Profiel: Jan Zoet

Parool,profielen — simber op 2 juli 2013 om 10:00 uur
tags: ,

Sinds april dit jaar is Jan Zoet directeur van de Amsterdamse Theaterschool. Voor deze baan gaf hij de Rotterdamse Schouwburg op, waar hij sinds 1998 directeur was. Deze week spelen op het ITS Festival de afstudeervoorstellingen van ‘zijn’ leerlingen. Hun nieuwe direceteur is een dienstbare ridder voor de kunsten, met vele vingers in de pap.

Je zou hem makkelijk een kunstbobo kunnen noemen: de bestuurder die iedereen kent, in een groot aantal besturen zit, commissielid is bij de Raad voor Cultuur en die deelneemt aan talloze formele en informele overlegjes. Maar iedereen die je spreekt over Jan Zoet roemt zijn oprechte betrokkenheid. “Hij vindt de inhoud belangrijker dan zichzelf”, zegt dramaturg en vriend Paul Slangen. “Hij wil dat de kunstenaar centraal staat”, zegt acteur Walter Bart van Wunderbaum.

Jan Zoet (1958) groeide op in Oude Wetering (ZH) als oudste van vijf kinderen in een katholiek gezin. Zijn vader was derde generatie timmerman, zijn moeder huisvrouw die zich bezig hield met de administratie van het familiebedrijf. Beide ouders waren (en zijn) actief in het lokale verenigingsleven, vertelt Zoets broer Leon. “Onze vader zat in het bestuur van de bank. Het is een typisch verhaal van de oorlogsgeneratie: wijze mensen die weinig kansen hebben gehad.”

Op het gymnasium openbaarde zich zijn liefde voor het theater. “Hij werkte mee aan schoolvoorstellingen en wilde naar de toneelschool”, herinnert Leon Zoet zich, “Maar onze ouders waren tegen. Ze wilden dat hij een vak leerde.” Hij koos voor Nederlands in Leiden, maar studeerde er Theaterwetenschap naast.

Naast zijn studie begon hij te werken bij Mickery, het legendarische theater van Ritsaert ten Cate, dat begin jaren ’70 net verhuisd was van Loenersloot naar het Rozentheater in Amsterdam. “Hij was daar het onbetaalde hulpje van Ritsaert”, vertelt Leon Zoet, “Hij is praktisch en werkte deels op kantoor, maar was niet te beroerd om een paar spijkers in de muur te slaan als dat nodig was.” Ten Cate heeft een beslissende invloed op Zoet: “Ritsaert heeft hem geleerd om van kunstenaars en wat hen drijft te houden”, zegt muziektheatermaker Paul Koek, “We hebben vaak gesprekken gehad die de hele nacht duurden. Hij wil altijd weten wat je échte motivatie om iets te maken.”

De ambitie om zelf kunstenaar te worden heeft Zoet dan al opgegeven. Hij werkt als recensent, dramaturg, leraar en producent en is lange tijd zakelijk leider van Theatergroep

Hollandia van Koek en Johan Simons, die voornamelijk op locatie werkt. Koek herinnert zich de ambitie die Zoet al snel ten toon spreidde: “Hij wilde directeur worden. Ergens in het theaterveld, verder maakte het niet zoveel uit.” Het ging hem daarbij niet om de macht, benadrukken zowel Koek als Slangen: “Hij wil invloed omdat hij denkt dat zijn opvatting over kunst gangbaarder moet zijn”, zegt Slangen, “Hij gepassioneerd over de ontwikkeling van de kunst. Vernieuwing is voor hem geen loos begrip.”

Als hij in 1998 naar Rotterdam gaat om schouwburgdirecteur te worden kan hij zijn visie in praktijk gaan brengen. Samen met zijn programmeur Annemie Vanackere is hij mede-initiator van vele initiatieven en festivals (waaronder De Internationale Keuze, Motel Mozaïque en de Rotterdamse Operadagen) en oogst veel lof voor zijn programmering. In 2005 wint hij hiervoor, uitzonderlijk voor een schouwburg, de Prijs van de Kritiek. Collega Melle Daamen, directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam: “Rotterdam heeft heel lang de beste programmering gehad van alle schouwburgen in Nederland. Jans beleid draaide om artistieke afwegingen, niet om geld of publiek.”

Hij heeft veel contact met zijn collega Gabriël Oostvogel, die aan de overkant van het Schouwburgplein in Rotterdam concertzaal De Doelen bestiert: “We begonnen ongeveer gelijktijdig en voelden ons de new kids on the block. We vonden elkaar in de opvatting dat grote instellingen zich niet moeten verschansen, maar eropuit moeten en de stad moeten betrekken.”

Dat was niet altijd makkelijk in de jaren na de moord op Fortuyn. Oostvogel: “De schouwburg werd regelmatig elitair genoemd door lokale politici, maar Jan kon heel goed uitleggen waarom hij deed wat hij deed. Hij haalde het gesprek weg van termen als populistisch en elitair.” Samen met Zoet zat Oostvogel bij Leefbaar Rotterdam-wethouder Wim van Sluis om over de plannen voor de Operadagen te praten. Binnen een half uur was de financiering geregeld. “Jan heeft een productief gebrek aan scepsis”, zegt Oostvogel, “En hij laat zich niet door tegenslag ontmoedigen.”

De meest zichtbare verandering die Zoet doorvoerde in Rotterdam is de verbouwing van de kille, betonnen foyer van de schouwburg. Walter Bart is er zeer enthousiast over: “Het werd een waanzinnige, modernistische huiskamer, met een gigantische sci-fi videowall. Daarmee heeft hij de schouwburg echt geopend naar de stad, met behoud van smaak.”

Na vijftien jaar was het duidelijk dat Zoet in Rotterdam de grenzen van de mogelijkheden had bereikt. Zijn laatste grote plan mislukte: “Hij had al lang het idee dat de Schouwburg en het stadsgezelschap [het Ro Theater] moesten fuseren, met Wunderbaum erbij”, vertelt Bart, “Maar de mogelijkheden waren op. Hij moet met Alize Zandwijk van het Ro Theater zo’n tien jaar aan tafel hebben gezeten. Hij heeft zelf plaats gemaakt voor iets nieuws.”

Nu wordt hij directeur van de toneelschool waar hij ooit naartoe wilde. Een onverwachte stap. “Men vroeg mij om suggesties voor die functie”, vertelt Daamen, “Ik zei meteen dat Jan Zoet de beste keus was, maar dat ik ze weinig kans gaf dat hij het zou doen. Hij is de beste omdat hij begrijpt wat er op die school nodig is. Er is nu een enorm aantal opleidingen met bijbehorende eilandjesmentaliteit.” Ook Slangen verwacht veel: “Jan is een verbinder: hij kan heel goed alle afdelingen van een bedrijf, met allemaal hun eigen zienswijze achter één visie krijgen.”

Zoet heeft één zoon, Jimi, die tegenwoordig zelf theatermaker is bij het performancecollectief Urland. Sinds een aantal jaar heeft hij een relatie met Nicole van Vessum, directeur van De Parade. Hij woont nog steeds in Oude Wetering, naast zijn ouders, in het huis van zijn oma dat hij als student al betrok. “Het is een harde werker”, zegt Melle Daamen, “Een serieuze jongen. Hij heeft iets lijzigs, waardoor je even de indruk kan krijgen dat hij een beetje een softie is. Maar het is een buitengewoon gepassioneerde man met een uitgesproken mening.” Walter Bart: “Hij is toch een soort smaakpurist, met piekfijne pakken van Paul Smith, die altijd heen en weer beweegt tussen boardrooms en de modder van locatietheaterfestivals. Het is een estheet, maar staat wel midden in de wereld.”

Het ITS Festival duurt nog t/m 28/6. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

Verslagje ITs Festival

Je vraagt je af hoe jonge toneelspelers en theatermakers zich moeten voelen: vier jaar geleden nog hoopvol begonnen, en nu afstuderend in tijden van grote subsidievermindering, met name voor nieuw talent. Het lijkt de meesten niet te deren; ze zijn vol vertrouwen dat ze op de een of andere manier wel aan de kost kunnen komen.

Het ITs Festival, dat een groot aantal voorstellingen van afstuderenden aan de diverse toneelscholen van Nederland presenteert, bezuinigt ook en duurt dit jaar een paar dagen korter dan eerdere edities.  Verstandig misschien in de overdaad aan festivals deze weken, maar dat betekent wel dat je als toeschouwer je er –meer dan in voorgaande jaren– helemaal in moet storten om alles te volgen.

Het heeft ook al ergerlijk en verwarrend bij-effect dat sommige voorstellingen de ene dag wél in de ITs programmering staan en de volgende dag –op dezelfde tijd en in dezelfde zaal– ineens niet meer.

Zoals elk jaar gaat de meeste aandacht uit naar de afstudeervoorstellingen. De Toneelschool Maastricht kiest al een aantal jaar voor modern repertoire en speelt Turista uit 2005 van de Duitse schrijver Marius von Mayenburg. Het stuk verplaatst de eeuwige Europese oorlogen naar een camping “op de vlakte van Waterloo, achter het Teutoburger Wald aan de Marne”.  De kinderen terroriseren elkaar, de ouders proberen zonder succes de vrede te bewaren en iedere scène eindigt met de dood van een van de kindjes, ongeveer zoals Kenny in South Park.

De Maastrichtse afstudeerklas speelt zowel de kinderen als de ouders en nog een paar krankzinnigen die Hans en Grietje opvoeren. Kortom, lekker vet en gruwelijk toneel, maar regisseur Caspar Vandeputte houdt het tempo te laag, waardoor de voorstelling erg gaat dreinen. Bij Maastricht zitten er altijd een paar sterren in de klas en hier zijn dat Sallie Harmsen (die al een Gouden Kalfnominatie op zak heeft) en Reinout Scholten van Aschat (zoon van, die al opviel in De Heineken Ontvoering). Beiden zijn ook al opgepikt door grote toneelgezelschappen (respectievelijk Het Nationale Toneel en Toneelgroep Amsterdam).

In Amsterdam besloot een deel van de afstudeerders hun eigen idealisme onder de loep te nemen en het resultaat is de schetsmatige voorstelling Almost cut my hair, een verzameling liedjes, sketches, en persoonlijke scènes met veel fijne hippiemuziek van met name Crosby, Stills, Nash & Young, aan wie ze ook de titel ontlenen. Het is eigenlijk geen goede voorstelling, te ijdel, te fragmentarisch, vol jonge mensen met passie en kunde maar zonder ervaring.

Maar door één briljante ingreep valt alles op z’n plaats. Eén van de spelers vertelt een kort verhaal over een jeugd in de jaren vijftig. Het is de geschiedenis van André Veltkamp, afscheidnemend directeur van de Theaterschool en regisseur van de voorstelling, en ineens wordt alles gelaagd: idealisme als levensgevoel van adolescenten, “letting your freak flag fly”, de noodzaak om terug te gaan naar de muziek van je ouders om de wereld nu te begrijpen.

Het helpt dat Soumaya Ahouaoui en George Tobal innemende, magnetische spelers zijn en Karlijn Hamer een kleinkunstkanon waar we nog wel van zullen horen. Maar hier wordt de tijdgeest hard op z’n staart getrapt en dat is bijzonder.

Het ITs Festival duurt nog t/m 28/6. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

Verslag/recensie ITS Festival

“Ik ga het niet meer over de bezuinigingen hebben”, sprak Theu Boermans in zijn ultrakorte openingsspeech van het ITS Festival gisteravond laat. Toch was dat het overheersende gespreksonderwerp op de openingsavond. De afstuderende regisseurs, choreografen, toneelspelers  en mimers die op het theaterschoolfestival hun werk mogen laten zien lijken het nog niet helemaal te bevatten, en wie kan het ze kwalijk nemen: dit is hun moment om te schitteren. Alleen maandag is het cultuurbeleid weer een thema. Dan is het festival afgelast, zodat alle deelnemens kunnen demonstreren in Den Haag.

Het ITS opende eerder die dag met twee voorstellingen die in hun harde toon opmerkelijke overeenkomsten vertoonden. Die Altruisten, een samenwerking tussen de Toneelschool Maastricht en de Otto-Falckenberg-Schule in München (aangesloten bij de door Johan Simons geleide Münchner Kammerspiele), is een Duits gesproken, vlotte en cynische milieuschets van een vaardige toneelschrijver; De Hollanders, speciaal voor de afstudeerklas van de Amsterdamse Toneelschool geschreven door Arnon Grunberg is een opmerkelijk onbarmhartig en actueel toneelstuk, dat alleen te lijden heeft onder iets te proza-achtige zinnen.

Die Altruisten, een toneelstuk van de New Yorkse toneelschrijver Nicky Silver, is een raadselachtige keuze voor een Nederlands-Duitse toneelschoolsamenwerking; het stuk uit 2000 gaat over een groep hedonistische grotestadsbewoners die hun luiheid en geestelijke armoede verhullen met idealistisch gelul over je schuldig voelen als je vlees eet of auto rijdt. Terwijl ze een demonstratie voorbereiden om solidariteit te tonen met een verre verschoppeling laten ze iemand uit hun eigen omgeving keihard vallen.

Het is het soort lompe ironie dat typisch is voor tweederangs toneelstukken uit de jaren negentig en het dwingt de acteurs tot die schreeuwerige, Duitse toneeltoon waar ze zelf ook niet helemaal gelukkig bij lijken. Veel onderscheid tussen de twee overigens uitstekend Duits sprekende Nederlanders (Ludwig Bindervoet en Mandela Wee Wee) en de drie Duitsers is er niet, of het moet zijn dat de studenten uit Maastricht iets beter steeds iets lichts weten in te brengen, zoals de (erg flauwe) grapjes in het Nederlands. Van de Duitsers valt vooral Florian Innerebner op. Hij weet zijn personage, een naar liefde smachtende homo, nog iets echt beklagenswaardigs mee te geven.

Of het door Arnon Grunberg geschreven De Hollanders eeuwigheidswaarde heeft valt nog te bezien, maar in ieder geval levert het in regie van Gerardjan Rijnders een onverwacht rauwe afstudeervoorstelling op. Grunberg schreef een mozaïek-achtig verhaal over Nederlandse soldaten in Afghanistan, die zowel dáár, als na thuiskomst híer hun omgeving verwoesten. Twee soldaten komen een vader spullen brengen van zijn gesneuvelde zoon, één van de twee noemt sinds hij terug is zijn moeder consequent ‘hoer’ en zegt tegen zijn vriendinnetje, die mooi kan zingen, dat zij erger is dan de Taliban.

Feilloos weet Grunberg machtssituaties te benoemen en uit te buiten. Of het nu tussen tussen zwaarbewapende NAVO-militair en burkadragende Afghaanse, tussen arts en patiënt, of tussen ouder en kind is, zodra de ene mens een tikje overwicht op de ander heeft wordt hij of zij een beest. Met Grunbergs eenvoudige taal en steeds herhalende zinnetjes worden de dreiging en het ongemak steeds verder opgevoerd.

Sommige spelers lijken nog een beetje te bleu voor de wreedheid die het stuk zit. Thomas Hoppener valt op als overtuigende dader en slachtoffer, en Eva van Manen als het mooi theatraal zingende vriendinnetje. Het is wel ineens een stuk kleinkunstpersoonlijheid dat door deze toneelvoorstelling loopt. Daaraan, en aan een paar overbodige liedjes, herken je toch dat de afstudeervoorstelling een eigenaardig genre is.

Het ITS duurt nog tot 1 juli. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

Recensies afstudeervoorstellingen ITs

Parool,recensies — simber op 22 juni 2008 om 18:28 uur
tags: , , , , ,

Afstudeervoorstellingen van toneelscholen zijn een bijzonder genre: het is een eenmalige kans voor een groep acteurs en actrices om zich te presenteren aan collega’s, regisseurs op zoek naar talent en Hans Kemna, een afscheid van hun school, en voor de opleiding een prestigeobject, waar ze hun eigen stijl kunnen tonen. Op het ITs festival waren het afgelopen weekend de afstudeervoorstellingen van de toneelscholen van Arnhem, Maastricht en Amsterdam te zien.

Bij de afstudeerklas van Arnhem ligt de nadruk het meest op het afscheid. Drie jaar geleden kwam een klasgenootje om bij een ongeluk en Punt moet een eerbetoon aan haar worden. De acht afstuderenden spelen in een zelfgeschreven stuk een vriendengroep die bij elkaar komt om een vriendin te herdenken. Maar hoe oprecht de intenties ook zijn, de voorstelling is een aanfluiting. De met platitudes doorspekte tekst ontbeert iedere spanning, en de spelers lijken met hun gebrek aan durf regelrecht te solliciteren naar een rol in een vrije productie.

De Amsterdammers pakken het beter aan. Zij vroegen regisseur Ola Mafaalani als begeleider en die maakte in 90 minuten van het probleem van de afstudeervoorstelling het thema: hoe zorg je ervoor dat je in de korte tijd die je hebt indruk maakt en iets achterlaat op aarde. Een jongen probeert het door zijn piemel als drumstick te gebruiken, een paar meisjes zijn aangekleed als de iconen Marilyn Monroe, Marlene Dietrich of Wiske, en achterop het toneel staat een lichtgevende klok.

Met de hyperactieve chaos op het toneel (met twintig man op het toneel nu extra indrukwekkend) en een ronddolende engel (een acteur met een rossige baard in een trouwjurk) is de voorstelling vintage Mafaalani, maar 90 minuten is ook het meest een uithangbord voor een opleiding. In Amsterdam zijn de toneelschool en de kleinkunstacademie een paar jaar geleden gefuseerd, maar er blijven duidelijk te onderscheiden toneelspelers en kleinkunstenaars, waarbij de eersten een beetje wegvallen in deze chaos van  vondsten en sketches. Gelukkig kunnen ze allemaal prachtig zingen.

De toneelacademie Maastricht kiest juist voor een bestaand stuk – Het Koude Kind van Marius von Mayenburg, vorig seizoen uitgevoerd door De Theatercompagnie – en de acteurs laten degelijk, maar uitstekend spel zien. De regie is wat onevenwichtig, maar in deze voorstelling zitten voor het eerst een paar acteurs die ik in de toekomst wel vaker aan het werk wil zien, met name Alejandra Theus die hier onwillige moeder met campari-jus verslaving neerzet en Bram de Win als dictatoriale vader die zijn kinderen haat.

De meeste eigenzinnige school – de Mimeopleiding uit Amsterdam – levert echter de meest eigenzinnige voorstelling af, Spaar ze alle 9 geregisseerd door Lotte van den Berg. Op een donkere housebeat die ruim een uur door het lege Frascati 1 galmt, dansen de acht mimers wild in het koude licht. Af en toe komen één of twee van hen tot rust; ze zoenen, drinken water of praten tegen elkaar – onverstaanbaar door de doordenderende beat. Dit heeft niets meer met de afstudeerconventies te maken. Hier wordt tenminste radicaal en compromisloos theater gemaakt, maar juist hier worden acht performers gepresenteerd die je niet gauw weer zal vergeten.

Het ITs duurt nog tot 28 juni. Meer info op www.itsfestival.nl

Recensies ITS Festival

Parool,recensies — simber op 28 juni 2007 om 02:10 uur
tags: , , , ,

Ruim zestig verschillende voorstellingen vermeldt het programmaboek van het ITS. Het Amsterdamse festival voor schoolgaande en afstuderende theatermakers is erg groot geworden. Daarbij lijkt het ITS op een miniatuurversie van de Nederlandse theaterwereld: er is veel aanbod dat erg kort te zien is, het is moeilijk om erachter te komen wat leuk of bijzonder is, maar de gemiddelde kwaliteit is hoog.

En net als in de rest van het theaterveld is er ook bij de nieuwste toestroom theatermakers veel aandacht voor actuele kwesties. Soms expliciet zoals in Coriolanus van afstuderende regisseur Bas Jansen, soms met een metafoor, zoals in Animal Farm.

Van Coriolanus maakte Jansen een vloeiende Shakespeare-bewerking in hedendaags Nederlands die voortdurend knipoogt naar de actuele politiek. Met Wimie Wilhelm in een belangrijke rol krijgen de flitsende dialogen precies de goede combinatie van lakonieke timing en tragisch gewicht. Deze regisseur lijkt -net als veel van zijn generatiegenoten- zijn referentiekader eerder in film dan in theater te zoeken. De hyperbolische stijl van de voorstelling lijkt meer op Kill Bill en Sin City dan op de toneelversie die Toneelgroep Amsterdam nu speelt in Romeinse Tragedies.

Maar soms is Jansen ook weer verrassend theatraal. Met een bordkartonnen machinegeweer in zijn handen stampt Coriolanus -vurig gespeeld door Bart van der Schaaf- achter op de speelvloer zwarte en witte ballonnetjes stuk. Zo helder wordt de kinderachtigheid van oorlog niet vaak verbeeld. De techniek (zendmicrofoons) liet in de enorme fabriekshal op het NDSM-terrein behoorlijk te wensen over, maar deze regisseur geeft blijk van een gezonde combinatie van talent en ambitie.

Iets minder eigenzinnig is Animal Farm door de afstuderende acteurs van de Amsterdamse Toneelschool. Geholpen door George Orwell’s altijd nog krachtige parabel over de verwording van een revolutie maakte regisseur Lidwien Roothaan een kraakheldere voorstelling in gebleekte kleuren. Vooral Anne Prakke en Chava voor in’t Holt vallen op. Zij weten ieder stapje van de pervertering van de idealen even zichtbaar als onvermijdelijk te maken.

Maar actuele referenties zijn altijd een garantie voor goed theater. Neal Lewis studeert met de korte voorstelling The show must go on af aan de Maastrichtse opleiding voor theatraal performer, die eerder Lizzy Timmers en Laura van Dolron afleverde. Over Amerika moet het gaan en Lewis zet een reeks onwaarschijnlijk uitgekauwde clichés voor -in camouflage-tenue, rode glitterjurk en met een Abu-Ghraibmuts op- zonder één interessante gedachte te formuleren. Energiek is hij wel, deze Lewis, maar inhoudelijk is het zeer mager.

Dan liever een voorstelling als Es mußte nicht sein, die geen enkele politieke boodschap heeft, maar een filosofisch thema op de vierkante meter uitwerkt. Johanna Biesewig (afstuderend aan de mime-opleiding) koos een tekst van Max Frisch: een man krijgt de keus om de avond dat hij zijn vrouw ontmoette anders te laten verlopen. Keer op keer doen ze hun flirtage over, de ene keer loopt ze weg, de andere keer blijft ze. Bij oneindige keuzevrijheid is tevredenheid onbereikbaar. Een knap uitgevoerd miniatuurtje.

ITS Festival. Gezien 24, 26, 27/6/07. Nog tot 30/6. Meer info op www.itsfestival.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity