Profielen: M-lab, Frascati, Discordia, Suburbia

overig,Theatermaker — simber op 5 januari 2009 om 11:41 uur
tags: , , ,

In het decembernummer van TM een overzicht van alle nieuwe/vernieuwde instellingen in het nieuwe subsidieplan. Hieronder die van mij over M-lab, Frascati, Discordia en Suburbia.

M-lab

De Basisinfrastructuur kent niet veel geheel nieuwe instellingen, het productiehuis voor muziektheater M-lab is een van twee nieuwkomers. En dat is opvallend, want het initiatief voor deze broedplaats komt van musicalkoning Joop van den Ende. Hij miste in Nederland een plek waar kleinere, experimentele musicals ontwikkeld kunnen worden en besloot in 2006 met zijn Vandenende Foundation startkapitaal te verzorgen voor een nieuw initiatief. M-lab streek neer aan de Ponthaven in Amsterdam Noord en schrijver en regisseur Koen van Dijk (o.a. Cyrano en Joe) werd artistiek leider. En nu is er dus een bescheiden structurele subsidie voor de produktiehuisactiviteiten. De Vandenende Foundation blijft daarnaast tot 2010 garant staan voor de expoitatie.

Maar subsidie voor musicals, is dat nou wel nodig? “In Nederland is musical synoniem met groot decor, veel kostuums en het gaat nérgens over”, stelt Van Dijk: “Dat zijn wij juist níet aan het subsidiëren. Als mensen bij ons komen zeggen ze achteraf: dit is geen musical, dit vond ik leuk! Wij gebruiken dan ook liever de term muziektheater. Wij zijn op zoek naar het publiek dat normaal naar toneel of opera gaat en we laten ze iets zien dat wél spannend en stimulerend is en je aan het denken zet.”

M-lab heeft zichzelf drie taken gesteld: de belangrijkste daarvan is het ontwikkelen van nieuwe Nederlandse muziektheatervoorstellingen (zes tot acht producties per jaar). Daarnaast wil het productiehuis bestaande (veelal buitenlandse) scripts ensceneren (twee of drie producties per jaar) en tenslotte fungeert de zaal als try-out podium voor derden.

Vooral het ensceneren van bestaande scripts lijkt Van Dijk na aan het hart te liggen: “Het is in Nederland heel erg lastig om werk van bijvoorbeeld Stephen Sondheim opgevoerd te krijgen. Producenten vinden het te risicovol, omdat het niet beantwoord aan de verwachtingen van het musicalpubliek, en kunstliefhebbers doen er denigrerend over omdat het musical wordt genoemd. Terwijl zijn werk in Engeland of Amerika wordt uitgevoerd door operahuizen als Covent Garden of de New York City Opera.”

“Maar het hoofddoel is het ontwikkelen van nieuw repertoire. Dat kunnen we niet aan het veld overlaten. Van de vijftien grote musicals die per jaar in première gaan is er maar één nieuw Nederlands werk. Twee jaar geleden Doe Maar, vorig jaar Ciske, de rest zijn eigenlijk allemaal klassiekers. Het is de producenten ook niet echt aan te rekenen, zij houden ook maar net het hoofd boven water.”

“We willen naast schrijvers ook andere makers –regisseurs of uitvoerenden- een kans geven, maar dat is ondergeschikt. Als we een script hebben dat wij interessant vinden zoeken we daarbij de beste mensen om dat hier uit te voeren. Zo hebben we met Bingo! van Clark Accord en Orville Breeveld zangers als Manoushka Zeegelaar Breeveld en Jetty Mathurin laten spelen. Dat is belangrijk, want dan pas kun je zien of het script goed is.”

Van Dijk ziet openheid en diversiteit als de belangrijkste kenmerken van M-lab ten opzichte van andere muziektheatergroepen of productiehuizen in het veld: “Een groep als Orkater heeft een eigen stijl en wil die doorgeven. Wij willen juist divers zijn. We hebben met Impact een gospel-musical gemaakt, maar ook De Vliegende Hollander, die veel meer op opera geënt was. En wij nodigen makers –ook bij deze- van harte uit om scripts in te sturen.”

In de gesubsidieerde wereld blijft Van Dijk met zijn goede contacten met commerciële partijen een vreemde eend in de bijt. Zijn enthousiasme over nieuw en onbekend repertoire gaat hand in hand met de wens om een groot publiek te bereiken en met creatieve ideeën om M-lab zichzelf te laten bedruipen. “Ik ben schrijver en regisseur geweest, bij Joop van den Ende, dus ik kom zelf uit de commerciële wereld. Ik wil een artistiek inhoudelijke productie maken maar daar dus wel publiek voor vinden. Iets prachtigs maken voor twintig mensen is niet mijn ding. Wat onze hoop is, is dat dingen die wij ontwikkelen worden opgepikt en uitgebaat door vrije producenten. Wij maken de afspraak met de schrijvers dat een deel van de auteursrechten die ze dan krijgen terugvloeit naar M-lab. Zo genereren we steeds een beetje meer eigen inkomsten.”

Is Amsterdam Noord wel de beste plek voor zo’n podium? Van Dijk moet lachen om die vraag. “We zitten zeven minuten van Amsterdam Centraal. Er vaart een speciaal pontje naar M-lab. Als dat niet in het centrum van Nederland is, wat dan wel? We hebben wel gekeken naar plekken in de Binnenstad, maar hier hebben de we de vrijheid; én een zaal met 150 stoelen, én een repetitieruimte, en een geweldig restaurant naast de deur [De Goudfazant]. Nee hoor, wij zitten hier uitstekend.”

Frascati

In Amsterdam zijn podium en productiehuis Frascati en werkplaats het Gasthuis gefuseerd. Van het Gasthuis komt de nieuwe directeur –Mark Timmer- en van Frascati komt de naam: Frascati wordt de vlag voor alle activiteiten. Timmer wil een flexibel productiehuis dat (streng geslecteerde) makers de ruimte geeft om verschillende richtingen te onderzoeken. “als je de juiste persoon gevonden hebt, dan moet je zo iemand de maximale vrijheid geven. Daar zit de signatuur van het huis Frascati”, aldus Timmer vorige maand in TM.

Daarnaast wil Timmer verbindingen leggen tussen het productiehuis en de vaste bespelers van de zes zalen die hij programmeert (3x Frascati, 2x Brakke Grond en het Gasthuis, dat inmiddels is omgedoopt tot Frascati WG). Daarbij komt de nadruk iets minder te liggen op multicultureel. “Diverser publiek is geen doel op zich. Het doel is dat we een diverser publiek gaan vinden bij het soort aanbod dat wij brengen. Wij noemen dat ‘Tweede Fase theater kijken’. Elders is de relatie tussen je ervaringswereld en dat wat je op scène ziet meer één op één. Hier is het iets complexer.”

Maatschappij Discordia

Discordia is terug van weggeweest. Tot 2001 kreeg de groep subsidie en vanaf 2009 opnieuw, na positieve adviezen van zowel het NFPK+ als de Amsterdamse Kunstraad. Wat is er in de tussentijd veranderd?

“We hebben veel respect gekregen voor het feit dat we acht jaar zonder subsidie hebben doorgewerkt”, zegt Miranda Prein, “Bovendien hebben we een nieuw, helder beleidsplan geschreven, waar iedereen erg enthousiast over is. En het is ook duidelijk dat het Fonds, met al die nadruk op maarschappelijke relevantie en het profijtbeginsel, ook een gezelschap wil ondersteunen dat alleen artistiek werkt.”

Discordia neemt een speciale plaats in bij Frascati. Het gezelschap zal daar niet alleen spelen, maar ook jonge makers begeleiden in het productiehuis. Toch zoekt de groep ook nog een eigen plek. Prein: “We willen onder de naam Atelier Dertien Rijen weer een plek waar we kunnen doen wat we willen, zoals eerder de Felix Meritis of de Transformatorzolder op het Westergasfabriekterrein. Maar dat is afhankelijk van subsidie van de gemeente Amsterdam, die de Kunstraad wel wil geven, maar Gehrels niet. We weten pas half december precies hoe we ervoor staan.”

Theatergroep Suburbia

Hoewel Almere (nog) niet door de Raad voor Cultuur werd aangemerkt als ‘theaterbrandpunt’ heeft de jongste stad van Nederland al we een stadsgezelschap: Theatergroep Suburbia. De afgelopen vier jaar waren de pioniersfase, met een tijdelijke subsidie van de provincie Flevoland uit het Actieplan Cultuurbereik en een kantoor boven een supermarkt in Almere Haven. Nu is de groep opgenomen  in de vierjarige regeling van het NFPK.

Suburbia verhuisde afgelopen mei naar een nieuw onderkomen op het Stadhuisplein in Almere Stad, op steenworp afstand van de nieuwe schouwburg. “We hebben nu twee repetitieruimtes in huis die we delen met productiehuis Bonte Hond”, vertelt zakelijk leider Jort Vlam. “Het is veel gunstiger om in zo in het centrum te zitten. We hebben nu op ons kantoor aanloop van mensen die kaartjes willen kopen of auditie willen doen.

Artistiek zal er niet veel veranderen, zegt Vlam, maar er  kan nu een extra productie gemaakt worden. “We gaan eens per jaar een reisvoorstelling maken. Het ene jaar voor de grote zaal, het volgende voor de kleine. Maar daarnaast blijven we doorgaan met de jaarlijkse zomervoorstelling op landgoed De Kemphaan en locatievoorstellingen in bussen of parkeergarages.”

Volgens het beleidsplan wil de groep onder artistieke leiding van Albert Lubbers “theatraal eenvoudige voorstellingen maken waarin de acteur centraal staat.” Lubbers regisseerde eerder bij Het Nationale Toneel. De aankomende grote reisvoorstelling wordt De god van de slachting, het nieuwste stuk van Yasmina Reza, met o.a. Roos Ouwehand en Tjitske Reidinga.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity