Recensie: ‘Phaedra’ van De Utrechtse Spelen

“Wat lichte liefde zou kunnen zijn ligt op mij als een mud modder van zonde.” Phaedra (Wendell Jaspers) heeft zich opgesloten in een kamer die haar aan alle kanten oneindig weerspiegeld. Haar man Theseus is op avontuur in de onderwereld en zij wordt verteerd door ziekelijke liefde voor haar stiefzoon Hippolytus.

Thibaud Delpeut is een van de nieuwe gezichten onder de Nederlandse toneelleiders. In Limburg worden Servé Hermans en Michel Sluysmans de nieuwe artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, over twee jaar vertrekt Alize Zandwijk bij het Ro Theater en als de geruchten in de sector kloppen wordt binnenkort bekend wie Het Zuidelijk Toneel overneemt.

Delpeut nam, samen met zakelijk leider Jacques van Veen, de ondankbare taak op zich om De Utrechtse Spelen uit het slop te trekken. De vorige artistiek leider Jos Thie had na een al te driest cultureel ondernemend avontuur het gezelschap opgezadeld met een miljoenenschuld en moest vertrekken.

Delpeut heeft zich ruimschoots bewezen als een van de meest interessante nieuwe regisseurs voor de grote zaal, met een aantal opmerkelijke locatieproducties en een prachtige gastregie van Nora bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij daarvoor het ontwikkelingstraject TA2 aflegde.

Voor zijn debuut bij De Utrechtse Spelen koos hij voor Phaedra van Hugo Claus, die zijn versie baseerde op Seneca. Het is een wat eigenaardige voorstelling geworden, waarbij de opgeroepen emoties niet lijken te passen bij de taal van Claus en de intellectuele ideeën die worden opgeworpen. Maar een paar weergaloze scènes redden de avond.

Het sobere en effectieve decor (van Roel van Berckelaer) verdeelt het toneel aanvankelijk in een vrouwen- en een mannenwereld. Phaedra en haar bediende (Marlies Heuer) bevinden zich in de kamer met half doorzichtige spiegels, Hippolytus (Jan-Paul Buijs) en zijn vrienden lopen daarbuiten vrij rond in een kunstenaarsatelier, waar ze Claus’ tekst opzeggen als een soort slam poetry.

Als Phaedra even later toch haar liefde aan Hippolytus bekent, wijst hij haar af. Dat zet een dodelijke keten van gebeurtenissen in werking. De thuiskomst van Theseus (Hein van der Heijden) is de sleutelscène. Ondersteund door ophitsende trommels wordt het weerzien met vrouw enerzijds en zoon anderzijds op ijzingwekkende wijze met elkaar versneden.

Phaedra beschuldigt Hippolytus ervan haar te hebben aangerand en Theseus jaagt hem de dood in. Uiteindelijk vertelt ze Theseus de waarheid en pleegt ze zelfmoord. Die dubbele draai –van liefde naar haat en terug– weet Jaspers echter niet overtuigend te maken. Ze lijkt gevangen tussen Claus’ tekst die de goden een belangrijke rol geeft in Phaedra’s emotionele huishouding en Delpeuts psychologische benadering, die haar geen koningin maakt, maar een aardse, moderne vrouw.

Mooi is hoe het spiegelhuis in het decor uitklapt, waardoor een het publiek deels zichzelf ziet. Zijn we zelf ook zo als Phaedra? Gevangen het spiegelpaleis en de echoput van onze eigen omgeving, waardoor we uiteindelijk neigen naar onze extreemste emoties?

Delpeut, opgeleid als klinisch psycholoog, heeft als regisseur twee kanten: de koele beschouwer van de mens en de enthousiaste bespeler van alle theatrale registers. In Phaedra zijn ze beide aanwezig, maar net uit balans.

Phaedra van De Utrechtse Spelen. Gezien 10/10/14 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 17 en 18/10. Meer info op www.deutrechtsespelen.nl

Recensie: ‘Caligula’ van Thibaud Delpeut, De Coproducers en De Utrechtse Spelen

Parool,recensies — simber op 18 april 2014 om 10:03 uur
tags: , , , ,

Vier camera’s zet de keizer om zijn tegenstander heen. Er is geen ontsnappen aan de koele, kleine lenzen. Het gesprek kan beginnen. Of is het een ondervraging? Alle hoeken van het peinzende gezicht van acteur Martijn Nieuwerf verschijnen als mozaïek op het projectiescherm.

Regisseur Thibaud Delpeut maakte naam met zijn voorstellingen op festivals en bij Toneelgroep Amsterdam. Sinds begin dit seizoen is hij artistiek leider van De Utrechtse Spelen.

In Caligula van Albert Camus onderzoekt Delpeut het leven zonder absolute waarden en waarheden. De keizer is dodelijk bedroefd omdat zijn geliefde zuster Drusilla is gestorven en begint een bloedig schrikbewind over Rome. Zijn naasten denken dat hij krankzinnig is geworden, maar Camus maakt hem een filosofisch onderzoeker. Mensen “sterven en zijn niet gelukkig”, maar Caligula is de enige met de macht om volledige vrijheid na te streven.

Caligula is een prachtige rol van acteur Vincent van der Valk die, tenger en nadenkend, aandoenlijk en intens de keizer laat zien als een adolescent die ijzeren consequentie verkiest boven medemenselijkheid. Tegenover hem staat Nieuwerf als Cherea die Caligula’s redenering begrijpt, maar kiest voor zekerheid en menselijkheid.

Tegen het eind zien we samen met Caligula op het scherm een beeldenstorm van de cultuurgeschiedenis voorbij trekken, van Lascaux tot Sneeuwwitje. We staan stil bij Malevitsj’ zwarte vierkant en John Cage’s stilte: medereizigers op dezelfde filosofische weg.

Wat moet de kunst hierna en wat moet de mens hierna? Dat lijken Delpeut’s centrale vragen. Zijn voorstellingen zijn altijd strak en onderkoeld, maar achter dat vormelijke oppervlak weet hij –in dit geval samen met Van der Valk– diepe empathie voor zijn personages op te roepen. In die empathie zit vermoedelijk zijn antwoord.

Caligula van Thibaud Delpeut, De Coproducers en De Utrechtse Spelen. Gezien 10/4/14 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 24/4 t/m 1/5. Meer info op www.thibauddelpeut.nl

Recensie: ‘Nora’ van Toneelgroep Amsterdam

Het is een foefje dat Halina Reijn als geen ander beheerst: de ongepaste lach. Een echtgenoot leest haar de les over haar spilzucht: een ondeugende lach en de stemming wordt weer speels; een vriend zegt dat hij op sterven ligt: de lach maakt het ineens bespottelijk. Het ongelofelijk knappe aan Reijn is dat ze met dat lachje alle situaties kan omdraaien: dreiging wordt vrolijkheid, leed wordt hanteerbaar, ernst wordt spel.

Er wordt veel ongepast gelachen in Nora van Ibsen, dat vrijdag bij Toneelgroep Amsterdam in première ging. Het stuk uit 1879, dat als proto-feministisch wordt gezien, gaat over het huwelijk van de titelheldin en Torvald. Aan de buitenkant ziet het er gelukkig uit, maar de harmonie wordt bedreigt door een misstap van Nora uit het verleden: in moeilijke tijden heeft ze een keer geld geleend (op zich al iets om niet aan haar man te vertellen) en daar zelfs een handtekening voor vervalst (erg genoeg voor totale maatschappelijke uitsluiting).

Bij regisseur Thibaud Delpeut (die eerder bij TA Al mijn zonen maakte) is dat huwelijk een vrij lichtvaardige aangelegenheid: Reijn’s Nora is een shopverslaafd, oppervlakkig en kinderlijk prinsesje. Stiekem peuzelt ze de door haar man verboden koekjes. Als haar man (Thomas Ryckewaert) zijn krekeltje berispt wordt ze kirrend onderdanig en ontstaat er een even pervers als routineus machtsspel. Tussen glimmend witte wanden staan drie totaal niet bij elkaar passende, maar zeer duur uitziende meubels: het gaat hier om protserigheid zonder achterliggend idee of gevoel. Tegen iedere bezoeker die op de banken plaatsneemt verkondigt Nora met een beate glimlach hoe gelukkig ze wel niet is.

Dat dit niet goed afloopt is al snel duidelijk, maar wat de voorstelling spannend houdt is in hoeverre Reijn’s Nora zich bewust is van de leegte van haar huwelijk en in hoeverre ze die leegte in stand houdt omdat die lekker eenvoudig en comfortabel is.

De plot wordt door Delpeut met een bijna abstracte helderheid afgewikkeld. De advocaat bij wie Nora ooit geld leende komt ongewild door haar toedoen in de problemen en dreigt de zaak openbaar te maken als zij hem niet helpt. Deze Krogstad wordt gespeeld door Bart Slegers, die per dit seizoen in het ensemble van TA is opgenomen. Dat is een aanwinst: zijn Krogstad is een prachtige engerd van wie je blijft zien dat zijn daden voortkomen uit wanhoop en niet uit perversie of sadisme.

Het eind, waarin alles uit elkaar knalt en er niets meer te lachen valt, is gelaagd en modern. Nora verwijt Torvald dat ze voor hem nooit meer is geweest dan een pop. Dat is waar, maar tegelijk is duidelijk dit geen onderdrukking is, maar een terugtrekking in gerieflijke rolpatronen met wederzijds goedvinden. Dat resoneert, niet in het minst omdat Reijn de hele voorstelling toch een soort uitvergrote versie speelt van haar eigen publieke imago.

Maar zowel Reijn als Nora zijn meer dan de oppervlakte die ze zo meesterlijk in de hand hebben. De slotscène is ronduit indrukwekkend, met een totaal getransformeerde actrice in diepe wanhoop en desillusie.

Nora is een van Reijns mooiste en meest intense rollen tot nu toe en is op een mooie manier complementair met haar rol van Kat in Het temmen van de Feeks van Ivo van Hove: allebei gevangen vrouwen die zich bevrijden. En meteen zie je hiermee zie je het verschil tussen de geestverwanten Van Hove, uiteindelijk een romanticus, en Delpeut, die jonger, politieker en harder is en die hier overtuigend debuteert in de grote zaal.

Nora van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 9/11/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar 6 t/m 13/12 en 22 t/m 26/1/13. Tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Dubbelinterview: Ivo van Hove en Thibaud Delpeut

interviews — simber op 1 september 2011 om 23:28 uur
tags: , , ,

Wat achterstallige stukken. Dit is geschreven voor de eerste editie van de nieuwe schouwburgkrant die voor de zomer verscheen.

Vier jaar geleden startte Toneelgroep Amsterdam-directeur Ivo van Hove met TA-2. In samenwerking met de Toneelschuur in Haarlem konden jonge regisseurs voorstellingen maken met spelers en technische ondersteuning van het gezelschap, als voorbereiding voor het werken in de grote zaal. Na vier jaar is regisseur Thibaud Delpeut klaar met het talentontwikkelingstraject, maar hij blijft betrokken bij TA: dit najaar is hij dramaturg bij Husbands, het seizoen daarop maakt hij zijn eerste grotezaalvoorstelling. Tijd voor een gesprek tussen de meester (die net begonnen is met de repetities van De Russen!) en de gezel (die werkt aan de voorstelling 4.48 Psychosis voor op de zomerfestivals). In het kantoor van Van Hove, hoog achterin de Stadsschouwburg, spreken de twee mannen half tegen, half óver elkaar.

Zijn jullie inderdaad te kenschetsen als meester en gezel?

Van Hove: “Dan is hij de meester en ik de gezel.”

“Ik heb het nooit zo gevoeld, omdat we al heel snel inhoudelijk met elkaar spraken, gelijk vanaf het begin was er wederzijds respect. Ik heb hem af en toe wel behoed voor een fout, maar dat heb jij mij ook.”

Delpeut: “Tijdens onze eerste gesprekken zat ik nog op school en ik wilde van alles. Ik was met verschillende groepen in gesprek en ik was echt totaal in onderhandeling, alsof ik een bank aan het overnemen was. Ik respecteerde Ivo als regisseur en wilde graag in de grote zaal werken. Maar Ivo is niet alleen regisseur, maar ook directeur en dat fascineerde me. Hoe combineer je dat? Hoeveel directeur zit er in de regisseur en andersom? En vervolgens kwam ik erachter dat hij vaker dan je wil messcherp tussen die twee kan schakelen.”

Continue reading “Dubbelinterview: Ivo van Hove en Thibaud Delpeut” »

Verslagje Over het IJ

Het theaterfestival Over het IJ in Amsterdam Noord biedt als vanouds theater op bijzondere locaties, en hoewel een bijzondere, mooie of spannende plek altijd zorgt voor de wow-factor, is het niet altijd genoeg voor een goede voorstelling.

Dat bewijst bijvoorbeeld theatergroep Bambie, die haar tribune neerzette bij het gebouw Kraanspoor, zo dat je een paar honderd meter weg afkijkt totaan de NDSM Werf. Prachtig is het om te zien hoe twee spelers in donkere jassen in een synchrone ganzenpas tergend langzaam naar ons toegelopen komen. Ze zijn omringd door een wijds uitzicht van kantoornieuwbouw (o.a. een nieuwe Hema), verkrotte loodsjes en een grasveldje waar een klein vrouwtje rondscharrelt. ‘Noord Gestoord’ leest de graffiti op de muur van een van de afbraakpanden.

Via een koptelefoon hoor je een soundscape, met muziek, meeuwen en scheepshoorns en –en daar gaat het mis- de dialoogjes tussen de twee mannen en het kleine vrouwtje. De tekst bestaat voornamelijk uit gemeenplaatsen over weggaan en blijven en constateringen als “dat het gras groen is, en dat de toekomst van ons is.” Tsja. Maar je kunt natuurlijk ook je koptelefoon afzetten en genieten van het panorama in het gouden avondlicht.

Wel goed is de tekst van 4.48 Psychosis, geschreven door Sarah Kane en geregisseerd door Thibaud Delpeut, een lucide tocht door het hoofd van een psychotische patiënt, die extra wrang is door het feit dat de schrijfster zelf aan ernstige depressie leed en kort na het voltooien van deze tekst zelfmoord pleegde.

De voorstelling is een knappe monoloog van actrice Wendell Jaspers, die echter enigszins wordt ontsierd door overdadige vormgeving. De locatie is een mooie fabriekshal vlakbij het nieuwe restaurant Stork en de soundscape –zowel de duister aanrollende klanken, waarbij het hele gebouw meeresoneert als de Jaspers’ stemvervorming- is schitterend, maar de heftige lichteffecten en het decor van rubbergruis voelen als overkill, alsof je bij de heftige teksten, in Delpeuts interpretatie een eindeloze schreeuw om liefde, het voorschrift krijgt hoe je je erbij moet voelen.

Het probleem is sowieso dat het regisseren van Kane’s teksten altijd een beetje koket wordt: de levenslust van de theatermakers wint het toch ruimschoots van de doodsdrang van Kane. Het mooiste en meest invoelbare moment in 4.48 Psychosis is dan ook als Jaspers even uit het strenge toneelvlak stapt en de “chronische waanzin van de gezonden van geest” beschrijft. Het houden van een partner, het zorgen voor een kind of het overwinnen van tegenslagen klinkt ineens als en symptoom van een onbegrijpelijke ziekte.

De bijzonderste locatie van het festival is toch wel het IJsselmeer: Stichting Nieuwe Helden organiseert onder de titel Botter een schitterende vaartocht in een authentieke platbodem met bruine zeilen, met een praatgrage schipper die vertelt over botters, en zijn vader, die jajem schenkt, moppen tapt en liederen zingt. Je kunt jezelf moeilijke vragen stellen over de verhouding tussen boottocht en theater, maar waarom zou je als zon op je bol schijnt, de wolken op z’n allerhollandst zijn en druppels in je gezicht spatten. Je maakt iets bijzonders mee en je steekt er nog wat van op ook. Soms is kunst iets heel eenvoudigs.

Over het IJ duurt nog tot 17 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Interview Thibaud Delpeut

interviews,Parool — simber op 8 december 2010 om 14:50 uur
tags: , , ,

Vanavond gaat in de Toneelschuur in Haarlem Al mijn zonen in première, de nieuwe voorstelling van regisseur Thibaud Delpeut. Het stuk van Arthur Miller gaat over een zoon die er kort na de Tweede Wereldoorlog achter komt dat door nalatigheid van zijn vader defecte vliegtuigonderdelen zijn geleverd, met dodelijke gevolgen. ‘Ik ben geschrokken van mijn eigen woede.’

Het zijn de laatste dagen voor de première, maar Thibaud Delpeut heeft alle tijd voordat hij naar Haarlem vertrekt voor laatste repetitiedagen. ‘Door de sinterklaasperiode is de try-out periode wat meer uitgesponnen dan normaal’, vertelt hij achter een kop koffie. ‘Er is bij mij een constante in die laatste fase: eerst maak ik een vloeiende montage, uiteindelijke maak ik meer harde cuts.’

Wat hem aantrok in Miller is duidelijk: ‘Het is een fucking goed verhaal. Ik ben geïnteresseerd in de kritische houding van auteurs als Miller en Tennessee Williams ten opzichte van de American Dream. Voor de plot moet je het stuk niet spelen: je weet na vijf minuten al wát er wordt verzwegen, maar daarna gaat het over hoe en waarom. En een aantal dingen zijn gedateerd. In 1947 was de taal van de gewone man op het toneel het nieuwste van het nieuwste, nu kunnen we wel met wat minder toe. De tekst zit vol met details om personages te kenmerken, maar dat zijn juist dingen die de acteurs moet vormgeven. Van daar uit heb ik de tekst gecomprimeerd en strakker gemaakt. Ik ga in sneltreinvaart naar de climax en dan breekt ongelofelijk de pleuris uit.’

‘Het is een ensemblestuk, maar voor mij is het een coming of age verhaal van de jongste zoon, Chris, die wordt gespeeld door Roeland Fernhout. Met hem en hoe hij wordt bedot door zijn familie ga je mee. Hij heeft gevochten in de oorlog en is getraumatiseerd, zijn broer is niet teruggekomen. Het stuk is exorcisme. Het grootste bedrog is niet eens dat zijn vader laks is geweest, maar dat hij dacht dat hij tégen het fascisme vocht, terwijl het eigenlijk vóór het kapitalisme was. Ieder vecht voor z’n eigen hachje, in het klein en in het groot.’

‘Toen ik het stuk een paar jaar geleden las leek het me heel actueel: Amerika is weer in een oorlog verzeild. Maar gaandeweg leek het me universeler. De Amerikaanse droom is een wereldreligie geworden. De manier van oorlog voeren mag dan veranderd zijn en goed en kwaad minder zwartwit geworden, maar economische overwegingen geven nog steeds de doorslag. Ik laat het afspelen in de tijd waarin het geschreven is, met een beeld van 1947 in kostuums en muziek. Maar het eindigt met Jimi Hendrix; de volgende oorlog staat alweer op uitbreken.’

Al mijn zonen is voor Delpeut ook het laatste deel van een trilogie van voorstellingen over oorlog en geweld. ‘Blasted van Sarah Kane ging min of meer over het begin van een oorlog, in de voorstelling Nacht, die ik maakte op Oerol, zit je er middenin. Al mijn zonen gaat over de nasleep: we hebben gewonnen, maar waar hebben we nu eigenlijk voor gevochten?’ In de eerste twee voorstellingen was het geweld nadrukkelijk aanwezig op het podium. ‘Blasted en Nacht waren zwartgallige voorstellingen, in Al mijn zonen zit meer lucht, met één gestileerd moment van geweld tussen vader en zoon. Maar Nacht en Blasted eindigen allebei met een beeld van hoop en verzoening en Al mijn zonen heeft juist een zeer zwart einde.’

‘Chris leert eerst de waarheid over zijn vader. Dan verliest hij zijn onschuld. Maar daarna leert hij de waarheid over zijn broer en dan is er alleen nog maar destructie is, slash and burn. Ik ben wel geschrokken van mijn eigen woede. Woede blijkt een belangrijke drijfveer voor me. Aan het eind van het stuk probeert Chris zijn ouders duidelijk te maken dat zij verantwoordelijkheid moeten nemen voor het feit dat ze onderdeel van de wereld zijn. En zo simpel en verpletterend naïef is het. Hoe cynisch ik zelf ook ben, ik geloof wel dat je verantwoordelijkheid moet nemen voor je eigen leefomgeving door een andere attitude en een ander consumptiegedrag.’

Al mijn zonen is de Delpeuts laatste voorstelling binnen TA2, het traject voor jonge regisseurs van Toneelgroep Amsterdam en de Toneelschuur. ‘Ik blijf wel verbonden aan Toneelgroep Amsterdam: in 2012 ga ik een voorstelling maken in de grote zaal en ook in het volgende kunstenplan zal ik blijven.’ Hij noemt TA2 een succes, ondanks een moeizaam begin: ‘Toneelgroep Amsterdam en de Toneelschuur hebben geprobeerd om luwte te scheppen voor jonge regisseurs. Maar wat je doet ligt toch onder het vergrootglas, ook binnen het gezelschap. Maar ik heb echt voor het gezelschap gekozen, werkt met Ivo van Hove samen, o.a. in New York. Nu wordt TA2 ook binnen het bedrijf serieus genomen. Sommige acteurs vonden het in het begin ‘talentontwikkelingscorvee’, maar  nu wordt het door het hele ensemble gedragen.’

Al mijn zonen van Thibaud Delpeut speelt t/m 22/12 in de Toneelschuur Haarlem. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl
Blasted
gaat in reprise en op tournee van 6/1 t/m 6/2/11. Meer info op www.toneelschuur.nl

Recensie: Over het IJ Festival

Parool,recensies — simber op 6 juli 2010 om 00:36 uur
tags: , ,

Twee voorstellingen trokken speciaal de aandacht op het donderdag begonnen Over het IJ Festival in Amsterdam Noord. Thibaud Delpeut oogste bewondering voor zijn indringende voorstelling Nacht en de piepjonge makers van het Belgische collectief FC Bergman splijtte de geesten met hun radicale Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is.

Alles aan Wandelen… is extreem, van de belachelijk lange titel en de gigantische, vrijwel lege fabriekshal waar de voorstelling speelt tot tientallen dansers die slechts één keer voorbij komen en de flinke klappen die de spelers elkaar uitdelen. Maar steen des aanstoots was vooral het (sexuele) gehannes met een konijntje en een paar kippen, wat de dierenbescherming op zondagavond toch even kwam inspecteren.

Maar dat waren slechts een paar van de vele scènes, naast een anatomische les geheel in het Italiaans, brandende tafels, en een man die hangend aan een contraptie een vrouw probeert te bereiken. Steeds gaat het over mensen die niet kunnen ontsnappen aan zichzelf, hun lust, hun lichaam, hun hartstochten. Volgens het programma gaat de voorstelling over Dante’s bezoek aan de hel, maar volgens de makers bestaat de hel blijkbaar vooral uit de eigen driften van de mens.

Is het dan een goede voorstelling? Eigenlijk is het een irrelevante vraag: Wandelen… is een belevenis, waarmee een jonge theatergroep (de meeste spelers zijn amper afgestudeerd van de toneelschool) met veel kabaal de theaterrevolutie uitroept. De voorstelling is té vol, onbeschaamd en onmatig, maar op genoeg momenten ook wonderschoon, poëtisch en heel erg grappig. De theaterwereld heeft er een groep bij waar ze niet omheen kan, vond ook de jury van het Nederlands Theaterfestival, die de voorstelling selecteerde als een van de tien beste van het seizoen.

Ook Thibaud Delpeut gebruikt grof geschut in zijn voorstelling Nacht (losjes gebaseerd op een onbekendere Ingmar Bergman film), maar deze jonge regisseur kan juist uitstekend doseren. Een echtpaar, vroeger orkestmusici, heeft zich teruggetrokken op een eiland, op het vasteland woedt een burgeroorlog. Maar hoe graag ze ook a-politiek en afzijdig willen blijven, de gewelddadige gebeurtenissen halen hen in.

Nacht speelt op een groot stuk plastic op een weiland vlak buiten de stad. Alle toeschouwers krijgen een koptelefoon op, zodat je de acteurs ver weg in het weidse land toch kan verstaan alsof ze naast je staan, ook als ze fluisteren. Dat heeft een bijzonder, afstandelijk effect, wat goed past bij de klinische manier waarop de personages over geweld spreken. En des te heftiger komen de sterke beelden aan van vernedering en verkrachting aan.

Met z’n dreigende soundtrack en de uitstekende spelers (o.a. Hans Dagelet en Wendell Jaspers) maakt Delpeut zonder meer een goede voorstelling. Maar toch ontbreekt er iets in deze Nacht. Delpeut bewandeld te veel bekend terrein en steeds zie je de inspiratiebronnen van zijn beelden (de films van Michael Haneke en Lars von Trier; de voorstellingen van Ivo van Hove – bij wiens Toneelgroep Amsterdam hij ook regisseert) erdoorheen. Wat FC Bergman te veel lijkt te hebben, komt Delpeut tekort: eigenzinnigheid en bravoure.

Over het IJ is nog tot 11 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Recensie: ‘Britannicus’ van TA2/Thibaud Delpeut

Parool,recensies — simber op 19 november 2007 om 13:41 uur
tags: , , ,

Jonge theatermakers en de grote zaal. Het is al een tijd een heet hangijzer in theaterkringen. Eerst wilden ze niet, tevreden als ze waren in hun eigen collectieven en kleinschalige theatergroepen en daarna mochten ze niet: de grote zaal wordt tegenwoordig als gewichtige zaak gezien, een plek waar je moet laten zien wat je kan, niet als ruimte waar je zomaar mag experimenteren. Maar een probleem is het wel, want op deze manier krijgen gezelschapsleiders als Ivo van Hove, Johan Simons of Koos Terpstra geen opvolgers.

Mede daarom startten Toneelgroep Amsterdam en de Toneelschuur in Haarlem TA2, een traject waarbij jonge regisseurs enigszins in de luwte kunnen oefenen met voorstellingen maken voor de grote zaal, met de acteurs, technici en organisatie van het grote gezelschap. De voorstellingen spelen slechts twee weken en zijn alleen in Haarlem te zien. Maar ondanks die luwte is er toch een soort hype-gevoel rond Thibaud Delpeut, de eerste regisseur in dit project. Het is tenslotte niet niks, je eerste voorstelling na je opleiding maken bij het grootste en meest prestigieuze gezelschap van het land.

Delpeut maakte het zichzelf nog eens extra moeilijk door te kiezen Britannicus van Racine, breedsprakig classicistisch drama dat speelt in het oude Rome. Over de opkomst van keizer Nero gaat het. Hij wordt overheerst door zijn moeder Agrippina, die zijn pleegboer en rivaal in de politiek en de liefde Britannicus steunt, met uiteindelijk dodelijke gevolgen.

Nero, door Eelco Smits gespeeld als een sadistisch papventje, is de jongste op het podium en degene met het meeste macht. Alle anderen moeten te allen tijde zorgvuldig hun strategie kiezen, terwijl hij al zijn grillen kan volgen. Maar hij is niet in staat een eigen weg te kiezen, en heeft altijd de mening van zijn laatste adviseur.

Het lijkt illustratief voor de hele voorstelling. Delpeut heeft niet echt vat heeft gekregen op het stuk en de voorstelling. De tekst -in verzen vertaald door Laurens Spoor- gaat maar niet leven en dat, gecombineerd met een dodelijk gebrek aan humor, maakt de voorstelling statisch en saai.

Het is echter interessant om te zien dat de geöliede machinerie van een groot gezelschap flink wat van de moeilijkheden kan ondervangen. De acteurs, Smits en Marieke Heebink (als Hillary Clinton-achtige Agrippina) voorop, zijn puik en het monumentale decor (een wasserij annex archief met een coderingssysteem -“Sre”, “Dar”, “Gue”, “Dre”, “Osi”- waar wandaden van de mensheid in te herkennen zijn) vertelt een eigen verhaal.

Pas aan het eind toont Delpeut even zijn brille. Op een overdadig met fruit en waterkannen gevulde tafel zet hij beheerst theatraal de gifmoord op Britannicus neer. De onaangedane Nero en de naakte Britannicus vormen een pieta van moordenaar en slachtoffer. Een krachtig beeld, dat de voorstelling niet meer redt, maar dat nieuwsgierig maakt naar toekomstig werk van deze regisseur.

Britannicus van Toneelgroep Amsterdam/Toneelschuur Producties. Gezien 18/11/07 in De Toneelschuur in Haarlem. Aldaar t/m 1/12. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Prijzen op het ITs Festival

In het Compagnietheater zijn gisteravond de prijzen uitgereikt van het ITS festival. De meest prestigieuze prijs, de Ton Lutz Prijs voor afstuderende regisseurs, ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Adam in Ballingschap dat hij opvoerde in de Hortus. De Belgische regisseur die afstudeert aan de regie-opleiding in Amsterdam krijgt geld voor het maken van een nieuwe voorstelling en een coachingstraject. Robbrecht was zelf niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen; hij is in Gent een nieuwe voorstelling aan het maken.

Speciale vermelding voor de Ton Lutz Prijs was er voor de eveneens in Amsterdam afstuderende regisseur Thibaud Delpeut, die tijdens het festival opviel met de geslaagde voorstelling Entr’acte. Met een zelfgeschreven, op de film Lost in Translation geïnspireerd stuk toont Delpeut zijn talent voor het construeren van gelaagde personages. Hij geeft daarnaast blijk van een goede hand van casten door Wendell Jaspers tegenover Kees Hulst te zetten. Het levert een spannende kleine voorstelling op.

Een geheel nieuwe prijs is de Kemn-A-ward. Castingbureau Kemna Casting nam het initiatief voor deze prijs voor de meest opvallende en veelbelovende acteur of actrice op het ITS. De prijs ging naar de Vlaamse acteur Oscar van Rompay die op het festival te zien was met zijn klas van de Antwerpse Herman Teirlinck school in de voorstelling Publikumsbeschimpfung. Eerder dit jaar viel hij al op in kleine rollen in de grote voorstellingen Platform van NT Gent en Opening Night van Toneelgroep Amsterdam. Van Rompay wint 4000 euro voor het verder ontwikkelen van zijn talent, en dat mag van uitreiker Job Gosschalk ook prima gebeuren op een terras in Barcelona met een fles sangria.

De overige prijzen waren voor de speerpunten van het festival: dans en internationaal. De Choreography Award voor de beste dansvoorstelling ging naar Pere Gay i Faura voor zijn voorstelling This is a picture. De ITS Guest Award voor beste internationale voorstelling ging naar Publikumfsbeschimpfung. Uitreiker Ben Hurkmans, directeur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, zei te hopen dat met de val van het kabinet en het vertrek van Rita Verdonk het voor kunstenaars eenvoudiger zal worden om naar Nederland te komen om hier te werken.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity