Zwarte dozen, witte dozen, boek over theaterarchitectuur

overig,Parool,PS Kunst — simber op 13 oktober 2010 om 16:00 uur
tags: , , ,

Musea met etalages, theaters met transparante repetitielokalen en cultuurgebouwen waarbij de scheiding tussen binnen en buiten zoveel mogelijk wordt opgeheven en waar mensen graag de hele dag zitten. Dat is de droom van Johan Idema en Roel van Herpt, twee cultuuradviseurs die een boek schreven vol met ideeën voor vernieuwende architectuur voor kunst. Met één van hen lopen we langs goede en slechte voorbeelden in Amsterdam. ‘We hebben kunst weggestopt in ondoordringbare dozen.’

‘Theater wordt altijd gespeeld in een zwarte doos en beeldende kunst hangt aan hagelwitte muren,’ zegt Johan Idema op het terras van Stanislavski in de Stadsschouwburg, een van de voorbeelden uit zijn boek. ‘Roel en ik hebben vanuit ons werk bij Lagroup ervaring met ontwerptrajecten voor nieuwe gebouwen. Dan merk je dat directeuren vooral bezig zijn met de zaal, ze hebben geen visie op de rest van het gebouw. Maar mensen vinden de Bijenkorf, het Westerpark of restaurants prettige plekken om te verblijven. Ik zou willen  dat theaters of musea ook zulke plekken worden.’

Het boekje Beyond the black box and the white cube is het resultaat van een uitgebreide zoektocht naar inspirerende gebouwen. Idema bezocht veel van de beschreven gebouwen zelf, maar sommige illustraties zijn van schetsen van niet uitgevoerde ontwerpen. ‘Ik vond dat dat in dit geval kon: we willen ideeën laten zien, mensen inspireren. Ik heb het boek gepresenteerd aan schouwburgdirecteuren; die mensen kennen dit soort ideeën niet.’

Veel van Idema’s voorbeelden komen uit het buitenland. ‘Kijk bijvoorbeeld naar het Tate Modern museum in Londen. Door een lange hellingbaan wordt je er als het ware in gezogen, en binnen is er vóór de kassa al kunst. Of het Curve Theatre in Leicester, waar de foyer, laad- en losruimte, café en backstage in een openbare ring rondom de theaterzaal zijn geplaatst. Zo zijn alle functies en bedrijvigheid van het theater transparant en vervaagt de grens tussen publiek en voorstelling.’

‘Je moet natuurlijk onderkennen dat theater en popmuziek een zwarte doos nodig hebben, een plek voor de concentratie die een voorstelling of concert nodig heeft. Wij roepen culturele instellingen op om de ruimtes eromheen en de verbinding met de rest van de stad zo te laten ontwerpen dat het spannende plekken worden die nieuwsgierig maken naar wat er binnen gebeurt. En daarvoor moet je niet alleen het gebouw vernieuwen. De mentaliteit van de organisaties veranderen, daar gaat het om.’

‘Kijk maar naar de opkomst en het succes van de festival,’ vervolgt Idema. ‘Door kunst uit de gebouwen te halen komt er een nieuw publiek op af. Maar ook zie je dat kunstenaars steeds minder geïnteresseerd zijn in de zaal en op zoek zijn naar andere manieren van interactie met het publiek. Dan is het een logische suggestie om de foyer als nieuwe zaal te zien. Veel kunst kan zonder te veranderen dichter bij het publiek worden gebracht.’

Het is de vraag of de kunstwereld dit nu wel wil horen; er is economische crisis en er komen waarschijnlijk grote bezuinigingen aan. Idema denkt daar anders over: ‘Nu is het crisis, maar dit is een lange termijn-onderwerp. En er zal gebouwd blijven worden. Er zijn zo’n honderd plannen voor verbouwing of nieuwbouw van theaters en concertzalen. Bakstenen krijg je nu eenmaal gemakkelijker gesponsord dan programmering: het is eenmalig, en een wethouder kan er goed mee scoren. En als je van het begin af aan rekening houdt met hoe je gebouw open en toegankelijk maakt hoeft dat niet meer te kosten.’

Maar hij ziet een wezenlijker punt: ‘Achter de financiële crisis ligt een legitimatiecrisis. Kunst is te ver van de maatschappij geraakt, ook letterlijk: we hebben kunst weggestopt in witte en zwarte dozen. Als je de gebouwen verbetert zal het publiek zich er meer mee verbonden voelen, en trots zijn op de cultuur die er wordt gemaakt. Ik geloof dat een groot deel van de betrokkenheid wordt bepaald door gebouwen.’

Bij de vraag naar voorbeelden –positief en negatief- uit Amsterdam (zie kader) aarzelt Idema even. ‘Amsterdam is een volle, historische stad: er is heel weinig ruimte, veel monumenten, regels en belangen. Hier, rond het Leidseplein, is het natuurlijk lastig om de architectuur te vernieuwen, maar ook hier zijn er manieren voor kunstgebouwen om de overgang van buiten naar binnen minder groot te maken en mensen naar binnen te lokken. De Balie bijvoorbeeld, zou haar gevel en directe omgeving veel beter kunnen benutten als culturele etalage: laat zien wie je bent en wat er bij je gebeurt.’

Stadsschouwburg
Stanislavski is een goede aanvulling op de schouwburg, maar er moet nog meer inhoud komen in de foyer. Het is nu nog te veel gescheiden: een horeca-omgeving beneden en de cultuur op de bovenverdieping. Eten, drinken en cultuur moeten meer gaan mengen. Dat kan door meer te programmeren in de ‘stadsfoyer’. De Parade kan een voorbeeld zijn: daar zit je ook in de horeca, maar daar komen de acts langs om je te verleiden naar de voorstelling te komen.

Stedelijk Museum
De nieuwbouw, de ‘badkuip’, is een mooi voorbeeld van het opheffen van de scheidslijn tussen plein en museum; je kunt zo even naar binnen zweven. Maar op de ontwerpschetsen lijkt er alleen plek te zijn voor horeca en de museumwinkel. Het is een gemiste kans als daar niet ook al artistieke programmering te zien is.

Museumplein
Daar liggen enorm veel mogelijkheden. Nu zie je dat de gebouwen worden ontworpen, het plein wordt ontworpen, maar er is geen samenhang. Terwijl het heel makkelijk zou kunnen. Aan de kant van het plein, nu de achterkant, liggen de gebouwen direct aan het grasveld, zonder weg ertussen.

Heineken Music Hall
Een typisch voorbeeld van het dichte dozendenken dat je in de popmuziek tegenkomt. Er is geen enkele verbinding gemaakt met de straat. De hele boulevard is een gemiste kans; het voelt als een onveilige omgeving.

Muziekgebouw aan het IJ
Als je ’s avonds met de trein uit Utrecht of Almere komt zie je door de open wand de optredens in het BIMhuis. Dat is prachtig. De foyers van het gebouw lenen zich enorm goed voor optredens en tentoonstellingen, daar wordt nu voorzichtig mee begonnen. Maar er zit bijvoorbeeld een raam waardoor je in de repetitieruimte de musici kan zien repeteren, maar die is zo geplaatst dat niemand die ziet.

Rijksmuseum
Sommige gebouwen zijn zoals ze zijn, maar die onderdoorgang voor fietsers moet natuurlijk gehandhaafd blijven. Dat helpt misschien al voor betrokkenheid bij de stad. Eigenlijk zou je dwars door een tentoonstellingszaal moeten kunnen fietsen.

De Schuttersgalerij
Amsterdam was onbedoeld pionier met een openbare straat door een museum (het Amsterdams Historisch Museum) heen. Jammer alleen dat het zo onbekend is.

Beyond the black box and the white cube van Johan Idema en Roel van Herpt

1 reactie »

  1. […] de passie die de auteurs ongetwijfeld hebben niet over naar de lezer. Van die passie lees je ook in dit interview, en die moet je ook wel hebben als je verandering wilt doorvoeren en daarvoor investeert in een […]

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity