Recensie ‘Uit diep blauw’ van Bellevue Lunchtheater

“De halve wereld is naar jouw smaak ingericht. Je mening uiten is voor jou zoiets als het legen van je blaas.” De term privilege voor de vanzelfsprekende voordelen die mannen hebben op vrouwen en blanken op niet-blanken is in snel tempo aan het overslaan van Amerikaanse academia naar de mainstream cultuur. De huidige lunchpauzevoorstelling in Bellevue illustreert het gegeven heel keurig.

In een blinkend wit decor (Dymph Boss) wacht het in al even stralend wit geklede trofeevrouwtje Eva op haar man Robbert, die veel ouder is en een klootzak. Maar dan ineens staat de verleidelijk dreigende Sharif in de huiskamer, een allochtoon met een terroristenbaard. Of komt hij haar toch bekend voor?

Schrijfster Maaike Bergstra combineert vaardig twee plot-types: de vreemdeling die een huwelijk overhoop gooit en de vriend van vroeger die een oud geheim komt onthullen. Ze speelt vooral flink leentjebuur bij Nora van Ibsen – en dat is beslist geen schande.

Sharif blijkt de eerste liefde van Eva te zijn en is nu teruggekomen om hun puberromance voort te zetten, met (verder niet uitgesproken) idealen en al. Robbert probeert haar voor zich te winnen met het geld en de status die hij haar kan bieden. Eva moet kiezen tussen het idealisme van het verleden en het cynisme van het heden. Het neoliberale discours tegenover de 99 procent. Het levert aardige dialogen op – “Met je gel en je aftershave kun je maar een klein beetje beestachtigheid maskeren” – maar zo schematisch als het hier klinkt is de voorstelling.

Groot pluspunt van Uit diep blauw (de titel wordt niet verklaard) is de strakke regie van Daria Bukvić, die haar spelers alle intensiteit uit de tekst laat opzuigen. Michiel Nooter is als Robbert een onuitstaanbaar herkenbare lul, Saman Amini (vorig jaar een van de sterren uit Bukvić’ theaterhit Nobody Home) kan razendsnel schakelen van een beanstigend leep grijnsje naar diepe zachtheid. Maar de koningin van deze lunchpauze is Keja Klaasje Kwestro, die als Eva aan het eind een krachtige draai maakt, beide mannen afwijst en een eigen pad de toekomst in geloofwaardig weet te maken.

Bergstra schrijft teksten die overduidelijk lekker zijn voor acteurs, maar dit stuk mist een zekere eigenzinnigheid. Net als de de meerderheid van de Nederlandse toneelschrijvers sinds Judith Herzberg en Esther Gerritsen maakt ze korte, heldere zinnen, met af en toe een beeldrijk stukje monoloog.

Juist in het onderliggende thema van privilige had meer gezeten: Robbert als witte man staat bovenaan de hiërarchie, Sharif als gekleurde man zit op de bodem, Eva als witte vrouw ertussenin. De pijnlijkheid en de gêne van dat gegeven is wel aanwezig maar te weinig voelbaar.

Uit diep blauw van Bellevue Lunchtheater. Gezien 26/9/15 in Bellevue. Aldaar te zien t/m 17/10. www.theaterbellevue.nl

Interview Daria Bukvić

interviews,Parool — simber op 18 december 2014 om 11:00 uur
tags: ,

Met Nobody Home maakt de van oorsprong Bosnische regisseur Daria Bukvić een voorstelling over haar verleden als vluchteling. De drie acteurs waren zelf ook ooit asielzoekers. “Het is een groot thema in mijn leven hoe ik de keuze van mijn ouders de moeite waard kan maken.”

Het is een week voor de première en Bukvić slaapt slecht. “Er is de stress of we het allemaal op tijd af gaan krijgen, dat ben ik wel gewend. Maar dit project is veel pittiger dan ik vantevoren verwachtte. We hebben ons nu een paar maanden bezig gehouden met wat voor ons allemaal de moeilijkste periode uit ons leven was, en die wonden blijken nog niet allemaal geheeld.”

In een café in Amsterdam West vertelt ze hoe het project tot stand kwam. “Ik leerde de drie spelers kennen op de Toneelacademie Maastricht. We zijn allemaal geboren in 1989 en in onze jeugd naar Nederland gevlucht.” Majd Mardo uit Syrië, Saman Amini uit Iran en Vanja Rukavina ook uit Bosnië. “Vanja en ik hebben bijna hetzelfde verhaal.”

Bukvić werd geboren vlak voor het uitbreken van de burgeroorlog in Joegoslavië. Toen ze drie was vond haar moeder het te onveilig worden en vluchtten moeder en dochter naar Nederland. Bukvi?’ eerste herinneringen zijn aan de twee jaar dat ze in een Limburgs asielzoekerscentrum woonde.

“We zijn in mei eerst bij al onze families langsgegaan om te eten uit ons thuisland en om onze ouders te interviewen. Daarna zijn we op Texel bij elkaar gaan zitten en hebben we elkaar geïnterviewd. Uit al dat materiaal hebben we de anekdotes en citaten die we mooi vonden op een eigen vel geschreven en aan het eind hadden we een hele repetitieruimte vol A4’tjes. We hebben heel veel darlings moeten killen. Er is nog zoveel materiaal, er komt vast een vervolg.”

“Het was pijnlijk om in onze verledens te wroeten”, zegt Bukvić, “Maar tegelijk is het heel belangrijk, omdat we vinden dat we met onze verhalen wel iets kunnen zeggen over deze tijd en over hoe we met vluchtelingen omgaan in Nederland. De noodzaak is hoog en de woede is heel groot. Maar voor ons persoonlijk was het niet gemakkelijk.”

In de voorstelling spelen de drie mannen zowel zichzelf als hun eigen moeder. “Dat vind ik heel belangrijk, want het is in bijna alle gevallen haar beslissing geweest om te vertrekken”, zegt Bukvić. “Allevier onze moeders zeggen: ‘Ik heb alles voor mijn kinderen gedaan’. Aan die keuze en die liefde zijn wij onderworpen. Dat is mooi, maar het leidt ook tot een soort compensatiedrang. Voor mij is dat een heel groot thema in mijn leven: hoe kan ik die keuze van mijn ouders de moeite waard maken.”

Voor Bukvić waren er twee plekken in haar jeugd bepalend voor haar keuze om het theater in te gaan. “In het asielzoekerscentrum zaten vooral Joegoslavische vrouwen en een paar getraumatiseerde, vaak invalide mannen. De situatie werd dragelijk gemaakt door heel veel verhalen te vertellen. Er was nauwelijks telefonisch contact, alleen af en toe brieven. Als er een brief uit Bosnië kwam was dat voor iedereen een geluid van thuis. Dan las mijn moeder die brief voor aan honderd vrouwen. Ook de erotische stukken. En later was ik in Limburg het enige niet gedoopte kind, maar ik ging wel met de school naar de kerk. Daar is mijn fantasie echt ontspoort. Ik dacht: er moet een vak zijn wat lijkt op dat wat die priester doet, maar dan zonder de religieuze boodschap. Dat ga ik worden.”

Een van de thema’s in de voorstelling is Bukvi? woede over wat ze de “gradaties van vreemdeling zijn” noemt. “Saman heeft een ‘terroristenbaard’ zoals we dat in de voorstelling noemen en het is duidelijk dat hij dagelijks wordt afgerekend op zijn uiterlijk. Alles wat ik heb meegemaakt is maar een flinter van wat Saman heeft meegemaakt. Als Saman op het podium staat is hij een kunstenaar en wordt er naar hem geluisterd, maar in het dagelijks leven wordt hij regelmatig bij een disco geweigerd en door de politie gecontroleerd.”

“We willen niet vervallen in een slachtofferrol, we nemen onszelf voortdurend op de hak. Maar ik vind het wel een groot en belangrijk verhaal om te vertellen en ik hoop dat er niet alleen kunstpubliek komt, maar ook beleidsmakers.”

Nobody Home speelt 11 t/m 14/12 en 16 t/m 18/1 in het Compagnietheater. www.nobodyhome.nl

 

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity