Oerol: het eiland als werkplaats

overig — simber op 20 mei 2008 om 16:27 uur
tags: , , , ,

Geschreven voor de programmakrant van Oerol, afgelopen zaterdag meegestuurd met NRC Handelsblad.

Oerol is een festival dat jonge theatermakers ruimte geeft om zich te ontwikkelen. Al in 1996 startte directeur Joop Mulder het ‘schuurtjestheater’, waarin jonge makers binnen de beperkte mogelijkheden van een boerenschuur de mogelijkheid kregen om onderzoek te doen, hun grenzen te verkennen en uiteindelijk een voorstelling te maken. De vorm van deze werkplaats is in de loop der jaren veranderd, maar de basis blijft de begeleiding van jong talent in het specifieke genre van het locatietheater.

Een van de makers die dit jaar is uitgenodigd is Madeleen Bloemendaal (1982) die in een duinpan bij Paal 8 de voorstelling De ronde van de rode rugzakjes maakt. Bloemendaal studeerde in 2004 af als theatermaker aan de Toneelacademie Maastricht en voor haar eerste Oerol-voorstelling werkt ze met een groep studenten van diezelfde school. “Het wordt een voorstelling over een reiziger die de wereld afreist op zoek naar een plek waar hij zich thuis voelt”, vertelt Bloemendaal, “Maar delen van zichzelf komen in opstand. De stemmen die iedereen wel eens hoort in z’n hoofd krijgen een lichaam: een saboteur, iemand die de moed erin houdt, iemand die humor heeft. De reiziger wil steeds dóór, maar zijn binnenwereld dwingt hem tot stilstaan. Het wordt een bewegingsvoorstelling met veel humor.”

De inspiratie voor de voorstelling haalt ze uit een eigen ervaring: “Ik heb een tijd geleden een meditatiecursus gedaan. Het was tien dagen, je mocht niet praten en je moest tien uur per dag mediteren. Ik vond het vreselijk. Maar die innerlijke stemmen werden ineens heel concreet. Eén stem zei: ik wil weg! Maar een andere zei: ik ben toch iemand die nooit opgeeft? Echt als een soort radio in je hoofd. Pas toen ik de humor er van in zag werd het dragelijk en leuk. Introspectie lijkt iets heel zwaars, maar toen werd het ook grappig, licht en creatief.”

“Het idee voor deze voorstelling was er gewoon ineens, zonder dat ik had bedacht of het zou kunnen, of waar het zou moeten. Maar al snel bedacht ik dat Oerol een goede plek zou zijn, omdat hier locatietheater zo’n belangrijke rol speelt. Ik heb toen een plan geschreven en dat naar Jos Thie gestuurd. We hebben er een paar keer over gesproken en het klikte wel. Ik vind Terschelling ook een prettige plek, ik kan hier loskomen van de sneltreinvaart van de stad.”

“De voorstelling speelt in een hele verre duinpan. Vanaf de parkeerplaats is het zeker nog twintig minuten lopen naar de locatie. Maar het klopt heel erg. De reiziger uit de voorstelling raakt ver van de wereld. Als je in die duinpan staat voel je je heel nietig. De voorstelling speelt tijdens zonsondergang en begint al tijdens de wandeling ernaartoe: de fysieke tocht wordt een tocht door de binnenwereld. Maar voor het repeteren zal het wel lastig worden.”

Een van de mensen met wie Bloemendaal zich als maker verwant voelt is Jetse Batelaan. Batelaan studeerde in 2003 af aan de regie-opleiding Amsterdam en maakte sindsdien naam met absurde mimevoorstellingen als Echte vrouwen joggen in regenpak, Toe vader, drink en Voorstelling waarin hopelijk niets gebeurd. Twee jaar geleden maakte hij op Oerol de veelgeprezen voorstelling Broeders, dit jaar is hij (net als vorig jaar) op Terschelling om een aantal van de jonge makers te begeleiden.

“Het is een bescheiden rol, hoor”, relativeert Batelaan, “’begeleiden’ klinkt ook een beetje paternalistisch; alsof ik het allemaal al weet. ‘Hulpje’ of ‘een extra paar ogen’ zou misschien beter zijn. Maar het is ook een verleidelijke rol. Vorig jaar werd ik een soort ANWB voor artistieke problemen. Dan ging ik langs bij een doorloop van een bevriende groep als het eerste, naïeve paar ogen. Ik zie niet wat de makers bedoelen, maar juist datgene wat overkomt bij het publiek.”

“Bij de mensen die ik heb begeleid is het contact intensiever. Dan voeren we gesprekken het idee van de maker. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat ze zo radicaal mogelijk moeten vertellen wat ze willen vertellen. In die gesprekken gaat het er dan vooral over wat iemand nou echt wil. Soms raken makers verstrikt in bangigheid of paniek, maar het meest interessant is het toch om de consequenties van je keuzes tot het eind door te voeren.”

“Tijdens het eerste gesprek zal ik vooral moeilijk doen, mensen vragen naar hun uitgangspunten, veel ‘waarom?’ vragen. Het is fijn als mensen dan eigenwijs blijven. Dat ze wel luisteren en nadenken, maar het uiteindelijk toch op hun eigen manier doen. Maar ik moet wel oppassen dat ik me er niet te veel mee ga bemoeien.”

Batelaan zegt zelf ook veel baat te hebben bij het begeleiden van anderen: “Op Oerol leer ik heel veel over het ambachtelijke werk van voorstellingen maken. Je ziet miniprobleempjes en omdat ik een beetje op afstand zit kan ik goede nadenken over hoe ik dat zou oplossen. Voor mij is het echt een oefening in ambachtelijk theater maken. Bovendien ben ik iemand die voorstellingen erg vanuit zichzelf maakt, in m’n eigen wereld. Dus het is voor mij heel goed om buiten m’n eigen kader te kijken.”

“Toen ik twee jaar geleden Broeders maakte, merkte ik hoe fijn het is om twee maanden teruggetrokken op een eiland te zitten. Je kan met de groep een enorme concentratie bereiken. Je gaat weg uit de stad, en lekker buiten, los van andere verplichtingen ga je in de snelkookpan. Het is ook tamelijk uitputtend om een voorstelling te maken in de buitenlucht; je moet hard werken en veel technische dingen zijn minder vanzelfsprekend dan in een zaal. Pas als het festival begint en je de publieksstromen ziet, merk je ineens dat er allerlei andere groepen ook bezig zijn geweest, dat er overal theater is.”

Nadat hij vorig jaar interim-directeur was van het hele festival, is Jos Thie dit jaar verantwoordelijk voor het werkplaats-gedeelte van de programmering. Zijn doel is, naast het verder verbeteren van de kwaliteit van het gebodene, vooral het kijken naar internationale mogelijkheden. “Je ziet dat de afgelopen jaren de kwaliteit van het Nederlandse lokatietheater erg hoog is geworden. Vanuit de buitenlandse festivals wordt specifiek gevraagd naar de toegankelijke, beeldende voorstellingen die hier gemaakt worden.”

“Er is een specifiek Nederlandse school opgekomen van kunstenaars als Lotte van den Berg, Boukje Schweigman, Theun Mosk, Jetse Batelaan en anderen, die op zoek willen naar grensverleggende ervaringen. Zij zijn opgegroeid met de ruimte die Oerol biedt voor lokatietheater dat verder gaat dan alleen amusement, sommigen kwamen als kind al met hun ouders mee. We hebben hier echt een langere traditie, terwijl buitenlandse festivals deze artistieke verdieping pas net ontdekken.”

De resultaten zijn er dan ook naar. De voorstelling die Alexandra Broeder vorig jaar op Oerol maakte stond was later die zomer in Italië te zien en De Jongens gaan met de voorstelling die ze deze editie gaan maken naar Graz. Broeders spant de kroon. Batelaan’s voorstelling werd gevraagd voor de uiterst prestigieuze Wiener Festwochen. Lokatietheater is hoge kunst aan het worden.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity