Interview Judith Blankenberg & Ellen Walraven

Sinds dit jaar is Judith Blankenberg de programmeur van Festival De Keuze in de Rotterdamse Schouwburg, waar Ellen Walraven nu een jaar directeur is. Zowel het festival als de schouwburg zoeken meer verbinding met de stad. “Er is hier een F-side, een harde kern van toegewijde bezoekers.”

Het gesprek vindt plaats in de hal van de Rotterdamse Schouwburg. Het theater is al dicht vanwege de zomervakantie, en de gigantische mediawall in de foyer wordt vernieuwd. Juist deze ochtend publiceerde Frie Leysen haar woedende ontslagbrief bij de Wiener Festwochen, waarin ze het festival waar ze één jaar programmeur was beschuldigt van een gebrek aan artistieke visie en een losgezongen zakelijk beleid.

“Het zijn heftige beschuldigingen die ze uit”, zegt Blankenberg. “Maar ze stelt wel terechte vragen die ook voor ons van toepassing zijn. We zijn ons er terdege van bewust dat het noodzakelijk is om het festival te bedden in eerste instantie in de schouwburg, maar ook in de rest van de stad. En de visie van het festival niet iets moet zijn dat zich in mijn hoofd afspeelt, maar dat dat gedragen wordt in de schouwburg en bij het publiek. Daar zijn we ons de afgelopen jaren bewuster van geworden.”

Hoe zou je die visie dan formuleren?

Blankenberg: “Je kunt er allerlei hoogdravende dingen over zeggen, maar op z’n simpelst is het dat ik een programma samenstel met voorstellingen die iets zeggen over de wereld waarin we leven, en daarin ga ik op zoek naar verschillende perspectieven van verschillende kunstenaars uit verschillende werelddelen – ik vind het belangrijk om ook buiten Europa te kijken. En dat moet je dan op een zodanige manier presenteren dat het nu hier iets betekent in deze stad.”

“Ik houd van kunstenaars die concessieloos zijn; die heel consequent iets uitzoeken. Ik denk dat het festival dat ook is: een radicale zoektocht naar iets waar we nieuwsgierig naar zijn, naar wat we nog niet weten. In wat wij tonen zie je absoluut niet de gevestigde waarden. Dat kun je je bijvoorbeeld bij het Holland Festival wel eens afvragen, als ze de nieuwe Peter Brook tonen. Frie Leysen zegt ook: je kunt de grote namen laten zien, maar maken de grote namen ook de goede voorstellingen?

Wat zijn voor jou de ontdekkingen van dit festival?

Blankenberg: “Ik werd gegrepen door een trailer van de Australische performer Nicola Gunn. Zij maakt een scherp commentaar op wat we kennen als participatietheater en dat je daar als toeschouwer meestal helemaal geen zin in hebt of zelfs bang voor bent. Dat benoemt ze allemaal, maar ondertussen zoekt ze heel oprecht naar die saamhorigheid. En omdat het een fantastische en totaal ontwapenende performer is, windt ze iedereen om haar vinger en zit je voor je het weet een sjaal te breien.”

“En op Kunstenfestivaldesarts zag ik Viejo, Solo y Puto van Sergo Boris. Dat vond ik een verademing: een voorstelling waar je even instapt en vijf kwartier later weer uit, terwijl je het gevoel hebt dat die voorstelling al lang daarvoor is begonnen en dat hij nu nog steeds bezig is. Het is rauw en ongemakkelijk, maar ongelofelijk goed gespeeld.”

Hoe is het festival veranderd sinds het vertrek van Annemie Vanackere, de vorige programmeur?

Blankenberg: “In eerste instantie rees de vraag of we door zouden gaan met het festival; het was zozeer het kind van Annemie. Ik ben heel blij dat het antwoord ja was, maar we moesten het festival wel aanpassen aan de veranderde wereld. In 2010 was de schouwburg in verbouwing en hebben we het hele festival op locatie gehouden. Daarmee merkte je echt dat het meer ging leven in de stad. Dus die verbinding met Rotterdam zijn we aan het versterken.”

Walraven: “We hebben een aantal bijzondere voorstellingen op het Schouwburgplein hierbuiten en een voorstelling in de openbare bibliotheek. Op publieke plekken plaatsen wij weer heel bijzonder theater. Dat moeten we nog veel meer gaan doen. Het mag nooit zo zijn dat het festival ook op een andere plek had kunnen staan. Dat het een soort rondreizend cirus is dat overal komt.”

Wat bedoel je precies met die generositeit van de schouwburg?

Walraven: “Dat gaat over alles: over de website, over de kaartverkoop, dat de deur voor je open wordt gedaan. Mijn droom is dat uiteindelijk geen dag in de schouwburg hetzelfde voelt. Dat als het Ro Theater hier bij wijze van spreken vijf weken staat, dat je dan nog kan zeggen: maar ik was er die dag dat iemand een liedje zong in de gang, of de dag dat we allemaal appels kregen omdat het oogsttijd was. Generositeit is het faciliteren van een ontmoetingsplek voor mensen, duidelijk maken dat als bezoekers hier komen de mensen hier dan ook voor je klaar staan om je een bijzondere avond te bezorgen.”

“De schouwburg heeft echt een F-side, een hele harde kern van bezoekers die heel vaak komen. Die mensen moeten we behouden. Ze ontwikkelen zichzelf, mede door de Keuze.”

Blankenberg: “Festival De Keuze is zowel een plek om nieuw publiek binnen te halen als om trouwe publiek te binden. De helft van het publiek van De Keuze is schouwburgbezoeker. Het festival richt zich heel sterk op jong volwassenen van ongeveer 20 tot 35 jaar. Dat zijn de mensen die het vanzelfsprekend vinden om contacten te hebben in India, Brazilië of Hongarije. Daar hebben ze gestudeerd, stage gelopen en vrienden opgedaan. Ze zijn eraan gewend dat de wereld internationaal is en voor hen is het minder van belang waar een voorstelling vandaan komt. We zoeken niet specifiek meer contact met de Hongaarse gemeenschap in Rotterdam voor een Hongaarse voorstelling, maar eerder mensen die geïnteresseerd zijn in het thema van de voorstelling.”

“We richten de marketing overigens vooral op het festival als geheel. We trekken de vergelijking met het Filmfestival: je komt een of twee dagen, ongeacht wat er staat, en je ziet misschien iets wat je niks vind, en je ziet iets wat je fantistisch vindt.”

Hoe verhoudt De Keuze zich tot de rest van de programmering van de schouwburg?

Walraven: “De Keuze is natuurlijk een geweldige kans voor de schouwburg. Tien dagen lang gaat het dak eraf. Voor mij is het een hele mooie manier om formats te ontdekken. Je kunt nieuwe manieren uitproberen om met publiek om te gaan, met randprogrammering, met eten. Ik voel daarin grote vrijheid.”

“Tijdens het festival lieten we kunstenares Amanda Harput in de foyer live collages maken die op de mediawand werden getoond. Een soort knip-en-plak-veejay. Dat hebben we opgepakt in de museumnacht en gekoppeld aan hiphop en streetdancers. Dat paste wonderwel. zij had zich echt verdiept in die dansers en dat leverde waanzinnige beelden op. Een festival is een grasveltje waar een lintje omheen wordt gezet. Daarbinnen kan alles even anders zijn..

Blankenberg: “De technici zijn ook allemaal heel trots. Die moeten overal oplossingen voor verzinnen.”

Walraven: “Dat vindt ik heel belangrijk: dat iedereen hier in huis mede-eigenaar is van de programmering. Mijn droom is dat het fenomeen festival zichzelf op een gegeven moment overbodig maakt. Omdat de hele programmering van de schouwburg internationaal is en dat het helemaal niet meer gaat over waar een voorstelling vandaan komt, maar over wat het te maken heeft met de vragen van de mensen in deze stad.”

Wat zijn die vragen?

Blankenberg: “Rotterdammers hebben grote behoefte aan geschiedenis – van henzelf, van de stad. Daarom is locatietheater hier ook zo belangrijk: dan kom je op onbekende plekken waar je dan weer iets over leert. Mensen zijn geïnteresseerd in de achterkant van dingen en op zoek naar de eigenheid van Rotterdam.”

Walraven: “Sinds ik hierheen verhuisde merk ik dat Rotterdam nog echt een solidaire stad is. De tweedeling tussen arm en rijk en hoog- en laagopgeleid is hier groot, maar tegelijkertijd is er een sterke mentaliteit dat we het toch allemaal samen moeten doen. Mensen snappen hier de waarde van geld en er is mededogen met de mensen die het niet breed hebben. Dat heeft me ontroerd.”

Wat voor rol moet de schouwburg hebben in de stad?

Walraven: “Het moet een huis zijn waar je van alles kan doen. Het moet veel meer een merk worden dan elleen maar een faciliterende en presenterende plek, want dat is het nu nog te veel. Het zou waanzinnig zijn als de mensen die hier rondlopen –boekhouders, technici, Walter Bart– allemaal hun expertise ook weer teruggeven aan de samenleving op andere manieren dan via de voorstelling.”

“De relatie met de gemeente is goed. Het nieuwe college bezuinigt niet, dat mag er wel met hoofdletters in. De gemeente beseft dat de bezuinigingen hard zijn geweest en dat de Rotterdamse culturele sector keuzes heeft gemaakt en dat iedereen heeft gesneden in de eigen functies. De Schouwburg is nu dicht op maandag en dinsdag.”

Je raakt al even aan de samenwerking Theater Rotterdam. Hoe staat het daarmee?

Walraven: “De Schouwburg, het Productiehuis en Wunderbaum zitten inmiddels samen in één governance structuur: we delen een raad van toezicht. Het Ro Theater is op bestuurlijk niveau nog apart, maar we delen nu bijvoorbeeld al een hoofd marketing en het is heel kicken om te bedenken wat we nog meer zouden kunnen delen. Waar wordt twee keer twee vijf? Het leuke is dat hoewel de samenwerking er op papier behoorlijk krukkig en niet kansrijk uitzag, het is gaan werken omdat we het stomweg zijn gaan doen en elkaar verplicht hebben om drie keer per jaar een gezamenlijke actie te doen: een eenmalige voorstelling die we in een week in elkaar zetten. Daardoor zijn mensen echt het gesprek aangegaan en werd het een bottom-up, artistiek gedreven samenwerking.”

Nu doen er in het veld veel geruchten de ronde dat Johan Simons hier een rol gaat spelen.

Walraven: “Daar kan ik niks over zeggen. Het enige dat nu duidelijk is, is dat Alize Zandwijk vanaf 2017 zal terugtreden als artistiek leider van het Ro Theater, en dat zij op zoek zijn naar een nieuwe artistiek leider. Maar dat is niet mijn raad van toezicht, dus ik ga daar niks over zeggen. Er zijn in het verleden dingen misgelopen in de gesprekken tussen de schouwburg en het Ro en ik ben nu heel blij dat iedereen met elkaar praat en samenwerkt.”

“Mijn droom is dat Wunderbaum hier nog veel nadrukkelijker aanwezig is, veel meer als stadstheatergezelschap; en dat het Ro Theater hier inwoont. Ik ben een dramaturg, ik wil inhoud. Nu koop ik die in door voorstellingen te programmeren. Je koopt hele mooie dromen en perspectieven in en dan hoop je dat je daarmee een stad kunt laden. Maar eigenlijk wil ik me veel directer verhouden tot wat er speelt in de stad, en dat kan vooral door zelf programmering te maken. “

“Daarbij hangen de ramen hier helemaal vol met affiches van wat er allemaal te zien, maar dat is volstrekt verwarrend. Ik wil een merk zijn, als Paradiso. Zij zeggen: dit zijn de bands deze maand, en wij hebben ze gekozen. Dat gevoel zoek ik.”

Festival De Keuze is van 18 t/m 28 september. www.festivaldekeuze.nl

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity