Recensie: ‘Free Mason’ van Tjon Rockon

recensies — simber op 21 oktober 2011 om 09:55 uur
tags: , , , ,

Je moet maar durven: met een groot houten kruis over de Kruiskade in Rotterdam lopen en “Mason was een vis!” roepen. De drugsverslaafde bewoners van de Pauluskerk, de afwassers van de Chinese restaurants en wachtende passagiers bij de tramhalte kijken er verbijsterd naar. Sandro Lima schreeuwt als een bezeten godsdienstwaanzinnige teksten over Mason de verlosser.

Even ervoor zijn we bij de Schouwburg opgehaald door een oude man in een wit pak die Suriname bezingt, begeleid door een trompet. In een lange sliert lopen de toeschouwers door het centrum van Rotterdam, steeds begeleid door een paar Surinaamse spelers.

Tjon Rockon is een jonge, Rotterdamse theatermaker met Surinaamse roots. Hij viel de afgelopen jaren op als speler in voorstellingen van Made in da Shade en daarna als maker van gedurfde, performance-achtige voorstellingen. Free Mason, met als uitgangspunt Surinaamse begrafenisrituelen, maakte hij op Oerol – voor De Internationale Keuze bewerkte hij het tot een stedelijke versie, waar het hele verhaal me sowieso meer op z’n plek lijkt.

De optocht eindigt in een open bergruimte onder een stadsflat met veel beton en metalen kooien. Hier staat een grote witte doodskist met een vlag eroverheen. Er is een hond, getrommel, het ruikt naar wierook. We zijn op de begrafenis van ene Mason, maar veel komen we niet over hem te weten. Vijf mannen, allen suri’s met baarden, hebben allemaal zo hun eigen manier om met de dood om te gaan. Het lijkt een soort fantasie-ritueel, met godsdienstige extase, het plengen van sterke drank, winti, het uitdelen van taart, het ritmisch chanten van ‘iene-miene-mutte’ –het publiek doet enthousiast mee – en geborneerde wrok.

Mike Libanon speelt de achterblijver die nog een appeltje te schillen heeft met de overledene: “Maak die kist open! Even verifiëren. Even kijken of ik het niet zelf ben.” Zijn autoriteit geeft de voorstelling gewicht, terwijl de clownerie van Chiron Holwijn (met indianentooi, nertsencapen en trainingsbroek) het steeds licht houdt. Is dit een serieus begrafenisritueel of worden we met z’n allen in het ootje genomen? De absurde en ironische toon is prettig ambigu en deed me denken aan De Warme Winkel en Nik van den Berg.

Dan breekt regisseur Tjon Rockon gewelddadig in in de voorstelling. Met stoelen smijtend verwijt hij de spelers dat ze maar wat doen: “Wat heb jij eigenlijk met Suriname?” Het is een rare ingreep, vooral omdat hij zonder veel verdere uitleg van het toneel verdwijnt en het ritueel gewoon doorgaat, maar nu met een iets oprechtere toon. De overgebleven spelers kleden zich allemaal in het wit en nemen de kist mee naar buiten, waar de dansende stoet in een park tussen enkele vuren eindigt.

Zo is Free Mason een nogal dubbelhartige voorstelling geworden, waar ironie en zuiverheid naast elkaar willen staan. Als je dat bewust wilt doen is het lastig, maar als je het gewoon laat gebeuren, zoals Lima met het kruis voor de Pauluskerk, is het schitterend.

Recensie: ‘HRMNNH! Kung Fu Hossel’ van Made in da Shade

Parool,recensies — simber op 18 april 2007 om 08:32 uur
tags: , , , ,

Eigenlijk is er maar één urban theatergroep in Nederland en dat is Made in da Shade. De groep van schrijver Maarten van Hinte en regisseur Marjorie Boston, die in een langdurige fusie met theatergroep Cosmic is verwikkeld, mengt hiphop, streetdance en verwijzingen naar films en videoclips met meer traditioneel, verhalend theater.

In hun nieuwe voorstelling HRMNNH! Kung Fu Hossel bekijken ze op luchtige wijze de speciale verbinding tussen urban cultuur en oosterse vechtsporten, die loopt van de blaxploitation films uit de jaren zeventig, via hiphop supergroep Wu Tang Clan tot de film Ghost Dog met Forest Whitaker als samurai.

De acht acteurs, onder wie stand up comedian Howard Komproe, presentatrice Marit van Bohemen -opvallend goed schakelend van onzeker meisje naar stoere vechtbabe- en jonge zangeres Senna, vertellen in korte, vaak grappige scènes het verhaal van drie weeskinderen in een dorpje in de woestijn. Ze worden beschermd door een mysterieuze oude vrouw en een blinde man tegen de machtige Kung Fu meester Hari Te. Acteur Tjon Rockon is overigens erg leuk als Hari Te; hij doet schlemielig en verwijfd, maar blijft het coolst van iedereen

De liefhebbers van Kung Fu films komen volop aan hun trekken: alle clichés -de oude, fragiele mensen die meesterlijke vechters blijken, de leerling die zijn meester moet verslaan en de wijsheid dat het de grootste kunst is om je vijand te verslaan zonder te vechten- worden van stal gehaald en er wordt ook flink gevochten, soms met special effects geprojecteerd op de achterwand, soms met acteurs aan kabels, maar meestal op de vloer, met stokken, zwaarden en acrobatische bewegingen, waarbij de andere acteurs via high-tech foefjes de geluidseffecten verzorgen.

Voor het grootste deel werkt het: de uitzinnige mix van vechtsport, sprookjes, zen-wijsheden, hiphop, The art of War en karaoke is intens en erg geestig. Soms vliegt het uit de bocht, vooral als spelers even zichzelf spelen of hun personages gaan ruilen krijgt de voorstelling een beetje een lullige toon, die niet past bij de opgebouwde sfeer.

Ook probeert de groep het thema van noodzakelijk geweld actueel te maken met verwijzingen naar Afghanistan -“We komen hier niet om te vechten, maar om op te bouwen”-, maar dat blijft te plat. Toch is het een geslaagde onderneming, en een duidelijke stap vooruit voor Made in de Shade. Eerdere voorstellingen verzopen nogal eens in plat moralisme en overdreven high-tech gedoe, maar in deze voorstelling is de balans gevonden

HRMNNH! Kung Fu Hossel van Made in da Shade en Cosmic. Gezien, 17/4/07 in De Krakeling, tournee t/m 9/6. Nog in Amsterdam: De Meervaart 26/5, Frascati 5 t/m 9 juni en tijdens de ZO Theaterdagen 26/4. Meer info op www.shade.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity