Chapeau: ’t Barre Land

overig,Theatermaker — simber op 22 februari 2013 om 13:32 uur
tags:

Ze zijn er nog. En misschien blijven ze ook wel. Subsidiegebrek was voor ’t Barre Land eerder ook geen belemmering om door te werken. Voor mij was ’t Barre Land was heel lang meer dan de groep van briljante voorstellingen als Langs de grote weg, Hoofd zonder wereld of De laatste dagen der mensheid. ’t Barre Land maakte van dat hoogst romantische begrip ‘toneelcollectief’ iets vanzelfsprekends en praktisch.

Zelf waren ze er erg afkerig van, van die romantiek. De toneelspelers van ’t Barre Land zagen hun gemeenschappelijke manier van werken als een logisch uitvloeisel van hun opvattingen over toneel. Als je geen hiërarchie wilt tussen toneelspelers en de timmerwerkplaats en het verhuisbedrijf dat een toneelgroep altijd óók is, dan moet iedereen alles doen. En dan ontwikkel je je met z’n allen tot vrachtwagenchauffeur, boekhouder, kok, vertaler, ontwerper, uitgever, verkoper, kastelein, theaterwetenschapper en kruier.

Maar uiteindelijk wás het wel romantisch: de uitgebreide maaltijden die door een paar mensen bereid werden in de keukens van de Toneelschuur, de Monty of de eigen Snijzaal terwijl de rest het decor en licht aan het opbouwen waren; de nachtelijke gezamenlijke inspanning om alles zo snel mogelijk de vrachtwagen in te krijgen, meestal gevolgd door een nachtelijke rit naar huis; de vrolijke gesprekken met technici, theaterdirecteuren en de uitgebreide groep fellow-travelers die altijd in de buurt is waar Discordia, ’t Barre Land of de Theatertroep optreden; en zelfs het gedeelde chagrijn als er een avond een voorstelling niet gelukt is.

Een collectief is, zo vertelden ze graag, een groep mensen die samen leest. En juist dat samen lezen wordt nu bedreigd. Geld om voorstellingen te maken zal er altijd wel zijn. Maar het was juist de onverdeelde aandacht die ’t Barre Land had voor het lezen, bespreken, analyseren en verwerken van teksten die de groep zo bijzonder maakte. Die aandacht leidde tot de even hilarische als geniale stapeling van Oscar Wilde-stukken in Een ideale Ernst of: het belang van een echtgenoot; of tot de onstellende luciditeit van Torquato Tasso; of tot de uitputtende toneelavond van De laatste dagen der mensheid, waarin je het gevoel kreeg dat het ze daadwerkelijk gelukt was om Karl Kraus’ langste toneelstuk aller tijden integraal uit te voeren.

Dit is wat structurele subsidie mogelijk maakt: diepte, durf en duur. Als je het er met ze over had was het centrale begrip van een collectief altijd het woord ‘gesprek’. Dat gesprek wordt nu onderbroken. Misschien wordt het op een andere manier voortgezet en blijft ’t Barre Land af en toe een voorstelling maken. Maar de bodem is eronderuit geslagen en dat is spijtig.

Voorstuk De Theatertroep

Bepakt met Praxis-tasjes en emmers verf druppelen ze het café in. De piepjonge toneelspelers van De Theatertroep hebben later nog een decor af te maken. Net zoals hun geestverwanten van ’t Barre Land en Discordia doen de acteurs alles zelf, van tekstmateriaal verzamelen en spelen tot schilderen en koken. Deze week staan ze met hun voorstelling Dan en slechts dan als in de Melkweg.

De meeste leden van De Theatertroep kennen elkaar van de Amsterdamse Jeugdtheaterschool en dan met name van de klas ‘spelen met tekst’ van docent Jaïr Stranders (“Veel voorstellingen zien, erover praten, en theatergeschiedenis”). Jochum Veenstra en Patrick Duijtshof, toen 16 jaar oud, maakten in 2006 voor het eerst een voorstelling samen en sindsdien is het zwaan-kleef-aan, met steeds nieuwe mensen die in verschillende samenstellingen jaarlijks een voorstelling maken in het Polanentheater of het Ostadetheater.

“Drie jaar geleden kwam een aantal van ons op het punt dat het niet lukte op school”, vertelt Duijtshoff, “Toen besloten we: we gaan een eigen groep beginnen en we maken onze eigen opleiding wel.” Veenstra: “We vroegen mensen als Vincent van den Berg (van ’t Barre Land) en Martijn de Rijk om ons te begeleiden en we gingen heel veel spelen.”

Twee jaar geleden begon het op te vallen. Ze maakten een erg geslaagde voorstelling over Molière, met de fonetisch Franse titel Zjuh Treebuusj, die begon in een geheel lege zaal in Perdu. De troep duwde een enorme houten kar naar binnen, waar gedurende de eerste helft van de voorstelling stoelen voor het publiek, het decor en theaterlampen uit tevoorschijn kwamen. Een jaar later speelden ze een compilatie van stukken van Gerardjan Rijnders in de Vondelbunker. Het zijn niet per se briljante spelers, maar ze staan ontspannen en ongedwongen op het toneel, in voorstellingen met een opvallend filosofische inslag.

Maar tegelijk zijn de Troepers niet vies van een feestje. Afgelopen jaar speelden ze als onderdeel van de nachtprogrammering van De Melkweg regelmatig ‘Troupe en Nuit’. Veenstra: “Dat zijn vaudeville-avonden, met allerlei korte sketches, van Kees van Kooten en Monty Python tot gedichten en Shakespeare, nagespeelde interviews. Na de voorstelling ruimen de stoelen aan de kant en gaan we dansen.” “Eigenlijk spelen we daar ons wensenlijstje van stukken die we nog eens willen doen”, zegt Jasmijn Vriethoff, “Sommige fragmenten zijn grappig en toegankelijk, maar we proberen ook altijd wel conceptuelere dingen te doen. Laatst speelden we het korte toneelstuk Crankybox van Judith Herzberg helemaal.” Veenstra: “Soms komen er dronken mensen binnen die er niks van begrijpen. Dat is ook geweldig.”

Voor Dan en slechts dan als doken ze in de films van Jean-Luc Godard. “In tegenstelling tot wat mensen vaak denken vonden wij het best toegankelijke films, vooral die uit zijn beginperiode”, zegt Kyrian Esser. “We zagen in zijn films heel veel dingen die wij ook proberen te doen op toneel. Hij laat je steeds weten dat je naar een film aan het kijken bent. En hij citeert heel veel.” De Theatertroep maakt op zijn beurt weer een eigen collage-tekst. Esser: “We begonnen met het uitschrijven van de ondertiteling van de scènes die we oppervlakkig gezien interessant vonden. Pas als je het leest zie je de structuur  en ga je echt begrijpen wat hij zegt. We kwamen erachter dat de stukjes die speelbaar waren vaak heel kort waren.”

Duijtshoff: “We spelen wel heel anders dan de acteurs in zijn films. Die zijn heel erg geregisseerd en spelen gestileerd. Wij zoeken altijd naar een combinatie van echte en vastgelegde gesprekken op het toneel.” Marijn Prakke: “We verhouden ons meer tot de schrijver Godard dan tot de regisseur Godard.” De anderen spreken dat onmiddellijk fel tegen.

De leden van De Theatertroep hebben een moeizame verhouding met de bestaande theateropleidingen. Een aantal van hen deed tevergeefs auditie; Duijtshof verliet na twee jaar met ruzie de opleiding Theaterdocent; Vriethoff speelde in de televisieserie Spangas; Roos Visser heeft een tussenjaar genomen van de Rietveld Academie; “Zelfs de cellist die nu meedoet is na twee jaar gestopt met het conservatorium.”

Wat is er aan de hand? Visser: “Een opleiding is toch ook altijd voor een deel opvoeding. Het is een paradox: om originele kunstenaars te kweken moet aan de ene kant alles mogelijk zijn, maar om een opleiding te zijn moet het aan de andere kant wel structuur bieden.” Veenstra: “Ik wil heel graag het ambacht van toneelspeler leren. De lessen spraak en beweging die ik heb gehad vond ik altijd het leukst: er is maar één manier om dat te doen. Bij alle andere lessen ben je je voornamelijk tot de docent aan het verhouden.”

Duijtshoff: “We verhouden ons nu ook tot de mensen van ’t Barre Land, die ons enorm helpen, maar wat zij ons bijbrengen is niet een stijl, het is een attitude. Het gaat over hoe je autonoom kan zijn als toneelspeler.” Maar zijn die groepen, die nu ook geen subsidie meer krijgen, niet gedateerd? “Bij onze generatie is het juist heel erg in de mode. We doen veel educatie op scholen en jonge mensen kunnen die manier van kijken heel makkelijk begrijpen. Het is ook een beetje fuck the system.”

Dan en slechts dan als van De Theatertroep speelt van 9 t/m 14/1 in de Melkweg. Meer info op www.theatertroep.nl

De Vere: Repertoiretoneel in praktijk

Een vrijdag in december. Het westen van Nederland is krakend en bibberend tot stilstand gekomen. Bevriezingen, gladheid en sneeuw leiden tot een verkeersinfarct en in Groningen dicussieert een groep toneelspelers verhit over de komende avond. Ze zitten bij elkaar in de huiskamer van een eenvoudig, maar artistiek ingericht hostel. Twee van hen, Jorn Heijdenrijk van Discordia en Czeslaw de Wijs van ’t Barre Land, hebben gekookt, pasta met uitgebreide salades.

Onderwerp van discussie is: afgelasten of niet. Eén van de spelers van de voorstelling van vanavond is er nog niet. Sara de Bosschere moet uit Antwerpen komen, maar zit in een taxi vast tussen Rotterdam en Utrecht, inmiddels al zo’n drie uur. Lege batterijen bemoeilijken het telefoonverkeer. Als ze in Utrecht een trein kan nemen, is ze dan nog op tijd om te spelen? Wagen ze het daarop? Moeten ze misschien een uur later op? Kun je wel direct vanuit de trein zo het toneel op? Of kunnen ze misschien een andere voorstelling uit de kast trekken? Of moeten ze annuleren en de toeschouwers die gereserveerd hebben gaan bellen?

Begin jaren ’90 begon Discordia, samen met de Vlaamse groepen Stan en Dito’Dito, met De Vere: lange avonden waarin toneelspelers van verschillende gezelschappen korte stukjes speelden uit hun eigen repertoire. In steeds hetzelfde decor, een V van houten schotten, open van voren en heel smal van achter, met smalle openingen als coulissen, waardoor ook gemakkelijk gesouffleerd kon worden. In de loop van de tijd werd het aantal deelnemende groepen en acteurs uitgebreid en kwam het steeds vaker voor dat een speler ad hoc een rol overnam.

Met ingang van 2011 wordt het idee van De Vere nieuw leven ingeblazen, en uitgebreid. Dit seizoen spelen Discordia en ’t Barre Land met gasten iedere maand een paar maal een oude voorstelling opnieuw. Meestal alleen in Frascati 3 in Amsterdam, maar de eerste voorstelling kent een paar extra opvoeringen in het Grand Theatre in Groningen en in Kikker in Utrecht. Het is De Kersentuin, door Discordia gemaakt in 1997 en voor het laatst gespeeld in 2002. Inmiddels zijn in deze voorstellingen verschillende rollen overgenomen: Maarten Boeghorn en Ditha van der Linden verlieten Discordia en hun rollen werden overgenomen door Barre Landers Margijn Bosch en Vincent van den Berg. In deze 2010-versie spelen Ingejan Ligthart Schenk en Martijn Nieuwerf voor het eerst mee.

Continue reading “De Vere: Repertoiretoneel in praktijk” »

Levend Erfgoed van Discordia

beschouwingen — simber op 2 september 2010 om 10:10 uur
tags: , ,

Voor het seizoen begint even de archieven opruimen en oude stukken online zetten. Dit schreef ik voor Volume, het tijdschrift van Frascati.

Het is al een paar jaar duidelijk: de Discordia-cirkel is rond. Eind jaren tachtig stond het gezelschap op het toppunt van haar faam en werd internationaal gezien als toonaangevende groep toneelkunstenaars. Voorstellingen als Sardou/Wilde/Shaw, Kras of Oom Wanja werden geroemd en gelauwerd en enkele jonge theatergroepen werkten verder op hun uitgangspunten.

Tien jaar later was de ommekeer totaal. Discordia was hardhandig uit Felix Meritis verbannen, raakte haar subsidie kwijt en werd in de pers regelmatig neergezet als reliek van een voorbije tijd. Maar zie, nog eens tien jaar verder is Discordia weer terug. De groep krijgt weer structurele subsidie, er klinken waarderende geluiden over hun voorstellingen en misschien het belangrijkste: de jongste generatie theatermakers kijkt naar hen voor inspiratie.

Kijk bijvoorbeeld naar de Tijdelijke Samenscholing, een jonge groep van afstuderende acteurs van verschillende toneelscholen, die Matthias de Koning vroeg om hun afstudeerproject te begeleiden en nu als los collectief verder werkt. In de voorstelling Archiv (gemaakt door drie leden van de groep: Michiel Bakker, Carole van Ditzhuyzen en Bo Tarenskeen) is de invloed duidelijk te zien: dezelfde prettige, losse speelstijl; ingebouwde ruimte voor een gesprek op de vloer; en een intelligente samenstelling van teksten, deels associatief, deels in dienst van een strakke dramaturgie.

Continue reading “Levend Erfgoed van Discordia” »

Seizoensoverzicht 2008/2009

Met de enorme stelselherziening in het theaterveld achter de rug kunnen we weer nadenken over de kunst, zou je denken. Maar zo simpel ligt dat niet. Het afgelopen seizoen boden de grote gezelschappen weinig avontuur en neigden de vlakke vloeren opvallend naar non-fictief documentairetheater.

In seizoen 2008-2009 werden de laatste slagen gemaakt van de grote beleidshervorming in het theaterveld. Op 1 januari 2009 trad de Basisinfrastructuur in werking: acht gezelschappen verspreid over het land moeten het kwaliteitstheater waarborgen, productiehuizen verzorgen de ontwikkeling van nieuw talent en de rest van de groepen werd ondergebracht bij het nieuwe Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (NFPK).

De meeste regiogezelschappen in de Basisinfrastructuur hebben een nieuwe artistiek leider, die nog maar een half seizoen aan de weg timmert. Ola Mafaalani lijkt in Groningen haar zaken het snelst op orde te hebben. Ze regisseerde zelf een goed ontvangen Medea en de ‘country-musical’ Heelhuids en halsoverkop van Ko van den Bosch werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival TF-1. In Arnhem ging de artistieke kern ‘over nul’, wat betekende dat met het aantreden van Rob Klinkenberg als intendant en Erik Whien en Marcus Azzini als regisseurs alle artistieke uitgangspunten opnieuw werden geformuleerd. Vooralsnog leverde het een aantal halfgeslaagde producties op, waaruit vooral duidelijk werd dat de regisseurs en het nieuwe, jonge spelersensemble nog hard op zoek zijn naar een nieuwe invulling van het begrip ‘groot gezelschap’.
Continue reading “Seizoensoverzicht 2008/2009” »

Voorbeschouwing Dertien Rijen

overig,Parool — simber op 28 mei 2008 om 21:23 uur
tags: , , , ,

Het is geen gezelschap, geen voorstelling en geen festival, maar toch staat het vanaf morgen drie weken lang in theater Frascati in de Nes: Dertien Rijen. Gedurende die tijd zullen theatergroepen ’t Barre Land en Discordia, aangevuld met vrienden en gasten Frascati 1 in bezit nemen en voorstellingen en late-night specials spelen. Tussen het opbouwen van het decor ’s middags en verder repeteren ’s avonds hebben Vincent van den Berg van ’t Barre Land en Annet Kouwenhoven van Discordia even tijd voor een gesprek.

Voor je het weet ben je met deze toneelspelers verzeild geraakt in een discussie over het opvoeren van Brecht, het repertoire in Parijs in de jaren ’30 en toneelstukken over toneelspelers. Zowel Discordia als ’t Barre Land zijn dan ook geen groepen waarin de regisseur een stuk uitkiest en de acteurs dat keurig uitvoeren. Dit zijn toneelcollectieven waarin de stukkeuze, bewerking, decor, techniek en uitvoering een gezamelijke verantwoordelijkheid zijn waarin de verschillende elementen steeds in elkaar overlopen.

“We gingen op zoek naar zogenaamde ‘backstage comedies’”, vertelt Kouwenhoven: “toneelstukken die gaan over de wereld achter het toneel. Molière schreef er een (l’Impromtu de Versailles) die gaat over toneelspelers die zitten te wachten op de koning. De Franse schrijver Jean Giraudoux bewerkte dit in de jaren ‘30 voor zijn eigen toneelgezelschap. De namen van de personages zijn dan ook de namen van de acteurs van zijn troupe.”

“Onze voorstelling Impromptu is gebaseerd op dit stuk, maar weer versneden met andere stukken, Intermezzo –ook weer van Giraudoux- en Colombe van Anouilh. Die laatste is uit de jaren vijfig en lijkt een burleske komedie, maar eigenlijk is het een stuk over vrouwenemancipatie.” Kouwenhoven is niet bang voor eventuele verwarring bij het publiek: “De plots van die stukken zijn zo overdreven geconstrueerd, het is sowieso niet nodig om die te begrijpen. Het zijn slechts vervoermiddelen, het eigenlijke onderwerp is het spelen van de voorstelling. We zijn nu in de repetities aan het uitzoeken hoe wij het ook weer commentaar op ónszelf kunnen maken.”

Maar wat is Dertien Rijen nou eigenlijk precies? “Dertien Rijen is een samenwerkingsverband tussen verschillende kleinere toneelgroepen,” verklaart Van den Berg: “’t Barre Land en Discoria zijn de gangmakers, en Dood Paard en Vlaamse groepen zoals Stan en De Roovers doen vaak mee. Wij vinden dat ook in de kleine zaal ensemblevorming mogelijk moet zijn, niet door één grote supergroep te maken, maar over de gezelschappen heen. Al die afzonderlijke gezelschappen zijn klein en de schaal van hun voorstellingen is steeds hetzelfde.”

“Wij merken dat het heel andere dingen oplevert als je met heel veel mensen op de vloer staat. En daarnaast is het heel goed om jouw manier van werken te confronteren met die van anderen. Er wordt nu al veel gecoproduceerd, maar dat is altijd ad-hoc. Wij willen werken aan repertoireopbouw en stijlontwikkeling, terwijl we expertise en hardware kunnen delen.”

Volgens Kouwenhoven moet die samenwerking nog ruimer worden: “Het moet in de loop der tijd groter worden, maar dat is een kwestie van tijd en middelen. Maar uiteindelijk moeten allerlei soorten acteurs kunnen inhaken, ook van Toneelgroep Amsterdam. Maar we willen het niet te veel op voorhand plannen.”

Naast Impromtu zijn er late-night specials. Na de voorstelling zijn er bandjes en Barre Land-acteur Martijn Nieuwerf zal de eerste schetsen tonen van zijn voorstelling over Bob Dylan. Van den Berg erkent dat het soms lastig is voor de theaters om met zo’n minimale planning te werken: “Er komt toch een hele kermis binnen. Dat kan alleen als er geschiedenis is. Maar er kan vaak veel meer dan je verwacht. Je moet er soms hard voor vechten, maar het kan wel. Zolang je maar niet hoeft te werken binnen kantoortijden.”

Dertien Rijen: 29/5 t/m 14/6. Meer info op www.dertienrijen.nl

Recensie: ‘Bazel’ door Dood Paard

Parool,recensies — simber op 23 januari 2008 om 03:08 uur
tags: , , , , ,

Eigenlijk lijken ze een beetje op elkaar, Gillis Biesheuvel en Gerardjan Rijnders. Allebei geprononceerde gezichten met strenge design-brillen. En allebei een beetje onhandige acteurs. Maar juist daardoor intrigerend. Ze staan nu samen in Bazel, de nieuwe voorstelling van Dood Paard.

Bazel is een ijzersterke tekst van Willem de Wolf, die na de subsidiestop van zijn gezelschap Kas en de Wolf Duits ging studeren en deze tekst schreef, die eerst nog een tijd op de burelen van Toneelgroep Amsterdam lag voordat hij bij Dood Paard terecht kwam.

Het is een harde scheldmonoloog in de stijl van Thomas Bernhard, waarin een jongeman (Biesheuvel) zijn gal spuwt tegen een oudere vriend (Rijnders), een kunstverzamelaar die hem als loopjongen gebruikt. Ze waren in Bazel, op de belangrijke kunstbeurs (“5398 kunstwerken verdeelt over 267 stands in 4 gebouwen over 3 dagen”), en de verzamelaar pikt in een restaurant een arme zwarte keukenhulp op voor seks. De volgende dag moet de jongen zich om vijf uur melden.

Biesheuvel vertelt wat er gebeurde, wat hij, de verzamelaar en de zwarte jongen –die ze met gevoel voor ironie Allurie noemen- dachten en doet dat in scherpe, gedetailleerde observaties. Een klein verhaal wordt verteld, maar steeds met uitwijdingen, herhalingen en ellipsen. Een verhaal met een anti-climax bovendien, want die jongen komt niet opdagen. Gaandeweg blijkt het dan ook minder te gaan om de uitkomst, maar om het construeren, deconstrueren en reconstrueren van de drie mannen en hun relaties. Het decor bestaat –naast wat doeken, stoelen en lampen- vooral uit opname- en afspeelapparatuur.

Want net als de felrealistische foto’s van Japanse kinderen of Amerikaanse celebrities die de verzamelaar mooi vindt, zijn deze mannen steeds bezig met het zoeken van de juiste uitsnede van de werkelijkheid. Het mooie is dat het voor de acteurs op een vergelijkbare manier geldt. Biesheuvel is fel, spuwt zijn teksten uit, lijkt steeds boven zijn macht te spelen, maar weet iedere scheldkanonade toch weer te plaatsen. Rijnders is meer berustend en op zoek naar kwetsbaarheid. Juist hun gebrek aan virtuositeit of acteurstrucs geeft de tekst extra lading.

Bazel is de eerste van vier voorstellingen die Dood Paard de komende twee weken speelt in Frascati in het programma Stock à Deux. Ook de andere drie voorstellingen zijn duetten: Schuur –ook al zo’n goeie tekst, ditmaal van Rob de Graaf- tussen Dood Paard-acteurs Manja Topper en Oscar van Woensel; het vrolijk anarchistische Deconstructie van opnieuw Gillis Biesheuvel met Anouk Driessen van ’t Barre Land; en nog een nieuwe voorstelling, Mannetje met de lange lul van Kuno Bakker en Jorn Heijdenrijk van Discordia.

Net als andere groepen met een sterk collectieve manier van werken, zoals ’t Barre Land, zie je bij Dood Paard dat de acteurs na een aantal jaren minder met z’n allen voorstellingen maken en vaker als zelfstandige kunstenaars eigen projecten aangaan. Dat is jammer, want het gaat ten koste van de herkenbaarheid en identiteit en daarmee het bestaansrecht van de groep. Maar het voordeel is dat je als toeschouwer kunt zien hoe de individuele makers zich ontwikkelen. En bij een eigenzinnige toneelspeler als Biesheuvel is dat zeer de moeite waard.

Bazel van Willem de Wolf door Dood Paard. Gezien: 22/1/08 in Frascati. Aldaar t/m 24/1, tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity