevindt zich ineens een vrij ruime, onregelmatig gevormde gebedsruimte, met dik tapijt op de vloer. In de richting van Mekka kijken de gelovigen door het raam op de metro.

Het is druk in de gangen; het is de vroege vrijdagavond, midden in de ramadan. Hier heeft As I left my father’s house een van haar eerste try-outs. Drie monologen over vluchten voor geweld, gespeeld door acteurs met verschillende achtergronden. Vanavond ziet het publiek – de helft jonge vrouwen die later samen de met een iftar maaltijd de vasten zullen verbreken, de andere helft ouder, wit kunstpubliek – een versie van de voorstelling zonder de bijbehorende muziek. In de moskee mogen geen muziekinstrumenten bespeeld worden. Een imam zingt echter wel een paar koranverzen.

Ondanks de beperkingen, ook het decor past maar half in de ruimte, is het een indrukwekkende voorstelling. Drie verhalen over mannen die uit hun gewone bestaan worden geslingerd als een oorlog uitbreekt. Een man die een onafzienbare hoeveelheid doodskisten moet maken in ruil voor zijn leven, een andere man die om genade moet smeken bij een vriend die ineens zijn machinegeweer op hem richt. Maar ook over de lange nasleep: een jongen die erachter komt dat hij geadopteerd is: zijn echte ouders hebben hem afgestaan voordat ze werden afgevoerd naar een vernietigingskamp.

Richards werkt al jaren aan de voorstelling: “Het viel me op dat veel van de verhalen over Jezus, Abraham en Mohammed ook over vluchten gaan. Ik gebruik fragmenten uit de Bijbel, de Koran en de Tenach om verhalen van vluchtelingen aan te vullen. Ik zocht contact met religieus leiders om hen te laten controleren of het klopte.” Deze interreligieuze dialoog is de eigenlijke inzet van Richards’ werk: “Dat wordt nu vaak door bobo’s gedaan, ik wil het naar de gebedshuizen brengen, naar de mensen zelf. Theater is daarvoor een schitterend medium, maar migranten komen niet in de schouwburgen komen. Ze organiseren zich rond religie. We willen het laagdrempelig maken.”

Richards’ indrukwekkende présence als acteur viel al eerder op in de veelgeroemde voorstelling Branden. Het stuk van Wajdi Mouawad gaat ook over burgeroorlog is losjes gebaseerd op diens ervaringen als jongen in Libanon. Richards speelt een doodenge soldaat, met een fototoestel  op de loop van zijn Kalashnikov, zodat hij het sterven kan vastleggen. “Die rol is makkelijk om te spelen. Ik kom pas aan het eind op, ik sta de hele tijd te kijken. Maar die  voorstelling heeft een mooie soberheid, en is een eenvoudige vertelling.”

“Ik heb dat personage gebaseerd op een rebellenleider in Liberia die ik één of twee keer gezien heb.” Ook in As I left my father’s house komt hij terug: “Een van de personages vertelt in de voorstelling over een rebellenleider, die de president heeft vermoord. Hij zegt: ‘God staat achter mij, want anders had Hij me dit niet laten doen.’ Dat is dezelfde.” Zo zijn meer verhalen uit de voorstelling zijn eigen ervaring; over de vriend met het machinegeweer en over de dood van zijn zusje. “Ik ken geweld heel goed.”

Indirect redde het spelen zijn leven: “Ik had een rol in een Liberiaanse televisieshow, in de tijd dat vrijwel alle televisie uit Amerika kwam. Dus mensen dachten totaal niet over mij na als acteur, ze zagen mij als het personage. Ze vroegen: ‘Hey Johnny, Heb jij ook honger?’ Bij checkpoints lieten ze me ook altijd doorlopen. Zo lopen mythe en werkelijkheid altijd door elkaar in Afrika.”

www.asileftmyfathershouse.nl

Sidebar: Nederlands Theaterfestival

Vanavond opent het Nederlands Theaterfestival met de ‘Staat van het Theater’, een rede door Joan Nederlof van Mugmetdegoudentand en de voorstelling 11 Minuten van het Noord Nederlands Toneel. Tot en met 12 september zijn tien voorstellingen te zien, geselecteerd als beste van het seizoen door een jury onder leiding van Adelheid Roosen. Daarnaast masterclasses, prijsuitreikingen en het Amsterdam Fringe Festival.

www.tf.nl

Theatergroepen werken samen met regionale omroepen

reportages — simber op 2 september 2010 om 09:41 uur
tags: , , , , , , , ,

Voor het seizoen begint even de archieven opruimen en oude stukken online zetten. Dit schreef ik voor 609, het tijdschrift van het Mediafonds.

Regionale televisieomroepen willen drama uitzenden en theatergroepen zoeken een groter bereik. Samenwerking ligt voor de hand. En zo ontstonden het afgelopen jaar steeds meer initiatieven voor co-producties. De plannen zijn optimistisch, maar de praktijk is soms weerbarstig. “Iedereen wil vooral goedkoop uit zijn.”

Voor Ira Judkovskaja is het een nieuwe ervaring: meewerken aan een treatment. Lange sessies met regisseur, scenarioschrijver en producenten om het verhaal, de karakterontwikkeling en de setting van een nieuwe televisieserie uit te denken, op te schrijven en te herzien. Judkovskaja is toneelregisseur en artistiek leider van het Friese theatergezelschap Tryater. Voor het eerst werkt het gezelschap nu samen met Omrop Fryslân bij het ontwikkelen van een groot opgezette dramaserie, die eind 2011 te zien moet zijn.

“Er was natuurlijk al samenwerking”, vertelt de van oorsprong Russische Judkovskaja. “Omrop Fryslân maakt regelmatig registraties van onze voorstellingen en onze acteurs spelen mee in hun producties.” Het idee voor een gezamenlijke dramaserie kwam van de grond toen de jonge filmregisseuse Mirjam de Wit die bij Omrop Fryslân aanklopte met een plan. Ze wilde een film maken over een groep jongeren in een Fries dorp, waarvan er één verongelukt. Werktitel: De Keet, naar de drinkkeet waar de groep bij elkaar komt.

Continue reading “Theatergroepen werken samen met regionale omroepen” »

Interview Don Duyns

interviews,Parool — simber op 6 december 2009 om 02:03 uur
tags: , , ,

De jaarlijkse familievoorstellingen van het Ro Theater zijn inmiddels een traditie van decennia. Don Duyns (Haarlem, 1967) schreef twee jaar geleden Lang & Gelukkig, een Nederlandse versie van een ‘Panto’, het traditionele Engelse Kerstvermaak. Dit jaar schreef hij Snorro, met onder andren Loes Luca en Dick van den Toorn, dat deze week in Amsterdam te zien is. “Ik ben het ambacht van toneel schrijven steeds meer gaan waarderen.”

In een café in Amsterdam West kijkt Duyns tevreden terug op de première. “De reacties zijn heel positief, maar de voorstelling moet nog wel soepeler gaan lopen. Met een voorstelling als deze wil je eigenlijk twee weken extra om te try-outen. Er gebeurt zoveel tegelijk: muziek, verkleden, schermen, acrobatiek. Maar het is geweldig om een acteur als Bart Slegers, die ik nog als Hamlet heb gezien, met zoveel gravitas komedie te zien spelen.”

Regisseur Pieter Kramer –vooral bekend van de film Ja zuster, nee zuster– kwam tijdens een vakantie in Mexico met het idee om een familievoorstelling te maken over Zorro en het Wilde Westen. Bovendien zag hij daar een groep restaurantmuzikanten aan het werk. Zo’n Mariachiband moest er ook in. Met die ingrediënten, plus zijn eigen voorliefde voor Lucky Luke ging Duyns aan het werk.

“Je begint met het zoeken naar leuke combinaties per scène”, legt Duyns uit, “En er zijn een aantal dubbelrollen en aan het eind moet het allemaal mooi uitkomen, maar toch net anders dan het publiek verwacht. Het is echt een ambacht om zo’n stuk in elkaar te zetten; het is als het weven van een tapijt. Ik ben die Engelse traditie steeds meer gaan waarderen. Je neemt het materiaal heel serieus, je doet alsof het Shakespeare is; nou ja misschien meer Ayckbourne.”

“Het Ro heeft een lange traditie van familievoorstellingen, dat schept verwachtingen. Mensen willen graag publieksparticipatie, liedjes en een mooi decor. Je kan dat heel erg avant garde gaan doorbreken, maar dat wil ik niet. Ik wil een zo goed mogelijke familiekomedie schrijven en daarbinnen manieren zoeken om er toch nog mijn eigen verhaal kwijt te kunnen, en te spelen met de verwachtingen. Pieter en ik willen allebei geen burgerlijke moraal aan het eind. In Lang & Gelukkig zat een homostel, in Snorro een spannende lat-relatie. Nou ja, een kleine moraal zit er wel in: met masker durf je misschien meer, maar je moet het ook zonder kunnen.”

“Mijn stukken waren altijd meer de dramaturgie van de gebroken spiegel, waarbij het publiek zelf z’n verhaal moet maken. In Snorro worden ze echt meegevoerd.” Vol lof is Duyns over regisseur Pieter Kramer “Ik denk dat Pieter dit het beste kan in Nederland. Hij neemt het heel serieus, heeft een eigenzinnig gevoel voor humor en let op alle details. Ik zou het graag ieder jaar doen, maar het hangt van Pieter af.”

Duyns werkte opnieuw samen met Kramer bij de verfilming van Lang & Gelukkig waar voor Duyns het scenario schreef. “Het is een erg theatrale film. We hebben de dubbelrollen uit de voorstelling erin gehouden. Arjen Ederveen speelt wel zes rollen. Het is een raamvertelling in een bejaardentehuis. Elementen uit het tehuis zie je steeds terug in de sprookjes.”

Na de drukke periode rond Snorro kan Duyns weer werken aan zijn eigen stukken. Daarnaast is hij sinds een jaar hoofddocent bij de opleiding toneelschrijven van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht: “Dat is echt een opleiding die ik zelf graag gedaan zou hebben, waarin heel diepgaand met teksten wordt omgegaan. We proberen het talent dat mensen zelf al in huis hebben verder te ontwikkelen. Dat is enorm uitdagend.”

Snorro van het Ro Theater speelt 4 en 6 december in De Meervaart en 21 t/m 24 januari in de Stadsschouwburg. Meer info op www.rotheater.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity