Recensie ‘Koningin Lear’ van Toneelgroep Amsterdam

“Er doemt een monster aan de einder op/Waarvan geen mens de omvang kan beschrijven./De markt wordt volatiel als nooit tevoren./De ene bubbel spat de andere kapot.” De ene grote troef van de de voorstelling Koningin Lear is de spanning tussen de archaïsch aandoende verzen van Tom Lanoye en de hoogst actuele inhoud. De andere is Frieda Pittoors.

De tweede Shakespearebewerking van de Vlaamse schrijver voor Toneelgroep Amsterdam is nog radicaler dan de eerste (het magistrale Hamlet vs Hamlet). Lanoye maakte van Shakespeares Koning Lear een hedendaagse vrouw, die een reusachtige multinational leidt in plaats van een koninkrijk. Een bedrijf dat ze gezien haar hoge leeftijd en aanvangende geestelijke achteruitgang wil overdragen aan haar drie zoons. Pittoors’ personage Elisabeth Lear lijkt gemodelleerd naar Neelie Kroes en Madeleine Albright.

De voorstelling begint met de hele familie – zoons plus aanhang en trouwe consigliere Kent (Gijs Scholten van Aschat) – aan een grote bestuurstafel, ieder in een eigen kleur; een regenboog van rendementsdenken. Want Lear wil in ruil voor een deel van de portefeuille een liefdesverklaring van elk van haar zoons. Zo doordringt geld alle vormen van menselijke relaties.

Zoons Gregory (Roeland Fernhout als afschuwelijke patser) en Hendrik (Jip van den Dool als beursnerd) dissen gedwee een ongemeend verhaal op, maar de jongste, de idealistische Cornald (Alwin Pulinckx) weigert, en wordt pardoes verstoten.

Daar begint de onttakeling van het familiebedrijf die door regisseur Eric de Vroedt rechtlijnig wordt getoond. Gedurende de voorstelling gaat Pittoors’ haar steeds piekeriger zitten en het decor (Maze de Boer), dat aan het begin nog een realistische boardroom hoog in een wolkenkrabber voorstelde – inclusief James Bond-achtige wereldkaart met lampjes die aangeven waar de bedrijfsactiviteiten plaastvinden – is aan het eind een opzichtig theatraal staketsel.

De neergang is zowel economisch (beurskrach en vijandige overnames) als ecologisch, met een dreigende orkaan die slim Shakepeares beroemde stormscène echoot, als mentaal, met Pittoors als steeds verder dementerende Lear.

Die scène is het hoogtepunt van de voorstelling. Pittoors, als een rockster tegen de wind in bulderend, met achter haar een regengordijn die ingenieus stroboscopisch verlicht wordt, waardoor de associatie met de vallende computertekens uit The Matrix onmiskenbaar is. Hier wordt de apocalyptische inzet voelbaar.

Maar gedurende de rest van de voorstelling zijn die angst en de gekte vreemd afwezig. De tekst van Lanoye lijkt rijk en gelaagd genoeg, maar misschien is het de al te heldere dramaturgie van De Vroedt die de voorstelling ontdoet van een vorm van mysterie of weerstand, die nodig is om drie uur lang te boeien.

Dat wordt gelukkig gecompenseerd door Pittoors. Tegen de vrij realistische setting in blijft haar Lear een nukkig personage dat met plotselinge clowneske grimassen en abrupte bewegingen over het toneel zwerft.

Koningin Lear is niet in de laatste plaats een metafoor voor hoe de babyboom-generatie de leiding over de door haar gecreëerde wereld doorgeeft aan haar verwende kroost. Hebzucht is de collectieve zonde van beide generaties. De voorstelling eindigt in een piëta: een kindse moeder die de borst geeft aan haar dode zoon. Een demente vrouw komt tot inzicht.

Koningin Lear van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 8/3/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 15/3 en 4/4 t/m 18/4. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘De Russen!’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Een paar keer zitten ze samen vooraan op het toneel. De een, Platonov, is een verlepte hedonist die vier vrouwen achter zich aan heeft, de ander, Ivanov, is een depressieveling met schulden die zijn doodzieke vrouw ontloopt en met een jong meisje aanpapt. Fedja van Huêt en Jacob Derwig zitten tegenover elkaar alsof ze weten dat ze ieder hun eigen tragedie beleven, dat ze niets kunnen doen om elkaars lot te verlichten.

Tsjechov schreef de twee stukken Platonov en Ivanov eind negentiende eeuw, helemaal aan het begin van zijn schrijversloopbaan. In een met hooggespannen verwachtingen omgeven voorstelling brengt regisseur Ivo van Hove met vrijwel het hele ensemble van Toneelgroep Amsterdam de twee nu samen in de zes uur durende marathonvoorstelling De Russen!, die imponeert in z’n schaal, maar even koud en bloedeloos blijft als het losgeslagen individualisme dat zij wil bekritiseren.

Aan de Vlaamse schrijver Tom Lanoye, die als toneelschrijver naam maakte met zijn grootscheepse Shakespeare-bewerking Ten oorlog, de pittige taak om de twee stukken in elkaar te schuiven. Vooral in het begin is dat goed gelukt. Alle achttien personages komen bij elkaar op een groot feest, dat speelt op een New York’s dak, tussen de schoorstenen, watertorens, reclameborden en graffiti. De mensen spreken over hufterigheid, het recht op beledigen en de aanwezige joodse kennis wordt op een akelig actuele manier gebruikt als zondebok voor de algemeen heersende ontevredenheid. Gedurende de hele voorstelling blijft Lanoye’s taal, vol barokke, maar levendige metaforen een van de grote attracties.

Maar het begin zet je op twee manieren op het verkeerde been. Gedurende het stuk worden de scènes steeds kleiner en intiemer en tegelijk gaan de thema’s steeds minder over de maatschappij en steeds meer over de individuele levens van de personages. En wat een verzameling onsympathieke slapjanussen bij elkaar! De meesten zijn dertigers die hun vroegere idealen in rook hebben zien opgaan. “Doodvermoeide utopisten die te klein, te laf en te ongelukkig zijn” om hun leven te veranderen.

Ze zijn ongebonden, voelen zich nergens thuis en zijn permanent onvoldaan. De oudere generatie is er nog erger aan toe; cynisch en meestal dronken. De enige jongere, het meisje van Ivanov, wordt in de knop gebroken. Maar in het massale decor en de enorme hoeveelheid personages vindt de toeschouwer zelf ook geen hechting om met een van deze personages mee te leven.

De vormgeving suggereert subtiel dat de gebeurtenissen zich in één lange nacht afspelen; na de warme schemering volgt de neonverlichte avond en de stille nacht. De daken, met hun rijkdom suggererende lichtkoepels, blijken verborgen nissen te hebben waar het leven van de zwervers en verslaafden dichtbij is. De muziek, van Tom Holkenborg, is helaas maar mondjesmaat aanwezig. In het begin zorgen de jachtige beats voor een nerveuze sfeer, naarmate het stuk en de nacht, vorderen worden het inwisselbare pianoklanken. Aan het eind staan alle personages in het kille ochtendlicht en wordt de rekening opgemaakt.

Aan het eind worden om en om de laatste scènes van de twee stukken gespeeld. Met als probleem dat beide stukken een nogal uitgesponnen, om niet te zeggen langdradig einde hebben. Dan gaat de exorbitante lengte van de voorstelling de toeschouwer opbreken.

Blijft over wat iedere TA-voorstelling overeind houdt: het spel van deze weergaloze troupe toneelspelers. Om er al te willekeurig een paar uit te lichten: de twee komische oudere schurken Gijs Scholten van Aschat en Hugo Koolschijn, Halina Reijn heel beheerst als Ivanov’s zieke vrouw en Barry Atsma als cynische, alcoholische dokter. Het contrast tussen de driftige, zinderende Van Huêt en de ingehouden, zelfbewuste Derwig is mooi uitgespeeld en had een centralere plaats in deze voorstelling verdiend. Nu blijft De Russen! cirkelen rondom een lege kern.

Holland Festival: De Russen! van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 19/6/11 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 25/6. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity