Interview Eric de Vroedt: “Ik ben op zoek naar het kwaad, en steeds kom ik bij mezelf terecht”

interviews,Parool,PS Kunst — simber op 5 januari 2009 om 12:36 uur
tags: ,

Aanstaande zaterdag gaat Mightysociety6 in première, het zesde deel van Eric de Vroedt’s monsterproject van tien theatervoorstellingen over de staat van de wereld. Na stukken over spin-doctors, moslimterrorisme, globalisering en de jeugd van tegenwoordig, richtte De Vroedt zich voor het zesde deel op de oorlog in Afghanistan en de Nederlandse bijdrage daar. “Ik hoop dat ik voorbij de EénVandaag-blik op de oorlog raak, die alles terugbrengt tot overzichtelijke jaren ’50 proporties.”

Eric de Vroedt ziet er vermoeid uit, na een doorwaakte nacht waarin hij aantekeningen voor de technici moest uitwerken, naar aanleiding van de eerste doorloop gisteren. Het slaapgebrek blijkt geen invloed te hebben op zijn enthousiasme. In rap tempo pratend vertelt hij over het onstaan van zijn laatste voorstelling.

Mightysociety6 vloeit voort uit waar ik mee bezig was in deel twee en drie: de angst voor de islam, moslimterrorisme en de war on terror. Ik las een boek van Gilles Kepel, een Franse socioloog die vanuit zijn vakgebied kijkt naar conflicten binnen de Islamitische wereld. Hij haalt de dogma’s weg over Amerika en Israël en het Midden Oosten en trekt lijnen van Washington naar Saudi Arabië, naar Afghanistan en Israël en naar Westerse achterbuurten, steeds met oog voor het standpunt dat bepaalde groepen hebben en welke sociale positie ze daarmee krijgen of houden. Door hem kreeg ik veel meer oog voor de nuances en complexiteit van het Midden Oosten-conflict.

Maar hoe maak je daar toneel van?

“Ik was heel enthousiast over het stuk Stuff Happens van David Hare, een soort documentaire over hoe de beslissing is genomen om Irak binnen te vallen. Hare springt virtuoos van het Witte Huis naar Londen naar de woestijn en voert alle kopstukken op als personages. Zo’n structuur was mijn uitgangspunt, maar het werd er niet helderder van.

Toen heb ik het omgegooid naar één situatie, een gijzeling in Afghanistan. Het is een horrorscenario, dat zich afspeelt in de nabije toekomst. Onder druk van Obama blijven we langer in Afghanistan, maar we krijgen een andere provincie, Qalat, waar het zogenaamd rustig is. De Nederlanders gaan niet vechten, maar afbouwen en daar loopt het natuurlijk helemaal uit de hand.

Er is een kolonel – het moest een soort Colonel Kurtz worden uit Apocalypse Now!, maar het werd een soort overste Karremans, iemand die het laat gebeuren – zijn Afghaanse geliefde, een commando, een voormalig Taliban-strijder. Het mooie van theater is juist dat je een complexe wereld of een abstracte filosofie naar binnen kunt laten slaan bij een personage of in een situatie. En dat je met de situatie van in dit geval zes mensen ook weer de hele wereld kunt vatten, met metaforen voor processen en partijen in de Arabische en westerse wereld. Zo hoop voorbij de simplistische blik van EénVandaag of Netwerk te komen.

Wat doen zij dan verkeerd volgens jou?

Ze missen toch het wezen van de oorlog. Voor een deel is dat de verschrikkingen, de doden en de gewonden, maar vooral het totale wegvallen van kaders, de losgeslagenheid. Die actualiteitenrubrieken gebruiken vaak het perspectief van de Nederlandse soldaten daar, ook Orkater gaat die kant op in hun voorstelling Kamp Holland. Als je je daartoe daartoe beperkt kun je gaan denken dat het eigenlijk best goed gaat. Maar je maakt het plat, brengt het terug tot naïeve proporties, een overzichtelijk wereldbeeld.

Maar ik kom er niet onderuit om wat er dáár gebeurt te zien als een interne Westerse strijd, tussen enerzijds de gematigden, de polderaars en anderzijds de nieuwe flinken, die we dáár uitvechten. Maar voor Afghanistan zelf is het ook een interne strijd tussen conservatieven die plattelandsidealen nastreven en mensen die meer de moderne kant op willen.

Het gaat mij niet om de Nederlandse missie in Uruzgan. Ik ben juist begonnen om het vanuit de hele wereld te kijken. En dan blijkt die oorlog een duizelingwekkende afgrond. Alle kaders verschuiven. Want als je eenmaal zegt dat doden misschien gepermitteerd is, dan verschuiven zoveel morele grenzen, dan zijn zoveel andere dingen óók mogelijk.

Hoe zorg je dat je met al je research niet in die afgrond valt?

Het is inderdaad een gevaar om te verdrinken in je research. Elke Mightysociety-voorstelling begint met boosheid. Ik heb eindelijk bedacht waar het kwaad zit, wie het gedaan hebben. Aan het begin van dit deel dacht ik dat de oorlog begon bij de utopisten: Bush, Rumsfeld, Bin Laden, die geloven dat zij de opdracht en de mogelijkheid hebben om de wereld te verbeteren.

Maar al researchend kom je jezelf tegen. Uteindelijk kwam ik uit bij Colin Powell en Wouter Bos, de pragmatici en de twijfelaars. Ze zijn tegen de oorlog, maar misschien in deze omstandigheden toch vóór. En zelf ben ik ook zo iemand. Ik ben tegen de oorlog, maar ik ga mezelf niet vastketenen op het Binnenhof. We willen ons echt wel verantwoordelijk voelen, maar op het cruciale moment laten we ons toch voor het verkeerde karretje spannen. Het probleem ligt bij de Colin Powells van de wereld en wij zijn allemaal Colin Powell. Eigenlijk ben ik steeds op zoek naar oordelen, en uiteindelijk kom ik steeds bij mezelf terecht

Is het theater eigenlijk wel de beste plek om dit soort grote politieke onderwerpen te behandelen?

Misschien is het eerder andersom: ik vind dat dit mogelijk móet zijn binnen het theater. Misschien zou het op televisie ook kunnen, maar ik houd nu eenmaal zoveel van theater. Alleen daar kun je zo expliciet zeggen: ‘Stelt u zich eens voor dat…’ Ik begin met grote ideeën en die breng ik in op het huiskamerniveau in Nederland of Afghanistan, omdat ik dan kan kijken of de ideeën van de filosofen wel kloppen. Dat vind ik een ontzettend waardevolle denkoefening.

En theater is ook een soort democratisch forum voor de samenleving, een openbare plek in de stad. Daarom wordt theater voor mij altijd vanzelfsprekend politiek, als je op die plek samenkomt is het logisch om het te hebben over hoe wij als groep functioneren. Ik zou niet weten waar je het anders over zou moeten hebben.

En Mightysociety is ook méér dan alleen dat stukje toneel tussen half negen en tien uur. Er is een heel randprogramma in Frascati, talkshows, een magazine, websites. Er zijn veel kanalen waarop ik mijn boodschap en mijn ideeën kwijt kan. Je zou wel kunnen zeggen dat de schaal waarop ik nu werk te klein is. Uiteindelijk moet je dit soort dingen doen vanuit een groot gezelschap.

Dat is toch de rol van Toneelgroep Amsterdam?

Mightysociety heeft nu een alliantie met Toneelgroep Amsterdam. Daarnaast ben ik samen Thibaud Delpeut een van de regisseurs in het TA2 project voor jongere regisseurs in de grote zaal. Mensen vonden dat raar en opportunistisch, omdat ik eerder nogal eens moest vitten op het gezelschap. Maar ik was juist heel nieuwsgierig. En ik moet zeggen: de samenwerking verloopt zeer prettig.

Voor Mightysociety doen zij de zakelijke leiding en publiciteit, maar in praktijk betekent het zoveel meer. We hebben een soort afspraak dat ik mij mag opdringen aan de productieleiders en technici. Dus we lenen steeds busjes en lampen en kostuums. Zij vinden het leuk en hebben meestal tijd.

Voor de mensen van het kantoor van TA is dit ook een plek voor afwisseling en experimenten. Bij de voorstellingen van Ivo van Hove bepalen hij en (vormgever) Jan Versweyveld álles, bij mij mogen ze een beetje spelen. Ze hebben nu iets verzonnen met guerilla marketing en als dat werkt zetten ze dat wellicht ooit in bij een grotere voorstelling.

En hoe gaat verder met Mightysociety?

Deel Zeven gaat over vergrijzing. Het wordt een terugblik op de babyboom generatie. Een generatie die alle taboes heeft afgeschaft en zich tamelijk egoïstisc heeft overgegeven aan zelfontplooiing zit nu ineens in een luier en heeft behoefte aan verzorging. Ik heb steeds het beeld voor me van Ramses Shaffy in het bejaardentehuis, iets waar hij een symbool tégen is geweest en nu ineens zit hij er. Dat is het drama van de babyboomers.

En ik denk nu dat ik bij Joop van den Ende het kwaad kan ontdekken –deel Acht wordt een activistische musical-, maar ik kom vast wel weer mezelf tegen. Ik wil hem eigenlijk gaan stalken, steeds een tent opslaan naast zijn theaters. Deel Negen zal gaan over de Probo Koala affaire; een combinatie van milieu-idealen en de Derde Wereld, met Marijke Vos als tragische heldin die het goed wil doen en juist de verkeerde beslissing neemt. In het laatste deel moet alles samenkomen in het onderwerp Indonesië: globalisering, moslimterrorisme, derde wereld, Nederlandse politieke thema’s. Maar het is ook persoonlijk, een deel van mijn voorouders komt daar vandaan.

Dat weet je al best precies. Je hebt nog vier jaar de tijd, hoor!

Het is fijn om zover vooruit te werken. Het is goed voor de concentratie, je moet al die thema’s goed volgen. Het helpt voor mij om grip te krijgen op de wereld, om een handvat te hebben als ik de krant lees. Het afgelopen half jaar ben ik alleen met Afghanistan bezig geweest, zonder dat wat ik daarmee maak aan wetenschappelijke of journalistieke normen hoeft te voldoen. Dat is een groot voorrecht.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity