Recensie ‘De Kleine Oorlog’ van Valentijn Dhaenens/Skagen

Parool,recensies — simber op 14 april 2015 om 21:19 uur
tags: , ,

In het herdenkingsjaar 2014 is er een hoop toneel te zien geweest over de Eerste Wereldoorlog. Een staartje daarvan bereikt deze week Amsterdam met de voorstelling De kleine oorlog van de Vlaamse toneelspeler Valentijn Dhaenens.

Dhaenens, lid van het collectief Skagen, maakte een compilatie van teksten van soldaten, verpleegsters en lage officieren; het voetvolk van de oorlog dat het hardst te maken krijgt met de angst, de modder, de wonden en de valse retoriek. De oudste tekst in van Atilla de Hun, de jongste van een Amerikaanse soldaat in Irak.

Zes jaar geleden volgde Dhaenens hetzelfde procedé in de voorstelling Degrotemond, waarin hij fragmenten van roemruchte speeches, onder meer van Goebbels, Patton, Lumumba en George Bush, met elkaar verknoopte.

De huidige voorstelling gaat dus min of meer over slachtoffers van de mannen met hun grote monden en dito woorden, vandaar De kleine oorlog.

Aan het begin van de voorstelling rijdt Dhaenens, in een sober verpleegstersuniform, een bed op met daarop een groot beeldscherm, met daarop nogmaals Dhaenens, nu liggend onder beige dekens, maar wel levensgroot, zodat de verpleegster zich met enige overtuiging over hem kan ontfermen.

Dit is het universele slachtoffer: doof en blind, armen geamputeerd, benen verlamd, tong uitgerukt. De hele achterwand blijkt een groot videoscherm, waarop Dhaenens in veelvoud verschijnt, ook weer zo groot als de levende acteur, zodat vervreemdende dialogen mogelijk zijn.

Het is allemaal buitengewoon esthetisch, maar ook problematisch. Alle figuren op het scherm hebben hun verhaal, en dat zorgt ervoor dat de levende speler voor het doek vaak – door zichzelf nota bene– gereduceerd wordt tot toekijkende figurant.

Bovendien zijn de verhalen vaak niet bijster prikkelende rapportages van onmacht en ellende. Pas bij de aftiteling wordt de diversiteit van de bronnen helder, tijdens de voorstelling plaatste ik het meeste materiaal toch in de Eerste Wereldoorlog.

Boeiend wordt het ineens bij het verhaal van een officier die betoogt dat als oorlog alléen maar hel was, de mens er wel mee op zou houden. Er moet dus iets zijn wat we alleen daar kunnen halen. Om vervolgens de extase van het doden te beschrijven. Daar wordt even de ‘Nooit meer oorlog’-teneur doorbroken. Mooi is ook hoe de verpleegster de geschiedenis beschrijft van de fysieke angstreactie van soldaten, die we nu PTSS noemen.

Waar Nederlandse voorstellingen over WOI vaak met veel theatraal vertoon – hilarische slapstick in De laatste dagen der mensheid van ’t Barre Land; speelse live animatiefilm in De Grote Oorlog van Hotel Modern; uitzinnige filmische fantasie in Gavrilo Princip van De Warme Winkel – de absurditeit van de wereldoorlog proberen te vatten, nemen Belgen de materie serieuzer – zie ook Front van NT Gent. Dat is natuurlijk goed te begrijpen, maar maakt ook murw.

De Kleine Oorlog van Valentijn Dhaenens/Skagen. Gezien 7/4 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (De Brakke Grond) 9-11/4. Meer info op www.brakkegrond.nl

Recensie: ‘Gavrilo Princip’ van De Warme Winkel (HF)

De lijst met bedankjes is lang en hij moet helemaal worden voorgelezen. Theatermakers van Diederik van Vleuten tot Hans-Werner Kroesinger en van Stephen Sondheim tot Herman van Veen gaven De Warme Winkel inspiratie met hun werken over Gavrilo Princip, de moordenaar van de Oostenrijkse kroonprins en daarmee de aanstichter van de Eerste Wereldoorlog. De boodschap is duidelijk: in dit herdenkingsjaar worden we overspoeld met kunstwerken die herinneren en waarschuwen. Maar wat heeft dat eigenlijk voor zin?

De sullig voorgelezen bedankjes en het daarna tergend terugtellen van 2014 naar 1914 opent de voorstelling Gavrilo Princip die De Warme Winkel (DWW) maakte in het kader van het Holland Festival. Dat gaf de groep –de spannendste en consistent meest interessante van Nederland– de kans om groots uit te pakken met veel techniek, video en een prachtige soundtrack (van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk).

Het grootste deel van de voorstelling bestaat uit een film, die live geschoten wordt met steadicam in een uitgebreide serie decors waarvan je achter het filmdoek alleen de achterkanten ziet. We zien flarden van het levensverhaal van de arme boerenzoon Princip, die opgroeit in Bosnië en gegrepen wordt door het anarchisme en Servisch nationalisme. Maar ook de andere kant wordt getoond: het rijke, walsende leven van de Oostenrijkse adel. Het enige dat de twee werelden verbindt is de liefde voor het biljartspel.

De beelden die DWW maakt zijn nauwelijks verhalend, maar beeldend en hallucinerend. Alle acteurs spelen, met een paar expressionistische streken zwartwitte schminck, de titelfiguur, zodat steeds duidelijk wordt dat dé Princip niet bestaat; er zijn alleen projecties. Met maquettes en biljartballen zo groot als skippyballen speelt de groep voortdurend met schaal.

Het is erg jammer dat de filmbeelden nogal rommelig zijn; niet alleen zijn ze vaak te donker en onscherp, het reduceert wat de spelers doen ook tot luidruchtig gebonk achter de schermen. Maar waarschijnlijk zijn dat technische problemen die nog worden opgelost en hoezeer je je eraan ergert is afhankelijk van hoe prikkelend je de ideeën van vindt die DWW hier opwerpt.

Wie goed oplet ziet dat alle in de inleiding genoemde voorstellingen later worden herhaald. Met het gehannes met maquettes en camera’s roept DWW onbedwingbaar associaties op met de theaterklassieker De Grote Oorlog van Hotel Modern en de losse speelstijl en de goed gekozen Hamlet-citaten leggen de verbinding met De laatste dagen der mensheid van ’t Barre Land. Het plaatst de voorstelling in een uitgesproken postmodern kader, maar het is ook functioneel: door voorstellingen en beelden in herinnering te roepen over de verschrikkingen van de loopgravenoorlog, kan DWW zich concentreren op waar het haar om gaat.

Want tegenover een eclectisch wereldbeeld plaatst de groep een tamelijk conservatief mensbeeld: kleine stervelingen die de gevolgen van hun daden niet kunnen overzien, met tegenstrijdige verlangens en basale driften verhuld door romantische idealen.

Het is niet nodig om Princip te herdenken, lijkt DWW hier te zeggen, hij is nog altijd onder ons. Je kunt hem zien in Volkert van der G. of in de polderjihadi’s die naar Syrië vertrekken. De voorstelling eindigt met een geplaybackt interview met een van die types. Mooie idealen over mensen helpen, maar op de achtergrond is een van z’n makkers geschminckt als The Joker. “Some men just want to watch the world burn.”

Holland Festival: Gavrilo Princip van De Warme Winkel. Gezien op locatie Van Gendthallen 20/6/14. Aldaar t/m 27/6. Tournee. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity