Recensie: Kamp Holland van Orkater

Parool,recensies — simber op 7 november 2008 om 02:30 uur
tags: , , , ,

Het is eigenlijk embedded theater. Geert Lageveen en Leopold Witte -schrijvers en acteurs bij Orkater- vroegen zich af wie ‘onze jongens’ zijn die naar Afghanistan worden uitgezonden, schreven een brief aan het ministerie van Defensie en werden tot hun schrik uitgenodigd om zelf eens te komen kijken. In mei waren ze twee weken te gast in Kamp Holland in Uruzgan. Ze schreven er een populair Volkskrant-weblog en daarna de tekst voor de muziektheatervoorstelling Kamp Holland die gisteren in première ging.

In losse scènes volgt Kamp Holland een kleine compagnie vlak voor en tijdens hun tour of duty. Een vader vraagt aan zijn zoon of hij een militaire of een gewone begrafenis wil – dat moet van het nabestaandenprotocol, de groep krijgt de meest basale culturele training en voorlichting over bermbommen en dan zijn ze al in het kamp, een constructie met een container en veel trappen. Daar leren ze in hoog tempo het soldatenjargon en zich vervelen en tenslotte mogen ze eindelijk datgene doen wat ze zowel willen als vrezen: de poort uit.

Lageveen en Witte kiezen onomwonden voor het perspectief de belevingswereld van de soldaat in het veld ten opzichte van de politici en generaals thuis. Hun redeneringen worden scherp gemonteerd tegenover de keuzes waar de jongens voor staan. Dat geeft de voorstelling integriteit, maar slaat de problematiek ook een beetje plat. De schrijvers hebben echter een uitstekend oog voor hoe de manschappen met elkaar omgaan en hoe ze praten – er zit een geweldige scène in waarin aan ons Nukubu’s (nutteloze kut burgers) de PGU (persoonsgebonden uitrusting) wordt uitgelegd en de combinatie van schrik en euforie na een eerste schot is raak getroffen. De acteurs (meest van vergelijkbare leeftijd als de soldaten in Afghanistan) weten het authentiek te brengen, met als uitschieter Kees Boot als wereldwijze sergeant.

Maar de voorstelling lijdt onder de gekozen vorm. De spelers lopen de hele tijd in wit ondergoed met beige Palladium schoenen eronder. Dat maakt ze kwetsbaar en kinderlijk, maar geeft de personages ook iets onoverkomelijk lulligs. Ze zijn misschien onvolwassen en moreel niet op hun taak berekend, zoals de makers in het begin lijken te suggereren, maar voor hun borst hangt toch altijd een dodelijk wapen.

Daarnaast lukt het zowel de muziek -tamelijk inwisselbare moderne rock van het bandje Susies Haarlok, hier en daar met Afghaans accent- als de choreografie -semi-gedisciplineerd door elkaar geloop- niet om het verhaal goed te ondersteunen. Daar door is de voorstelling niet lucide zoals de reportages van Arnon Grunberg over Afghanistan, maar ook weer niet emotioneel diepgravend als Heddy Honigmann’s documentaire Crazy. Maar als inkijkje in het militaire wereldje is Kamp Holland zeker geslaagd.

Tegelijk met de voorstelling verscheen ook het boekje Tragische Helden, met daarin het dagboek van Lageveen en Witte, foto’s en teksten uit de voorstelling. Dat is dan weer LVT (leuk voor thuis).

Kamp Holland van Orkater. Gezien 6/11/08 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 24/12 t/m 3/1. Tournee t/m 1/2/09. Meer info op www.orkater.nl

Recensie: De man die zijn hoofd afzette van Susies Haarlok

Parool,recensies — simber op 14 december 2006 om 10:26 uur
tags: , , ,

Het lijkt een trend: bandjes die liever theater maken dan rokerige poptempels afstruinen. Groepjes als Pips:lab, Touki Delphine (voorheen Kopna Kopna) en nu Susies Haarlok proberen de energie van een popconcert de theaterzalen in te brengen. Susies Haarlok bestaat uit vijf leden (toetsen, bas, drums en twee gitaren), de meesten met een conservatorium-achtergrond.

Het verhaal -van Emanuel Muris- is eenvoudig: een lichaam vindt de gedachten van zijn hoofd te zwaar en besluit het af te zetten. Met eenvoudige theatrale middelen wordt de scheiding verbeeld: het hoofd is een acteur in een tafel, het lichaam is een andere acteur met opzetnek. Het hoofd zingt peinzende liedjes en haalt treurige herinneringen op aan overreden poezen en wegverhuisde liefdes, en het lichaam springt energiek uit de band. Aan het eind lijken ze elkaar weer te vinden in hun gezamelijke liefde voor koffie.

Dat is allemaal reuze sympathiek, maar de voorstelling gaat toch mank onder een gebrek aan theatrale verbeeldingskracht. Waar Pips:lab technologisch grensverleggend is en Touki Delphine uit een aantal eigenzinnige muzikanten bestaat, heeft Susies Haarlok weinig meer te bieden dan een paar speelse vondsten in de aankleding en -erger- komt hun muziek niet verder dan flauwe gitaar- en orgelrock. De man die zijn hoofd afzette voelt dan ook eerder aan als een aangekleed concert dan als een muziektheatervoorstelling.

Toch zijn een aantal van hun vondsten heus wel aardig. Vier hoofdloze muzikanten die uit hun dak gaan is een mooi beeld en het gebruik van koffiezetapparaten als muziekinstrumenten en overhead projectors om live-animaties van droombeelden te maken is niet bijster origineel, maar wel leuk gedaan. Bovendien kunnen de vijf muzikanten mooi a capella samenzingen en heeft regisseur Matthias Mooij hen tot prima acteerprestaties gebracht.

Wellicht werkt deze voorstelling beter in de informelere sfeer van een popzaal, maar in het theater weet hij niet een uur lang te boeien.

Theater De man die zijn hoofd afzette van Susies Haarlok. Gezien 13/12/06 in Frascati, aldaar t/m 23/12. Meer info op www.susieshaarlok.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity