Recensie: Over het IJ festival

Parool,recensies — simber op 14 juli 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

De leukste plek om te hangen op het festivalterrein van Over het IJ is bij de schommels. Caecilia Thunnissen en Jan Boiten koppelden 16 schommels aan wat electronica en een luidspreker en wie schommelt maakt een geluid: de toon van een stem of een korte melodie op een instrument. Als je met meerdere mensen wiegt ontstaat een compositie. Slim, mooi, leuk om te doen en om naar te kijken en luisteren.

Het is een vrolijke belevenis op een verder nogal mat festival. Artistiek leider Lode van Piggelen nam vorig jaar afscheid en de nieuwe directeur, Maaike van Langen, werd zwanger en mist nu haar eerste editie. Over het IJ beleeft daardoor een tussenjaar, waardoor de slijtageplekken aan de formule ineens in het oog springen.

Het festival ontbeert dit jaar een blikvangende, grootschalige productie, zoals eerder van De Warme Winkel of FC Bergman. Veel voorstellingen in de grote oude scheepshallen en op andere locaties in Noord stonden al eerder in de stad, zoals de goed ontvangen hangplekkunstkomedie Aso van Bonte Hond of het ontregelende theaterspel Rule van Emke Idema, of op Oerol, zoals onder meer het erg leuke Schotlandvan De Nieuwkomers van Orkater of Een geschenk uit de hemel van Berg & Bos.

Het probleem wordt vooral zichtbaar bij een voorstelling als Tuindorp Variaties, die het festival zelf produceerde in samenwerking met het Grachtenfestival. Twee uur loop je door het schattige Tuindorp Oostzaan met een iPad die aan de hand van je locatie steeds nieuwe laat horen. Onderweg zijn een paar kleine voorstellingen – steeds samenwerkingen tussen jonge muzikanten en theatermakers.

Die zijn hoogstens aardig, maar het probleem is dat geen van de makers zich er rekenschap van geeft dat deze wijk geen decor is, maar een plek waar mensen wonen, werken en leven. Als een autist loop je met je koptelefoon door de schitterend oranje versierde buurt, je afvragend hoe maf je er voor de bewoners uit moet zien.

Wel helemaal op z’n plek is De onzichtbare man van Michiel Voet. Voet is beeldend kunstenaar en theatervormgever die al jaren atelier houdt in de NDSM-hallen. Daar leerde hij Karim Ramtani kennen, een illegale Algerijn, met wie hij thee drinkt en wiens verhalen hij aanhoort. Ramtani wordt Voets muze: Voet maakt foto’s waarin hij, steeds onherkenbaar, geportretteerd wordt; onder een matrashoes, opgevouwen in een veldbed, in een kastje gepropt.

Het project De onzichtbare man is tegelijk een boek, een tentoonstelling van de foto’s en een voorstelling (onder de vlag van Orkater), waarin Voet eerst zelf de omstandigheden uitlegt, waarna Ramtani het zelf overneemt (maar is het hem echt?) en alle lagen van het verhaal zorgvuldig afpelt en dubieus maakt. Een spannende en verwarrende voorstelling over de onbetrouwbaarheid van verhalen, over acteren en maskers en over de onzichtbare wereld van de illegaliteit.

Ook erg leuk is One hot minute van de theaterband Touki Delphine, een voorstelling die drijft op één gimmick: een lopende band die continu van rechts naar links beweegt en steeds ongeveer een minuut lang planten, meubels, muziekinstrumenten, naakte en musicerende mannen en een tierende ghetto blaster voorbij laat komen. Het lijkt te gaan over vooruitgang en technologie en dat de mens daar niet bijster veel mee op lijkt te schieten, maar het is open en vrolijk en vrij (alhoewel veel te lang) en je mag grotendeels zelf weten wat je er in ziet.

Over het IJ was een pionierend festival dat in ruim twintig jaar haar locatie heeft zien veranderen van industriële ruïne tot levendig, hip en horecarijk stukje stad. Maar nog steeds wordt je als toeschouwer aangesproken als wegbereider. Tijd voor een nieuwe koers.

Over het IJ Festival. Gezien 3 en 4/7. Nog t/m 13/7 op het NDSM terrein in Noord. Meer info op www.overhetij.nl

 

Voorstuk Wunderbaum in de SSBA

interviews,Parool — simber op 23 mei 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wunderbaum in de Stadsschouwburg

Het gaat goed met toneelgroep Wunderbaum. Eerder dit seizoen won het acteurscollectief de Prosceniumprijs, vorige week werd bekend dat de voorstelling Natives II was geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen. Deze week staat de groep met een minifestival in de Stadsschouwburg. Van 24 tot 26 mei zijn er drie verschillende voorstellingen te zien. “We willen het publiek een antwoord geven, niet ze volstoppen met ellende en dan heel triest achterlaten.”

Het zijn drie heel verschillende voorstellingen die Wunderbaum laat zien. “Melle Daamen (directeur van de Stadsschouwburg) heeft ons symbolisch de sleutel gegeven”, vertelt actrice Marleen Scholten in een Amsterdams café. “Drie dagen mogen we doen wat we willen, en we wilden het liefst gewoon ons meest recente werk laten zien; voorstellingen die nog niet of te kort in Amsterdam te zien zijn geweest.”

Als eerste is de grote-zaalvoorstelling Songs at the end of the world te zien, die Wunderbaum maakte met het theaterbandje Touki Delphine. “Songs… is meer een concert dan een voorstelling”, zegt Scholten. “We werden geïnspireerd door de documentaire Encounters at the end of the world van Werner Herzog, over wetenschappers op Antarctica. Dat vonden we een mooie metafoor: de Zuidpool als plek om je terug te trekken, het leven dat je óók gehad had kunnen hebben.”

“We staan met z’n achten op het toneel en hebben allemaal een lied. We hebben ‘alternatieve biografie’ geschreven voor onszelf: een verhaal dat begint in onze eigen, ‘echte’ jeugd, maar dat halverwege een andere wending neemt, en waarin we eindelijk op Antarctica terecht komen. Die verhalen vertellen we in pop- en rockliedjes, veel samenzang en in monologen en dialogen eromheen. We hebben zelf ook songteksten geschreven en wanneer we in Amsterdam spelen komt de cd uit.”

Oorspronkelijk had Wunderbaum het idee om met Touki Delphine iets te maken rond het boek Wij van Elvis Peeters, over losgeslagen jongeren in een Belgisch dorp, maar de muzikanten waren daarop tegen: “Wij hebben in onze voorstellingen vaak de neiging om de donkere kant van de mens en de wereld te laten zien. Maar dit keer wilden we dat niet. We willen het publiek een antwoord geven en niet volstoppen met ellende. Als we samen zingen is dat een antwoord op deze wereld.”

Een heel andere voorstelling is Looking for Paul, die Wunderbaum afgelopen november maakte in Los Angeles. Scholten: “We kregen een beurs om drie weken daar te kunnen werken en een voorstelling te presenteren. In een oudere voorstelling, Venlo, hadden we het al eens gehad over populisme en kunst in de openbare ruimte en in LA konden we dat verder onderzoeken aan de hand van de discussie over Kabouter Buttplug, dat grote beeld van Paul McCarthy in Rotterdam. McCarthy woont in LA en een van ons, Maartje Remmers, speelt een winkelier die de hele dag op dat obscene beeld moet uitkijken en die naar Amerika was gekomen om hem ter verantwoording te roepen.”

Lachend: “In LA werkte dat heel goed, niemand kent ons en mensen geloofden Maartje helemaal. Ja, Paul McCarthy zelf is ook komen kijken, met vrouw en dochter. Hij was een beetje verlegen dat er een hele voorstelling alleen over hem was gemaakt. Hij vertelde nog dat hij, toen hij hoorde dat Rotterdam Kabouter Buttplug op een openbaar plein wilden zetten, een minder aanstootgevend werk had aangeboden, maar dat hij als antwoord kreeg: ‘Nee nee, dit is Nederland, wij houden van provocerende kunst.’”

Tijdens hun verblijf in LA deden de acteurs ook een rondgang langs theatermakers om te kijken hoe zij hun geld verdienen. “Dat is best shockerend. Het budget van hele staat Californië voor kunst en cultuur is even groot als de subsidie voor Wunderbaum. Door de overheid worden kunstenaars totaal in de steek gelaten, maar tegelijkertijd zie je dat ze deels worden opgevangen door het publiek. De noodzaak om te maken is zo groot dat er toch wel theater is. Dus op dat gebied maak ik me niet zoveel zorgen over de bezuinigingen in Nederland. Maar goed, al die kunstenaars daar hebben zeven baantjes en maken theater midden in de nacht. Dat is alleen maar klote.”

“Voor ons heeft het ook wel nieuwe ideeën opgeleverd. We zijn soms erg gefocust op het vinden van nieuwe coproducenten, maar misschien moeten we veel meer op zoek naar samenwerking met andere soorten instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of politiek, of in andere disciplines. Nu in de Stadsschouwburg hebben we ook een aantal debatten en nagesprekken. We willen verder denken dan theater.”

Wunderbaum Minifestival in de Stadsschouwburg Amsterdam
24/5 Songs at the end of the world met achteraf concert door Alamo Race Track
25/5 Looking for Paul, na afloop interviews door Bas Heijne
26/6 Rail Gourmet, nagesprek met schrijfster Annelies Verbeke
meer info op www.wunderbaum.nl

 

Recensie: ‘Kokoschka live!’ van De Warme Winkel e.a.

“Wij weten dat u er niets aan gaat vinden, maar wij móeten dit brengen. Want dít is onze cultuur.” Het Haagse publiek is gewaarschuwd; de theatergroepen die tussen de Mondriaans en het zilverwerk zijn neergestreken in het Gemeentemuseum zijn er niet om te behagen. De vijfde voorstelling van De Warme Winkel in hun serie over Oostenrijkse kunstenaars (na o.a. Rilke en Thomas Bernhard) mist de persoonlijke visie van de eerdere delen, maar gaat in theatrale uitzinnigheid heerlijk overboord.

Oskar Kokoschka was enfant terrible van beroep en in het Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog joeg hij de burgerij schrik aan met zijn expressionistische portretten en theatervoorstellingen. Hij was betrokken bij de Münchensche kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter rondom Kandinsky en dat vormt de verbinding tussen de voorstelling en het museum, waar een tentoonstelling rondom die beweging te zien is.

In tegenstelling tot de eerdere voorstellingen, waarin de acteurs expliciet commentaar op het onderwerp en hun zoektocht gaven, kiest De Warme Winkel nu niet voor uitleg, maar voor inzet. We zien een aaneenrijging van scènes ontleent aan Kokoschka’s werk: naakte mannen die teksten voordragen, tableaus over zijn oorlogsverwondingen en over zijn angst voor vrouwen, sketches over zijn heftige affaire met Alma Mahler, allemaal met brille ontleend aan zijn visuele stijl, met verwrongen mimiek en lichaamshoudingen en een soundtrack van de jonge muzikanten van De Veenfabriek die nu eens lawaaiig in de weer zijn met bekkens en sirenes en dan weer verrassend melancholieke muziek maken met klokkenspel en cimbalom.

De hele speelruimte lijkt een atelier. De meeste scènes spelen op een verhoogd toneeltje met een goedkoop voordoek en bordkartonnen bomen, maar tussendoor rennen de spelers rond, schilderen ze aan de zijkant nieuwe abstracte lijnen op hun gezicht of hebben ze babbelende onderonsjes met een deel van het publiek. Of ze gaan ineens tussen het publiek staan om ‘boe!’ te roepen tegen hun eigen voorstelling, en rennen dan weer naar het toneel om ‘fuck you!’ terug te schreeuwen.

Een logische ordening is nauwelijks te ontdekken; het lijkt erop dat Marien Jongewaard vooral de kunstenaar zelf speelt (soms rondlopend en louter “Expressionisme!” orerend), Jeroen de Man een levensgrote pop die Kokoschka na de oorlog liet maken die zoveel mogelijk op Alma moest lijken en Mara van Vlijmen ‘de vrouw’ – “het morsige moeras van de voortplanting”. Het is groteske gekkigheid die meeslepend werkt vanwege de manische energie waarmee ze het uitvoeren en de virtuositeit van hun grappen.

Toch zit er iets storends in de vette ironie waarmee ze het onderwerp te lijf gaan. De scènes zijn geestig, inventief en absurd, maar nooit echt aangrijpend, tergend of teder. Wat trok de makers nou toch zo aan in die rare Kokoschka? We komen het niet te weten, en zo ga je na zo’n volle avond theater toch een beetje leeg naar huis.

Kokoschka live! van De Warme Winkel, Veenfabriek en Nieuw West. Gezien 25/3/10 in het Gemeentemuseum Den Haag. Aldaar t/m 25/4. Meer info op www.kokoschka.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity