Where do we go from here; een beknopte wegenatlas voor het theater

beschouwingen — simber op 3 mei 2012 om 21:25 uur
tags: , ,

(Voor het tijdschrift Boekman, najaar 2011)

De economische crisis heeft de Londonse horeca hard geraakt. De sjieke, onbetaalbare toprestaurants blijven goede zaken doen, maar de eenvoudige middenklasserestaurants hebben het zwaar. Vele moeten hun deuren sluiten. Maar tegelijkertijd is er wat de Guardian een ‘food revolution’ noemt losgebroken. Food trucks rijden met hun mobiele keuken en restaurant naar de meest onverwachte plekken, mensen serveren eenvoudige maaltijden voor betalende gasten in hun huiskamer en gespecialiseerde koks duiken een keer per maand op in bevriende restaurants.

Nee, dit wordt geen verhaal over eten en ook geen verhaal over dat iedere crisis een kans biedt. Maar de parallel is duidelijk. Ook in de kunsten in Nederland is het crisis. En ook in de kunsten zullen als reactie de komende jaren nieuwe vormen als paddestoelen uit de grond rijzen. Hoe zien die nieuwe vormen eruit op het gebied van theater? En zullen die met name de kleinere theatergezelschappen kunnen helpen bij het verwerven van nieuwe inkomsten en zo hun voortbestaan?

Laten we om te beginnen eens kijken naar de huidige ontwikkelingen en die extrapoleren. Theatermakers zijn al tijden bezig met het verkennen van het terrein buiten de gebaande paden van de halfjaarlijkse nieuwe voorstelling. Voor een deel ligt dat op het gebied van het alweer een paar jaar hoogtij vierende ‘ervaringstheater’, waarbij het publiek niet langer veilig in het theaterpluche zit, maar meegenomen wordt op een intiemere, meer zintuigelijke reis. Voor een ander deel zijn het diverse vormen van vaak eenmalige theatrale happenings.

Maar ook in onderwerpkeuze zie je nieuwe ontwikkelingen. Het theater behandelt vaak de grote, meer abstracte thema’s als oorlog, verraad en waardigheid. Wat gebeurt er als theatermakers zich gaan bezighouden met veel concretere kwesties? Vanuit dit soort observaties kunnen we misschien een volgende stap maken. Is er een omslag denkbaar in het Nederlandse theater naar een aanpak waarin de voorstelling niet langer centraal staat, maar waarin een avond theater een verzamelterm is voor een nog veel bontere verzameling gebeurtenissen dan nu het geval is?

Om te beginnen het ervaringstheater. Dit beschrijft een genre waarin bezoekers vaak niet op een stoel in een theater zitten, maar bijvoorbeeld op een bed liggen in een eenvoudige hotelkamer, of achter een computer zitten chatten met hun blote voeten in het zeewater (beide voorbeelden uit voorstellingen van Dries Verhoeven), worden meegevoerd in in rondrijdende constructies (Boukje Schweigman) of met spelende kinderen mee wandelen (Alexandra Broeder). De trend lijkt inmiddels over zijn hoogtepunt heen – ervaringstheater is vaak extreem kleinschalig en dus duur om te maken – maar de invloed reikt ver.

Kijk bijvoorbeeld naar de projecten van stichting Nieuwe Helden. Die presenteerden afgelopen jaar een boottocht op een botter met een praatgrage schipper, bouwden een papieren tent in de steden van Brabant waar publiek voorstellen mocht doen voor nieuwe gebouwen in hun stad en bouwden een voorstelling naar aanleiding van de film Fight Club om tot een multimediaal platform De Club over zingeving, samenleving en feesten. Stuk voor stuk projecten die de theatervorm openbreken en opschudden en die veel ruimte laten voor ongeplande ervaringen.

De Club neigt al naar een ander soort theatrale happening. Op de website Koers Kunst (waaraan ik dit voorjaar meewerkte), opperde schouwburgdirecteur Melle Daamen het idee om in schouwburgen veel meer kalenderprogrammering te bedrijven: als theater programmeer je niet alleen de voorstellingen die je door toneelgroepen en producenten krijgt aangeboden, je zoekt zelf in de agenda naar speciale data waarop je iets bijzonders voor je publiek wilt maken.

Zelf bedacht Daamen het Sinterklaasgala voor volwassenen, voor Amsterdammers zonder kinderen die op Sinterklaasavond ook wel eens willen keten. Of het programma Expanding Theatre, waarin hij thema-avonden organiseert in de schouwburgzaal, dit seizoen bijvoorbeeld al over Chinese megasteden en Next Nature. In dezelfde lijn ligt Theater na de Dam, bedacht door Bo Tarenskeen en Jaïr Stranders: na Dodenherdenking op 4 mei zijn jaarlijks in de theaters in Amsterdam allerlei voorstellingen te zien over vrijheid en herdenken.

Hoe nieuw dit is doet eigenlijk niet ter zake. Natuurlijk zijn de oudejaarsconference en de zomerfestivals op te vatten als grondvormen voor deze ontwikkeling, maar waarom wordt het nog niet op veel grotere schaal ingezet? Als de regering en Tweede Kamer van de Algemene Beschouwingen slecht cabaret maken, waarom dan niet twee dagen in een theater met cabaretiers de échte discussies voeren? Waarom niet rond pasen en pinksteren alternatieve kerkdiensten organiseren voor niet religieuze mensen die wel behoefte hebben aan een nieuwe invulling van oeroude plechtigheden en rituelen? Zou het theater niet dé plek kunnen zijn waarop de nu zo zakelijke naturalisatieceremonie statig én feestelijk kan worden gemaakt?

Maar niet alleen in de vorm zijn er opvallende vernieuwingen in het theater te zien. Een opvallende trend in de theaters was het afgelopen jaar het het traumatheater: voorstellingen als Ontboezemingen (over borstkanker), De Hormonologen (over de overgang) en Darm Dialogen (over darmziektes). Voorstellingen voor een heel specifieke doelgroep, waarin het taboe op een ziekte wordt doorbroken, patiënten en hun familie een hart onder de riem gestoken krijgen en drama en grimmige humor elkaar afwisselen, in een interessante mashup van De Vagina Monologen en Cliniclowns. Met name de Darm Dialogen zijn een speciale pionier op de kruising van kunst en zorg: het stuk werd geschreven in opdracht van de Maag Lever Darm Stichting en maakte een tournee langs ziekenhuizen.

Dit roept de vraag op welke maatschappelijke organisaties nog meer een beroep zouden kunnen doen op theatermakers. Waarvoor zouden Amnesty International, Hivos, Greenpeace of Natuurmonumenten de kunst in kunnen zetten? Deze organisaties doen nu vooral aan profilering en werving via massamedia. Zouden theatermakers hun werk kunnen inzetten bij het verdiepen van de relaties met donateurs en vrijwilligers?

Maar deze beweging heeft ook een meer artistieke pendant. De afgelopen seizoenen waren er opvallend veel non-fictie voorstellingen te zien: Orkater maakte een voorstelling over hun verblijf in Afghanistan, Tryater een dagvullende marathon over de Elfstedentocht, Nieuw West gaf haar visie op Joran van der Sloot. Speciaal subgenre is de biografische voorstelling, zoals Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand (over Arendt en Heidegger), Amazones van Gerardjan Rijnders (over Leni Riefenstahl) en de serie voorstellingen die De Warme Winkel maakte over Oostenrijkse kunstenaars als Stefan Zweig en Oskar Kokoschka.

Maar het blijft toch vaak een artistiek onderzoek van kunstenaars. Maar wat zou er gebeuren als theatermakers zich meer opstellen als journalisten en wetenschappers? Voor dergelijke voorbeelden moeten we kijken naar Engeland. Daar maakte acteur en regisseur Davis Freeman bijvoorbeeld het drieluik Expanding Energy, waarvan het tweede deel een bijzonder verleidelijke lezing (met Powerpoint) is over het veilig stellen van onze energietoekomst door te investeren in olie. Met uitgebreide research en de beeldtaal van An Inconvenient Truth wordt hier de logica van big oil tot in het absurde doorgetrokken. Of neem het veelbelovende project The Riots van het Londense Tricycle Theatre. Omdat de Britse regering vooralsnog weigert een parlementair onderzoek te doen naar de grootscheepse rellen die de stad deze zomer teisterden doen de kunstenaars het maar zelf. Eind november gaat de voorstelling in première, gebaseerd op getuigenissen van daders en slachtoffers. Hier komen kunst, journalistiek en politieke stellingname op een spannende en bijzonder urgente manier bij elkaar.

In Nederland stonden kunstenaars vooraan bij het protest tegen de draconische bezuinigingen van de huidige regering. Wat voor kunst zou er kunnen ontstaan als zij die energie en noodzaak mee zouden nemen naar hun repetitieruimtes en ateliers?

Ten slotte blijft er natuurlijk ook altijd behoefte aan ‘reguliere’ voorstellingen, ‘gewoon’ in de theaterzaal. Maar ook in de service rondom die avonden is nog veel vernieuwing mogelijk, denk alleen al aan flexibilisering van de aanvangstijden of differentiatie van prijzen op basis van extra diensten, zoals lezingen, interviews, voor- en nagesprekken, diners en meet-and-greets. Ook origineel: Theatergroep Opium voor het Volk, die zich inhoudelijk nadrukkelijk op grootstedelijke dertigers richt, biedt bij hun meest recente voorstelling een oppasservice aan.

Al deze voorbeelden overziend lijkt het erop dat de theatersector heel veel kansen heeft om met nieuwe formats en nieuwe onderwerpen te experimenteren en uiteindelijk het publiek op nieuwe manieren aan te spreken. Maar is dit nou hoopvol voor de bestaande theatergroepen? Ik betwijfel het.

Het probleem met vrijwel al deze vormen is dat ze zich nog niet of slechts heel beperkt bewezen hebben. Het Sinterklaasgala en de diverse traumatheatervoorstellingen lijken een behoorlijk succes, maar de voorstellingen van Davis Freeman op het afgelopen festival De Internationale Keuze werden ronduit slecht bezocht en voor de oppasservice van Opium voor het Volk was de belangstelling gering.

Er is een grote barrière voor de huidige generatie theatermakers om vol overgave met nieuwe vormen te experimenteren. Zowel de opleidingen als het cultuurbeleid als het beoordelingskader zijn gevormd door een paradigma waarin artistieke integriteit, autonomie en zorgvuldigheid centraal staan. Het zal extreem moeilijk worden om die waarden te behouden in de nieuwe wereld van publiekbereik en infotainment.

Het zal veel makkelijker zijn voor jongere kunstenaars die met minder scrupules en meer opportunisme zijn opgevoed zich te voegen naar de nieuwe orde en nu al zie bijvoorbeeld op het Amsterdam Fringe Festival jonge mensen met een zekere gretigheid experimenteren met allerlei alternatieve vormen van financiering, publiciteit en onderwerpkeuze. Als de groepen die na 2013 hun subsidie dreigen te verliezen hen hierin niet weten na te volgen zal de harde breuk die deze regering forceert waarschijnlijk een snelle generatiewisseling tot gevolg hebben.

Nu de regering impliciet het Britse cultuurbeleid aan het importeren is, doen de kleinere theatergroepen er goed aan om zich te verdiepen in de inhoudelijke keuzes die aan de andere kant van de Noordzee gemaakt worden. En dat betekent: actief politiek stelling nemen, je mengen in het debat en lastig durven zijn; onderwerpen kiezen waar mensen zich in het dagelijks leven kritisch mee verhouden – dus minder grote thema’s en meer prangende actuele kwesties; en andere vormen van research verrichten, kijken waar de kranten en de politiek onderwerpen laten liggen; en ten slotte kijken welke vormen het beste aansluiten bij die nieuwe inhoudelijke richtingen.

Dit is nog geen recept voor succes, hoogstens een intrigerende route. In Nederland bestaat nog erg de neiging om platte kitsch of gein als enige alternatieven te zien voor artistiek autonome kunst. Maar deze richting is geen stap vooruit of terug, maar een stap opzij, waar nog een heel landschap braak lijkt te liggen. Ook zonder crisis is dat een kans om niet te laten liggen.

0 Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity