Recensie: ‘Oresteia’ van het NNT

Twee keer verkleedt het koor zich totaal. De eerste keer in een langzame, precieze choregrafie van herenpakken naar meisjesjurken en de tweede keer via een groezelige geboorte naar de ‘kinderen van de nacht’: verminkte zombies gehuld in smerige lichaamssappen.

Regisseur en schrijver Gerardjan Rijnders maakt bij het Noord Nederlands Toneel (NNT) een rigoreus bewerkte versie van de Oresteia, een van de oudste overgebleven toneelstukken. Hij lijkt daarbij vooral geïnteresseerd in het koor. In klassieke tragedies geeft het koor commentaar op wat de koningen en goden overkomt, bij Rijnders heeft het een veel assertievere rol.

Componist Boudewijn Tarenskeen laat het koort –dertien studenten van de toneelschool Amsterdam– afwisselend schreeuwzingen, zingzeggen en harmonieuze a capella zingen, steeds benadrukkend dat het geen groep is, maar een verzameling individuele stemmen.

Het verhaal –over koningin Klyt die haar man vermoordt als die terugkomt uit de Trojaanse oorlog, en haar zoon Orestes die als wraak háár vermoordt– wordt er in iets meer dan anderhalf uur een tikje plichtmatige doorheen gejast. Prachtig aards is de scène waarin Klyt (Malou Gorter) haar zoon (Bram van der Heijden) smeekt om genade.

Maar pas helemaal aan het eind wordt het interessant. Bij Rijnders neemt het volk geen genoegen met de door de goden bekokstoofde uitkomst. Het koor komt in opstand, schreeuwt onverstaanbaar, danst op zelfgestampte punk en vermoordt de goden. Op de achtergrond staat in lampjes het woord “nee”.

Na de punk komt de poging om iets nieuws te formuleren. Je kunt tenslotte niet “nee” blijven zeggen. Het loopt uit op gestamel van halve zinnen. Het gebrekkige antwoord van zowel de Occupy’ers als de Wilders-aanhangers. De apathie na de opstand effectief verbeeld.

Oresteia van het NNT. Gezien 5/4/14 in Leiden. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 7 t/m 9/4. Meer info op www.nnt.nl

Recensie: ‘Tsjechov’ van Toneelgroep Oostpool

Een huwelijksaanzoek, het innen van een lening, een lezing over tabak. In de voorstelling Tsjechov is er maar weinig voor nodig om dit soort situaties volledig te laten ontsporen. De mens is nu eenmaal te driftig om zich in te houden. Maar zijn de scènes nou om te lachen of aandoenlijk?

Anton Tsjechov is waarschijnlijk na Shakespeare de beste en meest geliefde toneelschrijver. Maar vóór de Russische arts (schrijven deed hij in z’n vrije tijd) zijn meesterwerken als Drie zusters, Oom Wanja of De kersentuin (dat overigens aanstaande zaterdag in een nieuwe versie in première gaat) schreef, pende hij een paar korte, kluchtige eenacters voor de vaudevilletheaters van Moskou. Met kenmerkende zelfspot schreef hij over dit werk: “Ik ben erin geslaagd onnozele stukken te schrijven, die, omdat ze onnozel zijn, enorm succes hebben.”

Regisseur Erik Whien heeft nu bij Toneelgroep Oostpool drie van die stukken achter elkaar geplakt. In Het huwelijksaanzoek raakt kleingrondbezitter Bram van der Heijden hopeloos verstrikt in gekrakeel over het eigendom van een stukje wei met zijn buurmeisje (Wendell Jaspers, erg leuk) dat hij eigenlijk ten huwelijk komt vragen; De Beer is een onbeschofte legerofficier (Stefan Rokebrand) die de rust van een vrome weduwe (Kirsten Mulder) komt verstoren en als een blok voor haar valt; een lezing Over de schadelijkheid van tabak ontaardt in een klaagzang van de spreker (Bram Coopmans) over zijn gruwelijke huwelijk.

Het decor (Mieke Wolters) is een houten vloer en een houten wand die kan bewegen, zodat je de achterkant kan zien waar alle decorstukken en requisieten –krukjes, tafels, ladders en koffers– worden opgeborgen. Tussen de bedrijven door rijden de spelers rijden de wand rond, doen ze druk met stoelen en tapijten, suggereren een warboel, kortom: toneelspelersheisa waar ’t Barre Land altijd zo virtuoos in is.

Het is echter precies die losheid die zo gemist wordt in deze voorstelling. De spelers zijn geestig en snel, maar de gniffel wil maar geen bulderlach worden. Aan alles merk je dat de makers in dit luchtige werk de geest van ‘de grote Tsjechov’ hebben gezocht. Maar hoewel er af en toe zinsnedes of wendingen voorbij komen die zijn latere meesterwerken vooruitschaduwen, zijn dit toch vooral platte kluchten die hier te keurig worden gebracht.

Alleen in de laatste scène slaagt de opzet: Bram Coopmans weet met zijn redenaar gène, wanhoop en hilariteit op te roepen, zonder een woord over tabak te zeggen.

Tsjechov van Toneelgroep Oostpool. Gezien 19/2/13 in Frascati. Aldaar t/m 27/2. Tournee t/m 23/3. Meer info op www.oostpool.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity