Interview Steven Smith over Shakespeare

interviews — simber op 18 september 2012 om 16:00 uur
tags: , ,

Dit najaar is een enorme hoeveelheid Shakespeare voorstellingen te zien in de Stadsschouwburg. Toneelgroep Amsterdam herneemt Othello, Macbeth, Het temmen van de feeks en de magistrale marathon Romeinse Tragedies, en daarnaast zijn internationale voorstellingen te zien als African tales after Shakespeare van de Poolse regisseur Warlikowski en een Koerdische Hamlet. Wat is toch de voortdurende aantrekkingskracht van de bard?

Voor de Engelse universitair docent Steven Smith is het antwoord duidelijk: “Het is zijn taal. Hij was de eerste die de taal van de straat plukte en in voorstellingen gebruikte naast de meer verheven stijl van hoe aan het hof werd gepraat. Zo gaf hij als zijn personages zijn eigen stem en in zijn stukken liet hij ze vooral over zichzelf praten, over hun gevoelens. Dat gaf een soort realisme op het toneel die we sindsdien als de standaard zijn gaan beschouwen voor acteren.”

Smith kwam al jong in aanraking met Shakespeare, op English School deed hij mee met uitvoeringen van Macbeth. Dertig jaar geleden kwam hij naar Amsterdam, waar hij aan de UvA Engels doceert en aan theaterwetenschappers de werkgroep Performing Shakespeare geeft. “Het eerste dat ik mijn studenten duidelijk wil maken is dat hij een showman was, een zakenman. Geld verdienen was zijn belangrijkste drijfveer. Al het andere volgt daaruit. En hij was waarschijnlijk ook behoorlijk succesvol: hij had een eigen groep en aan het eind van zijn carrière kon hij het zich permitteren om op het platteland met pensioen te gaan. Het is overigens wel belangrijk om te zeggen dat we over Shakespeare’s leven heel erg weinig weten.”

“Wat mij interesseert is het verbond dat Shakespeare en zijn groep hadden met hun publiek. Hij moet een trouw vast publiek gehad hebben. Zijn spelers waren waarschijnlijk erg goed en hij schreef rollen speciaal om hun kwaliteiten uit te buiten. Na een eerste serie stukken over de Engelse geschiedenis verbreedde hij zijn verhalen en thema’s en nam zijn publiek steeds een creatieve stap verder mee.”

“De verhalen zijn aardig, maar niet zo bijzonder. Hij heeft bovendien nooit zelf een verhaal verzonnen. Hij stal, bewerkte en vermengde verhalen die hij las of hoorde. Het gaat erom hóe hij ze vertelt.”

Maar als de taal zo belangrijk is, kun je Shakespeare dan wel in een andere taal spelen? “Tsja, je kunt de wereld Shakespeare natuurlijk niet ontzeggen”, zegt Smith droogjes. “Maar neem een zinnetje als ‘To be or not to be, that’s the question’. Dat is helemaal ritmisch totaan dat woord ‘question’, dat er net niet in past – zo vertelt hij je als toeschouwer dat het juist dáár om draait. Dat is zo knap en muzikaal en hij doet dat voortdurend. Dat is in een vertaling eigenlijk niet te vatten, daarin moet je keuzes maken.”

Theatermakers in Nederland vinden die noodzaak om keuzes te maken vaak juist een zegen, omdat het vrijheid geeft. Maar Smith is niet bijster te spreken over de Nederlandse uitvoeringen die hij ziet. “Ik heb in Europa vaak het gevoel dat het stuk gekaapt is en dat het meer over de angsten en preoccupaties van de regisseur gaat dan over Shakespeare. Er lijkt een checklist te bestaan; in iedere voorstelling zit geschreeuw, grof geweld, expliciete sexualiteit enzovoort. Ja, natuurlijk is Shakespeare ook gewelddadig, maar je moet dat zien in een tijd waarin de gemiddelde leeftijd 38 was en de kans om met geweld in aanraking te komen veel groter was. We moeten zijn thema’s begrijpen in onze tijd. Bovendien geloof ik dat theater in de eerste plaats entertainment is. Het is mooi als het tot nadenken stemt, maar als dat het eerste doel is wordt het vaak zelfingenomen.”

Maar toch waardeert hij wel de experimenteerlust van het Europese theater: “Ik zag een Hamlet van Luk Perceval en los van het feit dat daar een blinde vrouw in een rolstoel op het toneel stond die ik niet ken uit het stuk, had die de briljante vondst om Hamlet door twee acteurs te laten spelen, een jonge en een oude: dat klopte precies met het renaissance-idee over een koning die een publiek persoon is en een echt mens.”

Er wordt vaak gezegd dat als Shakespeare nu zou leven hij in Hollywood zou werken. “Misschien ja, maar ik geloof eigenlijk dat hij bezig zou zijn om verhalen te vertellen met mobiele telefoons of iets dergelijks. Hij was zeer geïnteresseerd in moderne technologie. De technologie van die tijd was architectuur. Hij werkte in de eerste speciaal gebouwde theatergebouwen, waarin je acteurs ook kon verstaan als ze fluisterden. Dat was een enorme verbetering ten opzichte van de markt waar een acteur moest concurreren met de viskoopman.”

Alle Shakespeare-voorstellingen in de Stadsschouwburg zijn te vinden op: www.ssba.nl/shakespeare

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2024 Simber | powered by WordPress with Barecity