Recensie ‘De Wereldverbeteraar’ van Toneelschuur Producties

Parool,recensies — simber op 4 maart 2016 om 10:00 uur
tags: , , ,

Een ‘sprechhund’ is de naam voor een personage dat zelf niet zoveel zegt, maar vooral dient voor andere personages om tegenaan te praten. De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard gebruikte ze veelvuldig in zijn toneelwerk, meestal galspuwende bijnamonologen van mannen vol wereld- en zelfhaat, met een of meer lijdzaam het verbale geweld opvangende familieleden of bedienden.

Het opmerkelijke van Erik Whiens enscenering van De Wereldverbeteraar is dat hij de sprechhund weglaat. Hij maakt van het stuk uit 1978 bijna een performance, waarin acteur Sanne den Hartogh anderhalf uur lang bijna roerloos en nauwelijks verlicht voor een gitzwarte achtergrond staat, een donker pulserende soundtrack op de achtergrond.

Zo wordt Bernhards monoloog een soort taalmuziek, een dialoog tussen Den Hartoghs sonore stem en de subtiel fluctuerende lichten en geluiden die hem ondersteunen. De situatie (een zwartgallige filosoof wacht op een delegatie van de universiteit om hem een eredoctoraat te verlenen) doet er nauwelijks toe; het gaat om de poëzie van de beledigingen en het ongemak, de herhalingen en de ellipsen, de vele verwijzingen naar Hamlet (speciaal leuk voor wie Den Hartogh zes jaar geleden in die rol zag).

Den Hartoghs rol is een buitengewoon mooie krachttoer. Voorover gebogen, met zijn gezicht in het duister brengt hij de woordenstroom uiterst lucide. “Alles bederft m’n maag. Is het niet de keuken, dan is het wel de filosofie.” “Iedere ziekte is een ongeneeslijke ziekte.” Het gitzwarte doek dat achter hem hangt geeft soms de illusie dat je in het oneindige niets kijkt.

Maar als je aan het eind de hele tekst hebt gehoord sta je alsnog met lege handen. Waar komt al deze haat vandaan? En wat willen de makers ermee? In deze voorstelling is de hoofdfiguur een hoofd zonder wereld, of beter: een ondode die een partituur reciteert. Dat die woorden ook nog een betekenis hebben lijkt bijna een afterthought.

De Wereldverbeteraar van Toneelschuur Producties. Gezien 25/2/16. Te zien in Amsterdam (Frascati) 11 t/m 19/3. Meer info op www.toneelschuurproducties.nl

Recensie: ‘Till the fat lady sings’ van Oostpool

Parool,recensies — simber op 23 februari 2011 om 02:01 uur
tags: , , , , ,

‘Iedereen is bezig om een interessant iemand te worden’, zegt een jonge vrouw vol walging. Ze heeft besloten heeft om niet meer mee te doen en blijft op de bank liggen. Tegelijkertijd realiseert ze zich donders goed dat ze met haar anorexische gedrag, haar obscure Russische spirituele boekje en haar zelfmedelijden zelf ook een heel interessant iemand ligt te wezen.

Till the fat lady sings is een nieuwe voorstelling van Toneelgroep Oostpool, losjes gebaseerd op de novelle Franny en Zooey van J.D. Salinger, over een broer en zus uit een excentriek gezin, intelligent, artistiek en in de twintig. Schrijver Casper van de Putte maakte er samen met regisseur Erik Whien en de acteurs Maria Kraakman en Sanne den Hartogh een mooi oprechte zoektocht naar authenticiteit van, voor jonge mensen van nu.

Met een paar houten meubels, een cocktailshaker, een stippenjasje en een dun stropdasje wordt het verhaal onnadrukkelijk in de jaren vijftig of zestig geplaatst (Mad Man begint ook in de Nederlandse theatervormgeving flinke invloed uit te oefenen), maar de teksten zijn venijnig actueel. Hoe de twee over hun volwassen omgeving praten, vol mensen die commentaar hebben over hun ‘luie generatie’ of juist enthousiast zijn over het jeugdig elan, is venijnig en herkenbaar, net als hun hekel aan ‘de plicht om bijzonder te worden’. Maar de tekst is gemener dan de uitvoering.

Wat de voorstelling doet slagen is de prettig bedaarde toon en sfeer die doet denken aan films als The Royal Tenenbaums of Grey Gardens. Kraakman en Den Hartogh zijn allebei lichte, bijna zwevende acteurs, die inmiddels zoveel samen gespeeld hebben dat ze met minieme middelen hun familierelatie geloofwaardig weten te maken, zij met snelle, stuurse blikken en hij met zijn stem.

Uiteindelijk weten ze voor elkaar iets te vinden dat niet nep en onoprecht is: ze zijn allebei acteurs in radiohoorspelen en maken een ritueel van het poetsen van hun schoenen voor ieder optreden. Via deze zinloze zingeving wordt de voorstelling een liefdesverklaring van vier interessante theatermakers aan hun publiek. Hun schoenen blonken.

Till the fat lady sings van Toneelgroep Oostpool. Gezien 22/2/11 in Frascati. Aldaar t/m 26/2. Tournee t/m 19/3. Meer info op www.toneelgroepoostpool.nl

Recensie: ‘Wachten op Godot’ van Oostpool

Geen toneelstuk vertrouwder dan Wachten op Godot. We weten dat Godot niet komt, we weten net dat de hoofpersonen Vladimir en Estragon niet kunnen vertrekken en dankzij de strenge eisen van de erven Samuel Beckett weten we dat op het verder kale toneel één boom zal staan en dat de acteurs bolhoedjes zullen dragen.

Het geeft de nieuwe voorstelling van het modernistische meesterwerk –onlangs nog door lezers van theatertijdschrift TM en –website Moose gekozen tot beste toneelstuk aller tijden– door Toneelgroep Oostpool iets geruststellend vertrouwds.

Nederlandse regisseurs hebben vaak de neiging om het nauwe keurslijf van het stuk op te rekken, maar regisseur Erik Whien lijkt juist uit te proberen wat er gebeurt als je de aanwijzingen zo goed mogelijk volgt. En zie: het werkt. Wachten op Godot zit namelijk, ondanks het absurdisme, erg goed in elkaar.

We zien twee mannen bij een verwaaide berk, wachtend op een derde die niet komt. Ze verdrijven de tijd met praten en filosoferen, lijden aan honger en ander fysiek ongemak. Maar ze kunnen niet weg, ze wachten op Godot. Hun ledige bestaan wordt even opgeschud door de komst van twee andere reizigers, die wel weer verder gaan.

Deze dienstbare Godot wordt een heldere en frisse voorstelling, gedragen door een jonge cast met de lange, dunne Stefan Rokebrand als de flegmatieke Vladimir en de kleine, compact gebouwde acteur Sanne den Hartogh als de opvliegende Estragon. Ze zijn bijna een komisch duo, maar door door een doelbewuste timing –zoals in een bedaarde varieté-act met de hoeden- blijft Beckett’s abstractie intact.

Opvallend is het contrast met de twee andere personages Pozzo en Lucky. Ali Ben Horsting maakt van Pozzo bijna een circusdirecteur met zijn knallende zweep en zijn bulderende stem en Lard Adrian weet als Lucky een intens fysieke lijdzaamheid uit te stralen.

Over Godot is inmiddels veel geschreven, maar een recent boek van de Franse filosoof Pierre Temkine biedt een wel heel erg intrigerende interpretatie. In weerwil van de onbepaalde tijd en plaats van de handeling en de metafysische aspecten is Wachten op Godot volgens hem juist een historisch toneelstuk: Vladimir en Estragon zijn twee uit Parijs verdreven joden die in de lente van 1943 bij Roussillon wachten op een gids die hen naar neutraal gebied moet brengen.

Het lijkt vergezocht, maar als je de voorstelling met deze kennis ziet is het een verbijsterende ervaring. Het meest vertrouwde toneelstuk ineens weer als nieuw.

Wachten op Godot door Toneelgroep Oostpool. Gezien 27/10 in Amstelveen. In Amsterdam (Frascati) 3 t/m 7/11, tournee t/m 13/12. Meer info op www.oostpool.nl

Recensie: ‘Crave’ van Sarah Kane door Teatro

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 15:43 uur
tags: , , , , ,

Theatermaker Marcus Azzini heeft een voorkeur voor pessimistische schrijvers. Hij regisseerde werk van notoire zwartkijkers als Camus en Pasolini. Nu maakt hij Crave van Sarah Kane. Neerslachtigheid is hem echter zeker niet te verwijten. Eerder hoort hij -met Lotte van den Berg, Jetse Batelaan en Boukje Schweigman- bij een generatie kunstenaars die je kan aanduiden met de term Nieuwe Naïeven. Jonge makers die een afkeer hebben van cynisme en in het volle besef van de hardheid van de wereld op zoek zijn naar oprechte liefde en zuiverheid.

In Crave doet Azzini dit op indringende wijze. Vier acteurs staan in een klinische, opengewerkte zeecontainer, belicht door tl-buizen. Ze richten zich direct tot het publiek. Er is geen plot, nauwelijks herkenbare personages. De acteurs, op blote voeten en met net te weinig kleren aan, zijn kwetsbaar en erg dichtbij.

Ze praten in flarden tekst, soms even dialoog, dan weer one-liners en losse woorden. Het gaat over overspel, bindingsangst, pedofilie, maar vooral over de hunkering naar liefde. Sanne den Hartogh trekt eerst laag over laag kleren aan, wel drie broeken, een dozijn truien, een sjaal en een muts. Pas als hij ingepakt is als een Michelin-mannetje kan hij zich uiten. Hij houdt een hartverscheurende monoloog, een roep om genegenheid, om iemand om koffie mee te drinken, om iemand wiens geur vertrouwd is. Maar ook in deze schreeuw zit al angst voor pijn en teleurstelling.

Auteur Sarah Kane pleegde in 1999 op 28-jarige leeftijd zelfmoord. De vijf stukken dat ze naliet worden nog regelmatig gespeeld, maar hebben al iets gedateerds. De wereld is groter geworden na 11 september 2001 en in een wereld die het druk heeft met de botsing der beschavingen is een blik zo diep in een schrijversziel opvallend naar binnen gekeerd.

Kane’s zelfmoord plaatst een onuitwisbaar stempel op dit stuk. De personages praten over de dood als optie en over het licht waar ze naartoe willen. Bij de schrijfster hebben de angst en de wanhoop het gewonnen van de liefde. Regisseur Azzini en zijn acteurs doen een dappere poging om de pijn ten goede te keren, maar falen. De zwartgalligheid van het stuk laat zich niet temmen door naïviteit.

Aan het eind van de voorstelling staan de acteurs vooraan de container, hun tenen net over de rand. Ze staan klaar om te springen. Springen ze het leven in? Je hoopt het, maar je weet: ze gaan het flatgebouw af.

Theater Crave van Sarah Kane door Teatro, regie: Marcus Azzini, spel: Astrid van Eck, Sanne den Hartogh, Kirsten Mulder en Stefan Rokebrand, scenografie: Dries Verhoeven. Gezien 21/1 in de Brakke Grond. Aldaar t/m 28/1, tournee t/m 17/3. Meer info op www.teatro-online.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity