Recensie ‘El Camino’ van Bellevue Lunchtheater

Ze hebben Bellevue wel héél erg overhoop gehaald. De vormgeving (van Ruben Wijnstok) van de lunchpauzevoorstelling El Camino valt in ieder geval op: heel de zaal is met grove kwast witgeschilderd en voorzien van een half af systeemplafond. De ladders en plastic lappen maken het beeld van een bouwplaats compleet. Het publiek zit verspreid over de ruimte op bankjes en vensterbanken.

Ook de twee mensen die hier rondscharrelen zijn in renovatie. Zij is een politica (wethouder? minister?) die na een auto-ongeluk ook mentaal in de kreukels ligt en hij is museumdirecteur met een onverwerkt verleden. Ze zijn oude vrienden met een gezamenlijk project: het peperdure, wegens geldgebrek onafgebouwde prestigemuseum waar we ons nu bevinden.

De voorstelling is een lichtvoetig wroeten in het verleden, uitgespeeld in spitsvondige dialogen van ontwikkelde mensen onder elkaar. “Wat zie jij er akelig goed uit. Ik dacht, die heeft ergens in dat museum van ‘m een monsterlijk zelfportret hangen.” Inspiratie lijkt te liggen bij zowel Woody Allen als Eric de Vroedt.

El Camino is een behoorlijk goede tekst van de jonge schrijver Koen Caris, die wordt opgetild door een erg fijn stel acteurs: Jacqueline Blom pittig als tegen beter weten in kordate vrouw en Hajo Bruins op dreef als gladjanus met een piepklein hartje. Nina Spijkers regisseerde de boel op vaart en humor, maar de personages zijn zo goed getroffen dat ook hun melancholieke kant voelbaar wordt.

Al die theatrale souplesse verhult slim dat Caris nogal veel onderwerpen aanstipt voor een voorstelling van drie kwartier. Het gaat over adolescentenvriendschap, de ambiguïteit van herinnering, driehoeksverhoudingen met daarachter nog een politieke laag over de vermenging van openbaar bestuur, bedrijfsleven en kunst.

Vaardig is het allemaal wel, en daardoor is El Camino een geslaagde lunchvoorstelling. En een die nieuwsgierig maakt naar omvangrijker werk van Caris.

El Camino van Bellevue Lunchtheater. Gezien 13/2/16 in Bellevue. Aldaar t/m 5/3. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Recensie: ‘De Prooi’ van Het Nationale Toneel

Een kort tableau: Mark Rietman als bankdirecteur Rijkman Groenink met een ree in z’n armen. Hij laat het voorop het toneel vallen, waar het opgezette dier gedurende de hele voorstelling zal blijven liggen. Als prooi van Groenink de vervente jager, die ook ooit eens z’n eigen arm er bijna afschoot.

De toneelbewerking door Het Nationale Toneel van Jeroen Smits bestseller De Prooi, over de teloorgang van ABN-Amro, bedient zich vrij consequent van dit soort eenduidige symboliek. Het is een zeer onderhoudende, snelle voorstelling geworden, uitstekend te volgen voor wie het boek niet gelezen heeft of wie überhaupt niks van economie weet. De Prooi gaat namelijk niet over bankieren, maar over macht.

In de bewerking van Sophie Kassies leggen drie jonge bankjochies (onder wie een opvallend lepe Michel Sluysmans) steeds gretig aan het publiek de context uit en de overige rollen worden kraakhelder aangezet: Hajo Bruins is de aardsintrigant Wilco Jiskoot, Pieter van der Sman is de ogenschijnlijke schlemiel Reinhard van Tets, Jaap Spijkers is de man van de oude stempel en het familiegevoel, Betty Schuurman is de enige vrouw aan de top die nooit in de Raad van Bestuur zal komen.

Maar het alfamannetje is in alles Mark Rietman, langer, slimmer, sneller en uitgekookter dan iedereen en met een wereld- en mensbeeld uit een roman van Ayn Rand: “De wereld is wat hij is: hard. Daarin ligt alles besloten: de pijn, de hoop en de schoonheid.” Aan het eind is vooral dat mensbeeld de oorzaak dat hij het aflegt tegen Jiskoot die alles als een spel blijft zien.

Maar in het machtsthema zit ook meteen het probleem met de voorstelling. Macht is vertrouwd terrein voor een theatermaker als regisseur Johan Doesburg en De Prooi is non-fictie geperst in het bekende dramatisch schema van opkomst en ondergang, dat u kent van Julius Caesar tot The Social Network. (Vooral Shakespeare’s Richard III lijkt het model geweest te zijn voor Groenink – zelfs de lamme arm komt overeen.) De voorstelling is in die zin geruststellend: zo is het altijd gegaan, hoogmoed komt voor de val, dezelfde karaktereigenschappen die zorgen voor je succes, zorgen ook voor je ondergang, etc.

Het decor is een witte wand bekleed met bont die kan kiepen, zodat het een steile helling wordt. Helemaal om z’n as wentelt hij, zodat de andere kant zichtbaar wordt, een vloer met tafels. Maar omdat die tafels de hele tijd schuin staan, moeten de acteurs in strakke krijtstreeppakken steeds in rare poses en onnatuurlijke grijphoudingen hangen. De apenrots op efficiënte wijze verbeeld.

Jammer is alleen dat de acteurs (ongetwijfeld met de ARBO-wet in het achterhoofd) zich de hele tijd moeten vastgespen, met haken en koordjes die aan hun strakke pakken vastzitten. Dat verhullen ze niet, ze halen er leuke grappen meer uit. Maar omdat het zo in het oog loopt blijf je je afvragen het betekent. Het werkt tenslotte ook als metafoor: niet alleen letterlijke zekering, maar ook figuurlijke.

En het is niet de veiligheid van de bankiers: die jongleren weliswaar met andermans geld, en dus met een vangnet, maar omdat het ze eigenlijk niet om geld te doen is kunnen ze wel degelijk écht verliezen – zoals Groenink uiteindelijk ook doet. Het gaat dus over de veiligheid van de kunstenaars, die liever dicht bij huis blijven dan wezenlijke vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld: waarom laten we (overheid, toezichthouders en niet te vergeten klanten) onze bedrijven op deze feodale manier leiden, terwijl we het landsbestuur sinds Shakespeare hebben gerationaliseerd?

De Prooi van Het Nationale Toneel. Gezien 10/3/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 23-24/4. Tournee t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity