Het geëngageerde theater van Eric de Vroedt

buitenland,overig — simber op 27 november 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

[Maart 2014 maakt Eric de Vroedt zijn eerste voorstelling bij het Schauspielhaus Bochum. Ik schreef een introducerend artikel voor hun seizoensbrochure. Hier auf Deutsch in ISSUU.]

Met zijn project MightySociety veroverde hij in acht jaar en op zijn eigen voorwaarden het Nederlandse theater. Schrijver en regisseur Eric de Vroedt (Rotterdam, 1972) maakte tien theatervoorstellingen –“nieuw geëngageerd theater over brandende, actuele kwesties”- en gaf daarmee het Nederlandse toneel een flinke schop onder z’n kont. Maar ondanks zijn ferme uitspraken en zijn contraire opvattingen over het Nederlandse theater is hij eerdere een traditionalist dan een vernieuwer.

Politiek theater stond in Nederland lange tijd in een kwade reuk. Er was een collectieve herinnering aan plat, pamflettistisch theater in de jaren ’70. Groepen als Sater of Proloog maakten vormingstheater voor een publiek dat het bij voorbaat met de makers eens was. Na afloop van de voorstellingen zong iedereen intens tevreden de Internationale.

Als reactie werd het Hollandse theater in de jaren tachtig en negentig abstracter, meer gericht op vorm en beleving en werd expliciet engagement of reflectie op recente gebeurtenissen een taboe. Het is waarschijnlijk te veel eer om Eric de Vroedt verantwoordelijk te stellen voor de radicale ommekeer van het theater vanaf de jaren nul, maar inmiddels zijn, zeker bij jongere makers, voorstellingen die expliciet maatschappelijke thema’s behandelen eerder regel dan uitzondering.

De Vroedt studeerde aan de toneelschool in Arnhem en richtte na zijn afstuderen toneelgezelschap Monk op. Bij dit collectief begon hij te schrijven en te regisseren. In 2004 startte hij met MightySociety. Bij voorbaat stond het concept vast: tien genummerde voorstellingen, elk over een relevant maatschappelijk vraagstuk. De eerste voorstelling –MightySociety1, over politieke spin-doctors– had nog geen grote impact, maar in interviews, brieven en artikelen roerde De Vroedt zich dusdanig dat hij wel moest opvallen.

Zijn theatervorm noch zijn positionering in het debat kunnen los worden gezien van de roerige jaren in Nederland na 2002, toen twee politieke moorden (in 2002 op de populistische politicus Pim Fortuyn en in 2004 op filmmaker en columnist Theo van Gogh) het land diep schokten. De Vroedt was een van de jonge kunstenaars die het de gevestigde orde in de kunst zeer kwalijk nam dat zij zich niet bezon op de onstane onrust.

“Bij het gros van de theatermakers lijkt helaas een bewustzijn van de huidige tijdgeest te ontbreken”, schreef hij in 2005. “Al vóór 11 september leefden we in een wereld waarin het overbekende rijtje (neoliberalisme, globalisering, terrorisme, neoconservatisme, hyperindividualisme, ongebreideld consumentisme, mediahypes, Islam) de toon zetten. (…) En waar komen de grote gezelschappen mee? Gedoe over huwelijkstrouw.”

MightySociety was expliciet bedoeld als antwoord op deze malaise en De Vroedt schrok er niet voor terug om zichzelf samen met een groep gelijkgestemde collega’s (onder wie Marijke Schermer en acteursgroep Wunderbaum) uit te roepen tot een heuse stroming van Nieuw Geëngageerd Theater.

In de jaren erna rees De Vroedts ster snel. Niet alleen vanwege zijn geestdriftige stellingnames, maar natuurlijk vooral door de kwaliteit van zijn voorstellingen. Mightysociety2 ging over een nihilistische kunstenaar die terrorist wordt, en was een beklemmende monoloog van acteur Bram Coopmans op een krappe hotelkamer voor vijftien man publiek. Mightysociety4 ging over globalisering en bracht knap de verliezers en winnaars van de wereldomspannende economische ontwikkelingen bij elkaar in een huiskamer.

Het knappe van De Vroedt is dat hij steeds zijn enorm brede thema’s terug wist te brengen tot menselijke proporties. Zijn stukken zijn plotgedreven en hij weet van personen die in de avondjournaals slechts clichés blijven –machtsbeluste politici, outsourcende ondernemers, hitserige columnisten, soldaten op vredesmissie, roem zoekende jongeren, idealistische kunstenaars– levendige, genuanceerde personages te maken op wie de grote maatschappelijke ontwikkelingen onvermijdelijk hun weerslag hebben.

Halverwege de serie werd hij uitgenodigd om bij Toneelgroep Amsterdam aan de slag te gaan als jonge regisseur. Hij maakte er de voorstellingen Streetcar name Desire van Tenessee Williams, Glengarry Glen Ross (David Mamet) en Na de zondeval (Arthur Miller). Deze Angelsaksisch georiënteerde repertoirekeuze past bij het gezelschap, maar De Vroedt lijkt zich ook uit zichzelf thuis te voelen bij de Amerikaanse toneeltraditie.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de speelstijl in zijn voorstellingen: zonder te vervallen in method acting stuurt hij zijn spelers naar een emotionele, ingeleefde stijl, waarbij de vierde wand intact blijft. Dit is ver verwijderd van de traditionele, meer ironische acteerstijl die vrijwel alle Nederlandse theatergroepen in de kleine zaal hanteren. In een interview maakte hij de eenvoudige beweegreden voor deze stijlkeuze duidelijk: “Ik vind dat de acteurs zo véél beter spelen.” Hij staat daarin niet alleen: spelers uit De Vroedts voorstellingen worden met regelmaat genomineerd voor belangrijke acteursprijzen.

Ook in zijn schrijfmethode sluit De Vroedt zich aan bij de Amerikaanse traditie. In navolging van Edward Albee maakt hij uitgebreide biografieën van de personages voordat hij aan het schrijven van het daadwerkelijke stuk begint. Dat is des te opvallender omdat zijn stukken bij uitstek postmoderne collages zijn: MightySociety6, over de Nederlandse bijdrage aan de oorlog in Afghanistan, is een samenraapsel van elementen uit Apocalypse Now, Antigone en Antonius en Cleopatra, actueel gemaakt door verwijzingen naar Abu Ghraib, de val van Srebrenica (waar Nederlandse VN-soldaten zo’n noodlottige rol speelden – een nationaal trauma) en de Nederlandse politieke debatten over deelname aan de Afghaanse opbouwmissie.

Ook in beeld komt die doelbewuste vermenging terug: hij recreëerde de iconische foto van een gevange in Abu Ghraib met een zak over zijn hoofd, maar hij voegt het meest banale stuk Hollandse winkelstraat toe: een plastic zak van supermarktketen Albert Heijn.

Daar ergens ligt de essentie van het werk van Eric de Vroedt: doelbewust gebruik maken van de postmoderne beeldenstorm, maar dan zonder de illusie-doorbrekende elementen die in het continentaal Europese theater tot cliché geworden zijn.

De serie MightySociety is nu afgesloten. Het is interessant om te zien dat De Vroedt zich in de latere delen meer persoonlijk heeft geëngageerd: in zijn stukken doken steeds vaker sociaal bewogen kunstenaars op die grote twijfels hebben bij het nut en de noodzaak van al die betrokken kunst. Ondanks zijn zelfbenoemde moralisme is hij ten diepste een twijfelaar, een kunstenaar voor wie de moraal hooguit tijdelijk een houvast biedt.

De komende jaren wil De Vroedt zich als regisseur ontwikkelen. Voorlopig geen nieuwe stukken meer, maar een verkenning van het wereldrepertoire. Zijn eerste regies bij Toneelgroep Amsterdam waren op te vatten als voortzetting van de MightySociety-reeks: Streetcar named desire werd rucksichtlos geactualiseerd naar de multiculturele samenleving in Nederland en Glengarry Glen Ross ging ineens over de huidige vastgoedcrisis.

Met Na de zondeval (2012) sloeg hij een nieuwe richting in, met een voorstelling die spiritueler en lyrischer was dan zijn eerdere werk. Welke richting De Vroedt op gaat met zijn nieuwe interesse in repertoiretoneel blijft nog even de vraag. Maar dat hij zijn engagement ondubbelzinnig zal blijven etaleren in zijn werk is evident.

Voorstuk Moby Dick

Geen ruisende golven, maar loeiende electronicarock, geen grotesk monster, maar een frêle meisje en geen rampzalige climax maar een happy end met het hele publiek onder water. In Moby Dick – Het concert, een samenwerking tussen De Veenfabriek en Schauspielhaus Bochum, staat alles op z’n kop. De concertvoorstelling staat vandaag en morgen in de Stadsschouwburg. Intrigerend detail: de Duitse acteurs in de voorstelling spreken Nederlands. “Het voelt alsof je terug moet naar de toneelschool.”

Het podium ziet eruit als bij een standaard rockconcert. Veel electronica en rondwemelende snoeren. Hier en daar een gitaar. Maar over het toneel verspreid ook een aantal witte plastic bollen half gevuld met blauwe vloeistof. Hoog achterin een rond scherm waar sterren op geprojecteerd worden: een patrijspoort met uitzicht op het heelal.

Vier jaar geleden begon de samenwerking tussen het Leidse muziektheatergezelschap De Veenfabriek van voormalig Hollandia-regisseur Paul Koek en het Schauspielhaus in Bochum, midden in het Ruhrgebied. Hij maakte er een aantal voorstellingen (Candide, Drei Schwestern), steeds met Nederlandse en Duitse acteurs. Moby Dick, vooralsnog de laatste coproductie, is een radicale bewerking van de Herman Melville’s monumentale roman door de Vlaamse toneelschrijver Peter Verhelst.

“Peter had het idee om er vijf monologen van te maken”, vertelt Reinout Bussemaker, een van de Nederlandse acteurs in de voorstelling. “Ik ben de man in het kraaienest, die op dertig meter hoogte, heen en weer zwiept in de wind bespiegelt over de positie van de mens tussen hemel en aarde. De stuurman is weer een ander karakter: iemand die de koers uitzet, zich vasthoudt aan getallen om greep te krijgen op de wereld. En ook de walvis zelf krijgt een monoloog: Peter wilde de natuur, het ongewisse een stem geven.”

Verhelst gebruikt de verschillende personages om allerlei thema’s uit het boek naar voren te brengen. Hij waaiert uit naar techniek, filosofie, maatschappij, net zoals Melville doet in zijn roman. Bussemaker: “Peter schrijft in een stijl waarin heden, verleden en toekomst door elkaar lopen. Hij is niet van de dialogen, of de intrige of de actualiteit. Het is heel intens.”

Voor de Oostenrijkse acteur Werner Strenger, die de kapitein speelt, is het inmiddels de derde voorstelling die hij met Koek maakt. “Wat ik mooi vind aan Paul is dat hij altijd probeert altijd om de klankrijkheid van de wereld te onthullen. De muziek in Moby Dick komt voort uit het kraken van het schip, het razen van de storm en het fluitende gezang van walvissen, maar hij geeft er altijd weer een eigen draai aan.”

Voor Strenger is het een spannende avond, want hij moet, samen met twee andere acteurs uit Bochum, voor het eerst in het Nederlands spelen. Hij blijft er echter laconiek onder: “Het hoort bij het werk. We hebben de voorstelling deels in Leiden gemaakt en toen al aan de Nederlandse versie gewerkt. De Nederlandse collega’s hebben goed geholpen. Het gaat bij deze voorstelling niet alleen om de betekenis van de woorden, de klank is net zo belangrijk. We hebben veel gewerkt aan de muzikaliteit van de tekst.”

Hoe beoordeelt Bussemaker het Nederlands van zijn collega’s? “Ze komen heel ver, al blijft het met een Duitse tongval. Ik heb wel het idee dat de Nederlanders die in Bochum Duits moeten spelen verder komen. We kennen de taal al beter, en wij moeten overdreven gaan articuleren. Dat is makkelijker dan losser spreken. Ik hoop dat het publiek beseft hoe moeilijk het is. Toen ik voor het eerst op moest in Duitsland dacht ik: ik moet terug naar de toneelschool. Het voelde volstrekt machteloos.”

Bussemaker heeft in de afgelopen jaren veel bewondering voor Duitse acteurs gekregen: “Ze werken heel hard, geven de regisseur heel veel, zijn heel gedisciplineerd. Maar ze zijn ook heel serieus en zwaar.” “Ik ben niet zo gedisciplineerd hoor”, zegt Strenger. “Ik vind het juist mooi hoe Nederlandse spelers met veel gemak, lichtheid, vreugde en met veel rumoer dingen uitproberen. En ze houden een goed humeur. Dat bevalt me zeer.”

Sowieso is Strenger gecharmeerd van het Nederlandse theaterklimaat. “In Duitsland is theater soms een wedstrijd. Alle gezelschappen concurreren met elkaar. De Nederlandse theaterwereld lijkt mij veel minder competetief.”

Moby Dick – Het Concert van De Veenfabriek en Schauspielhaus Bochum staat 27 en 28/5 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.veenfabriek.nl

Verslag: ‘Candide’ in Bochum

Bij het eindapplaus komen de cultuurverschillen het scherpst in beeld: de Nederlandse acteurs stuiven uitgelaten het toneel op, hun Duitse collega’s trekken hen weer in het gelid van de strenge en langdurige choreografie die applaus halen in Duitsland nu eenmaal is. Oh, en Duitse critici klappen überhaupt niet.

De première in Bochum afgelopen donderdag van Candide oder der Optimismus van de Nederlandse regisseur en componist Paul Koek is een bijzondere, in een maand die bol staat van theateruitwisseling tussen de lage landen en Duitsland. Vorige week gingen Luk Perceval’s Hamlet in Hamburg en Ivo van Hove’s Menschenfeind in Berlijn in première, over drie weken volgt Theu Boermans’ Hamlet in Graz.

Koek en zijn Leidse gezelschap De Veenfabriek gaan drie jaar samenwerken met Schauspiel Bochum, waarbij ook Nederlandse acteurs en muzikanten worden meegenomen. Het Bochumse theaterhuis start het nieuwe seizoen met maar liefst vijf premières in één weekend om een nieuw begin te markeren: een nieuwe artistieke staf afkomstig uit Essen (waar vorig jaar in Ubu werd samengewerkt met Toneelgroep Amsterdam) heeft de Bochumse schouwburg overgenomen en omdat Bochum ook meedoet met het Culturele Hoofdstadprogramma van Essen en het Ruhrgebied moet nu voor het oog van de wereld (of in ieder geval Duitsland) een artistiek hoogstaand statement worden gepresenteerd.

Candide, naar de filosofische en satirische avonturenroman waarin Voltaire vraagtekens zet bij het optimisme als levensbeschouwing, lijkt een toepasselijk nuchtere keuze bij de aanvang van zo’n grote onderneming. De jongeman Candide, geschoold door een leraar in de geest van Leibnitz (“Dit is de beste van alle mogelijke werelden”), reist door de wereld, maakt rampen en onrecht mee, hoort verhalen van helpers en medereizigers en keert zich uiteindelijk van zijn meester af, maar vindt wel zijn jeugdliefde Kunigunde terug.

Koek gebruikt, zoals hij vaker doet, het toneel als plek om verschillende (muziek)stijlen, ideeën en visies tegenover elkaar te zetten, en uiteindelijk te verzoenen. Een electronisch bandje clasht met klassieke strijkers, de naïeve, jonge Candide (Joep van der Geest) staat naast zijn wijzere, oudere zelf (Jürgen Hartman), elegante couture  wordt ingepakt in afstotelijke blootmaakpakken, de degelijk expressieve speelstijl van de Duitse acteurs staat soms haaks op de exuberante anarchie die de Nederlanders (naast Van der Geest ook Reinout Bussemaker) meebrengen.

De roman Candide is een wirwar van stijlen en Koek zet dit door in de enscenering. Op het lege toneel staat een grote houten doos (decor: Theun Mosk), een coulissendecor, waarin met houten schotten op verschillende dieptes een heuvellandschap of een golvende zee wordt gesuggereerd. Op doorzichtige doeken voor en achter worden kinderlijk getekende animaties geprojecteerd.

De voorstelling duurt ruim drie uur, en regelmatig wordt de handeling onderbroken door langdurige monologen van personages die laconiek over hun gruwelijke lot vertellen. Maar uiteindelijk lijken de oude en de jonge Candide verzoend, de twee muziekstijlen vloeien harmonisch in elkaar over en ook Candide en Kunigunde worden romantisch herenigd.

En daar zit uiteindelijk datgene wat het Nederlandse theater Duitsland te bieden heeft: ongedwongen speelsheid en een flinke dosis romantiek.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity