Berliner Tagebuch

buitenland,overig,Theatermaker — simber op 7 mei 2010 om 00:03 uur
tags: , ,

In de maanden april en mei woont theatercriticus Simon van den Berg in Berlijn om theater te zien en Duits te leren. Het eerste gaat aanmerkelijk beter dan het tweede. Voor TM houdt hij een theaterdagboek bij.

6 april
Ich schau dir in die Augen, geselschaftlicher Verblendungszusammenhang
van René Pollesch in de Volksbühne

De hele zaal van de Volksbühne is leeg gehaald. Alle stoelen zijn weg, ervoor in de plaats ligt er een enorme hoeveelheid witte zitzakken. De mooie houten wanden van het theater zijn verborgen achter grote lappen dik donker plastic. Het toneel is verborgen achter een kanariegeel voordoek, met een paar duidelijk zichtbare slijtgaten erin. Een combinatie van een aftanse lounge en een oversized fetish club. Wat een klus, om voor deze ene avond al die stoelen te moeten weghalen. In Duitsland spelen ze tenslotte repertoire, de volgende avond staat hier weer Castorf’s Fuck off America.

Alleen al aan de even geweldige als té lange titel kun je zien dat het een voorstelling van René Pollesch is. Pollesch is –net als Heiner Goebbels en de mensen van Rimini Protokoll, She She Pop en Gob Squad- afkomstig van de studie ‘Toegepaste Theaterwetenschap’ in Gießen, waar hoogtheoretische dramaturgie wordt omgezet in intelligent, maar niet per se toegankelijk theater. Ook Ich schau dir in die Augen… is weer een onnavolgbare opeenstapeling van sociologische en mediatheoretische teksten, met als pluspunt dat ze worden gesproken door de geweldige acteur Fabian Hinrichs, die in deze solo over het toneel stuitert, dramatisch declameert en drumt.

Uit de woordenstroom kan ik voornamelijk opmaken dat het gaat over de ‘representatiecrisis’ van het theater: dat we niet meer kunnen ‘doen alsof’ in het theater en dat daarom het interaktieve theater is uitgevonden. En dat geld vroeger een hoeveelheid goud representeerde, maar sinds het akkoord van Bretton Woods niet meer, en dat de economische crisis dus ook een representatiecrisis is. Intelligent en knap theater, met een paar geweldige decorvondsten (van Bert Neumann, die ook Johan Simons’ Duitse voorstellingen vormgeeft), waaronder een ruimteschip van theaterlampen dat Hinrichs ver omhoog trekt. En geestig ook: “Ik streef naar een ‘inter-passief theater’, waarin de acteur na afloop van de voorstelling met jóuw partner naar huis gaat.”

(‘Verblendungszusammenhang’ is een term van Adorno, leer ik naderhand, en heeft te maken met het begrip blindheid in de Westerse samenleving. Nounou.)

8 april
Heuschrecken
, van Rimini Protokoll in HAU3

Een nieuw woord geleerd: een Heuschrecke is een sprinkhaan. Documentairetheatergroep Rimini Protokoll (door mij bij deze uitgeroepen tot hipste groep ter wereld) verzamelde er 8000 in een woestijnlandschap in een reusachtig terrarium, dat het publiek voor de voorstelling uitgebreid mag besnuffelen. Maar ja, hoe maak je daar theater van? Rimini Protokoll heeft er veel voor nodig: heel veel ingezoomde videobeelden uit het terrarium, een actrice die uit de bijbel voorleest (plagen van Egypte, Openbaring van Johannes), een Somalische voedselchemicus die zijn levensverhaal vertelt, een muzikant en een Zwitserse astronome. Ster van de avond is sprinkhanenexpert Dr. Jörg Samietz die opgewekt vertelt over de sprinkhaan, zijn zwermgedrag en andere eigenaardigheden.

De moralistische boodschap ligt er erg dik bovenop: mensen zijn net sprinkhanen; altijd op zoek naar grondstoffen, de aarde woest en ledig achterlatend. Samietz verbeeldt het door in het terrarium een paar groene plantjes neer te zetten bij bordjes waarop ‘aardolie’, ‘goud’ of  ‘ijzer’ staat. In een mum van tijd is het opgevreten. Nogal protestant theater, met één schitterend beeld: de astronome die in een ruimtevaartpak het terrarium doorkruist. Andere levenssoorten blijven aliens.

10 april
Die lange Nacht der Opern und Theater

Sinds vorig jaar heeft Berlijn een jaarlijkse museumnacht, maar dan voor theaters. 68 huizen hebben hun deuren geopend en er zijn fragmenten van voorstellingen, langdurige performances en muziekoptredens te zien. Het ticket (15 euro) is ook geldig voor het openbaar vervoer en er rijden zelfs bussen op speciale theaterroutes. Ik zie een deel van de performance And on the thousandth night… van Forced Entertainment in het Hebbeltheater (zes acteurs vertellen zes uur lang steeds het begin van een sprookje, totdat een van de anderen ‘stop!’ roept en opnieuw begint; hypnotiserend en erg geestig); iets wat ik alweer vergeten ben in de kleine zaal van het Deutsches Theater; en de eerste akte van The Mousetrap van Agatha Christie door het Berliner Kriminaltheater, tot aan de moord.

Dat laatste is natuurlijk slimme marketing en biedt een inkijkje in de commerciële circuit van Berlijn. Het zaaltje van het Kriminaltheater ziet er niet uit; grijs plastic klapstoeltjes, betonnen vloeren en wanden, intens deprimerend opgefleurd met rode lappen en kandelaars met electrische kaarsen. Toch is dit een megabedrijf met tientallen acteurs, dat deze zaal (zo’n 250 stoelen) dagelijks bespeelt en daarnaast nog met twee producties door Duitsland reist. Het decor is goedkoop en oubollig, maar er wordt eigenlijk niet heel slecht gespeeld, zij het dat het publiek volkomen wordt genegeerd; televisietoneel. Ik weet al wie het gedaan heeft, dus ik denk niet dat ik terugkom.

12 april
Kitchen
, van Gob Squad in de Volksbühne

Waarom zijn we toch altijd zo gefascineerd door het leven van onze ouders? In mijn Duitse les heeft de juf van ons cursusgroepje –ze zal een jonge vijftiger zijn- het maar de hele tijd over Stunde Null, meteen na de oorlog, en ’s avonds in het theater ga ik naar een groepje dertigers die iets met Andy Warhol willen. Gob Squad heten ze, en de leden komen uit Engeland en Duitsland; zo’n typisch produkt van Europees vrij verkeer en low cost airlines.

Daarover nadenkend loop ik de zaal binnen: verdomd, weer die zitzakken… Navraag achteraf leert dat Bert Neumann de zaal voor dit jaar zo heringericht heeft. De rijen stoelen stonden ook wel erg dicht op elkaar, en er is geen geld voor een grootschaliger verbouwing. Wat er niet bij verteld wordt, maar wat wel gefluisterd wordt: het gaat nogal slecht met de bezoekcijfers. De zitzakken zorgen ervoor dat er veel minder mensen in de zaal kunnen, zodat de capaciteit beter aansluit bij de belangstelling. Diezelfde stemmen fluisteren overigens ook dat de Volksbühne niet meer hip is.

Maar goed, Andy Warhol dus. We kijken tegen een projectiewand aan waar in zwartwit op geprojecteerd wordt wat er direct achter -onzichtbaar voor het publiek- op drie plekken gebeurt. De vier spelers herensceneren drie Warhol-films, Kitchen (banaal gemompel in de keuken), Sleeping (iemand die slaapt) en Casting (iemand die recht in de camera kijkt), maar loopt tegen het probleem aan dat ze in het post-Big Brothertijdperk niet meer authentiek kunnen zijn. Dan maar mensen uit het publiek gehaald, die minutieus gestuurd worden. Waarschijnlijk kan dat heus een oprecht en onschuldig effect oproepen, maar vanavond bleef het rommelig en genant, vooral als een van een actrices wil zoenen met een van de uit het publiek gehaalde jongens en hij steeds verder uit beeld verdwijnt.

15 april
West in peace or the last summer of the Indians
, van Andcompany&Co in HAU3

Oostduits mopje: Een vriend van mij las een boek van Karl May: Das Kapital. Ik zeg: “Man dat is helemaal niet van Karl May, da’s van Karl Marx.” Hij zegt: “Ik denk al, wat komen er weinig indianen in voor…”

Andcompany&Co is nog zo’n Euro-clubje -een aantal van hen zat op DasArts en ze zijn af en toe te zien in Frascati- dat een voorstelling met de May/Marx spraakverwarring als uitgangspunt, maar weet dat vervolgens zo haarscherp en adembenemend snel in allerlei even absurde als politiek incorrecte richten door te drijven, dat ik het graag nog even zou willen nalezen. Je merkt wel dat het zelfvertrouwen van de spelers vooral in de inhoud zit, terwijl ze in vorm en spel eigenlijk maar wat aan rommelen. In Nederland zie je juist vaak het omgekeerde. Ik hoorde al eerder dat Andcompany&Co volgend jaar een voorstelling met Nederlandse acteurs wil maken. Daar kijk ik naar uit, er ligt daar een marriage made in heaven op de loer.

16 april
Super Night Shot
, van Gob Squad in de Volksbühne

De IJslandse aswolk heeft ook z’n weerslag op het theater. Een deel van de video-crew van Gob Squad zit vast in Wenen. Maar hier speelt men repertoire, dus wordt er gewoon een andere voorstelling uit de kast getrokken. Weer zien we alleen film, zij het dat het opnemen ervan ongeveer een uur geleden is begonnen, toen de vier acteurs, in militaire outfit en met ieder een eigen camera de Volksbühne uitstormden, op zoek naar echte ontmoetingen op straat in een ‘War on Anonimity’. Weer is het hoogtepunt een zoenscène met een vreemde en na hun voltooide missie haasten de vier zich terug naar het theater waar ze een waar heldenonthaal krijgen, namelijk door ons, het publiek dat een uur geleden stond te wachten op het begin van de voorstelling.

Het is charmant, beroept zich expliciet op “naive blind faith”, maar die romantische focus op zoenen maakt het ook wel erg puberaal. Misschien is Gob Squad wel eigenlijk gewoon jongerentheater?

17 april
Die Soldaten
, van Frank Castorf in de Volksbühne

Castorf was lange tijd de bad boy van het Duitse theater, maar hij is duidelijk op z’n retour. Die Soldaten is een onsamenhangende enscenering van een 18e eeuws drama van de niet geheel onterecht vergeten toneelschrijver Jakob Reinhold Lenz. Keine Ahnung wat Castorf ermee aanwil – gaat het hem om theater, gevallen vrouwen of meer over de rampzalige verveling van soldaten, zoals het programmaboekje prentendeert? Enige lichtpuntje is de Amerikaans/Israëlische operazangeres Ruth Rosenfeld die basgitaar spelend, krijsend, flemend, vrijelijk Weill met foute Oostduitse Volkspolizeiliedjes vermengend de avond toch nog een beetje redt. En het duurt drie uur; vervloekt zijn die %$^#! zitzakken!

18 april
Berlin Alexanderplatz
, van Volker Lösch in de Schaubühne

De Duitse regisseur Volker Lösch bewerkte Alfred Döblin’s roman over een kleine crimineel in het Berlijn van de late jaren ’20 en verplaatste het radicaal naar het heden. Het verhaal is slechts een staketsel, het gaat om het toegevoegde koor van (voormalige) criminelen. Achttien mannen en twee vrouwen zitten tussen het publiek. Net als Döblin’s hoofdpersoon Franz Biberkopf hebben ze een misdaad begaan en in de gevangenis gezeten. En net als Biberkopf hebben ze het moeilijk om hun leven buiten de ‘Knast’ op de rails te houden.

Het idee is goed, het koor is authentiek en overtuigend, en op de speelvloer die bezaait is met muntgeld vindt een geweldige, cartooneske scène plaats met grote zakken geld. Jammer alleen dat Berlin, Alexanderplatz toch ook vooral een tragische liefdesgeschiedenis is. Die neemt veel tijd, en is binnen deze interpretatie eigenlijk niet zo interessant.

Goed zijn in een slechte wereld, daar lijkt het in de Berlijnse voorstellingen die ik zag om te gaan. Want dit is Duitsland: gij zult de wereld slecht vinden. Komende week, om in het thema te blijven, naar een Gute Mensch von Sezuan, een Kontrakte des Kaufmanns en een Hamletmaschine.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity