Het seizoen van de 200 miljoen; seizoensoverzicht 2010/2011

beschouwingen,Theatermaker — simber op 28 september 2011 om 09:21 uur
tags:

Het getal begon aan het eind van de zomer van vorig jaar al te gonzen: 200 miljoen. Dat zou het mooie ronde cijfer van de kunstbezuinigingen worden. En nadat op 30 september de kersverse premier Rutte zijn regeer- en gedoogakkoord presenteerde werd het ook het cijfer dat het hele seizoen 2010/2011 zou domineren.

Maar de cultuurkorting, hoe enorm ook en hoe keurig ook verpakt in een algemene bezuinigingsmantra, waren slechts de buitenkant. Achter de cijfers gaat een dieperliggend probleem schuil: een algehele legitimatiecrisis van de kunstsubsidies. Zelden zal er in een seizoen meer zijn geschreven over nut en wenselijkheid van overheidssteun voor cultuur, met als vaste ingrediënten de emotioneel moralistische verdediging van de kunstsector, de glibberige ratio van haar tegenstanders en het haatdragende en geborneerde reaguursels op internet.

Maar hoe zit dat met de kunstenaars zelf? Wat hadden die aan de discussie bij te dragen behalve verhitte postjes op Facebook of meer of minder doordachte opiniepagina-artikelen? Zou het kunnen dat theatermakers in hun eigen werk reflecteerden op de maatschappelijke deining en misschien zelfs de functie van kunst overdachten?
Het antwoord is vanzelfsprekend ja.

Het was opvallend hoe enorm veel kunstenaars er op het toneel te zien waren en dan bedoel ik niet de acteurs, maar als personage. Ik zag (semi-)biografische voorstellingen over de dichter Boris Rhyzy (het fantastische Poëten en Bandieten van De Warme Winkel), over filmmaakster Leni Riefenstahl (Amazones van Gerardjan Rijnders bij het Ro Theater), over de beeldend kunstenaars Basquiat en Warhol (Basquiat en Warhol van De Nieuw Amsterdam), over dichter Jan Arends (Pocoloco van de Tijdelijke Samenscholing) en over muzikant Fela Kuti (de musical Fela! in het Holland Festival).

Verder maakte de kunstenaar als archetype vaak zijn of haar opwachting in voorstellingen als Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam (de intellectueel, opgesloten in zijn ivoren toren), Tenzij je geluk hebt van het OT (iemand die vlucht in de verbeelding omdat ze de werkelijkheid niet aankan) of Ontrouw van Hummelinck Stuurman (gevoelige egoïsten, die puur moeten leven, ook als dat ten koste gaat van anderen). Zelfs lichte musicals als Toon (over Toon Hermans), Petticoat en La cage au folles (beide van Joop van den Ende’s Stage Entertainment) spelen zich af in de showbiz-wereld.

Maar wat zegt al die kunst-over-kunst uiteindelijk over kunst? Je zou het navelstaren kunnen noemen, maar daarmee doe je de theatermakers denk ik tekort. Die voelen zich bedreigd in hun bestaan, en maken dat zichtbaar. Tweemaal zag ik (op video) een museum in vlammen opgaan: in Dallas van Nieuw West en in Vliegboot Moederschip van Hotel Modern. Maar de ervaring van kunstenaars staat voor een breder gevoel, een dat wordt gedeeld door vrijwel iedereen die zich bij de ‘linkse elite’ geschaard weet.

Het meest expliciet werd die conditie verbeeld in Ivo van Hove’s Kinderen van de Zon, waarin de door cholera geteisterde bevolking van een Russisch dorp aan het eind de even idealistische als wereldvreemde cocon van de intellectuelen bestormt. Daarbij drukte Van Hove opvallend scherp uit dat die elite het onheil toch vooral over zichzelf had afgeroepen door hun intellectuele (wetenschappelijke en artistieke) arbeid niet in dienst te stellen van het volk en hun noden.

Die enscenering gaf dus in feite de staatssecretaris gelijk in zijn analyse dat kunstinstellingen zich te weinig bezig houden met hun publiek, en het is des te interessanter dat juist Kinderen van de Zon voor Toneelgroep Amsterdam het onverwachte publiekssucces van het seizoen werd.

Het was opvallend om te zien hoeveel mensen uit de kunstsector het debat over de subsidies probeerden te framen als een tussen beschaafden en kunsthaters. Voor de bühne mag dat dan wellicht werken, maar in werkelijkheid klopt het niet. Het is namelijk niet zo dat de jonge, frisgewassen VVD’ers die nu de leiding over het land hebben overgenomen de kunst niet mogen, nee, ze laat hen juist volstrekt onverschillig.

De grote kloof bevindt zich op politiek-filosofisch terrein, namelijk tussen enerzijds progressieven die geloven dat de kunst met haar verbeeldingskracht een essentiële motor voor maatschappelijke vooruitgang is en anderzijds de liberalen voor wie de Geschiedenis in 1989 is afgelopen en die vooruitgang slechts in materiële zin kunnen definiëren. In de liberale filosofie is er op dit moment helemaal geen taak of functie voor de kunst en daar komt logischerwijs het beeld van kunst als maatschappelijke luxe uit voort. En omdat de progressieven geen helder, lonkend beeld hebben van wat hun idee van vooruitgang is, zit de kunst klem in een gevaarlijke patstelling. Die claimt nog steeds een vrije ruimte te zijn, maar als niemand meer acht slaat op wat daar gebeurt, verwordt die vrijheid tot vrijblijvendheid.

In het theater zag ik keer op keer die wanhopige onmacht uitgebeeld, maar nergens zo weergaloos als in Mightysociety8, wat mij betreft dé voorstelling van het seizoen. Opgezet als een backstage comedy bij Geert Wilders, de musical, zetten schrijver Joeri Vos en regisseur Eric de Vroedt in een spiegelpaleis van betekenissen de clichés over avant-gardekunst tegenover volksvermaak. Ook hier zien we louter kunstenaars op het toneel (van de idealistische schrijfster tot de musicalster die alleen maar troost wil bieden) met als middelpunt de regisseur –gespeeld door Vos, maar aangekleed en met pruik zodat hij sprekend op De Vroedt lijkt– die een subversief statement wilde maken, maar wordt vermorzeld door de krachten die hij daarbij oproept.

In een tekst waarin vrijwel iedereen in de theaterwereld persoonlijk op de hak wordt genomen, pelt Vos op intelligente wijze alle pretenties van het moderne, geëngageerde toneel af. Zoals het theater nu in de wereld staat kan het níet subversief zijn, níet stelling nemen, géen bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat en nauwelijks inzicht geven, hoogstens een beetje troost. De voorstelling was ook op te vatten als een ongewenst eerlijk antwoord op alle welwillende clichés die er op de opiniepagina’s over de kunst werden geschreven; dat kunst verrijkt, inzicht en kennis biedt. Want is dat eigenlijk wel waar? En zo ja, doet ze dat dan wel genoeg?

Mightysociety8 was in die zin ook het logische eindpunt van het grootschalige project van De Vroedt, een strenge evaluatie van wat theater in liberale tijden eigenlijk nog vermag. En het is achteraf gezien dan ook volstrekt logisch dat aan het eind van het seizoen, toen de plannen van Staatssecretaris Zijlstra definitief vorm kregen, De Vroedt zich opwierp als een van de aanvoerders van de kunstenaarsprotesten, die onder de naam Mars der Beschaving op 26 en 27 juni grote groepen op de been wist te brengen in Rotterdam en Den Haag.

Een aantal van De Vroedt’s mede-organisatoren, Lotte van den Berg, Walter Bart en Marjolijn van Heemstra, legden dit seizoen een vergelijkbaar traject af. Van den Berg nam haar hele gezelschap Omsk een aantal maanden mee naar Kinshasa en maakte bij terugkeer de minimalistische voorstelling Les Spectateurs, die vooral een worsteling leek om de Afrikaanse bereidwilligheid om een kunstwerk te laten ingrijpen in het openbare dagelijks leven naar het in verhouding steriele Europese kunstkader te vertalen. Bart ging met zijn gezelschap Wunderbaum naar Los Angeles, maakte kennis met de barre werkomstandigheden van kunstenaars in een staat die per jaar even veel geld te verdelen heeft als Wunderbaum in Nederland ontvangt, en maakte de voorstelling Looking for Paul, ook al zo’n expliciet onderzoek naar de rol van kunst in de openbare ruimte. Van Heemstra ten slotte maakte met Family ’81 een van de beste van de vele egodocumentaire voorstellingen dit seizoen, waarin ze haar politieke en artistieke beweegredenen onderzoekt in relatie tot mensen met dezelfde geboortedatum, overal ter wereld. Kortom: hier stond een generatie op die ook buiten het theater kijkt naar grotere politieke en maatschappelijke ideeën.

Volgend seizoen is niet meer ‘het seizoen van de 200 miljoen’. Het cultuurbeleid is definitief veranderd en niemand hoeft de geheime hoop levend te houden dat het na dit kabinet weer business as usual wordt. Als de bezuinigingen eenmaal zijn doorgevoerd en de budgetten verdeeld heeft de hele kunstwereld twee taken: het terugwinnen van draagvlak onder het publiek en een nieuwe relatie opbouwen met de politiek.

Dat eerste zal er vooral uit bestaan om vrienden en fans van instellingen ook financieel te betrekken, en het afgelopen jaar is op dat gebied al enorm veel gebeurd. Vrienden- en sponsordiners waren aan de orde van de dag, er werd voorzichtig geëxperimenteerd met crowdfunding en bij een aantal voorstellingen mocht het publiek zelf de prijs bepalen. De Stadsschouwburg Amsterdam en Orkater gebruikten de voorstelling Richard III – Shakespeare aangevuld met liedjes van Tom Waits en met een lepe Gijs Scholten van Aschat in de titelrol – als proeftuin voor flexibilisering van prijzen en programmering. Het werd een hype en een publiekshit.

De tweede taak is veel lastiger. De hiervoorgenoemde experimenten zijn bewegingen die meegaan met de liberale, marktgerichte tijdgeest. Als ze succesvol zijn zullen ze uiteindelijk een excuus zijn voor nog verdere subsidievermindering. Een nieuwe taak voor de kunst zal dus onlosmakelijk verbonden zijn met nieuwe ideeën voor progressieve politiek. Als de theatermakers die zich de afgelopen jaren zo geëngageerd hebben betoond nu het idee van de kunst als vrije ruimte durven te verlaten, kan de huidige crisis wellicht toch nog iets opleveren, hoe pijnlijk het ook nog gaat worden voor de velen die hun baan gaan verliezen of hun carrière moeten onderbreken.

Voor veel gezelschappen zal 2011/2012 het laatste seizoen worden dat ze nog op subsidie kunnen rekenen. Dat lijkt me dé gelegenheid om alle zorgen over publieksaantallen, speelbeurten en andere eisen van buiten te laten varen en nog één seizoen rücksichtlos offensief, pijnlijk en risicovol theater te maken. Na u de zondvloed.

Top 5 seizoen 2010/11

Poëten en Bandieten en Viva la Naturisteraçion van De Warme Winkel
Twee voorstellingen –de eerste over kunst en dood en de tweede over natuur en cultuur– van  zo’n buitensporige theatrale fantasie dat je er óf iebel van wordt, óf als een blok voor valt. Ik behoor tot de laatste categorie. Verreweg het beste theater dat Nederland op dit moment te bieden heeft.

Mightysociety8 van Mightysociety
Nietsontziend artistiek zelfonderzoek verenigd met intelligende kunst- en maatschappijkritiek. De gelukkige combinatie van schrijver/acteur Joeri Vos en initiator/regisseur Eric de Vroedt smaakt naar meer. Ik ben zeer benieuwd of De Vroedt hier nog bovenuit gaat stijgen met Mightysociety10, de afsluiter van de serie.

Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam
Lucide zelfkastijding voor de vaderlandse intellectuele elite, en daarnaast een door Ivo van Hove bijzonder vaardig geregisseerde komedie die o zo zachtjes omslaat naar existentiële horror. Sterrol voor Jacob Derwig.

Oumi van Nasrdin Dchar
Dchar vertelt oneindig charmant het verhaal van zijn Marokkaanse moeder, naar aanleiding van een persoonlijke crisis tijdens het repeteren van De Familie Avenier. Maria Goos componeerde een humorvolle, waarachtige tekst. Hier wordt voor je ogen de laatste fase van een emantipatieproces voltooid.

Bye Bye van Dood Paard
Politiek incorrecte enscenering-voor-twee-heren van Othello wordt gaandeweg een glasheldere voorstelling óver politieke correctheid. En tussendoor de geestigste slapstick van het seizoen.

Tip 5 seizoen 2011/12

De presidentes van Het Nationale Toneel, vanaf september
De legendarische voorstelling van Theu Boermans komt terug, met de oorspronkelijke cast van Myranda Jongeling, Anneke Blok en Marisa van Eyle. Tevens startschot van Boermans’ artistiek leiderschap bij Het Nationale Toneel.

Onze Paus van Wunderbaum, première: 7 oktober 2011
Wunderbaum laat zich aanvullen met jonge acteurs om dit nooit eerder opgevoerde stuk van Arnon Grunberg aan te pakken, over een Vlaming in Polen, over communisme, katholieken en de verlokkingen van de vrije markt.

Krenz, de gedoodverfde opvolger van De Koe, november
Een solo van Willem de Wolf, de eeuwige tweede man op toneel, over Egon Krenz, de eeuwige tweede man van de DDR. Met dit stuk rondde De Wolf vorig jaar zijn studie Duits af.

Abfall der Niederlande van AndCompany&Co, maart
De Duitse superdramaturgen van AndCompany&Co gaan aan de slag met Nederlandse acteurs (onder wie Marien Jongewaard) en bewerken een roman van Schiller over Nederland.

Macbeth van Toneelgroep Amsterdam, juni
Johan Simons regisseert, Fedja van Huêt speelt Macbeth. Meer is niet nodig om dit de voorstelling met de hoogste verwachtingen van dit seizoen te maken.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity