Recensie: ‘Boe!’ van het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 14 oktober 2009 om 00:10 uur
tags: , , , , ,

De poster meldt onder de namen van de vier spelers: “En u”. U bent dus gewaarschuwd. Bij aanvang we allemaal een koptelefoon met een zendertje. Kort na het begin staan een paar mensen op uit het publiek, lopen naar het toneel en nemen deel aan de voorstelling, blijkbaar nauwkeurig gestuurd door een stem in hun oor.

Ze trekken een plastic wegwerpregenjas aan en struinen door het decor: een enorme rotzooi; een vloer vol plastic flessen, vuilniszakken en papier met daartussen een omgevallen parasol, een piskruis en een container. Het lijkt een verlaten festivalterrein na een paar dagen stevig feesten. In het midden zit een vrouw met een griezelig echt lijkende hoofdwond. De toeschouwer/spelers negeren haar, halen een biertje uit een koelbox. Eén verdwijnt in de container en komt eruit in het uniform van een ambulancemedewerker.

Het is een onbehaaglijk maar intrigerend begin. Is dit een rampgebied? Een nachtmerrie? De sfeer in de zaal blijft hangen tussen giechelige gene en beklemming. Sommige toeschouwers mogen terug naar hun plek, anderen worden opgeroepen. De spanning over wie nu weer aan de beurt is overschaduwt de spanning van wat er op het podium gebeurt tussen de toeschouwers en de vier ‘echte’ acteurs, onder wie Bram Coopmans en René van ‘t Hof.

De voorstelling kantelt als een van de actrices in bikini lekker tussen het vuil gaat liggen zonnen op een meegebrachte handdoek. Er volgen een paar scènes tussen de spelers –geestig genante gesprekjes vol misverstanden in gebroken Engels tussen een toerist en een lokale bewoner- die weinig verband hebben met de rest, maar die wel lading geeft aan de voorstelling.

Aan het eind staan er wel tien toeschouwers op het toneel. In een poetische processie gaat één van hen voorop, de anderen doen hem na en zo onstaat een instant choreografie. Ze halen samen met de acteurs applaus.

Regisseur Jetse Batelaan ontwikkelde zijn bijzondere theatervisie op het menselijk onvermogen op de zomerfestivals en op locaties buiten het theater. Nu werkt hij vast bij het Ro Theater, maar het lijkt met dit decor wel alsof hij heimwee heeft. Zou de gene van de spelende toeschouwer beter tot zijn recht komen als deze voorstelling op een festival als Oerol was gemaakt? Batelaan’s uitgangspunt is geweldig, maar minder dan in eerdere voorstellingen weet hij er een samenhangende voorstelling van te maken. Maar misschien kan het gewoon niet: spannend theater in combinatie met de angst om mee te moeten doen.

Boe! Een spookverhaal voor grote mensen van het Ro Theater. Gezien 13/10 in Frascati. Aldaar t/m 24/10. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: ‘Baal’ van het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 25 maart 2008 om 01:21 uur
tags: , , , ,

Er is veel te bewonderen in Baal, de nieuwe voorstelling van het Ro Theater: de radicale regie van Alize Zandwijk; de durf die spreekt uit de lelijkheid van de vormgeving; en er wordt werkelijk prachtig in gespeeld, met name door de Vlaamse actrice Fania Sorel die de (mannelijke) hoofdfiguur speelt. Maar wat levert het uiteindelijk een saaie, doordreinende voorstelling op.

Baal uit 1919 is een jeugdwerk van Bertolt Brecht, daterend van voordat hij zijn theorie over episch theater had ontwikkeld. In woeste poëzie schetst hij het leven van de dichter Baal, die de regels van de maatschappij aan zijn laars lapt: hij is kunstenaar, dus moet hij volledig vrij zijn. Vrouwen gebruikt hij en daarna dankt hij ze af. De laagste lusten van de mensen om hem heen gebruikt hij voor zijn kunst. Hij is een soort kruising van Karel Appel en John de Mol.

Zandwijk koos voor een groteske speelstijl in combinatie met verheven taal, clowneske humor en een decor vol met troep. Op het podium staan en liggen Chesterfield stoelen, strobalen en een constructie van een ladder en een hangende boomstam. Steeds valt er een effen gekleurd doek, om erachter een nieuw doek zichtbaar te maken. Totdat het tegen het eind het laatste doek valt en de grimetafeltjes van de acteurs te zien zijn, waarachter ze zich klaarmaken voor hun volgende dubbelrol.

Het hele acteursensemble is vol overgave aan het werk. Ze beginnen als bourgeois types die een voordracht van Baal “subliem” vinden, terwijl ze zelf te kakken worden gezet, maar gaandeweg maken ze zichzelf smeriger en lelijker, en wordt de voorstelling een hels carnaval. Hannah van Lunteren valt op in rollen van springerig meisje tot verlopen sloerie en Gijs Naber, die tot nu toe voornamelijk bekend is als komediant, laat zien dat hij ook serieuze rollen aan kan. Ook de andere acteurs geven blijk van een weldadig gebrek aan glamour.

Het probleem is dat je echter met geen van de personages kunt meevoelen. Dat zou nog niet zo erg zijn –Brecht zelf streefde tenslotte naar theater dat inzicht bood in plaats van medelijden- als de voorstelling meer dynamiek zou hebben. Alles heeft echter hetzelfde tempo en dat gaat al snel vervelen. Misschien ligt het aan de vertaling. De poëzie van Baal waar de voorstelling op drijft biedt geen enkel raakvlak met de moderne tijd. Dat maakt deze Baal historiserend en daarmee eigenlijk net zo vervelend als de huidige Moeder Courage van Joop van den Ende, de mooie, stoere hoofdrol van Sorel ten spijt.

Baal van het Ro Theater. Gezien 22/3/08 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 1 en 2/5. Tournee t/m 17/5. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: ‘Lang en Gelukkig’ van het Ro Theater

In Engeland is de Panto een traditie van al vele decennia: familievoorstellingen rond Kerstmis, met flauwe humor, publieksparticipatie, mannen in travestie en heel veel grappen met vunzige dubbele bodems. Regisseur Pieter Kramer en toneelschrijver Don Duyns wilden kijken of ze met een Nederlandse variant op de Panto de traditionele familievoorstelling van het Ro Theater –een traditie waarin de laatste jaren danig de klad was gekomen- nieuw leven konden inblazen. Met wervelend resultaat.

Ze bedachten een ongewoon sprookje waarin Assepoester vriendin is van Roodkapje, de boze stiefmoeder dochters heeft die Paris en Hilton heten en de prins de ware liefde vindt met zijn koninklijke stylist. Klein Duimpje heeft een mini-rolletje: hij is zo klein dat niemand hem kan zien. Het publiek mag helpen en meezingen.

De regie van Kramer is een ode aan de magie van het toneel, met glijdende decorstukken, goochelacts en een scène die op magistrale wijze het perspectief wisselt waardoor we ineens de gebeurtenissen van bovenaf bekijken.

Bekende namen van Arjan Ederveen en Alex Klaasen mogen dan misschien publiekstrekkers zijn, op het podium vallen vooral de toneelacteurs op: Hannah van Lunteren speelt Assepoester als meisje van hiernaast, Hans Leendertse is schaamteloos als hulpeloze prins met darmproblemen en Sylvia Poorta heeft een hilarische dubbelrol.

Maar Gijs Naber steekt ze allemaal naar de kroon. Als stylist van de prins is hij de meester van de betekenisvolle blik en als slechte, lelijke en domme stiefdochter Hilton weet hij met uitzinnige fysieke humor de algehele hysterie steeds een tandje hoger te schakelen.

Het knappe van schrijver Don Duyns is vooral dat hij een Nederlands equivalent heeft gevonden voor de talige onderbroekenlol van de Engelse Panto. Zijn vondsten zijn schunnig, maar nooit expliciet. Daarom is Lang en Gelukkig een echte familievoorstelling, met vrolijke poep en pies-humor voor kinderen vanaf een jaar of acht en schuine grappen voor volwassenen, maar speciaal ook pubers lijken het geheel uitstekend te kunnen waarderen. Voor de theaterliefhebber worden zelfs nog een paar postmoderne verwijzingen ingebouwd.

Het is jammer dat het eind geen uitbundige, alles inlossende finale is, maar een beetje ongeïnspireerde musical-parodie. Maar dat is een kleine smet op een feestelijke, aanstekelijke voorstelling, met veel mogelijkheden voor een vervolg volgend jaar. Met die Kerst-traditie van het Ro zit het wel snor.

Lang en Gelukkig van het Ro Theater. Gezien 21/12/07 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam 9 t/m 11/1/08(Stadsschouwburg), 23/1 (Meervaart), tournee t/m 3/2. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: Hoofd van Jetse Batelaan, Ro Theater

Parool,recensies — simber op 12 juni 2007 om 23:27 uur
tags: ,

Het is eigenlijk uitzonderlijk dat een jonge theatermaker die zo origineel en radicaal is als Jetse Batelaan er zelfbewust voor kiest om voor een zo groot mogelijk publiek te werken. Hij werkte eerder met Arjen Ederveen en met Carver en maakt nu voor het eerst een eigen voorstelling bij een groot gezelschap, het Ro Theater uit Rotterdam.

Net als zijn generatiegenoten Lotte van den Berg en Dries Verhoeven werkt hij aan een radicale theatervorm waarin hij vrijwel zonder tekst en met een even naïeve als melancholieke blik de wereld beziet. Maar juist door die naïeve blik is hun werk altijd helder en toegankelijk.

Vier spelers komen op, met een bos bloemen in de hand. Ze staan vol ingehouden verdriet naast een van de drie lege ziekenhuisbedden. Soms trekken ze even de al strakke lakens nog rechter of halen ze een kopje koffie uit de automaat. Soms sjouwen ze een levensgrote pop over hun schouder mee. Iedere pop heeft dezelfde kleren aan als een van de andere spelers en iedereen doet alsof die poppen niets bijzonders zijn.

Net als in zijn grote locatievoorstelling Broeders, vorige zomer, gebruikt Batelaan beelden en termen uit de zorg om wezenlijke dingen te zeggen over hulpeloosheid en mededogen. “Het geeft niet; we kunnen het allemaal niet” is zijn troostrijke motto. De voorstelling heeft geen verhaal of ontwikkeling, binnen een uur wordt eigenlijk één uitgebeende scène getoond. Een stilleven aan het ziekbed waar de toestand van de patiënt steeds “Stabiel” is totdat de dokter de “Uitslag” komt brengen die onveranderlijk “Slecht nieuws” luidt.

De combinatie van abstractie, absurdisme en alledaagsheid is Batelaan’s handelsmerk. De details -een saucijzenbroodje, een gesprekje over een annuleringsverzekering- zijn raak getroffen en maken de ziekenhuissituatie nog pijnlijker en onmachtiger. Het doet daarmee denken aan de geënsceneerde rouw uit de nieuwe fotoserie Grief van Erwin Olaf.

Maar Broeders was absurder en scherper. Grappig genoeg lijkt Batelaans werk op locatie hem de kans te geven de werkelijkheid scheef te zetten, terwijl hij hier in de theaterzaal een soort hyperrealisme nastreeft dat bij de toeschouwer verwachtingen opwekt die door de voorstelling niet worden ingelost. Wat overblijft is een mooie sfeertekening die meer met beeldende kunst te maken heeft dan met toneel.

Hoofd van het Ro Theater. Gezien 9/6 in de Toneelschuur in Haarlem. Volgend seizoen in Amsterdam te zien. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie: ‘Onderbuikblues’ van Peter Handke door het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:09 uur
tags: , , , ,

Een voorstelling die Onderbuikblues heet in Rotterdam. Je zou kunnen verwachten dat dat een stevige evaluatie wordt van vier jaar Leefbaarheid voor bewoners en kunstenaars in de Maasstad. Maar zo eenvoudig maakt het Ro Theater het niet voor het publiek. Onderbuikblues is een weerbarstige voorstelling waarin betekenis diep verborgen ligt.

Onderbuikblues is eigenlijk een anderhalf uur durende monoloog van een man in de metro. Hij ziet eruit als een verwarde gek, maar misschien is hij juist wel een profeet. Hij houdt en poëtische lamentatie tegen leegte en lelijkheid van de mensen om hem heen. De tekst is van de Duitse auteur Peter Handke, die in de jaren zestig doorbrak met het spreekstuk Publieksbeschimping, waarin het burgerlijke theaterpubliek genadeloos een spiegel krijgt voorgehouden.

Het decor is een metrohalte, compleet met zwerver-proof stoeltjes, een overlopende prullebak en een vloer bezaait met kauwgum. De man schimpt en scheldt. Over de domme tevredenheid die hij ziet in zijn medepassagiers op deze metrorit, over hoe lelijk hun geluk hen maakt, over de leugen van hun liefde. Herman Gilis speelt de man als een overlopende emmer vol haat. Soms herkenbaar verontwaardigd en onmachtig, dan weer overdreven cynisch en zwartgallig. Gilis’ woede is groot, maar bestudeerd. Daardoor ga je beter naar hem luisteren, maar tegelijk neemt de impact van zijn ergste beledigingen af.

Fania Sorel, dik gemaakt en in een vormeloos pak, is de onschuldige voorbijganger die het slachtoffer wordt van de verbale aanvallen van de man. Haar verschrikte mimiek maakt de voorstelling lichter, maar de toon blijft grimmig. Aan het eind, als de man niets en niemand meer heeft om zijn gal tegen te spuien, verschijnt ze als vurige engel. Ze confronteert hem met zijn wanhoop en zijn eenzaamheid. Ook achter zijn woede blijkt verdriet schuil te gaan.

Onderbuikblues is te interpreteren als moderne tocht door de hel, gesymboliseerd door het een meer dan manshoog uitvergrote doosje lucifers in het decor. Maar er hangt ook een gigantische reclameposter: het laatste avondmaal van Da Vinci waarin de hoofden van de apostelen zijn vervangen door die van moderne heiligen zoals Micky Mouse, Mao en de Dalai Lama. Daarmee is de voorstelling ook te beschouwen als aanval op de stompzinnige massacultuur die alles van waarde lelijk maakt.

Onderbuikblues biedt veel stof tot nadenken, maar blijft erg intellectueel. Handke’s woede is intellectuele woede en de theatrale stijl van regisseur Alize Zandwijk maakt de voorstelling minder direct en gevaarlijk dan hij had kunnen zijn. Want Onderbuikblues doet weinig met de onderbuik, maar des te meer met het hoofd.

Onderbuikblues van Peter Handke door het Ro Theater. Regie: Alize Zandwijk. Gezien 8/4/06 in Rotterdam, in Amsterdam 5 t/m 7/5, tournee t/m 3/6. Meer info op www.rotheater.nl

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity