Beschouwing: Dea Loher

beschouwingen,Theatermaker — simber op 16 maart 2011 om 00:34 uur
tags: , , ,

Eind maart zijn er tegelijk vier stukken van de Duitse toneelschrijfster Dea Loher te zien. Het Ro Theater organiseert een Loher-festival rond de nieuwe  voorstelling Dieven en twee hernemingen van oude voorstellingen van Alize Zandwijk, Onschuld en Het Laatste Vuur. En tegelijk speelt Toneelgroep Maastricht in eigen huis een ouder stuk, Klara’s Affaires. Waar gaan haar stukken over, en waarom roepen ze ineens zoveel animo op?

In Duitsland hoort Loher inmiddels tot de gevestigde toneelschrijvers, zeker sinds ze rond 2003 een artistiek verbond sloot met regisseur Andreas Kriegenburg. In 2008 werd Het Laatste Vuur door Theater Heute uitgeroepen tot beste stuk van het jaar en won ze er de prestigieuze Mülheimer Dramatikerpreis mee. In 2010 werd Diebe (door Kriegenburg geregisseerd bij het Deutsches Theater in Berlijn) uitgenodigd voor het Theatertreffen.

Loher (1964) groeide op in het uiterste zuiden van Duitsland als dochter van een boswachter. In haar ouderlijk huis stond geen boekenkast maar een wapenrek en regelmatig lag een kadaver leeg te bloeden in de badkuip. Ze studeerde Duits en Filosofie in München, en kwam pas serieus in aanraking met theater toen ze in 1990 ‘scenisch schrijven’ ging studeren in Berlijn, een opleiding die geleid werd door Heiner Müller.

Loher is een schrijfster die zich goed bewust is van de ontwikkelingen in het theater. Ze schrijft geen voorstellingen, maar teksten als grondstof. In Onschuld zijn twee personages ‘zwarte immigranten’, maar meteen zegt ze erbij: ‘Als Elisio en Fasoul door zwarte acteurs gespeeld worden, dan alsjeblieft, omdat het voortreffelijke acteurs zijn, en niet om een authenticiteit af te dwingen, die misplaatst zou zijn.’ De artistieke dialoog met Kriegenburg is volgens Loher ook zo succesvol omdat zij keer op keer poogt iets te schrijven dat onmogelijk op het toneel te zetten is , wat hem op zijn beurt toch lukt, wat haar uitdaagt om verder te gaan.

Bij het lezen van de vier nu in Nederland opgevoerde stukken valt als eerste op hoe consistent de wereld is die ze op het toneel zet. Heel uit de verte lijken ze nog op conventionele drama’s, zeker Klara’s affaires en Het Laatste Vuur. Die hebben een centrale anekdote, respectievelijk de uit elkaar vallende relatie van Klara, nadat ze zich doelbewust heeft laten ontslaan en een ongeval waarbij een jongetje wordt doodgereden door een politieagente.

In Onschuld en vooral Dieven ligt de nadruk op de mozaïekachtige vertelstructuur. Het zijn verhalen van een stuk of twaalf mensen, wier levens op complexe wijze met elkaar verweven raken. Haar werk wordt daarom veel vergeleken met mozaïekfilms als Babel, Crash en Magnolia en net als in die films speelt toevallig leed een grote rol.

In Onschuld zijn twee illegalen op het strand toevallig getuigen van de verdrinkingsdood van een jonge vrouw. Dit zet een keten van gebeurtenissen in gang die hen uiteindelijk bij een begrafenisondernemer brengt, wiens ongelukkige vrouw sterk lijkt op de zelfmoordenares. Nee, het ís haar en via een aan Donnie Darko herinnerende tijdslus loopt ze aan het eind nog een keer de zee in. Tussendoor vindt één van de illegalen een plastic zak met geld en wordt hij verliefd op een blinde stripteasedanseres, die een boek leest van een filosofe, die in een paar scènes terugkomt als fulminerende cynica die uiteindelijk haar man vermoordt.

Dieven heeft nog minder een overkoepelend verhaal. Personages zijn een man in een bejaardentehuis, zijn zoon, een eenzame verzekeringsagent die op een dag besluit niet meer op te staan en na verloop van tijd zijn oude buitenlandse muntjes gaat eten, zijn dochter is een zonderlinge vrouw die dezelfde achternaam heeft als de vrouwelijke manager van haar supermarkt, wier man politieagent is. Ieder personage heeft slechts een verbinding met twee of drie andere personages, verder zijn het onbekenden voor elkaar. Dat is ook bepalend voor de vorm: vrijwel al Lohers stukken bestaan uit vrij korte scènes tussen twee of drie personen.

Met personages die supermarktmanager, begrafenisondernemer of arts zijn, hebben haar stukken een realistische schil. Maar tegelijk dringen de vervreemdende details zich op. Wat reageren die mensen beleefd op de intieme vragen en beledigingen van Klara. Klopt het dat er steeds meer wolven worden gezien in de stad in Dieven? Waarom doet iedereen zo laconiek over de golf van zelfmoorden in Onschuld? Deze nauwelijks uitgespeelde, surrealistische laag geeft haar werk iets onmiskenbaar apocalyptisch. Maar tegelijk doen de personages zo afstandelijk en onaangedaan en blijven haar stukken licht en grappig.

Bij het lezen vallen ook de vele terugkerende elementen op. In verschillende stukken zien we een kinderloos echtpaar met een inwonende, zieke schoonmoeder, of gemutileerde lichamen – een vrouw met geamputeerde borsten, een man die met een ijzervijl zijn vingertoppen heeft afgeraspt of een vrouw bij wie gedurende het stuk een steeds groter deel van haar been wordt afgezet. Een vreemdeling is vaak getuige van het centrale incident, en cruciale scènes spelen zich af bij bushaltes. Maar vaak lijkt het ook alsof de stukken zich afspelen in dezelfde wereld. De vader van het dode kind in Het Laatste Vuur gooit iedere week ingevulde lottobiljetten in dezelfde prullebak en hoopt dat iemand anders ooit het winnende lot vindt. Is dat hoe de plastic zak met geld bij een van de hoofpersonen uit Onschuld terecht komt?

Verder komen er opvallend veel artsen, politieagenten en begrafenisondernemers in haar stukken voor. Nu fungeren medici en gerechtsdienaren ook in lowbrow televisieseries als de frontsoldaten van de moraal, maar begrafenisondernemers? In Onschuld is het een naargeestig personage, dat sinds hij zijn nieuwe baan heeft geen aandacht meer heeft voor zijn vrouw en de urnen van de niet geclaimde lijken mee naar huis neemt. “Sommige worden door niemand gewild Alsof ze nooit iemand hebben gekend. Maar ik heb ze gekend, ik heb ze uitgekleed en gewassen; ik heb hun haar gekamd, het kunstgebit rechtgezet en hun het laatste hemd aangetrokken. Ik heb ze gekend, zoals niemand anders ze heeft gekend.”

Zo zijn haar stukken lappendekens van kleine verhalen. Sommige leent ze uit de werkelijkheid, een aantal anekdotes komen uit kranten uit Sao Paulo in Brazilië, waar ze een deel van het jaar woont. Andere komen uit de kunst, zoals het begrip ‘Tomason’, dat door de Japanse kunstenaar Genpei Akasegawa werd bedacht en dat de achternaam werd van verschillende personages in Dieven: ‘Een voorwerp, waarvan niemand weet, wat het voor betekenis heeft. (…) Ergens heeft iemand het bedacht, omdat hij het voor een bepaald doel nodig had. Maar dat is verloren gegaan.’

Het zijn passieve personages in haar stukken, doortrokken van een diepe wanhoop. Ze lijken niet te weten wat ze willen van het leven, en berusten erin dat áls ze het zouden weten het ze toch niet zou lukken. Maar het is desondanks niet cynisch, omdat je als toeschouwer, zij het met enige moeite, wél overzicht houdt over de relaties en verbanden, en op diezelfde manier kunt zien waaraan het hen ontbreekt: gemeenschap.

Waarom Dea Lohers werk op dit moment van belang is, is vanwege haar sterke nadruk op gemeenschap, of preciezer: broederschap. Na een aantal decennia waarin het toneel ons wees op ons individualisme – denk aan de scheldmonologen van Thomas Bernhard, de onmogelijkheid tot communicatie van Gerardjan Rijnders of Jon Fosse, de harde eenzaamheid van Sarah Kane – lijkt Loher ons te wijzen op een eenvoudige waarheid: als we nog individueler worden, houden we op mens te zijn en worden we Tomasons.

In Het Laatste Vuur wordt het thema van gemeenschap en individu het meest expliciet behandeld. Naast de personages zijn er stukken die worden uitgesproken door ‘Wij’, die je kunt zien als een koor van alle personages samen. ‘Wij, die wij deze geschiedenis vertellen/Wij bestaan wellicht helemaal niet/Wij, als de gemeenschap die we beweren te zijn/Wij bestaan helemaal niet.’

De akelige conclusie van Lohers werk is dat enige vorm van gemeenschapgevoel alleen voort lijkt te kunnen komen uit groot leed. De ‘Wij’ uit Het Laatste Vuur komt voort uit de rouw om het verongelukte kind. Als de supermarktmanager uit Dieven vertelt over haar ontslag, terwijl ze dacht dat ze naar het buitenland zou gaan, zegt ze: ‘Toen heb ik ervaren, dat ik geen individu ben.’

Het is een kernzin uit het werk van Loher, misschien wel de meest precieze uitdrukking van wanhoop in haar werk. Maar tegelijk kan het paradoxaal genoeg een uiting van hoop zijn. Er is tenslotte een plek waar diezelfde zin juist positief is: in het theater, als publiek.
Ro Festival, met de reprise van Onschuld en Het Laatste Vuur: 12 t/m 26 maart in Rotterdam
Dieven
van het Ro Theater: tournee t/m 26 maart
Op 26 maart worden de drie voorstellingen als marathon gespeeld. Meer info op www.rotheater.nl
Klara’s affaires
van Toneelgroep Maastricht: 23 maart t/m 24 april te zien in Maastricht. Meer info op www.toneelgroepmaastricht.nl

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity