Recensie ‘Hamlet’ van ZEP

‘Hoe de hell heeft dit kunnen gebeuren!/Ze willen mij opbeuren en zeggen mij dan te zeuren?/Waarom heeft de Almachtige mijn vaders dood niet voorkomen?/Deze wereld maakt nare nachtmerrie van al mijn dromen!’ Zo klinkt de eerste tekst van Hamlet in de nieuwe versie van jongerentheatergroep ZEP, vertaald door nederrapper Brainpower.

Die ritmische, schijnbaar geïmproviseerde, soms krukkige maar even vaak verrassend poëtische vertaling is maar een van de vele opvallende ingrediënten in Peter Pluymakers regie van Shakespeares überklassieker. Zo ziet Gürkan Kücüksentürk als Claudius – die Hamlets vader vermoordt en met zijn moeder trouwt, wat om wraak schreeuwt – eruit als Gaddafi of een andere arabische dictator, is de geest van Hamlets vader vervangen door een videoboodschap van hackersgroep Anonymous en is de troupe toneelspelers een streetdance crew.

De eerste helft levert het fris en spannend toneel op, vooral door de innemende hoofdrolspeler Tarikh Janssen, die slim het publiek betrekt bij zijn plannetje om de gek uit te hangen.

Maar ergens in de tweede helft loopt het stuk met de spelers weg. Deze Hamlet lijkt nauwelijks te twijfelen, maar waarom drijft hij dan zo af van zijn wraakvoornemen? De schermwedstrijd aan het eind lijkt nu geen logisch verband te houden met het voorafgaande.

ZEP brengt nu al een paar jaar Shakespeare-bewerkingen voor (VMBO-)jongeren. Dat is natuurlijk te prijzen, maar de vraag is welk doel er nu precies mee wordt gediend. Gaat het om het overdragen van erfgoed? Dan is de verhipping onnodig. Gaat het erom te laten zien dat Shakespeare nog steeds over nu gaat? Dan moet je niet alleen de uiterlijkheden aanpassen maar van Hamlet echt een jongere van nu maken. Dat kan, maar deze voorstelling schiet daarin tekort.

De grote waarde van deze Hamlet zit hem nu vooral in de vrijwel volledig multiculturele cast (alleen Nanette Edens als een lekker heftige Gertrude is wit). De onnadrukkelijkheid daarvan is hopelijk een voorproefje van nog heel veel meer Shakespeares.

Hamlet van ZEP. Gezien 30/9/16 in Bellevue. Tournee t/m 22/12. www.zep.nu

Recensie: ‘Macbeth’ van De Toneelmakerij en ICKamsterdam

Iedereen heeft een rok aan, de jongens onderscheiden zich met hun flinke baarden. De voorstelling Macbeth begint met een heldere plaatsbepaling: op de achtergrond licht de Schotse vlag op (blauw met een schuin kruis) en de kleding verwijst naar kilts (zij het zonder ruitjes). Maar de strakke stijl kan een gebrek aan urgentie niet verhullen.

Macbeth is een samenwerking tussen jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij (onder leiding van Liesbeth Coltof) en dansgroep ICKamsterdam (van Emio Greco) met op het toneel zes dansers en vier toneelspelers. Nu is dit complexe en bloederige stuk van Shakespeare brengen voor jongeren (15+) sowieso al een waagstuk, maar om daarbij ook nog toneel en dans te combineren blijkt een brug te ver.

Als Macbeth terugkeert van een succesvolle oorlog komt hij een paar geesten tegen die hem een glorieuze toekomst voorspellen: hij zal koning van Schotland worden. Macbeth en zijn vriend Banquo worden gespeeld door acteurs, de geesten zijn dansers. Dat is op zich een mooi idee: de toneelspelers verbeelden de wereld van rede en het banale, de dans is de wereld van het bovennatuurlijke en het ongrijpbare. Maar dans is niet genoeg: de geesten krijgen een voice over door de andere acteurs.

Zo zie je continu dat de dans illustratie is bij het verhaal dat het toneelspel vertelt over de soldaat Macbeth die door een glimmertje hoop en geholpen door zijn machtswellustige vrouw zich naar de troon moord en daar langzaam paranoïde wordt. Van cross-over of samengaan is eigenlijk geen sprake. En dat is zonde, want de dansers zijn daar echt te goed voor. In onmogelijke pirouettes zijgen ze neer als Macbeth over het slagveld vertelt. Streng koddig herhalen Helena Volkov en Dereck Cayla als de twee geesten elkaars geïsoleerde bewegingen.

Ook de toneelspelers doen hun best. Majd Mardo als Macbeth is passief en moeilijk peilbaar en juist daarom aantrekkelijk; mooi is de combinatie met tegelijk nuchtere en charismatische Daniël van Klaveren als zijn vriend Banquo. Tine Cartuyvels speelt Lady Macbeth gepast over the top.

Door die disbalans tussen toneel en dans krijgt de voorstelling is loodzwaars, nog benadrukt door de stalen meubels waarmee de spelers moeten zeulen. Er is geen enkele humor of losheid. Dat zorgt er ook voor dat deze Macbeth volstrekt in zichzelf gekeerd blijft. Nergens wordt een verbinding gemaakt met het hier en nu of met hedendaagse jongemannen die zich door orakels hun ambitie laten aanwakkeren. Dan helpen de paar verwijzingen naar Beyonce in de choreografie ook niet. Er vloeit bloed, maar ook weer zo gestileerd dat je er weinig bij voelt.

Eén kort moment wordt de voorstelling aards: Roel Adam als Macbeths tegenstander Macduff moet plotseling vluchten en hoort, zelf eenmaal in veiligheid, de verwijtende stem van de zoon die hij achter heeft moet laten. Maar meteen daarna wordt diens gruwelijke lot vertelt én gedanst en zijn we weer in de emotieloze abstractie

Een paar jaar geleden lukte het Coltof wél: de Shakespeare-bewerking De Storm was een triomf. Je vraagt je af of een veel ingrijpender verbouwde versie van het Macbeth wel had kunnen werken. Maar misschien was dit project wel één concept te veel.

Macbeth van De Toneelmakerij en ICKamsterdam. Gezien 9/10/15 in Bellevue. Nog te zien in Amsterdam (Krakeling) 26-28/10, Tournee. www.toneelmakerij.nl

Recensie ‘Kings of War’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Na Romeinse Tragedies (2007) maakt regisseur Ivo van Hove met Toneelgroep Amsterdam voor het Holland Festival opnieuw een compilatie van drie Shakespeare-stukken. In Kings of War zien we in vierenhalf uur achtereenvolgens ingekorte versies van Henry V en Henry VI en (na de pauze) een bijna volledige Richard III.

Romeinse Tragedies ging met z’n vrij rondlopende publiek, doorlopende handeling en live twitterstream over hoe onze verhouding met politiek en media is veranderd, en haakte aan op nieuwszenders en tweede schermen. Kings of War ontvouwt zich meer als een televisieserie op DVD: je wordt ondergedompeld in een wereld van macht en intriges met subtiele herhalingen en terugkerende personages.

Van Hove wil er iets mee zeggen over leiderschap: Henry V (een vrij briljante Ramsey Nasr) als inspirerende en op eer beluste legeraanvoerder, Henry VI (een mooi tegen emoties vechtende Eelco Smits) als te jong op de troon terecht gekomen aartstwijfelaar die één beslissing wél neemt en daarmee meteen zijn toekomst en zijn leven vergooid, en Richard III (Hans Kesting; leep maar net niet gevaarlijk genoeg) als de bloeddorstige machtswellusteling.

Vormgever Jan Versweyveld maakte een war room: een bunker waar strategie wordt bepaald en vergaderd, maar waar ook televisieopnames worden gemaakt of kan worden geslapen. Schermen met beelden van drones staan naast kaarten met waarop met gekleurde punaises en touwtjes het front wordt aangegeven. Cryptografische apparatuur contrasteert met rode en groene telefoons.

Achter het toneel is een lange witte gang, alleen zichtbaar via de camera die de personages blijft volgen. De gang symboliseert niet alleen de ruimte achter de schermen van de macht, maar is ook een soort onderbewuste: we zien er soldaten aan het front, moordpartijen en zelfs een kudde geiten (een visioen van Henry VI, die liever herder was geweest dan koning).

Kings of War is zonder meer een goede voorstelling: onderhoudend, mooi gespeeld, slim in elkaar gestoken. Prachtig toont Van Hove een politieke kaste wiens blikveld verschuift van buiten naar binnen. In Henry V is het toneel nog een plek die draait om communicatie met de buitenwereld, aan het eind is het een paleis vol spiegels. Met Richard III is het id aan de macht. Hij is alleen in de bunker terwijl in de wandelgangen zijn val wordt bekokstoofd.

Maar er wringt iets: bij Shakespeare is leiderschap vooral een omstandigheid waarmee een persoonlijkheid op scherp wordt gezet. Het doel van leiderschap is bij alledrie de koningen – goed, zwak of kwaadaardig – hetzelfde: de macht veroveren en bestendigen. Zelfs de heldendaad van de goede koning Henry V is alleen maar het terugveroveren van land waar zijn overgrootvader recht op had.

Na het intellectueel stimulerende en tamelijk wilde The Fountainhead vorig jaar is Kings of War degelijker en minder uitdagend. Het is managementtoneel voor het hogere bedrijfskader dat TGA kennelijk graag als publiek wil veroveren en dat etaleert dat leiderschap uiteindelijk vooral over zichzelf gaat.

Holland Festival: Kings of War van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 21/6, reprise dit najaar. Meer info op www.tga.nl.

Recensie ‘Koningin Lear’ van Toneelgroep Amsterdam

“Er doemt een monster aan de einder op/Waarvan geen mens de omvang kan beschrijven./De markt wordt volatiel als nooit tevoren./De ene bubbel spat de andere kapot.” De ene grote troef van de de voorstelling Koningin Lear is de spanning tussen de archaïsch aandoende verzen van Tom Lanoye en de hoogst actuele inhoud. De andere is Frieda Pittoors.

De tweede Shakespearebewerking van de Vlaamse schrijver voor Toneelgroep Amsterdam is nog radicaler dan de eerste (het magistrale Hamlet vs Hamlet). Lanoye maakte van Shakespeares Koning Lear een hedendaagse vrouw, die een reusachtige multinational leidt in plaats van een koninkrijk. Een bedrijf dat ze gezien haar hoge leeftijd en aanvangende geestelijke achteruitgang wil overdragen aan haar drie zoons. Pittoors’ personage Elisabeth Lear lijkt gemodelleerd naar Neelie Kroes en Madeleine Albright.

De voorstelling begint met de hele familie – zoons plus aanhang en trouwe consigliere Kent (Gijs Scholten van Aschat) – aan een grote bestuurstafel, ieder in een eigen kleur; een regenboog van rendementsdenken. Want Lear wil in ruil voor een deel van de portefeuille een liefdesverklaring van elk van haar zoons. Zo doordringt geld alle vormen van menselijke relaties.

Zoons Gregory (Roeland Fernhout als afschuwelijke patser) en Hendrik (Jip van den Dool als beursnerd) dissen gedwee een ongemeend verhaal op, maar de jongste, de idealistische Cornald (Alwin Pulinckx) weigert, en wordt pardoes verstoten.

Daar begint de onttakeling van het familiebedrijf die door regisseur Eric de Vroedt rechtlijnig wordt getoond. Gedurende de voorstelling gaat Pittoors’ haar steeds piekeriger zitten en het decor (Maze de Boer), dat aan het begin nog een realistische boardroom hoog in een wolkenkrabber voorstelde – inclusief James Bond-achtige wereldkaart met lampjes die aangeven waar de bedrijfsactiviteiten plaastvinden – is aan het eind een opzichtig theatraal staketsel.

De neergang is zowel economisch (beurskrach en vijandige overnames) als ecologisch, met een dreigende orkaan die slim Shakepeares beroemde stormscène echoot, als mentaal, met Pittoors als steeds verder dementerende Lear.

Die scène is het hoogtepunt van de voorstelling. Pittoors, als een rockster tegen de wind in bulderend, met achter haar een regengordijn die ingenieus stroboscopisch verlicht wordt, waardoor de associatie met de vallende computertekens uit The Matrix onmiskenbaar is. Hier wordt de apocalyptische inzet voelbaar.

Maar gedurende de rest van de voorstelling zijn die angst en de gekte vreemd afwezig. De tekst van Lanoye lijkt rijk en gelaagd genoeg, maar misschien is het de al te heldere dramaturgie van De Vroedt die de voorstelling ontdoet van een vorm van mysterie of weerstand, die nodig is om drie uur lang te boeien.

Dat wordt gelukkig gecompenseerd door Pittoors. Tegen de vrij realistische setting in blijft haar Lear een nukkig personage dat met plotselinge clowneske grimassen en abrupte bewegingen over het toneel zwerft.

Koningin Lear is niet in de laatste plaats een metafoor voor hoe de babyboom-generatie de leiding over de door haar gecreëerde wereld doorgeeft aan haar verwende kroost. Hebzucht is de collectieve zonde van beide generaties. De voorstelling eindigt in een piëta: een kindse moeder die de borst geeft aan haar dode zoon. Een demente vrouw komt tot inzicht.

Koningin Lear van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 8/3/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 15/3 en 4/4 t/m 18/4. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘As you like it’ van het Nationale Toneel

Romantisch verhaal met prins en prinses? Check. Melige cannabiskomedie tussen de wietplanten? Present. Aan Marthaler herinnerend weemoedig liedjesprogramma? Bingo. Vechtsportgala met Badr Hari-verwijzingen? Aanwezig. Melancholieke, Tsjechov-achtige interpretatie van Shakespeare? As you like it van het Nationale Toneel is het allemaal, maar een eenheid is het niet.

Regisseur Theu Boermans regisseert na het geslaagde Midzomernachtsdroom opnieuw een Shakespearekomedie bij Het Nationale Toneel. Opnieuw is het een uitbundige, lange toneelavond vol spelplezier en geslaagde grappen, in dit geval nog extra glanzend omdat er een cast vol fris nieuw talent op het toneel staat.

Hoe beter je het verhaal van een Shakespearekomedie probeert uit te leggen, hoe onbegrijpelijker het wordt. Laat het volstaan te zeggen dat allerlei types uit de stad waar een despotische president heerst hun toevlucht zoeken tot het platteland. Onder hen de broer van de president (ooit zelf president), diens dochter Rosalinde en de berooide edelman Orlando. De zijn na een ontmoeting in de stad smoorverliefd op elkaar, maar op het platteland is zij verkleed als man en ze lopen elkaar steeds mis.

Decorontwerper Bernhard Hammer plaatst de voorstelling in een witte doos, die eerst met artistieke projecties de kamers in de stad verbeeldt, maar waarachter later een sneeuwlandschap verborgen blijkt. Op het platteland is het namelijk steenkoud. De laatste scènes spelen in een schaapskooi, maar de herder compenseert “de bezuinigingen” met een wietplantage. Jaja, liefde is net een drug.

Er zit een geestig lijntje in dat iedereen die in de grote stad wreed, boosaardig of gierig is op het land een equivalent personage heeft (vaak een dubbelrol) die goedgunstig, poëtisch en vrijgevig is.

Op het platteland zitten allerlei gelieven achter elkaar aan, maar het centrale koppel is Rosalinde en Orlando, met verve gespeeld door Hannah Hoekstra en Reinout Scholten van Aschat. Die laatste is prachtig laconiek, de rechtschapen maar passieve dichter die door de gebeurtenissen wordt meegesleurd.

Maar Hoekstra is de ster van de avond, vooral met het trainingspakje en het dunne snorretje waarmee ze zich voordoet als man. Iel, maar met enorme power, staat ze tegenover Orlando om de touwtjes in handen te nemen. Als man kan ze hem vragen zijn liefde voor haar te bewijzen.

In de bijrollen vallen Arend-Jan Linde en Jappe Claes op. De eerste maakt van Orlando’s onaangename broer en later van een onhandige priester twee knappe, erg leuke typetjes en Claes loopt als een soort Oom Wanja, drinkend en melancholiek filosoferend, door de scènes heen. De beroemde monoloog ‘De wereld is een schouwtoneel’ brengt hij met meesterlijke ironie en tegelijk diep doorleefd.

De genderverwarring wordt aangevuld met een paar homopersonages, maar hun seksualiteit is eigenlijk alleen voer voor een paar foute, ouderwets aandoende grappen.

“Een moraal? Uit deze warboel?” Aan het eind wordt Hoekstra naar het midden van het toneel geduwd om de epiloog uit te spreken, maar verder dan dat iedereen er maar uit moet halen wat hem of haar het beste uitkomt komt ze niet. Het hoogtepunt van een driedubbele anticlimax. Ergens in de overvloed aan ideeën, moppen en stijlen in deze voorstelling zit vast een moraal, maar Boermans heeft het wel erg bont gekleurd.

As you like it van het Nationale Toneel. Gezien 20/12/14 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 12 t/m 14/1. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Interview Guy Cassiers

interviews,Parool — simber op 25 maart 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

Met een radicale bewerking van het stuk der stukken keert toneelregisseur Guy Cassiers terug naar Nederland. De artistiek leider van Toneelhuis in Antwerpen laat Hamlet spelen door een vrouw en zet zijn spelers in een multimediaal decor waarin niets verborgen blijft.

Iedere grote regisseur moet uiteindelijk zijn of haar Hamlet maken. Waarom is het nu de tijd voor uw versie?

Er zijn verschillende inhoudelijke ingrediënten die ik heel belangrijk vind, maar daarnaast moet het passen in je ontwikkeling als kunstenaar. Ik maak mijn voorstellingen samen met een groep mensen, zowel acteurs als vormgevers, en samen maak je een evolutie door. Zo is deze Hamlet er ook gekomen, omdat ik nu denk dat Abke Haring die rol moet spelen. Daarnaast is het praktisch: door de samenwerking met Toneelgroep Amsterdam heb ik de beschikking over een groter ensemble dan ik in Antwerpen heb.

Tom Lanoye heeft een prachtige tekst geschreven, waarin het generatieconflict in Hamlet veel sterker naar voren komt. In het stuk zijn drie kinderen, Hamlet, zijn vriend Laertes en diens zus Ophelia, die erfgenamen zijn van een samenleving die de idealen van waaruit ze gegroeid is volledig aan de kant zet. De ethiek is aan het verdwijnen. De nieuwe generatie probeert te reageren, maar vindt zijn eigen identiteit niet. Als weeskinderen bezingen ze hun eigen onmacht.

Waarom koos u met Abke Haring voor een vrouw als Hamlet?

Ik zie Hamlet als een nog niet geïdentificeerd persoon, een jong iemand die zijn/haar vorm nog niet gevonden heeft. Op een psychologisch niveau kun je zeggen dat, omdat zijn oom Claudius zijn vader vermoordt, Hamlet zelf niet de mogelijkheid krijgt om symbolisch vadermoord te plegen. Dat verwart hem.

Abke speelt geen vrouw of een man, ze speelt een zoekend iemand. Daarnaast komt zij heel jong over. Hamlet is een adolescent en je moet kunnen geloven in zijn jeugdigheid. En bovendien: ten tijde van Shakespeare stonden er geen vrouwen op het toneel, dus er zat altijd een spel in met mannelijkheid en vrouwelijkheid – die lijn trekken we door naar vandaag.

U staat als regisseur vooral bekend om uw literatuurbewerkingen, zoals de Proust-cyclus en De man zonder eigenschappen. Ziet u het werk van Shakespeare ook als literatuur die eerst bewerkt moet worden voordat het kan worden opgevoerd?

Nee, de tekst heeft zeker nog relevantie. Maar Shakespeare schreef voor een ensemble met specifieke acteurs en binnen een sociale en artistieke context. Ik denk dat ik Shakespeare meer recht doe door zijn ideeën –die hij ook weer ontleende aan eerdere verhalen– verder ontwikkel voor deze tijd, natuurlijk met zeer veel respect.

De bewerking van Lanoye versterkt een aantal elementen uit Shakespeare: de dictatuur, het generatieconflict en voegt een aantal nieuwe ingrediënten toe. Wie het stuk goed kent zal verrast worden over hoe de tragische uitkomst nu tot stand komt. Maar Lanoye maakt het wel metrisch, in vijfvoetige jamben. Daarin zie je het respect voor de schriftuur van het origineel.

U heeft lang in Nederland gewerkt, als artistiek leider van het Ro Theater. Hoe is het nu om weer terug te zijn?

Er is ontzettend veel veranderd. Ik zou de kansen die ik bij het Ro kreeg om mijn stijl voor de grote zaal te ontwikkelen in Vlaanderen nooit gekregen hebben. Toen ik terugging naar Antwerpen zag ik de noodzaak om het politieke in mijn werk belangrijker te maken.

Ik heb de laatste twee jaar van Pim Fortuyn meegemaakt en me erg verbaasd dat in een stad die al heel lang door de sociaal-democraten wordt bestuurd ‘socialist’ ineens een scheldwoord werd. En in Antwerpen zie je nu precies hetzelfde gebeuren. We keken in België altijd op naar Nederland als voortrekker, en ik vrees dat Nederland voortrekker blijft, maar dan in negatieve zin. Ik probeer er alles aan te doen om het in Vlaanderen niet zo ver te laten komen; de mentaliteit ten opzichte van de kunsten in de maatschappij.

Ziet u dat ook bij Toneelgroep Amsterdam?

Ik denk dat Toneelgroep Amsterdam nog een van de weinige eilanden is waarop op een relevante manier hedendaags theater ontwikkeld kan worden. Maar ik zie wel dat tussen Vlaams en Nederlands theater een muur wordt opgetrokken. Iedereen isoleert zich. Dat is ook het probleem van Hamlet: in zijn zelfbeklag isoleert hij zichzelf en ziet hij niet meer wat er om hem heen gebeurt. En dat is heel gevaarlijk. Ik hoop dat de samenwerking van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis een symbool kan zijn voor hoe we ook op andere manieren kunnen samenwerken.

Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis gaat op 19 maart in première in de stadsschouwburg. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Desdemona’ van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars

De hemel is een plek waar engelen in witte gewaden muziek maken. Een plek waar “alles bekend is, maar niet alles begrepen”. Een plek waar menselijke zielen ronddolen en hun verdriet leren dragen. Een plek waar Desdemona op zoek kan naar haar Othello.

Desdemona is een personage uit Shakespeare’s tragedie Othello. Ze komt er daar nogal bekaaid vanaf: ze is een ideale vrouw en in Shakespeare’s tijd betekende dat stil en dienstbaar. Othello is tegenwoordig een problematisch stuk: de hoofdpersoon is zwart en volgens de Bard komen zijn jaloezie, zijn impulsiviteit en zijn gruweldaden –aan het eind doodt hij zijn echtgenote Desdemona– rechtstreeks voort uit zijn huidskleur.

De Amerikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Toni Morrison raakte in gesprek met theaterregisseur Peter Sellars over het stuk, en uit hun discussie ontstond het idee voor een voorstelling waarin Desdemona háár verhaal vertelt, vanuit het hiernamaals. Morrison voegde een belangrijk personage toe: een zwarte bediende Barbary die de Venetiaanse edelmansdochter heeft opgevoed. Deze Barbary wordt gespeeld door de Malinese singer/songwriter Rokia Traoré.

De combinatie van Morrisons gedragen teksten en Traorés bezwerende muziek maken dit meer een poëzie-concert dan een theatervoorstelling, maar gelukkig is er de prachtige Amerikaanse actrice Tina Benko. Sober en precies vertelt ze de vaak abstracte gedachten over liefde, afhankelijkheid en verraad. In het leven na de dood dwalen ook de andere zielen uit het verhaal rond –haar moeder en die van Othello; haar dienstmeid Emilia– en die brengt ze allemaal met een eenvoudige wisseling van stem en accent tot leven.

De setting is onopgesmukt: op het toneel staan naast de twee sterren nog twee muzikanten (die de afrikaanse snaarinstrumenten ngoni en kora bespelen) en twee zangeressen, wiens kalme dansbewegingen grote schaduwen op gekleurde achterdoek werpen. Tussen de microfoons staan rijen lege glazen flessen en karaffen te schitteren in het licht van talloze kleine lampjes.

Het mooist zijn de scènes waarin Benko Othello speelt, die Desdemona vertelt over zijn hardvochtige jeugd als kindsoldaat, zijn fantastische reizen, en zijn geheime gruweldaden in de oorlog. En uiteindelijk gaat het ook over die ene bloeddorstige daad: zijn moord op haar. En steeds zingt de magnetische Traoré tussendoor nieuwe liederen over verzoening en de kracht om het slechte tegen te gaan en waardigheid terug te vinden.

De voorstelling voltrekt zich in een plechtig tempo. Deze schimmen hebben de hele eeuwigheid om nader tot elkaar te komen. Als levend mens verlang je soms naar iets meer vaart.

Desdemona is geen kritiek op Shakespeare, het is een aanvulling. Morrison, Sellars en Traoré openen nieuwe –vrouwelijke en Afrikaanse– perspectieven op een bekend verhaal dat daardoor alleen maar rijker wordt.

Holland Festival: Desdemona van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars. Gezien 11/6 in het Muziekgebouw aan het IJ. Aldaar nog 12/6 en 13/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Interview Steven Smith over Shakespeare

interviews — simber op 18 september 2012 om 16:00 uur
tags: , ,

Dit najaar is een enorme hoeveelheid Shakespeare voorstellingen te zien in de Stadsschouwburg. Toneelgroep Amsterdam herneemt Othello, Macbeth, Het temmen van de feeks en de magistrale marathon Romeinse Tragedies, en daarnaast zijn internationale voorstellingen te zien als African tales after Shakespeare van de Poolse regisseur Warlikowski en een Koerdische Hamlet. Wat is toch de voortdurende aantrekkingskracht van de bard?

Voor de Engelse universitair docent Steven Smith is het antwoord duidelijk: “Het is zijn taal. Hij was de eerste die de taal van de straat plukte en in voorstellingen gebruikte naast de meer verheven stijl van hoe aan het hof werd gepraat. Zo gaf hij als zijn personages zijn eigen stem en in zijn stukken liet hij ze vooral over zichzelf praten, over hun gevoelens. Dat gaf een soort realisme op het toneel die we sindsdien als de standaard zijn gaan beschouwen voor acteren.”

Smith kwam al jong in aanraking met Shakespeare, op English School deed hij mee met uitvoeringen van Macbeth. Dertig jaar geleden kwam hij naar Amsterdam, waar hij aan de UvA Engels doceert en aan theaterwetenschappers de werkgroep Performing Shakespeare geeft. “Het eerste dat ik mijn studenten duidelijk wil maken is dat hij een showman was, een zakenman. Geld verdienen was zijn belangrijkste drijfveer. Al het andere volgt daaruit. En hij was waarschijnlijk ook behoorlijk succesvol: hij had een eigen groep en aan het eind van zijn carrière kon hij het zich permitteren om op het platteland met pensioen te gaan. Het is overigens wel belangrijk om te zeggen dat we over Shakespeare’s leven heel erg weinig weten.”

“Wat mij interesseert is het verbond dat Shakespeare en zijn groep hadden met hun publiek. Hij moet een trouw vast publiek gehad hebben. Zijn spelers waren waarschijnlijk erg goed en hij schreef rollen speciaal om hun kwaliteiten uit te buiten. Na een eerste serie stukken over de Engelse geschiedenis verbreedde hij zijn verhalen en thema’s en nam zijn publiek steeds een creatieve stap verder mee.”

“De verhalen zijn aardig, maar niet zo bijzonder. Hij heeft bovendien nooit zelf een verhaal verzonnen. Hij stal, bewerkte en vermengde verhalen die hij las of hoorde. Het gaat erom hóe hij ze vertelt.”

Maar als de taal zo belangrijk is, kun je Shakespeare dan wel in een andere taal spelen? “Tsja, je kunt de wereld Shakespeare natuurlijk niet ontzeggen”, zegt Smith droogjes. “Maar neem een zinnetje als ‘To be or not to be, that’s the question’. Dat is helemaal ritmisch totaan dat woord ‘question’, dat er net niet in past – zo vertelt hij je als toeschouwer dat het juist dáár om draait. Dat is zo knap en muzikaal en hij doet dat voortdurend. Dat is in een vertaling eigenlijk niet te vatten, daarin moet je keuzes maken.”

Theatermakers in Nederland vinden die noodzaak om keuzes te maken vaak juist een zegen, omdat het vrijheid geeft. Maar Smith is niet bijster te spreken over de Nederlandse uitvoeringen die hij ziet. “Ik heb in Europa vaak het gevoel dat het stuk gekaapt is en dat het meer over de angsten en preoccupaties van de regisseur gaat dan over Shakespeare. Er lijkt een checklist te bestaan; in iedere voorstelling zit geschreeuw, grof geweld, expliciete sexualiteit enzovoort. Ja, natuurlijk is Shakespeare ook gewelddadig, maar je moet dat zien in een tijd waarin de gemiddelde leeftijd 38 was en de kans om met geweld in aanraking te komen veel groter was. We moeten zijn thema’s begrijpen in onze tijd. Bovendien geloof ik dat theater in de eerste plaats entertainment is. Het is mooi als het tot nadenken stemt, maar als dat het eerste doel is wordt het vaak zelfingenomen.”

Maar toch waardeert hij wel de experimenteerlust van het Europese theater: “Ik zag een Hamlet van Luk Perceval en los van het feit dat daar een blinde vrouw in een rolstoel op het toneel stond die ik niet ken uit het stuk, had die de briljante vondst om Hamlet door twee acteurs te laten spelen, een jonge en een oude: dat klopte precies met het renaissance-idee over een koning die een publiek persoon is en een echt mens.”

Er wordt vaak gezegd dat als Shakespeare nu zou leven hij in Hollywood zou werken. “Misschien ja, maar ik geloof eigenlijk dat hij bezig zou zijn om verhalen te vertellen met mobiele telefoons of iets dergelijks. Hij was zeer geïnteresseerd in moderne technologie. De technologie van die tijd was architectuur. Hij werkte in de eerste speciaal gebouwde theatergebouwen, waarin je acteurs ook kon verstaan als ze fluisterden. Dat was een enorme verbetering ten opzichte van de markt waar een acteur moest concurreren met de viskoopman.”

Alle Shakespeare-voorstellingen in de Stadsschouwburg zijn te vinden op: www.ssba.nl/shakespeare

Recensie: ‘Macbeth’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Het mooist is het bloed. Zorgvuldig, teder bijna haalt Hans Kesting het uit een medisch uitziende container, een doorzichtige plastic zak met rode vloeistof. Hij loopt ermee naar het midden van het toneel, gooit hem met evenveel kracht als beheersing omhoog en kijkt hem na als hij vrijwel geluidloos op de vloer uiteenspat en het vocht in uitwaaierende patronen over de lichte vloer druipt, als in een kruising van CSI en Jackson Pollock.

Johan Simons regisseert Macbeth als seizoensafsluiter bij Toneelgroep Amsterdam, met Fedja van Huêt in de titelrol en Chris Nietvelt als zijn Lady. Het is een vette voorstelling geworden, vol bloed, slijk, spasmes en geschreeuw, waarmee de makers nauwelijks geprobeerd lijken te hebben om Shakespeares personages menselijk te maken. Het blijft nu eenmaal een bruut en duister stuk en het lukt regisseurs zeer zelden om van Macbeth en zijn vrouw iets anders te maken dan monsters in een nachtmerrie. Ook deze voorstelling blijft gruwelijk plaatjestheater, intens gespeeld, maar afstandelijk.

Bij Simons is Macbeth een veteraan die aan het begin van het stuk zojuist een opstand van rebellen wreed de kop heeft ingedrukt. Hij draagt, net als de andere personages, khaki badstof ondergoed: een soldaat met verlof.

Van Huêt valt zijn rol aan als een veldrijder een modderig parcours: verbeten, brullend, zwoegend en met het schuim op de lippen maakt hij van Macbeth een imposante rol in zijn oeuvre, maar de bewondering voor zijn temprament wordt afgewisseld met de vraag wat met al deze energie eigenlijk beoogd wordt.

De bloederige weg die hij aflegt naar de (hem door drie heksen voorspelde) Schotse troon kan dan niet anders worden gezien als de uiting van een posttraumatisch stresssyndroom. Zo gaat deze voorstelling al vanaf het openingsbeeld niet over wat een man in een beest kan doen veranderen, maar over een onmens die de oorlog naar huis brengt.

De speelvloer is een groot, licht gekleurd vierkant, omringd door een soort design keukenelementen en een wand met klapdeuren die langer heen en weer blijven bewegen dan fysiek mogelijk. Achteraan staat een kleine tribune waar de off-stage acteurs de verrichtingen volgen.

Vooral de rol van Lady Macbeth blijft onduidelijk: Van Huêt en Nietvelt praten met elkaar in kinderstemmetjes, hij voert haar mee als een hond aan een lijn en het is volstrekt duidelijk dat haar aanmoedigingen om de huidige koning te vermoorden geheel overbodig zijn: Macbeth kan zijn bloeddorst maar nauwelijks bedwingen. Aan het eind krijgt de Lady wroeging en pleegt ze zelfmoord, en Nietvelt vult Shakespeares tekst aan met fragmenten van Sarah Kane. Ook hier geldt: het is mooi, maar wat betekent het?

Aan het eind gooit Van Huêt een eindeloze hoeveelheid coniferen het toneel op – een vrij letterlijk citaat uit de Macbeth die Karin Henkel bij Simons’ eigen gezelschap Münchner Kammerspiele regisseerde. Het versterkt de indruk van een nogal stuurloze voorstelling. Macbeth blijft een rots die te steil is om te beklimmen.

Holland Festival: Macbeth van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 10/6/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 16/6 en volgend seizoen vanaf 15/8. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie ‘Hamlet’ van het Noord Nederlands Toneel

(NB: ook de Hamlet Checklist is geüpdate naar aanleiding van deze voorstelling.)

“Waar is de uitgang?”, vraagt Klára Alexová keer op keer. En iedere keer wijst Hamlet (Peter Vandemeulebroecke) naar één van de deuren van het theater: “Daar.” Terwijl alle andere acteurs een min of meer coherente versie van Hamlet spelen is Alexová meer een performance-kunstenares, die, steeds op dezelfde plek zittend , onwillekeurige bewegingen maakt, zich krabt en maniakaal voor zich uit staart. Een krankzinnige.

Nu speelt gekte inderdaad een grote rol in Shakespeare’s beroemdste stuk, maar in de versie van het Noord Nederlands Toneel wil regisseur Ola Mafaalani die thematiek koppelen aan de moderne omgang met patiënten in de geestelijke gezondheidszorg – ze deed, samen met journalist Noraly Beyer research in psychiatrische inrichtingen. En hoewel het conceptueel hier en daar best knap in elkaar zit, wil het maar geen sprankelend theater worden.

Het grootste probleem zit hem in ouderwetse, plechtstatige vertaling van Bert Voeten, die eigenlijk alleen door Joke Tjalsma tot bezield Nederlands wordt gemaakt. Zij speelt raadsheer Polonius, die door Hamlet per ongeluk wordt vermoord – hij denkt dat het het zijn oom Claudius is hij van zijn overleden vader moet doden.

Deze moord is het keerpunt in de voorstelling. In het stuk wordt Hamlet hierna weggestuurd naar Engeland, bij het NNT komt hij terecht in een isoleercel van een inrichting, met een vriendelijke dokter (wederom Tjalsma) die zegt: “Het gaat niet zo goed met u.” Alle overige personages zijn dan gevangen in hun eigen waanzin, maar tegelijk zijn ze met steeds herhaalde zinnetjes de stemmen in Hamlets hoofd. Tjalsma vertelt in korte zinnen over noodopvang en katatonie, een verademing van menselijkheid na het gekunstelde toneel ervoor.

Het decor (van André Joosten Ko van den Bosch) bestaat uit verrijdbare dubbele wanden van plexiglas die met rook gevuld kunnen worden. Soms geeft dat een mooi effect met dubbele spiegelbeelden en half zichtbare gedaantes, maar even vaak lijken ze rommelig en willekeurig in de ruimte geplaatst, waardoor ze de spelers in de weg zitten in plaats van helpen.

Maar het grootste probleem is toch inhoudelijk. Hamlet is toch ook een stuk over een moreel dilemma, geformuleerd in de dialoog ná “zijn of niet zijn”: moet de mens het lijden van het leven verdragen of vechtend ten onder gaan. Voordat hij – of het publiek – echter kan kiezen, wordt hij geïsoleerd. De rest van het stuk trekt aan hem voorbij. Pas aan het eind, als hij sterft kan Alexová opstaan, en vrij dansen over het toneel. Zij is de andere Hamlet, die van het “niet zijn”. Haar verhaal is mooi, het zijne beknot.

Hamlet van het Noord Nederlands Toneel. Gezien 11/4/12 in Hoorn. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 18 t/m 21/4. Meer info op www.nnt.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity