Recensie ‘The Future of Sex’ van Wunderbaum en Arnon Grunberg

Parool,recensies — simber op 20 juni 2016 om 11:39 uur
tags: , ,

De gladde, ronde capsule staat op bolvormige pootjes. Van buiten is hij zwart, door een rond raampje kijk je naar de helwitte binnenkant. Daar zit Arnon Grunberg. Actrice Maartje Remmers stelt hem vragen: “Ben je er klaar voor?” “Ben jij te vertrouwen?” “Wat heb je liever: een grote pik of een smal kutje?”

The Future of Sex is een theatertekst van Arnon Grunberg, op basis van improvisaties van acteursgroep Wunderbaum. Johan Simons regisseert. De toekomst van seks volgens Grunberg & Co is – niet geheel onverwacht – niet bijster hoopvol. In de zoektocht naar ultiem genot delft intimiteit het onderspit.

De acteurs spelen scènes waarin steeds één idee wordt uitgewerkt. De scènes zijn bijna een soort columns – to the point en vaak heel geestig. Marleen Scholten speelt een vrouw met een seksrobot, Remmers en Matijs Jansen spelen een stel dat al jaren geen seks meer heeft, Walter Bart speelt een bankier die graag als baby verzorgd wordt – inclusief poep eten – en daarna moet meedoen aan een klanttevredenheidsonderzoek. De beelden zijn van een gecontroleerde perversie, neigend naar performance art.

Vanuit zijn capsule kijkt Grunberg toe. Soms buigt hij zich uit het raam om het schouwspel beter te kunnen zien. Het vraag-antwoord-spel waarmee de voorstelling begint komt nog twee keer terug – met steeds geïmproviseerde, afstandelijke, niet-sociaal-wenselijke antwoorden van de schrijver – en af en toe komt een van de personages hem om raad vragen. Je zou de capsule kunnen zien als een tijdmachine, waarmee Grunberg het toekomstige seksuele landschap bezoekt.

Intrigerend is de scène waarin Matijs Jansen een pedoseksueel speelt met een robot in de vorm van een 11-jarige jongen. Een dergelijk idee is al vaker geopperd, maar de onbevangenheid waarmee Jansen speelt, en de manier waarop de jongen (Mayu Ayala Koeman) herhaalt dat alles “juridisch afgedekt” is, maakt het morele dilemma pijnlijk duidelijk.

Een andere scène gaat over virtuele seks tussen partners in verschillende werelddelen, maar de techniek die dat mogelijk maakt, kun je ook gebruiken voor seks met een jongere versie van je partner. Of met een digitale versie van jezelf. “Ik weet toch zelf het beste wat ik lekker vind?” zegt een van de personages, en dat lijkt me de kern van het probleem. Ook hier is de vorm sterk: de spelers praten niet met elkaar, maar tegen willekeurige punten iets hoger in de ruimte; het geeft ze iets wezenloos, maar ook zoekends.

Uiteindelijk gaat de voorstelling opvallend weinig over lust, maar vooral over de cerebrale gesprekken eromheen: over afspraken, vertrouwen en ethiek. En hoewel intimiteit bij toekomstseks geen rol lijkt te spelen is de zorg van de vier Wunderbaum-spelers voor de meespelende schrijver juist erg liefdevol. Het zijn dit soort tegenstellingen die de voorstelling intrigerend maken.

Aan het eind komt de tijdscapsule weer terug, met passagiers: vier “sletten van de toekomst” – wezens die de ketenen van de intimiteit hebben afgeworpen. “Ik denk dat de seks van de toekomst lijkt op de seks van het verleden,” antwoord Grunberg op een van de vragen van Remmers. Na deze dystopische voorstelling hoop je dat dat waar is.

Holland Festival: The Future of Sex van Wunderbaum en Arnon Grunberg. Gezien 18/6/16 in Muziekgebouw aan het IJ. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Onze Paus’ van Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2011 om 01:07 uur
tags: , , , ,

“Het triviale niveau van uw sociale en morele observaties is niets meer dan teleurstellend.” Met deze woorden wees de Poolse theaterdirecteur Krystyna Meissner het in haar opdracht geschreven stuk Onze Paus van Arnon Grunberg af voor opvoering. De Nederlandse theatergroep Wunderbaum speelt het nu alsnog en maakt er een zotte nachtmerrie van. Maar heeft Meissner niet toch een beetje gelijk?

De Vlaamse neerlandicus Van Rompuy vindt een baantje aan de factulteit Nederlands van de universiteit in Wrocklaw, een beetje tot zijn verrassing na het snotterige sollicitatiegesprek en ook behoorlijk tegen zijn zin want Polen blijkt een soort Wallonië, maar dan erger. Op de eerste dag krijgt hij een fietsongeluk en raakt z’n voortanden kwijt, terwijl zijn meegereisde vriendin nogal overstuur raakt van de vlekken in de matras in hun door de universiteit ter beschikking gestelde woning. En dat is nog maar het begin van zijn teloorgang.

Van Rompuy wordt gespeeld de Vlaamse acteur Oskar van Rompay, die er een weergaloze rol van verbijsterde lijdzaamheid van maakt. Hij zit machteloos in een tandartsstoel, verplaatst zich in een door de universiteit ter beschikking gestelde rolstoel – hoewel hij die niet nodig heeft – komt steeds meer onder het bloed te zitten en heeft voor iedereen die tegen hem spreekt eigenlijk maar één antwoord: “No Polski”.

Ook de rest van het acteursensemble heeft er zichtbaar lol in om er bij het steeds absurder ontsporende toneelstuk nog een schepje bovenop te doen, met een luid orerende professor (Walter Bart op z’n grappigst), naakte mannen met een blinddoek, een vrouw in lingerie met een bomgordel (“kunst is een excuus voor pornografie”, zegt een van de personages, en een hitsige Maartje Remmers doet een geweldige act als tandartsassistente die met geweld dreigt als ze geen nieuwslezeres mag worden) een kind en een paus.

Maar al die vrolijke theatraliteit is verspild aan het nogal magere stuk van Grunberg, dat vooral lijkt te bestaan uit lange monologen met te weinig Grunbergsiaanse aforismes en dat tegen het eind z’n toch al geringe samenhang helemaal verliest. Opvallend omdat het stuk De Hollanders, dat hij dit jaar voor de Amsterdamse toneelschool schreef zo scherp was.

Wunderbaum, dat anders nooit bestaande stukken speelt, zegt juist aangetrokken te zijn door de rare, onaffe structuur. Maar misschien hebben ze zich juist wel te dienstbaar opgesteld. Nu is het met name een voorstelling voor de grootste fans van de schrijver.

Onze Paus van Arnon Grunberg door Wunderbaum. Gezien 26/10/11 in Frascati. Aldaar t/m 1/11. Meer info op www.wunderbaum.nl

Verslag/recensie ITS Festival

“Ik ga het niet meer over de bezuinigingen hebben”, sprak Theu Boermans in zijn ultrakorte openingsspeech van het ITS Festival gisteravond laat. Toch was dat het overheersende gespreksonderwerp op de openingsavond. De afstuderende regisseurs, choreografen, toneelspelers  en mimers die op het theaterschoolfestival hun werk mogen laten zien lijken het nog niet helemaal te bevatten, en wie kan het ze kwalijk nemen: dit is hun moment om te schitteren. Alleen maandag is het cultuurbeleid weer een thema. Dan is het festival afgelast, zodat alle deelnemens kunnen demonstreren in Den Haag.

Het ITS opende eerder die dag met twee voorstellingen die in hun harde toon opmerkelijke overeenkomsten vertoonden. Die Altruisten, een samenwerking tussen de Toneelschool Maastricht en de Otto-Falckenberg-Schule in München (aangesloten bij de door Johan Simons geleide Münchner Kammerspiele), is een Duits gesproken, vlotte en cynische milieuschets van een vaardige toneelschrijver; De Hollanders, speciaal voor de afstudeerklas van de Amsterdamse Toneelschool geschreven door Arnon Grunberg is een opmerkelijk onbarmhartig en actueel toneelstuk, dat alleen te lijden heeft onder iets te proza-achtige zinnen.

Die Altruisten, een toneelstuk van de New Yorkse toneelschrijver Nicky Silver, is een raadselachtige keuze voor een Nederlands-Duitse toneelschoolsamenwerking; het stuk uit 2000 gaat over een groep hedonistische grotestadsbewoners die hun luiheid en geestelijke armoede verhullen met idealistisch gelul over je schuldig voelen als je vlees eet of auto rijdt. Terwijl ze een demonstratie voorbereiden om solidariteit te tonen met een verre verschoppeling laten ze iemand uit hun eigen omgeving keihard vallen.

Het is het soort lompe ironie dat typisch is voor tweederangs toneelstukken uit de jaren negentig en het dwingt de acteurs tot die schreeuwerige, Duitse toneeltoon waar ze zelf ook niet helemaal gelukkig bij lijken. Veel onderscheid tussen de twee overigens uitstekend Duits sprekende Nederlanders (Ludwig Bindervoet en Mandela Wee Wee) en de drie Duitsers is er niet, of het moet zijn dat de studenten uit Maastricht iets beter steeds iets lichts weten in te brengen, zoals de (erg flauwe) grapjes in het Nederlands. Van de Duitsers valt vooral Florian Innerebner op. Hij weet zijn personage, een naar liefde smachtende homo, nog iets echt beklagenswaardigs mee te geven.

Of het door Arnon Grunberg geschreven De Hollanders eeuwigheidswaarde heeft valt nog te bezien, maar in ieder geval levert het in regie van Gerardjan Rijnders een onverwacht rauwe afstudeervoorstelling op. Grunberg schreef een mozaïek-achtig verhaal over Nederlandse soldaten in Afghanistan, die zowel dáár, als na thuiskomst híer hun omgeving verwoesten. Twee soldaten komen een vader spullen brengen van zijn gesneuvelde zoon, één van de twee noemt sinds hij terug is zijn moeder consequent ‘hoer’ en zegt tegen zijn vriendinnetje, die mooi kan zingen, dat zij erger is dan de Taliban.

Feilloos weet Grunberg machtssituaties te benoemen en uit te buiten. Of het nu tussen tussen zwaarbewapende NAVO-militair en burkadragende Afghaanse, tussen arts en patiënt, of tussen ouder en kind is, zodra de ene mens een tikje overwicht op de ander heeft wordt hij of zij een beest. Met Grunbergs eenvoudige taal en steeds herhalende zinnetjes worden de dreiging en het ongemak steeds verder opgevoerd.

Sommige spelers lijken nog een beetje te bleu voor de wreedheid die het stuk zit. Thomas Hoppener valt op als overtuigende dader en slachtoffer, en Eva van Manen als het mooi theatraal zingende vriendinnetje. Het is wel ineens een stuk kleinkunstpersoonlijheid dat door deze toneelvoorstelling loopt. Daaraan, en aan een paar overbodige liedjes, herken je toch dat de afstudeervoorstelling een eigenaardig genre is.

Het ITS duurt nog tot 1 juli. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity