Recensie ‘Kings of War’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Na Romeinse Tragedies (2007) maakt regisseur Ivo van Hove met Toneelgroep Amsterdam voor het Holland Festival opnieuw een compilatie van drie Shakespeare-stukken. In Kings of War zien we in vierenhalf uur achtereenvolgens ingekorte versies van Henry V en Henry VI en (na de pauze) een bijna volledige Richard III.

Romeinse Tragedies ging met z’n vrij rondlopende publiek, doorlopende handeling en live twitterstream over hoe onze verhouding met politiek en media is veranderd, en haakte aan op nieuwszenders en tweede schermen. Kings of War ontvouwt zich meer als een televisieserie op DVD: je wordt ondergedompeld in een wereld van macht en intriges met subtiele herhalingen en terugkerende personages.

Van Hove wil er iets mee zeggen over leiderschap: Henry V (een vrij briljante Ramsey Nasr) als inspirerende en op eer beluste legeraanvoerder, Henry VI (een mooi tegen emoties vechtende Eelco Smits) als te jong op de troon terecht gekomen aartstwijfelaar die één beslissing wél neemt en daarmee meteen zijn toekomst en zijn leven vergooid, en Richard III (Hans Kesting; leep maar net niet gevaarlijk genoeg) als de bloeddorstige machtswellusteling.

Vormgever Jan Versweyveld maakte een war room: een bunker waar strategie wordt bepaald en vergaderd, maar waar ook televisieopnames worden gemaakt of kan worden geslapen. Schermen met beelden van drones staan naast kaarten met waarop met gekleurde punaises en touwtjes het front wordt aangegeven. Cryptografische apparatuur contrasteert met rode en groene telefoons.

Achter het toneel is een lange witte gang, alleen zichtbaar via de camera die de personages blijft volgen. De gang symboliseert niet alleen de ruimte achter de schermen van de macht, maar is ook een soort onderbewuste: we zien er soldaten aan het front, moordpartijen en zelfs een kudde geiten (een visioen van Henry VI, die liever herder was geweest dan koning).

Kings of War is zonder meer een goede voorstelling: onderhoudend, mooi gespeeld, slim in elkaar gestoken. Prachtig toont Van Hove een politieke kaste wiens blikveld verschuift van buiten naar binnen. In Henry V is het toneel nog een plek die draait om communicatie met de buitenwereld, aan het eind is het een paleis vol spiegels. Met Richard III is het id aan de macht. Hij is alleen in de bunker terwijl in de wandelgangen zijn val wordt bekokstoofd.

Maar er wringt iets: bij Shakespeare is leiderschap vooral een omstandigheid waarmee een persoonlijkheid op scherp wordt gezet. Het doel van leiderschap is bij alledrie de koningen – goed, zwak of kwaadaardig – hetzelfde: de macht veroveren en bestendigen. Zelfs de heldendaad van de goede koning Henry V is alleen maar het terugveroveren van land waar zijn overgrootvader recht op had.

Na het intellectueel stimulerende en tamelijk wilde The Fountainhead vorig jaar is Kings of War degelijker en minder uitdagend. Het is managementtoneel voor het hogere bedrijfskader dat TGA kennelijk graag als publiek wil veroveren en dat etaleert dat leiderschap uiteindelijk vooral over zichzelf gaat.

Holland Festival: Kings of War van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 21/6, reprise dit najaar. Meer info op www.tga.nl.

Recensie: ‘Krapp’s Last Tape’ van Robert Wilson (HF)

Parool,recensies — simber op 14 juni 2015 om 21:38 uur
tags: , ,

Een keiharde donderslag opent Krapp’s Last Tape. Vervolgens klinkt zeker een kwartier zeer luid regengedruis in de Stadsschouwburg. Het decor ziet er echter uit als een bunker: donkere muren, met heel hoog bovenin een paar raampjes. Niet een plek waar je veel van de buitenwereld mee krijgt. Het noodweer zal dus wel een psychologische aangelegenheid zijn.

Krapp’s Last Tape is een van de minimalistische stukken waarmee Samuel Beckett in de jaren vijftig het theater naar een modernistisch nulpunt dreef. Plot, personages en handeling werden opgeofferd aan het vertonen van een absurde, wanhopige wereld gevat in uiterst precieze taal.

Krapp wordt zeventig. Ieder jaar op zijn verjaardag spreekt hij op een spoelenrecorder zijn gedachten over het afgelopen jaar in. Maar eerst luistert hij oude opnames. Zo is het stuk een subtiele dialoog tussen een man en zijn jongere zelf.

Het Holland Festival brengt dit jaar een versie van het stuk geregisseerd en gespeeld door Robert Wilson. De Amerikaanse avant-garde kunstenaar – die al talloze malen op het festival te gast was, het meest recent met The Life and Death of Marina Abramović in 2012 – heeft een esthetiek ontwikkeld die enigszins verwant is aan Beckett.

Als Krapp is Wilson een witgeschminckte clown, die in en uit het helwitte licht beweegt, met afgemeten, soms bijna robot-achtige bewegingen. In de beschrijving van Beckett is hij morsig en gammel, maar Wilson maakt van hem een bijna abstract sjabloon. Tijdens het onweer maakt hij een ujitgebreide, gestileerde act van het eten van twee bananen en herinnert ons eraan dat Beckett zijn werk het liefst gespeeld zag door variëté-artiesten. Als James Bond richt hij zijn getrokken banaan op het publiek. Geestiger wordt Beckett niet.

De tekst van het stuk is kort maar uiterst verdicht. Krapps dertig jaar jongere zelf vertelt over de dood van zijn moeder en over het falen van een relatie. De oudere realiseert zich dat hij daarna geen liefde meer heeft gekend.

Maar belangrijker dan dit melodrama is de immense afstand tussen de oude en de jonge Krapp die Beckett meesterlijk schetst. De oude moet sommige woorden opzoeken die de jonge gebruikt en hij ergert zich aan diens bombast en zelfvertrouwen. Door zo over zijn jongere zelf te oordelen als een ander persoon, plaatst Beckett ernstige vraagtekens bij het coherente zelfbeeld dat we zo graag van onszelf hebben.

Maar er stoort iets. In Krapp’s Last Tape zou je een vooruitwijzing kunnen zien naar een tijd waarin we allemaal ons geheugen en een gedeelte van onze persoonlijkheid uitbesteden aan zorgzame, geduldige machines. Voor Beckett was dat echter een autonoom, bijna solipsistisch proces. De voorstelling Intervention van Naomi Velissariou die vrijdag in première ging (zie recensie hiernaast) toont juist aan dat voor de hedendaagse mens de schizophrenie begint waar ons zelfbeeld botst op wat anderen over ons denken.

Holland Festival: Krapp’s Last Tape van Robert Wilson. Gezien 6/6/15 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity