Recensie: ‘Na de zondeval’ van Toneelgroep Amsterdam

“Niemand kan zeker zijn van de zuiverheid van z’n eigen motieven.” Het zinnetje komt een paar keer terug in de nieuwe voorstelling Na de zondeval van Toneelgroep Amsterdam. Het is een waarschuwing tegen al te groot idealisme, zowel in de politiek als in de liefde. Maar probeer maar eens zuiver te blijven als Marilyn Monroe verliefd op je wordt.

Regisseur Eric de Vroedt maakte tot nu toe met name voorstellingen met concrete, actuele uitgangspunten. In zijn Mightysociety-serie ging het onder andere over terrorisme, babyboomers en de Probo Koala affaire en als hij bij Toneelgroep Amsterdam repertoire regisseerde, Tramlijn begeerte of Glengarry Glen Ross, dan plaatste hij dat rücksichtslos in het Hollandse heden. Bij Na de zondeval kiest hij nu echter voor vergaande abstractie.

Het toneelstuk van Arthur Miller is strikt genomen een sterk autobiografisch portret van een midlife crisis, maar tegelijk is het –net als Strindbergs Naar Damascus, dat TGA een paar jaar geleden speelde– een genadeloos zelfportret van een bitter geworden kunstenaar. Dat zal De Vroedt hebben aangesproken: vorig jaar stelde hij in Mightysociety8 doel en functie van zijn eigen geëngageerde theatervoorstellingen aan de kaak.

De voorstelling is opgezet als een therapiesessie van hoofdpersoon Quentin (Fedja van Huêt), met een kring stoelen in een smetteloos witte ruimte. In de eerste helft speelt een groep medepatiënten zijn ouders en eerste huwelijk en komen zijn politieke bezigheden aan bod, gebaseerd op Millers socialistische sympathieën en confrontie met McCarthys anticommunistische senaatscommissie. Het is een onderhoudend, maar inhoudelijk rommelig gedeelte, met veel personages en weinig focus, al spelen Marieke Heebink en Tamar van den Dop fijne rollen als respectievelijk eerste en derde vrouw. Ook een scène tussen Fred Goessens en Kitty Courbois als vader en moeder waarin hij al het familiekapitaal kwijtraakt tijdens de beurscrisis van 1929 is prachtig bedremmeld, maar het blijven losse fragmenten zonder verband.

Over de helft van de tweeëneenhalf uur durende voorstelling komen de zaken op scherp te staan. De geblokte muren beginnen door spectaculaire videotechniek te schuiven (decor van Maze de Boer en Remco de Jong) en in het licht van operatietafellampen wordt Quentins/Millers tweede huwelijk ontleed, dat met de op Marilyn Monroe gebaseerde Maggie.

In een lange, zinderende scène spelen Van Huêt en Karina Smulders en sneltreinvaart de verleiding, de heftige liefde en de door drugs en alcohol versnelde aftakeling en strijd. Van Huêt is prachtig als man die steeds op de rand van razernij staat, tot hij eroverheen valt. Smulders lijkt eerst makkelijk op verleiding en koketterie te spelen, maar als het huwelijk mislukt schakelt ze zó snel tussen flemende diva en om aandacht smekend wrak dat je eigenlijk geen tijd hebt om het te bewonderen. Die fenomenale tweestrijd tussen de twee –ook in het echte leven een koppel– tilt de voorstelling in de tweede helft naar een zeer hoog niveau.

Toch knaagt er iets; de voorstelling zet hoog in en lijkt iets te willen zeggen over politiek én hartstocht. Maar uiteindelijk blijft alleen de liefde over. En dus de vraag welke rol De Vroedt nog ziet voor de kunst.

Na de zondeval van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 4/3/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 10/3. Tournee t/m 31/3. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

3 reacties »

  1. Mooi..

    Comment by Tzz — 5/3/2012 @ 03:07
  2. Waanzinnig mooi spel. Met name Fedja en Karina boeien van begin tot eind in hun zeer beklemmend levensvragen. Het spel is zo ongelooflijk naturel dat de spanning overslaat in de toeschouwer waardoor diens hersenen keihard gaan werken. Na afloop blijf de knagende levensvraag hangen: is liefde, ondanks al het liegen en verdraaien, het enige dat overblijft?

    Comment by Cees — 5/3/2012 @ 13:17
  3. prachtig spel, een lust voor het oog en oor.
    helaas doet de bewerking van de Vroedt geen recht aan “the Fall” van Arthur Miller. De vertaling naar “zondeval” wijst al op het “ontjoodsen” van de tekst. Daarmee mist hij de diep menselijke laag in het stuk en gaat het te veel over “het onderkantje”.

    Comment by Joyce Noach — 10/3/2012 @ 09:12

RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Een reactie plaatsen

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity