Amsterdamprijs: interview Sadettin Kırmızıyüz

interviews,Parool — simber op 15 augustus 2016 om 11:44 uur
tags: ,

Op 25 augustus wordt de Amsterdamprijs voor de Kunst uitgereikt. In deze serie komen de negen genomineerden aan het woord. Aflevering 7: Sadettin Kırmızıyüz

 De Amsterdamse theatermaker Sadettin Kırmızıyüz (34) werkt sinds een aantal jaar aan een serie persoonlijke, toegankelijke voorstellingen over multiculturele thema’s. Vorig jaar maakte hij met De radicalisering van Sadettin K. een bozer, harder statement. “Naast zijn hoge mate van vakmanschap vindt de jury zijn durf om een andere wegen in te slaan prijzenswaardig.”

Wat kenmerkt uw werk?

“Het gaat bij mij altijd om hete hangijzers in de samenleving rondom multiculturele thema’s: migratie, integratie, dubbele identiteit. Maar ik probeer wel altijd het perspectief te draaien. Ik maak van mezelf een personage: een atheïstische, verkaasde Nederturk uit Zutphen, die er gaandeweg achter is gekomen dat hij onderdeel uitmaakt van een grotere geschiedenis: de arbeidsmigrantenstroom.

De uiterwaarden van de IJssel in Gelderland, dát is mijn land. Ik ben door mijn ouders opgevoed om zo Nederlands mogelijk te worden. Ik moest hier meedoen. Terwijl mijn ouders conservatief zijn – Erdogan-stemmers. Van Gogh werd vermoord toen ik op de toneelschool in Maastricht zat. Toen pas merkte ik dat ik door mijn achtergrond dingen anders zie. En vanaf toen moest ik er wat mee in mijn werk.

Mijn voorstellingen zijn persoonlijk. Ik schrijf zelf en ik sta zelf op het toneel. Vanuit mijn persoonlijke verhaal zoek ik het universele. Ik vind het belangrijk dat mijn werk toegankelijk is en dat je erom kunt lachen. De radicalisering van Sadettin K. is misschien minder grappig; ik vond dat ik met de zelfspot en ironie uit mijn eerdere voorstellingen ook heikele dingen uit de weg ging. Ik wilde een voorstelling maken waarin de pijnlijkheid gewoon uitgesproken werd. Het maakte me geen hol uit of de voorstelling goed werd, alles wat ik zeg moest wáár zijn. Er zit wel degelijk humor in, maar het is wranger.

In iedere voorstelling zit een Star Wars-citaat. Ik ben ook een kind van de jaren tachtig en The Empire Strikes Back is voor mij een ijkpunt. En ik probeer altijd om een stuk geschiedenis te vertellen, om de huidige problemen in perspectief te plaatsen. In De radicalisering… vertel ik over de veroveringen van het Ottomaanse Rijk in de Middeleeuwen met een kaart van zand; dan zie je ineens dat het van alle tijden is dat mensen met elkaar in botsing komen.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam? Wat voor raakvlakken heeft uw kunst met Amsterdam?

“In 2009 ben ik vanuit Maastricht naar Amsterdam verhuisd. Ik heb vanaf dag één na mijn afstuderen gewerkt als acteur, vervolgens als maker bij een productiehuis, en nu zelfstandig met mijn eigen stichting Trouble Man. Het is een volle weg geweest, en zeker het afgelopen jaar heb ik veel waardering gekregen, maar juist nominatie voor de Amsterdamprijs doet me veel. Ik heb bij de bekendmaking van de nominaties, toen [AFK-directeur] Clayde Menso ons ‘negen iconen van de stad’ noemde, wel even met mijn zakelijk leider een sigaartje gerookt in de tuin van de burgemeester.

Ik gebruik natuurlijk veel uit mijn persoonlijke leven in mijn werk, en mijn persoonlijke leven speelt zich af in Amsterdam. Ik reageer op wat ik hier meemaak en wat ik hier hoor. En ik heb een zoon van twee, hij is een Belgisch-Turkse-Amsterdammer. Dat is een wandelende contradictie, het begin van een goede mop.

Wat doet u om uw kunst onder de mensen te krijgen?

Ik vind het steeds belangrijker dat kunst echt iets teweeg brengt, los van hoeveel mensen er komen kijken. We hebben door subsidieprogramma The Art of Impact een speciaal programma kunnen maken voor middelbare scholen: een website – hoeradicaalbenjij.nl – waarmee docenten in de klas kunnen praten over de thema’s die ik wil aansnijden. Dat gaat verder dan alleen voorbereiden van het bezoek aan de voorstelling. Ook nu de voorstelling is uitgespeeld krijg ik mails van scholen die de site nog gebruiken. We hebben hiervoor een samengewerkt met een ‘impact producer’, iemand die met documentairemakers werkt om na het uitkomen van een film daadwerkelijk iets te veranderen. Met haar wil ik blijven werken.

Wat zijn uw plannen?

De komende tijd ga ik vooral spelen en lesgeven. Ik blijf naast mijn eigen voorstellingen werken als acteur. Mijn volgende project is pas eind 2017, dan ga ik samen met Marjolijn van Heemstra en Jetse Batelaan Kruistocht in Spijkerbroek bewerken voor toneel. Er zijn drie Kinderkruistochten geweest en ik wil die route nareizen met mijn zoontje op de achterbank. Er werden echt zuigelingen meegegeven – de muren van Jeruzalem zouden vallen bij de aanblik van het kinderleger.

Als u zelf niet wint, wie moet er dan winnen, en waarom?

Ik gun het iedereen. Voor mijn part wint iedereen ‘m en verdelen we de pot. Het is serieus een grote eer om genomineerd te zijn.

De Radicalisering van Sadettin K. is nog te zien op 8 september in de Stadsschouwburg – www.tf.nl.
Kırmızıyüz speelt mee in Romeo en Julia van Theater het Amsterdamse Bos, t/m 3 september – www.bostheater.nl

 

 

Recensie: ‘Hollandse Luchten 1: Jeremia’ van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 17 februari 2014 om 09:00 uur
tags: , ,

“Meestal waren we niet boos, maar gewoon thuis.” Theatermakers Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra –prototype ‘linkse gutmenschen’– vertellen over hun bezoek aan Wil Schuurman, secretaresse en later echtenote van Hans Janmaat, in de jaren ’80 en ’90 als kamerlid van de Centrum Democraten die met zijn afkeer van de multiculturele samenleving een van de meest gehate mensen in Nederland was.

Is hij niet de wegbereider van de populisten en de reaguurders van vandaag? Waarom konden zijn uitspraken ‘Vol is vol’ toen volstrekt niet door de beugel en klinken ze nu zo tam. Hadden we naar hem moeten luisteren? Met deze vragen gingen de twee makers –allebei begaafd in een losse stand-up achtige stijl– op zoek naar anti-fascisten, allochtonen en CD’ers uit die tijd.

In een vlotte, slimme voorstelling behandelen ze een enorme veelheid aan thema’s: de radicalisering van moslims, aangespoelde walvissen, fantasy games en de Neverending Story, Anne Frank en de Mars der Beschaving. Steeds is er de tegenstelling: Kirmiziyüz die het gesprek aangaat en zijn woede ziet verdampen als hij zijn tegenstanders leert kennen, en Van Heemstra die wanhopig op zoek is naar morele zekerheden.

Maar de uiteindelijke conclusie is niet bijster optimistisch: in Nederland eindigen politieke en ethische conflicten ófwel in doodsverwensingen en echt geweld –de reaguurders en de antifascisten die het hotel waar de Centrum Democraten vergaderden in de fik staken– ófwel in de zachte sentimentaliteit van de persoonlijke verhouding –Kirmiziyüz die ontdekt dat zijn Twitter-nemesis Gekke Toon een doodgewone vrouw is die van schildpadden houdt.

Misschien biedt de kunst uitkomst als plek om conflicten serieus aan te gaan, zonder dat ze per se moeten worden opgelost? Wil Schuurman zat bij de première in ieder geval op de eerste rij.

Hollandse Luchten 1: Jeremia van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra, Frascati Producties. Gezien 7/2/14 in Frascati. Aldaar t/m 15/2. Tournee. Meer info op jeremia.troubleman.nl

Interviews schrijvende spelers/spelende schrijvers

(Voor de Toneelschrijversspecial van Theatermaker, februari 2014)

Niet alle toneelschrijvers zitten te zweten in hun werkkamer, hopend dat de regisseur en de acteurs hun werk recht zullen doen. De meeste toneelstukken worden in Nederland namelijk geschreven door makers die de teksten later zélf gaan spelen. Hoe verhouden bij hen het schrijven en het spelen zich tot elkaar? En wat gebeurt er als één van de personages jij zelf bent? “Ik ben eigenlijk al aan het spelen als ik aan het schrijven ben.”

Hoewel ze naam maakten als speler of theatermaker begint ook voor Marjolijn van Heemstra, Sadettin Kirmiziyüz en Naomi Velissariou iedere voorstelling achter de schrijftafel. Van Heemstra schrijft al haar teksten zelf; Kirmiziyüz schrijft soms zelf, maar gaf Joeri Vos opdracht om een deel van de tekst te maken voor What’s happening brother en schreef Somedaymyprincewill.com samen met regisseur Caspar Vandeputte; Velissariou stond vorig seizoen als actrice in stukken van Martin Crimp (bij Marijke de Kerf) en Edward Albee (bij Dood Paard), werkt voor haar eigen voorstellingen vaak samen met Rik van den Bos, maar schreef voor haar eigen voorstelling A Tragedy (simplified) voor het eerst zelf de tekst.

Ondanks hun alles-zelf-doen-mentaliteit geldt voor alledrie dat er een duidelijke cesuur is tussen het schrijven en de vloer op gaan. Kirmiziyüz: “Schrijven is voor mij een organisch onderdeel van repeteren, maar als je eenmaal de vloer op stapt, dan ligt de structuur vast. Natuurlijk verander ik nog wel wat – bij Somedaymyprincewill.com zelfs na de première nog – maar dat zijn kleinere dingen. Ik geloof erg in serendipiteit: dingen vinden waarnaar je niet op zoek was. Sommige scènes die ik schrijf zijn een soort steno: op de vloer gebeurt er weer iets nieuws mee. Het is een dynamisch proces.”

Voor Van Heemstra zijn haar teksten bindender. “Ik wacht lang met de vloer op gaan, omdat ik aan het puzzelen ben met de structuur van het verhaal. Ik ben het meeste bezig met opbouw en gelaagdheid, ik vind het mooi als de thema’s op alle niveaus resoneren. Als ik het in de voorstelling vertel klinkt het eenvoudig, maar als je het leest zie je dat er veel verbanden zijn tussen de verschillende elementen. Ik ben oorspronkelijk geen actrice; voorstellingen maken was mijn opleiding. Het zelfvertrouwen om dat te doen komt vanuit de tekst.”

Velissariou is juist wel een actrice, maar ook afgestudeerd theaterwetenschapper. In haar eigen voorstellingen probeert ze die twee uitersten te verenigen. “Ik ben gefascineerd door het idee om theatertheorie op de vloer te brengen. In de voorstelling Kwartet: een powerballad,die ik maakte met Urland, speelde ik een soort getroebleerde dramaturge die een extreem theoretisch verhaal over Heiner Müller afsteekt. Ik schreef een heel droge tekst, een onspeelbare constructie. Dat vind ik heel leuk om aan te pakken. In A Tragedy (simplified) werkte ik dat idee verder uit, aan de hand van de Ars Poetica van Aristoteles.”

Alledrie benadrukken ze dat ze min of meer hardop aan het schrijven zijn, alsof ze proeven hoe ze die zinnen straks uit zullen spreken. “Ik zit vaak te lachen achter de laptop”, zegt Kirmiziyüz. “Ik ben eigenlijk al aan het spelen als ik aan het schrijven ben. Het moeten zinnen zijn die ik zou kunnen zeggen.” Van Heemstra – naast actrice ook dichteres, columniste en sinds vorig jaar romanschrijfster – schrijft veel en snel: “Ik schrijf soms wel een versie per dag en die lees ik dan voor aan mensen. Ik heb heel fijn contact met Liet Lenshoek (dramaturge van het Ro Theater), zonder dat ze iets zegt weet ik al hoe het beter moet. En inderdaad vooral hardop lezen, dan hoor je of het klopt of niet. Maar dat doe ik bij columns ook.”

“Ik moet het allemaal opschrijven: ‘ik ga nu even die spelen’; ‘ik ga nu even opkomen’. Ik vind het zelf fijn om meegenomen te worden. Ik heb te veel theater gezien dat ik niet begreep omdat ik de codes niet kende. Ik schrijf zoals ik het zelf graag zou zien.”

Meer dan de andere twee is Velissariou tijdens het schrijven bezig om het zichzelf lastig te maken op het toneel. “Zo’n tekst is absoluut een opdracht aan mezelf als actrice. De tekst van A Tragedy (simplified) bestaat uit vijf delen en ik wilde mezelf dwingen om met ieder deel een andere kant op te gaan. Eén deel schreef ik zonder bijvoegelijke naamwoorden; daarmee krijgt de tekst iets objectiefs, en als je dan heel veel commentaar in je spel legt werkt dat vervreemdend. Een ander deel schreef ik metrisch, zodat ik het later op muziek kon zetten.”

“Ik vertrouw erop dat mijn teksten, hoe droog ook, niet theoretisch zullen aanvoelen als ik ze speel. Ik denk dat ik het kan maken om vrij theoretische constructies te bouwen, die niet theoretisch aanvoelen. En dat is een soort uitdaging die niemand anders mij zal vragen. Een regisseur die op dat conceptuele niveau nadenkt lost dat op in vorm, en zal je nooit vragen om dat in spel te doen. Ik vind het spannend om mezelf dat soort dingen te vragen, maar ook lastig hoor. Want ik wil het mezelf dan wel moeilijk maken, maar als je het moet spelen denk je ook: wat een klotetekst.”

Alledrie schrijven ze niet alleen voor zichzelf, maar ook over zichzelf. Kirmiziyüz en Velissariou maakten voorstellingen over hun komaf, en Van Heemstra zet haar eigen levensvragen en belevenissen centraal. Hoe maak je van jezelf een personage? Kirmiziyüz: “Het is een kwestie van uitvergroten. Bij de voorstellingen over mijn familieleden vormde ik mezelf naar het negatief van het hoofdpersonage. Ik overdrijf hen, maar ik overdrijf mezelf nog veel meer. Mijn vader is traditioneel, dus in die voorstelling werd ik atheïstisch en een beetje ondeugend; mijn broer is de doener, dan ben ik de denker; mijn moeder is hier vreemd en in Turkije thuis, bij mij is het andersom. Je moet een zekere meedogenloosheid hebben om je familie zo in te zetten, maar ik ben het meest meedogenloos voor mezelf.”

Van Heemstra: “Ik maak mezelf iets extremer in mijn voorstellingen, ik zet vooral de conflicten flink aan. Maar het zijn wel degelijk míjn vragen die ik gebruik. Juist dat het geen fictie is geeft de voorstellingen spanning. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat iemand anders die teksten zou spelen. Ik laat ze ook niet uitgeven of insturen voor prijzen of zo.”

Velissariou: “Het is altijd ik, en dat vergroot ik uit of ik dik het in of ik abstraheer het. A Tragedy (simplified) gaat over een vrouw die probeert een theatrale vorm te vinden om eigenlijk iets heel simpels te vertellen. Ik kom nu aan het eind van de voorstelling uit bij een soort authentieke vorm waarin ik iets vertel over mijn zus. Ik heb dat in het repetitielokaal op camera verteld, toen teruggeluisterd (heel genant) en uitgetypt. Maar het blijft natuurlijk een simulacrum: als je zo’n tekst uit je hoofd leert en in het theater zegt is dat alles behalve oprecht en authentiek.”

Recensie: Theater na de Dam

“Zonder herinnering geen dialoog. Zonder dialoog geen herinnering. Zonder herinnering geen toekomst.” Theatermaker Sadettin Kirmiziyüz ligt al op de grond als hij Theater na de Dam onbedoeld een motto geeft. Net als de eerdere personages die hij speelde is hij eerst gevangen door een rood zoeklichtje en daarna koel neergeknald. Voor sommigen is herinneren gevaarlijk.

Voor het vierde jaar vond zaterdag Theater na de Dam plaats, een programma van theatervoorstellingen die direct of indirect over de Tweede Wereldoorlog gaan, aansluitend op Dodenherdenking. Veel uitvoeringen zijn reprises (zoals Al mijn Zonen van Toneelgroep Amsterdam of Hannah & Martin van Mugmetdegoudentand), maar Theater na de Dam produceert jaarlijks  zelf ook een paar eigen voorstellingen.

Zo speelde Kirmiziyüz de voorstelling Ararat, stonden Freek en Hella de Jonge in het Compagnietheater, ging Adriaan van Dis in dialoog met de jonge acteurs van De Hollanders en, het meest grootschalig, studenten van de Amsterdamse toneelschool traden met enkele coryfeeën op in Carré onder de titel Talloze namen. De achttien studenten gingen samen met studieleider en regisseur van de avond Ruut Weissman op reis naar Auschwitz en doen op deze avond verslag van hun indrukken, in beweging en muzikaal, versneden met het verhaal Helmert Woudenberg, zoon van twee NSB’ers die beiden de oorlog niet overleefden. André van Duin, Meral Polat en Marlies Heuer verzorgen intermezzo’s.

Zo’n avond wordt al snel een wedloop van indrukwekkendheid, maar de toon blijft gepast plechtig met af en toe een lichte toets. Het levensverhaal van Woudenberg, sober en sonoor verteld, is werkelijk onvoorstelbaar, Polat zingt schitterend een onbekend lied van Brecht en Van Duin draagt ingehouden het gedicht voor van Willem Willink over de goochelaar Ben Ali Libi.

Daar hebben de studenten helaas weinig aan toe te voegen. Jazeker, ze kunnen ontegenzeggelijk mooi samenzingen in diverse stijlen, ritmisch stampen en toepasselijke poëzie voordragen, maar hun reflecties op het verdriet, de woede en de gêne die ze voelden in het concentratiekamp blijven te particulier en te vlak. Pas aan het eind, als Woudenberg het heeft over de “verloren levens” van zijn ouders, ellendig gestorven op hun 21e en 25e, snap je de drang van de studenten die zo’n beetje dezelfde leeftijd hebben.

Intrigerende reflectie was wel te vinden bij Kirmiziyüz, die het in Ararat wilde hebben over de Armeense genocide van 1915, in het land van zijn grootouders, Turkije. Maar de kwestie blijkt te groot en te beladen om überhaupt op een eenduidige manier te vertellen. Hij is een innemende speler die verschillende personages neerzet –Noach die met zijn Ark in het gebied strandt, een oude huurmoordenaar, een pasja die het verdacht goed voor heeft met de Armenen– die uiteindelijk een voor een worden neergeschoten.

Het initiatief van Theater na de Dam kan niet hoog genoeg geprezen worden. Waar de officiële herdenking de laatste jaren steeds opnieuw wordt ontsierd door conclicten over wie er wel en niet bij hoort, is de kunst –en speciaal het theater– dé plek waar deze spanningen tot uiting kunnen komen, waar de hoge moraal geconfronteerd wordt met de menselijke zwakte en waar argumenten het emotionele gewicht kunnen krijgen dat bij de geschiedenis past. Zelfs als niet alle voorstellingen in het programma die hoge aspiraties waarmaken, is Theater na de Dam nog steeds een traditie die niet meer mag verdwijnen.

Theater na de Dam. Gezien: Talloze Namen (5/5) in Carré en Ararat (3/5, try-out) van Sadettin Kirmiziyüz in Frascati. Meer info www.theaternadedam.nl

Recensie: ‘Somedaymyprincewill.com’ van Sadettin Kirmiziyüz en The Sadists

Daar staat ze: “De schone van Zutphen”. Het blijft een schriele, harige Turkse jongen met een pruik op die haar speelt, maar je ziet haar in de blikken van de mannen die haar bekijken. De Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz maakte een voorstelling over zijn zus, net als hijzelf geboren en getogen in Nederland, die een paar jaar geleden de beslissing nam om te trouwen in Turkije en in Istanbul te gaan wonen. Het is een mooie, tikje onevenwichtige  voorstelling geworden, waarin romantiek uiteindelijk sterker is dan maatschappijkritiek.

Kirmiziyüz is niet de enige die zich op toneel bezighoudt met zijn familie. Eric de Vroedt maakte van Mightysociety10 een portret van zijn ouders, Nasrdin Dchar speelde zijn moeder in Oumi en net als Kirmiziyüz maakt Ilay den Boer een reeks voorstellingen waarin hij zijn hele familie langs gaat. De mooiste van Kirmiziyüz was tot nu toe De vader, de zoon en het heilige feest, waarin hij vertelt hou hij als “agnostische, geassimileerde migrantenzoon” samen met zijn vader op Hadj ging naar Mekka.

Somedaymyprincewill.com speelt zich af in het decor van zijn zusters bruiloft, een uitbundig feest van roze thule en tafels vol colablikjes, met als band de drie geweldige theatermuzikanten van The Sadists (Erik van der Horst, Kaspar Schellingerhout en Viktor Griffioen) die hun hand niet omdraaien voor zoetgevooise close-harmony, vuige rock, techno of Turkse bruiloftstampers en die ook ingeschoven worden als secundaire personages, wat ze alledrie met buitengewoon geestig en innemend doen.

De scènes zijn al even gevarieerd, de voorstelling springt heen en weer tussen pastische op een kasteelroman, modern geëngageerd toneel en Bollywood-romantiek. In kort bestek schetst Kirmiziyüz het contrast tussen hemzelf (vwo, veel blowen, toneelschool, veel meisjes) en zijn zus (mavo, wonend bij haar moeder, baantjes bij een pizzeria en een zonnestudio, besluiteloos over wat ze met haar leven wil). Hij is een prettige, slimme toneelpersoonlijkheid, die familieverhalen moeiteloos lardeert met verwijzingen naar Homerus, Darth Vader en de Statenbijbel en die aan het eind een prachtig bruidje wordt. Dit is een voorstelling waarin de Teenage Mutant Ninja Turtles als heldere metafoor worden gebruikt. Kom er maar eens om.

In een effectief aandoenlijk op toneel gezette chat-sessie op Maroc.nl ontmoet ze een imam en besluit ze haar geloof serieuzer te gaan nemen een hoofddoek te gaan dragen. Haar broer is kritisch: “Je trekt een hoofddoek aan om weg te lopen voor de échte keuzes in je leven”, maar achter zijn commentaar schemert spijt dat híj niet met haar in gesprek is gegaan.

Een echte confrontatie blijft uit en dat is jammer, maar de voorstelling maakt mooi duidelijk waarom: deze familieleden hebben niet tegengestelde opvattingen, maar leven in volslagen verschillende werelden. Dat is een vorm van eigentijdse tragiek die Kirmiziyüz knap heeft gevangen.

Somedaymyprincewill.com van Sadettin Kirmiziyüz en The Sadists. Gezien 29/11/12 in De Brakke Grond. Aldaar t/m 1/12. Tournee t/m 1/3/13. Meer info op www.troubleman.nl

Recensie: ‘Mehmet de veroveraar’ van De Toneelmakerij

“Vertel mij de geschiedenis van de ander en ik weet wie ik ben.” Het verbinden van verhalen van ver weg en dichtbij is het doorlopende thema in het werk van (jeugd)theatermaker Ad de Bont, van Mirad, een jongen uit Bosnië tot Anne en Zef. In Mehmet de Veroveraar, zijn afscheidsvoorstelling van zijn eigen gezelschap De Toneelmakerij (vier jaar geleden ontstaan uit een fusie van Huis aan de Amstel en Wederzijds), wordt dat motto bekroond met een mooie, grootse theaterproductie voor kinderen vanaf 10 jaar.

De Bont schreef een stuk over Mehmet II, in Turkije nog steeds een grote held, in het westen eerder bekend als wrede veldheer die in 1453 Constantinopel veroverde en er een islamitische stad van maakte. De Bont toont hem vooral als zeer jong –hij was 12 toen hij sultan werd– en geeft hem een westerse vriend en tegenpool, de onwettelijke kardinaalszoon Christiano.

Het grootschalige stuk over vaders en zonen, wij en zij, strijd en verzoening wordt door regisseur Liesbeth Colthof gebracht als grootschalige locatieproductie, een jeugdmarathonvoorstelling (drie keer een uur) in een grote hal, die steeds nieuwe locaties blijkt te herbergen, met een groot aantal acteurs, een woestijn, een paard, perzische tapijten totaan het plafond en (erg lekker) turks eten in de pauzes.

Grootste troeven van de voorstelling zijn het vaardig en helder vertelde verhaal, dat vele jaren en locaties bestrijkt (en waarin de historische werkelijkheid niet meer dan een aanleiding is) en het knappe spel van de meeste spelers; naast Sadettin Kirmiziyüz als Mehmet en Roel Adam (als zijn vader, sultan Murat, die moeite heeft om het met zoveel bloed en lijden opgebouwde Ottomaanse rijk over te dragen) vallen Daniël van Klaveren en met name Debbie Korper op – die laatste speelde vaker nuchtere, wijze vrouwen, maar nog niet vaak zo mooi. Meral Polat blijkt, prachtig zingend, opnieuw een weergaloze performer, een Turks-Nederlandse ster in de dop.

Feilen heeft de voorstelling ook: de tekst is poëtisch en een beetje ouderwets en gedragen. Dat is mooi, maar maakt de voorstelling erg talig, vooral omdat echt theatraal spektakel uitblijft; er mist een soort crescendo dat zo’n megaproject toch nodig heeft.

Maar wat de voorstelling uiteindelijk ontroerend maakt is het besef dat in het schrijven van de ‘geschiedenis van de ander’ De Bont toch ook over zichzelf heeft geschreven: hij draagt een belangrijk ‘koninkrijk’ van het jeugdtheater over, juist op het moment dat het bedreigd wordt en er strijd moet worden geleverd. Het ziet er nu naar uit dat De Toneelmakerij in de toekomst zulke grootschalige voorstellingen niet meer kan maken. En dat zou echt zonde zijn.

Mehmet de veroveraar van De Toneelmakerij. Gezien 9/6/12 in Alkmaar. Aldaar t/m 7/7. Busvervoer vanaf De Krakeling. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Facebooktheater

Parool,PS Kunst — simber op 2 september 2011 om 00:21 uur
tags: , , , ,

Het theaterseizoen begint met terugkijken. Morgen start Het Nederlands Theaterfestival, waar tot 11 september de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein. Een jury van experts koos de tien belangrijkste voorstellingen, en daarnaast zijn een aantal genomineerden voor de Toneelpublieksprijs te zien. Nu leek het afgelopen seizoen voornamelijk te bestaan uit luidruchtige woede over de aangekondigde bezuinigingen, maar tussendoor werd ook nog heel goed theater gemaakt.

De selectie die de jury daaruit maakte geeft dit jaar een vrij onevenwichtige indruk. Gelukkig ontbreken de twee essentiële voorstellingen van het seizoen niet: Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Ivo van Hove, de publiekshit voor Toneelgroep Amsterdam. Maar verder is het vooral middle-of-the-road-toneel als De Kus van Hummelinck Stuurman of Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam. En waar is Richard III van Orkater, de fenomenaal succesvolle mash-up van Shakespeare en Tom Waits, waar Gijs Scholten van Aschat zo’n memorabele slechterik neerzette? Het is maar goed dat die voorstelling nog wel in het festival te zien als één van de publieksfavorieten van vorig jaar.

Eén zinnetje uit het jurycommentaar viel op: “In de kleine zaal kreeg de trend van egodocumentair theater definitief voet aan de grond.” Dat is te zeggen. Het wemelde dit jaar van de solovoorstellingen waarin makers van in de twintig of dertig zelf op het toneel stonden en op ongedwongen wijze het publiek zijn of haar verhaal vertelden.

Nasrdin Dchar vertelde in Oumi hoe een toneelrol in De Familie Avenier van Maria Goos hem ongewild in een identiteitscrisis stortte; Marjolijn van Heemstra vertelde in Family ’81 hoe ze in India, Zuid Afrika en Frankrijk op bezoek ging bij drie mensen met dezelfde geboortedatum als zijzelf; Sadettin Kirmiziyüz vertelde in De vader, de zoon en het heilige feest hoe hij met zijn vader op Hadj ging naar Mekka; Ilay den Boer vertelde in Zoek het lekker zelf uit hoe zijn opa voor de oorlog in Israël terecht kwam; Sanne Vogel vertelde in Document over het borstkankergen dat in haar familie woedt; Joris Smit vertelde over de psychiatrische inrichting Dennendal, samen met zijn eigen vader die daar in de jaren ’70 werkte; en Laura van Dolron vertelde in Sartre zegt sorry over haar moeizame verhouding met het doorgeslagen individualisme waar ze de Franse filosoof de schuld van geeft.

Kortom, het was een heuse trend. Je zou het ‘Facebook-theater’ kunnen noemen, omdat de makers dezelfde bestudeerde openhartigheid hanteren als gebruikers van het sociale netwerk. Ze geven veel van zichzelf bloot, soms inclusief vakantie- of jeugdfoto’s, en hun ouders en opvoeding komen expliciet aan de orde. Vorig jaar speelde Ilay den Boer al een voorstelling samen met zijn vader, dit jaar werden de ouders van Joris Smit, Jetse Batelaan en van de hele Duitse groep She She Pop het toneel op gesleept.

Het onderscheid met cabaret is soms moeilijk te maken; de voorstellingen zijn grappig en geëngageerd en de persoonlijkheid van de maker staat centraal. Niet voor niets noemt Van Dolron haar voorstellingen ‘stand-up filosofie’. De jury koos alleen háár voorstelling uit voor het festival en liet zo veel moois liggen. Die in het oog springende omissie wordt door festivaldirecteur Jeffrey Meulman gelukkig hersteld: onder de noemer ‘Director’s choice’ vroeg hij de voorstellingen Family ’81 en Oumi toe aan het programma.

En dat zijn beide aanraders. In Family ’81 gaat dichteres en theatermaakster Marjolijn van Heemstra op zoek naar mensen met dezelfde geboortedatum als zij, vanuit het idee dat mensen meer kinderen van hun tijd zijn dan van hun ouders. Met een Zuidafrikaanse, een Indiër en een Libanese zoekt ze gemeenschappelijke beelden uit hun jeugd in de jaren negentig. Voor elk van hen leek het einde van de Koude Oorlog en de Libanese burgeroorlog, het vrijlaten van Nelson Mandela en het openen van de markt in India het begin van een nieuw, optimistisch tijdperk, maar bij iedereen volgde een omslag. Van Heemstra staat alleen op het toneel, maar boven haar worden de andere drie geprojecteerd, alsof ze aan het skypen zijn. Maar ze zeggen niks; ze kijken toe en roken af en toe een sigaret, terwijl Van Heemstra vertelt over Clinton, MC Hammer en het gekloonde schaap Dolly.

In Oumi vertelt toneelspeler Nasrdin Dchar over de rol die hij speelde in De Geschiedenis van de Familie Avenier van Het Toneel Speelt. In de voorstelling speelt hij een Marokkaanse immigrant die in het familiebedrijf komt werken; voor Dchar is het alsof hij het levensverhaal van zijn eigen vader speelt. Maar als er een jaar later een vervolgvoorstelling komt, blijkt zijn personage ineens een dief die er met de kas vandoor gaat. Dchar voelt het als verraad aan zijn familie en stapt uit de voorstelling. Maar na gesprekken met Maria Goos, de schrijfster van Avenier, en een bezoek aan het geboortedorp van zijn ouders realiseert hij zich dat het misschien belangrijker is dat hij er wél staat: als Marokkaanse acteur op het podium van de Stadsschouwburg, tussen de Nederlandse sterren.

Zo bezien zijn de ‘Facebook-voorstellingen’ niet zomaar egodocumenten. Expliciete persoonlijke ontboezemingen zijn altijd al onderdeel geweest van theater en performance kunst en zijn eens in de zoveel tijd in de mode. Ik herinner me de leden van Mugmetdegoudentand die op het podium onbeschaamd hun generatie-X-problemen uitventten; Michael Matthews die zijn stervende, door aids geteisterde lichaam toonde; het feministische theater van Carla Mulder en de jongerenvoorstellingen van Ine te Rietstap.

Het verschil zit hem erin dat jongeren niet zo boos zijn als hun voorgangers: die voelden zich door de maatschappij belemmerd om zich te ontplooien omdat ze te ziek waren of vrouw, of van de verkeerde generatie. Ze hielden zich vast aan de onderdelen van hun identiteit die onveranderlijk waren, die ze enerzijds als gebrek en anderzijds als bron van trots ervaarden.

Dat is voor twintigers en dertigers van nu een moeilijk te doorgronden standpunt: zij zijn opgegroeid met het idee dat identiteit iets flexibels is; een paar meerkeuzevragen in een beroepentest of de in te vullen vakjes op je profielpagina van Facebook of Hyves. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en dat is precies waar al die Facebook-voorstellingen over gaan.

Het mooist zie je dat in een voorstelling die niet te zien is op het festival, maar die er zeker niet had misstaan: De vader, de zoon en het heilige feest van de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Hij omschrijft zichzelf als een “geassimileerde agnostische migrantenzoon”, maar uit een combinatie van zucht naar avontuur, religieuze nieuwsgierigheid en behoefte aan bonding met zijn vader maakt hij de islamitische heilige pelgrimstocht naar Mekka.

Wat zo bijzonder is aan deze voorstelling is dat Kirmiziyüz zijn Hadj niet beschrijft als een onvervreemdbaar deel van zijn cultuur en van zichzelf, maar juist als een zoektocht naar zelfontplooiing. Zo balanceert hij de hele tijd tussen afstandelijk en een beetje ironisch observeren en het moeizaam maar oprecht beschrijven van de spirituele ervaring die de reis voor hem toch ook is. In die zin lijken de reizen van Van Heemstra, Dchar en Kirmiziyüz op elkaar; moderne jonge mensen op zoek naar zichzelf en vormende ervaringen.

Er is nog een ander belangrijk onderscheid met de egodocumenten van een generatie eerder. Waar kunstenaars destijds op zoek waren naar ongemakkelijke werkelijkheid en confrontatie op het podium, zijn de huidige twintigers en dertigers gastvrij en ontwapenend –om niet te zeggen poeslief. Ze zijn meer geïnteresseerd in authenticiteit dan in feitelijkheid. Niet alles wat ze op het toneel vertellen is waar, ze zijn zich hyperbewust van de manipulatieve kracht van het theater en zetten die doelmatig in voor hun verhaal.

Daarin is Facebook-theater helemaal van nu. Het zijn voorstellingen waarin live, voor je neus identiteit wordt geconstrueerd. Als toeschouwer mag je je eraan spiegelen, erin meegaan of gewoon je duim omhoog doen en het liken.

Op vrijdag 2 september vind onder de titel Kunst van Ikke een debat plaats over egodocumentair theater. Aanvang 17:00 uur in de Stadsschouwburg
Family ’81: 3 t/m 5 september, 12:30 uur in Bellevue
Oumi: 6 t/m 11 september, 12:30 uur in Bellevue

Het Nederlands Theaterfestival is de jaarlijkse reprise van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Niet te missen zijn de voorstellingen Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Naast de voorstellingen is er een uitgebreid randprogramma, met oa. op 3 september een bijzondere terugblik op de legendarische hondenvoorstelling Going to the Dogs van Wim T. Schippers en op 4 september De Nacht van de Regie, waarin vijf vooraanstaande regisseurs ieder een scène uit Richard III te lijf gaan. Tegelijkertijd vindt op de meest vreemde plekken in de stad het Amsterdam Fringe Festival plaats. Op 11 september wordt het festival afgesloten met de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen.
Meer info op www.tf.nl

 

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity