Recensie ‘Schiff der Träume’ van Deutsches Schauspielhaus Hamburg/Brandhaarden

Eindelijk kunnen de orkestleden afscheid nemen van hun geliefde dirigent, komt er ineens een groep Afrikanen het toneel over lopen. Het moment, vlak voor de pauze van de voorstelling Schiff der Träume van Schauspielhaus Hamburg is tegelijk een stevige breuk met het voorafgaande en tegelijk een zucht van opluchting.

Schiff der Träume is een van de vijf voorstellingen van Schauspielhaus Hamburg die nu in het kader van het festival Brandhaarden te zien zijn in de Stadsschouwburg Amsterdam. Regiseur Karin Beier, tevens intendant (artistiek leider) van het gezelschap maakt van de film E la nave va van Fellini uit 1983 een ‘Europees requiem’.

Een luxueus cruiseschip vol klassieke musici vaart over de Middellandse Zee, waar de as van hun even geliefde als tirannieke dirigent en componist moet worden verstrooid, op de klanken van zijn meesterwerk Human Rights Nr. 4. Aan boord spelen ze muziek, ruzieën ze en spelen ze geweldige slapstick rondom de urn.

Net als bij Fellini staat het schip symbool voor Europa, het bejaarde, decadente en navelstaarderige continent van oude cultuur en oude ideeën. Maar het interessante is dat Beier het idee serieus neemt dat ook haar Schauspielhaus zo’n droomschip is.

Vandaar dat de groep bootvluchtelingen die het cruiseschip uit zee oppikt gespeeld wordt door vijf Afrikaanse acteurs die in Duitsland spelen bij het kleinezaalgezelschap van regisseursduo Gintersdorfer & Klaßen. Meteen nadat ze opkomen nemen ze het toneel over met hun provocatieve en meer op het publiek gerichte stijl. “We zijn gekomen om jullie te helpen!”, zeggen ze nadat ze verteld hebben over de documentaires over Europese depressie en bevolkingsafname die ze in Abidjan hebben gezien.

Na de pauze komen de twee stijlen tot een soort synthese: opera en hiphopbattles, Pina Bausch en tango, dat werk. De lichte kitscherigheid wordt meteen omvergeworpen door de verschillende personages de drogredeneringen van progressieve mensen in het vluchtelingendebat tot in het extreme door te voeren. “Ik ben kunstenaar! Ik ben links!”

Aan het eind worden de Afrikanen door de purser van boord gebonjourd, er is een schip van grensbewaker Frontex gearriveerd. Dat maakt van Schiff der Träume een scherp statement over de omgang met andere culturen in de schouwburgen: ze mogen ons even vermaken, maar daarna moeten ze weer oprotten.

De gevolgen zijn volgens Beier (net als bij Fellini) ondubbelzinnig: het schip zinkt.

Maar al ruim voor de pauze kreeg ik overduidelijk de indruk dat de passagiers op het schip al lang dood zijn. Nog los van de urn die ze met zich meedragen als doel van hun reis maken ze spookachtige muziek op hun instrumenten en zeggen teksten als: “Dood zijn is moeizaam”, en “Je bent helemaal nog niet dood als je dood bent”. Halverwege zwemmen er hoog boven het toneel een paar vissen voorbij.

Een hevig cultuurpessimisme lijkt de rode draad in deze editie van Brandhaarden. De vier voorstellingen die tot nu toe te zien waren tonen versleten werelden met uitgebluste personages. Der Entertainer gaat over een afgegleden variétéfamilie en regisseur Christoph Marthaler zet op het podium van de schouwburg nóg een toneel, met nóg een familie losers met nóg foutere en stommere grappen.

In Schiff der Träume wordt datgene wat we in Europa vaak zien als bedreigend (vluchtelingen) gedraaid tot oplossing (“we komen jullie helpen”). Het is dezelfde truc die Michel Houellebecq toepast op de Islam in zijn laatste boek Onderworpen. Karin Beier zet het boek als lange monoloog op de planken (een absolute tour de force van toneelspeler Edgar Selge) als Unterwerfung en, ook al is het sardonische plezier van het boek meesterlijk omgezet in het spelplezier van Selge, ook hier staat de ineenstorting van de Europese humanistische traditie centraal.

Ook de beste en vrolijkste van de Brandhaardenvoorstellingen tot nu toe – Effi Briest – stemt uiteindelijk toch niet hoopvol. Het melodramatische boek van Fontane uit 1894 (jonge getrouwde vrouw heeft korte affaire, wordt jaren later zwaar gestraft) wordt verteld in een jaren zeventig radiostudio, waar de bewoners prachtige coverversies zingen van top 2000-hits. (De enorme muzikaliteit van de toneelspelers uit Hamburg is een ander leidmotief.) Maar uit al die liedjes, van God only knows tot Kiss blijkt dat onze liefdesmoraal in die kleine eeuw niet echt is veranderd.

Zo biedt deze dwarsdoorsnede aan Duits theater vooral eindtijdtoneel: mensen die worden verzwolgen door de wereld en als levende doden terugkijken op hoe het heeft kunnen gebeuren.

Schiff der Träume van Deutsches Schauspielhaus Hamburg. Gezien 26/2/16 in de Stadsschouwburg ihkv Brandhaarden. Brandhaarden duurt nog t/m 3/3. Meer info op www.ssba.nl/brandhaarden.

Interview Luk Perceval

interviews,Parool,PS Kunst — simber op 3 oktober 2010 om 17:25 uur
tags: , , , ,

Toneelregisseur Luk Perceval was een rebel in Vlaanderen, maar zette in 1997 zijn stempel op het theaterveld met Ten Oorlog!, de legendarische marathonvoorstelling waarin hij, met schrijver Tom Lanoye, de historische stukken van Shakespeare tot één megavertelling aaneen reeg. De Duitse versie, Slachten, effende de weg voor een carrière in de Bondsrepubliek, eerst in Berlijn, sinds vorig seizoen in Hamburg. Vrijdag en zaterdag staat zijn Hamlet in de Stadsschouwburg. “Het is een stuk van duizend-en-een vragen zonder loutering aan het eind.”

Perceval’s Hamlet zal de geschiedenis ingaan de de Hamlet met de twee Hamlets. De hoofdpersoon wordt door twee acteurs gespeeld, die zich steeds verder van elkaar verwijderen. “Die verdubbeling kwam voort uit close reading van de tekst”, zegt Perceval daags na de première aan de telefoon. “Shakespeare verwijst naar de schizofrenie van Hamlet, de dualiteit die in hem zit. Hamlet zegt zelf tegen het eind van het stuk dat hij niet alleen beslist: ‘ik ben niet alleen die ene Hamlet, maar ook die ander.’ Maar Hamlet toont volgens mij de gevolgen van een trauma: de moord op zijn vader. Mijn Hamlet is niet alleen een wijfelende romanticus, hij kent haat en liefdespijn.”

De beslissing om Hamlet op te splitsen werd ook relatief laat gemaakt. “Toen bekend werd dat ik Hamlet ging regisseren kreeg ik veel vragen van de acteurs. Het is natuurlijk een rol die iedere acteur graag wil spelen. Toen moest ik wel gaan bedenken of mijn Hamlet jong moest zijn of oud. Een hele jonge Hamlet geeft mij hetzelfde gevoel als Tsjechov door jonge acteurs: de jeugd heeft heel veel kansen voor zich, er mist een bepaald soort tragiek. Ik werk sowieso het liefst met oudere acteurs, die brengen hun levenservaring mee.” Met een hoorbare grijns: “Ja, ook in Vlaanderen al, maar er waren daar niet zoveel oudere acteurs meer die nog met mij wilden werken.” Uiteindelijk viel de keus op de jongere Jörg Pohl en de oudere Josef Ostendorf. “Jörg is een hele goede jonge acteur en Josef is de vleesgeworden gedachte.”

Continue reading “Interview Luk Perceval” »

Recensie: ‘Hamlet’ van Thalia Theater, Luk Perceval

buitenland,Parool,recensies — simber op 20 september 2010 om 10:43 uur
tags: , , , ,

“Sein”, zegt de ene Hamlet. “Oder nicht sein”, antwoordt de andere. En na een lange stilte de eerste weer: “Das ist die Frage?” Het is de kern van de Hamlet van de Vlaamse regisseur Luk Perceval, die nu al een aantal jaar in Hamburg werkt. Hij verdubbelt de hoofdpersoon en onderstreept daarmee de innerlijke strijd tussen gevoel en verstand. De tekst werd stevig bewerkt en tot twee uur ingekort door Günter Senkel de Turks-Duitse schrijver Feridun Zaimoglu. De voorstelling ging afgelopen zaterdag in première in het Thalia Theater, en is over twee weken al in Amsterdam te zien.

Het begin is meteen al van een onaardse schoonheid. De achterwand bestaat uit een eindeloze hoeveelheid opgehangen donkere, lange jassen, over de hele hoogte van het toneel, en bijna de hele breedte. De acteurs gehuld in hetzelfde soort jassen komen op door de kledingrekken heen, zodat de hele wand meegolft. Eerst een jongetje met een brief, dan een vrouw in een rolstoel, dan alle spelers in een schitterend tableau.

Linksachter zit Hamlet, een man in een enorme zwarte trui, met een kartonnen kroon op zijn hoofd en nog eentje op zijn schoot. En dan ineens in de tweede scène komt onder de kroon een hoofd omhoog, dat begint te spreken. Het lijkt alsof Hamlet een moeder is die een kind baart (en wiegt en bijna wurgt), maar tegelijkertijd wordt Hamlet zo ook opgedeeld in een hoofd en een hart. In de loop van de voorstelling komen de twee acteurs (Josef Ostendorf en Jörg Pohl) steeds verder los van elkaar te staan. De een kan alleen langzaam en gekunsteld bewegen en praten als een computer, de ander wordt steeds schreeuwender, expressiever en bloter; maar tot daden komen ze geen van beide.

In het zijlicht blijft de voorstelling donker en dreigend. Hamlet’s moeder Gertrude is wulps en vlezig in een te klein balletpakje, zijn vriend Laërtes loopt op stelten en diens vader Polonius is een vrouw in een rolstoel. Tijdens de belangrijkste scènes staat een hele groep kinderen toe te kijken, half verscholen tussen de jassen. Een opgezet rendier ligt voor op het toneel. Vrijwel de hele tijd speelt muzikant Jens Thomas piano, en zingt hij met hoge uithalen als Anthony and the Johnsons of Jeff Buckley. Maar ondanks deze overdaad voelt de voorstelling door de extreme stilering sober en uitgebeend aan.

“Hamlet is de Mona Lisa van het toneel”, zei regisseur Marcus Azzini, die zelf werkt aan zijn eigen versie bij Toneelgroep Oostpool. Dat klopt wel, maar het zijn de versies zoals deze van Perceval die laten zien hoe fris de taal ervan is en hoe vol onontdekte ideeën het stuk zit. En misschien is dat ook wel het onderwerp. De Hamlet van het hoofd heeft wel wat weg van het enige bekende Shakespeare-portret. Staat de vrijgemaakte hart-Hamlet misschien ook voor de vrijheid die iedere regisseur of toneelspeler moet nemen om de tekst tot leven te brengen? Deze versie is complexer en wellicht minder toegankelijk dan die van Thomas Ostermeier die vorig jaar in de Stadsschouwburg te zien was, maar heeft een visuele kracht die hem een onontkoombare theatergebeurtenis maakt.

Hamlet van Thalia Theater. Regie: Luk Perceval. Gezien 18/9 in Hamburg. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 8 en 9/10. Meer info op www.ssba.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity