Voorstuk: De Zone

Parool,reportages — simber op 29 september 2014 om 10:51 uur
tags: ,

Ervaringstheater op een schaal die in Nederland zijn weerga niet kent. De Zone, het nieuwste theaterproject van Alexandra Broeder, strekt zich uit over twee locaties in verschillende delen van de stad en de bezoeker moet er rekening mee houden dat de voorstelling verschillende dagen in zijn of haar leven zal ingrijpen.

Droom je wel eens van een ander leven? Ken jij je eigen drijfveren? Als je ze leest kun je dit soort vragen makkelijk van je afschudden. Maar ik lees ze niet. De vragen worden me gesteld door een jonge vrouw die me met wijd opengesperde ogen indringend aankijkt. Geen enkele uitdrukking geeft blijk van een oordeel over mijn antwoorden. Ze knippert ongemakkelijk weinig.

“Ik wilde al heel lang een voorstelling maken waarbij je al vanaf het moment dat je je kaartje koopt in mijn wereld terecht komt”, zegt Alexandra Broeder (1978) op een van de locaties, een oud kantoorgebouw in West. “Het moet onder je huid kruipen. Ik wil dat de bezoeker de vanzelfsprekendheden waar je je in het dagelijks leven aan vasthoudt uit handen geeft.”

De reis begint al op de website. Nog voordat je een kaartje kunt kopen word je al in slordige spuitbusletters gevraagd waarom je je eigenlijk aangetrokken voelt door De Zone? Lijkt het je spannend of zoek je antwoorden? Ben je wel klaar voor een bezoek aan “een gebied met een sterk magnetisch veld met een hoge stralingsfrequentie die ons in contact kunnen brengen met onze diepste intuïtie”?

Broeder maakt al langer een unheimische vorm van locatietheater. Op Oerol maakte ze Wasteland en Sweet dreams, waarin bezoeker ontvoerd worden door een groep kinderen of een nacht buiten in het bos doorbrengt. In haar werk spelen vaak jonge kinderen mee en speelt ze behendig en intimiderend met de vele projecties die volwassenen op hun kroost loslaten.

De Zone gaat (zonder kinderen dit keer) een stap verder. Broeder werd geïnspireerd door de film Stalker van Tarkovski en een trip naar IJsland. “In IJsland ben ik naar een berg gereisd waarvan wordt gezegd dat die paranormale effecten oproept. Wat je erover hoort en leest, en de reis ernaartoe zuigen je erin. Toen ik er eenmaal was vroeg ik me af wat er echt gebeurde en wat ik me verbeeldde omdat ik erin was gaan geloven.”

Op het gebied van theater vond ze inspiratie bij de Deense theatermaker Signa Sørensen, die uitgebreide theatrale fantasieplekken maakt waar publiek langdurig te gast kan zijn. Zo maakte ze met Die Hundsprozesse een bureaucratische rechtbank in Keulen waar de bezoeker zijn eigen Kafka-ervaring kan ondergaan en bouwde ze de theaterstad Rubytown, waar bezoeker dagen achtereen konden gokken, feesten en rituelen ondergaan in een dorp met tientallen personages. Het zijn games, maar dan in het echte leven.

“Ik probeer iets vergelijkbaars te bewerkstelligen”, zegt Broeder. “Maar bij mij is de toeschouwer de hoofdrolspeler. Ik vraag de bezoeker om de controle uit handen te geven. Ik ben op zoek naar het moment waarop je jezelf bijna niet meer gerust kunt stellen met de gedachte: het is maar theater.”

Samen met de acht acteurs die de bezoekers begeleiden bij hun reis naar De Zone is Broeder nu vooral op zoek naar de juiste toon. “Dat is heel delicaat en spannend. De grote vraag bij dit soort voorstellingen is hoe vrij je de toeschouwer laat. We zoeken naar een niet-moraliserende toon. We stellen heel persoonlijke vragen, die hopelijk een zekere kwetsbaarheid oproepen. Je wordt uitgenodigd om mee te gaan. Durf je te geloven en naar binnen te kijken? Wat is jouw houvast?”

Een speciale kwestie is hoe het publiek uit te nodigen voor een meerdaagse ervaring zonder te veel weg te geven. “Mensen schrikken een beetje van de aankondiging dat het enkele dagen gaat duren. Maar het is niet doorlopend. Het begint op de website, waar je een adres krijgt en de mededeling dat je een inwijding gaat meemaken. De uiteindelijke ervaring bestaat uit twee momenten van ongeveer een uur, die op twee verschillende dagen plaatsvinden en die je zelf kunt plannen. Maar daartussen zorgen we ervoor dat De Zone zich in je leven manifesteert”, zegt Broeder geheimzinnig.

Maar uiteindelijk is het wel haar wens om een project te maken dat wel meerdere dagen duurt. “Ik mag zeker niet klagen over de ondersteuning van De Zone, maar de schaal waarop Signa werkt vereist wel een ander soort investering. Maar iets maken dat op die manier je leven overneemt is wel mijn droom.”

De Zone speelt van 22/9 t/m 24/10. www.dezone.nl

Verslagje Opening Theaterfestival

“Mark Rutte, neem een voorbeeld aan je Franse collega Sarkozy, trouw met een actrice! Meer sex tussen politici en kunstenaars.” In de Stadsschouwburg werd gisteravond het Nederlands Theaterfestival, waarin de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen nog een keer te zien zijn, geopend met de traditionele speech ‘De staat van het theater’.

Normaalgesproken wordt die uitgesproken door een oudere prominent (Pierre Audi, Liesbeth Colthof, Joop van den Ende waren eerdere sprekers), maar dit jaar gaf festivaldirecteur Jeffrey Meulman het woord aan drie theatermakers van rond de dertig: Jeroen De Man (van theatergroep De Warme Winkel), Walter Bart (van Wunderbaum) en Ilay den Boer.

Wie hoopte dat dat tot een gemeenschappelijk generatie-statement of een theatrale lezing zou leiden, kwam bedrogen uit. Het werden, na een korte gezamenlijke inleiding, drie speeches van drie jonge mannen achter het katheder – wat onvermijdelijk tot onderlinge vergelijking uitnodigde. De Man blikte terug op onze roerige tijden vanuit het honderdjarig jubileum van Aktie Tomaat in 2069 en schetste een toekomst waarin Toneelgroep Hologramsterdam geurloos theater maakt, maar besloot serieuzer met een pleidooi voor kunstenaars die misschien wel briljant zijn, maar niet handig zijn in verkooppraat en cultureel ondernemerschap.

Den Boer pleitte voor een theater dat net zo belangrijk is voor haar publiek als voetbalclubs voor hun trouwste supporters. Hij schetste een mooi beeld, maar in de uitwerking stelde zijn verhaal teleur, met grote statements over dé beleidsmakers, hét theater, en dé doelgroepen dat met de daadwerkelijke problemen van het (gesubsidieerde) theater weinig van doen had.

Het was Walter Bart die met een onnavolgbare lijst van 37 “waarheden, vragen en mogelijke oplossingen” het verzamelde theatervolk een opwindende impuls gaf. Hier stond een kunstenaar die nu een paar jaar beleidsgereutel, crisisretoriek en politieke bemoeienis had doorstaan en er een even absurd als lucide artistiek antwoord op gaf. “Shakespeare is niet de weg uit de crisis.” “Kunstenaars stellen zich niet afhankelijk op, wij ZIJN afhankelijk.” En: “We moeten onze halfdooie democratie de genadetrap geven en op zoek gaan naar nieuwe samenlevingsvormen. Theater is een samenlevingsvorm!”

De drie statements waren samen veel te lang, niet al te coherent en onderling tegenstrijdig. En daarmee misschien toch weer een heel duidelijk generatieportret.

Eerder op de avond werd de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent door de naamgever zelf uitgereikt aan Alexandra Broeder. Broeder krijgt de prijs voor haar confronterende werk, waarin ze kinderen van hun meest duistere kant laat zien en zo de geaccepteerde verwachtingen van het gedrag van kinderen ter discussie stelt. “De theatrale wereld die Broeder voorspiegelt, is daardoor fascinerend, zinnenprikkelend en verontrustend”, schreef de jury. Broeder was blij dat haar werk compromisloos en onveilig wordt genoemd: “Kijken mag bij mij nooit veilig zijn.”

Arthur Japin, de voorzitter van de jury die de selectie voor het festival heeft gemaakt, vertelde kort over zijn belevenissen in het afgelopen theaterseizoen en dankte de aanwezige makers voor hun passie en doorzettingsvermogen in het licht van de “beschimping” en “minachting” die de kunstsector de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 9/9. Meer info op www.tf.nl

Recensie: ‘Wie weet overleeft de begeerte me’ van Alexandra Broeder

Parool,recensies — simber op 7 januari 2009 om 00:11 uur
tags: ,

Twee meisjes van zestien en een diva van 56. In haar nieuwe voorstelling zet regisseur Alexandra Broeder Lotte Meerdink en Lilou Dekker, twee tienermeisjes met wie ze al vaker werkte, tegenover Sylvia Kristel op het toneel. Lotte (de roodharige vamp) en Lilou (de bruine girl-next-door) willen actrice worden, of liever nog: ster. Ze willen jong, mooi, rijk en begeerlijk zijn. Kristel staat aan de andere kant van die wens. Zij is het allemaal geweest en kijkt nu terug, beschouwend en weemoedig. Dat is dapper, want naast deze meiden is Kristel onherroepelijk oud. Van hen uit gezien waarschijnlijk bejaard.

Het uitgangspunt van Wie weet overleeft de begeerte me (de titel is een citaat uit Kristel’s autobiografie Naakt) is ijzersterk, maar de voorstelling is wisselvallig. Kristel vertelt aan de hand van dia’s schuchter over haar mondaine leven en is eerlijk over haar afgenomen zelfverzekerdheid. Maar steeds zijn er bewust onhandige dialoogjes met de meisjes, die ook nog eens herhaald worden. Als Lilou en Lotte in een mooie jurk spelen dat ze op een feest zijn met champagne, celebrities en dansen op Donna Summer blijf je vooral naar Kristel kijken, de melancholie ten top. Uiteindelijk is Kristel’s reflectie interessanter om te zien dan de opgewonden arrogantie van de jeugd.

Maar misschien is het ook de tijdgeest. Kristel zat bij de nonnen op kostschool, leerde daar rechtop staan (“Je bent niet geïnteresseerd in wat er op de grond ligt, je kijkt omhoog.”) en hoogstwaarschijnlijk hunkeren naar vrijheid. Deze twee meiden staan al vijf jaar samen op het toneel. En jonge meisjes blijven dan wel mooi en verleidelijk, maar burgerlijk zijn ze tegenwoordig wel. Hoe geshockeerd ze wel niet zijn als Kristel hen voorhoudt dat ze nooit een béha mogen dragen. Hoe zeker ze zijn dat ze nóóit drugs zullen gebruiken.

Op de achtergrond staat Alex Klerk de dingen te doen waar je nu eenmaal een man voor nodig hebt: techniek, koken, opruimen en de tijd in de gaten houden. De voorstelling eindigt met de door Klerk gekookte macaroni, net zoals Kristel’s zus altijd maakte om haar met beide benen op de grond te houden. “Ik wilde dat mensen naar me keken en dat is het enige dat ze hebben gedaan”, zegt ze, en dan zie je het verschil. Een diva is nooit met z’n tweeën. Een diva is altijd alleen.

Wie weet overleeft de begeerte me van Alexandra Broeder. Gezien 6/1/09 in Bellevue. Aldaar t/m 7/2 en in het Rozentheater 10-11/4. Meer info op www.viarudolphi.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity