Recensie ‘Rad van Fortuin’ van Bellevue Lunchtheater

Twee rondjes op de ring heeft Wanda er al op zitten in haar gele Mercedes. Nog een zou opvallen. Ze is ontslagen, maar heeft het haar man niet verteld en is ’s morgens gewoon ingestapt, op weg naar niks. De afrit die ze neemt brengt haar in een schimmige karaoke-bar waar Dolly Parton heerst en alleen kraanwater en tequila geschonken wordt.

Vera Ketelaars en Anne Gehring maakten als duo een paar geslaagde, intieme en poëtische voorstellingen op het Amsterdam Fringe Festival. In de nieuwste lunchpauzevoorstelling van Bellevue is Ketelaars nu alleen schrijfster, Gehring staat op de vloer met Sjaan Duinhoven en Albert Klein Kranenburg.

Gehring speelt Wanda met een soort uitgebluste paniek. Het is het soort vrouw dat altijd dacht dat ze haar lot in eigen hand had en een ontslag op basis van een loting verbrijzelt haar wereldbeeld. De karaokebar wordt gerund door Robin, een vrouw met een snor, en toevallig genoeg een jeugdvriendin van Wanda. Aan de bar, waar ze wekenlang dag in dag uit komt vluchten, probeert ze in het reine te komen met haar situatie.

Het decor (Sanne Danz) bestaat uit een deel van een cirkelvormige bar, dat slim rond kan rijden om een veel grotere ruimte te suggereren. De bar is daarmee zelf het rad van fortuin uit de titel. Aan weerszijden van het toneel hangt een beeldscherm voor de karaoke-teksten. Bij binnenkomst mag het publiek Ein Bisschen Frieden meezingen.

De ingrediënten zijn er, maar de voorstelling zelf blijft keurig. Vooral Duinhoven, die mooi speelt en zingt, is domweg niet ordinair genoeg voor de rol van vieze moppen tappende, working class glitterheldin, waardoor de dynamiek tussen haar en Gehring vlak blijft. Ketelaars schrijft vaardige dialogen, maar is soms al te subtiel. Vrijwel ongemerkt praat Wanda niet meer over zichzelf als ‘jij’, maar als ‘ik’. Ook de betuigde liefde voor Dolly Parton komt eerder over als een literair motief dan als een oprechte uiting van warmbloedige camp.

De pronte snor van Duinhoven en de unheimische travestie van Klein Kranenburg (die met een eng plasticine masker, zoals mimers Boogaerdt en Van der Schoot veel gebruiken, een oudere vrouw aan het eind van de bar speelt) geven de voorstelling een raadselachtig, genderbendend randje. Helaas blijft de lesbische romance die even lijkt op te bloeien onuitgewerkt.

Zo is Rad van fortuin een soort stilstaande road movie. Regisseur Lard Adrian weet van de losse elementen een onderhoudend uurtje theater te maken, maar echt rollen gaat het niet.

Rad van Fortuin van Bellevue Lunchtheater. Gezien 6/12/15 in Bellevue, aldaar t/m 27/12. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Wachten op Godot’ van Oostpool

Geen toneelstuk vertrouwder dan Wachten op Godot. We weten dat Godot niet komt, we weten net dat de hoofpersonen Vladimir en Estragon niet kunnen vertrekken en dankzij de strenge eisen van de erven Samuel Beckett weten we dat op het verder kale toneel één boom zal staan en dat de acteurs bolhoedjes zullen dragen.

Het geeft de nieuwe voorstelling van het modernistische meesterwerk –onlangs nog door lezers van theatertijdschrift TM en –website Moose gekozen tot beste toneelstuk aller tijden– door Toneelgroep Oostpool iets geruststellend vertrouwds.

Nederlandse regisseurs hebben vaak de neiging om het nauwe keurslijf van het stuk op te rekken, maar regisseur Erik Whien lijkt juist uit te proberen wat er gebeurt als je de aanwijzingen zo goed mogelijk volgt. En zie: het werkt. Wachten op Godot zit namelijk, ondanks het absurdisme, erg goed in elkaar.

We zien twee mannen bij een verwaaide berk, wachtend op een derde die niet komt. Ze verdrijven de tijd met praten en filosoferen, lijden aan honger en ander fysiek ongemak. Maar ze kunnen niet weg, ze wachten op Godot. Hun ledige bestaan wordt even opgeschud door de komst van twee andere reizigers, die wel weer verder gaan.

Deze dienstbare Godot wordt een heldere en frisse voorstelling, gedragen door een jonge cast met de lange, dunne Stefan Rokebrand als de flegmatieke Vladimir en de kleine, compact gebouwde acteur Sanne den Hartogh als de opvliegende Estragon. Ze zijn bijna een komisch duo, maar door door een doelbewuste timing –zoals in een bedaarde varieté-act met de hoeden- blijft Beckett’s abstractie intact.

Opvallend is het contrast met de twee andere personages Pozzo en Lucky. Ali Ben Horsting maakt van Pozzo bijna een circusdirecteur met zijn knallende zweep en zijn bulderende stem en Lard Adrian weet als Lucky een intens fysieke lijdzaamheid uit te stralen.

Over Godot is inmiddels veel geschreven, maar een recent boek van de Franse filosoof Pierre Temkine biedt een wel heel erg intrigerende interpretatie. In weerwil van de onbepaalde tijd en plaats van de handeling en de metafysische aspecten is Wachten op Godot volgens hem juist een historisch toneelstuk: Vladimir en Estragon zijn twee uit Parijs verdreven joden die in de lente van 1943 bij Roussillon wachten op een gids die hen naar neutraal gebied moet brengen.

Het lijkt vergezocht, maar als je de voorstelling met deze kennis ziet is het een verbijsterende ervaring. Het meest vertrouwde toneelstuk ineens weer als nieuw.

Wachten op Godot door Toneelgroep Oostpool. Gezien 27/10 in Amstelveen. In Amsterdam (Frascati) 3 t/m 7/11, tournee t/m 13/12. Meer info op www.oostpool.nl

Recensie: Bergen van Toneelschuur Producties

Parool,recensies — simber op 10 oktober 2008 om 13:04 uur
tags: , , , , ,

Ze zien eruit als verlopen superhelden, de drie acteurs uit Bergen. Bram Coopmans draagt een strak fluoriserend groen schaatspak; Lard Adrian heeft een houten zwaardje en knie- en scheenbeschermers; en Ali Ben Horsting draagt een rugzak over zijn blote bast. Maar hun haar is grijs. De drie acteurs, in de kracht van hun leven, spelen drie oudere vrienden op hun jaarlijkse gezamelijke uitstapje. Maar hun vriendschap valt uit elkaar, net als hun jeugd.

De keuze viel dit jaar op Noorwegen en de filmpjes van de drie acteurs die achterin het decor -een  soort enorme flightcase met een langwerpige uitsparing- worden geprojecteerd tonen vaak ongenaakbare natuur met nietige mensen. Ze praten veel, erg veel over de teloorgang van hun lichamen en van hun idealen, de cholerische Beer, de altijd optimistisch gebleven Silo en de passieve Chres. “We zijn drie versleten dieren die bij elkaar schuilen in de stal.” Er is ook ruzie, maar het is niet zo duidelijk waarom.

Bergen is een nieuwe tekst van Rob de Graaf, op maat geschreven voor de drie acteurs en regisseur Erik Whien. Whien maakte anderhalf jaar geleden met dezelfde spelers het prachtige Narziss & Goldmund. Daarin maakte Whien de theatersituatie op intelligente wijze expliciet: drie saaie bibliothecarissen vonden een kinderlijk enthousiasme in het navertellen van het boek van Hesse, waarbij hun fysieke spel net zo belangrijk was als de tekst.

Het probleem met de huidige voorstelling is dat de de acteurs, die alledrie zo sterk zijn in lichamelijk spel, nu te zeer zitten opgesloten in de grote berg tekst. Ben Horsting kan er het beste mee overweg. Zijn personage Silo wilde hierheen komen om een bijzondere meteorenregen te zien, die natuurlijk vervolgens uitblijft. (Overigens lijkt die zoektocht naar ruimtegruis en zelfinzicht in Noorwegen een duidelijke verwijzing naar Nooit meer slapen van Hermans, maar dit wordt verder niet uitgewerkt.)

De teksten van De Graaf zijn altijd abstract en hebben geen spannend verhaal. Het is dus aan de regisseur om in die tekst het drama te zoeken, en daarin is Whien te weinig geslaagd. Bergen is onderhoudend, maar niet veel meer.

Bergen door Toneelschuur Producties. Regie Erik Whien. Gezien 8/10/08 in Haarlem, tournee. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 20/11 t/m 23/11. Meer info op www.toneelschuur.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity