Recensie ‘JR’ van FC Bergman en Het Toneelhuis (HF)

“Als je het spel speelt, kun je maar beter spelen om te winnen.” Ergens in het hoofd van de jonge JR klikt er iets als de oude beurscrack John Cates hem deze raad geeft tijdens een schoolreisje naar diens bedrijf. We zien het moment geprojecteerd, terwijl het vóór ons, op de vierde verdieping wordt gefilmd. Deze JR is het titelpersonage van de spectaculaire, maar toch teleurstellende nieuwe voorstelling van FC Bergman op het Holland Festival.

FC Bergman is een Vlaams collectief dat zich het afgelopen decennium oefende in grootschaligheid: extreem uitgebreide decors, talloze figuranten, uitzinnige effecten en techniek. (Hun fantastische 300 el x 50 el x 30 el komt eind augustus terug in de Stadsschouwburg.) JR is een bewerking van de gelijknamige satirische roman van William Gaddis over een 11-jarig jochie dat die megaspeculant wordt in het New York van de jaren zeventig.

Eigenlijk is JR alleen in afgeleide vorm nog theater. We zien een film die live gemaakt wordt in een vier verdiepingen hoog bouwwerk, waar het publiek aan vier kanten omheen zit. Steadicam operators darren rond de actie, lamellen schuiven open en dicht om nieuwe locaties te onthullen of om weer projectiescherm te worden. De filmische montage is verbluffend, de logistiek onvoorstelbaar.

We zien de jonge JR (Kes Bakker) na zijn bezoek aan Typhon, het bedrijf van Cates, door het bezit van één aandeel van het ene geleende bezit naar het andere speculeren. Daarvoor heeft hij een vertegenwoordiger nodig, die hij vindt in zijn muziekleraar Bast (Oscar Van Rompay), die eigenlijk droomt van een opera die hij wil componeren, maar nu vuistdiep in het graaikapitalisme komt te zitten.

Het grootste deel van de voorstelling/film draait echter om de groep vrienden van Bast, die rondhangen in een appartement op 96th Street, geldproblemen hebben, kunst willen maken en omkomen in liefdesperikelen.

En daarbij wreekt zich al snel het voornaamste gebrek aan deze voorstelling: het gebrek aan focus. Het lijkt alsof de makers de meest interessante scènes uit het boek hebben uitgekozen, zonder zich al te veel te bekommeren over de grote lijn. Belangrijke personages vertrekken halverwege om niet meer terug te keren en hele verhaallijnen lijken vergeten te worden. En gaandeweg ga je je ook steeds meer afvragen wat dat gebouw toch te maken heeft met de film of met het verhaal dat verteld wordt?

Het bouwwerk – hoe prachtig ook aangekleed met steeds nieuwe seventies interieurs vol sigarettenreclames en seksitische teksten – bepaalt niet of nauwelijks de montage en omdat je vanaf één kant altijd minstens de helft van de making-of niet ziet is er geen spanning tussen overzicht en close-up (zoals in de voorstellingen van Katie Mitchell) noch verbazing over je eigen verbeelding (zoals in de live animaties van Hotel Modern). Ik betrapte me er meermaals op dat ik naar de filmprojecties bleef kijken, terwijl de live handeling recht voor me plaatsvond.

Er valt zeker te genieten, met name van het fijne acteren van Jan Bijvoet als verlopen schrijver en de geweldige over the rop rol van Geert Van Rampelberg als makelaar met een Afrika-obsessie.

Gaddis toont een wereld waarin doordraaiend kapitalisme het tempo en de intensiteit van alles verhoogt en zo iedereen in z’n greep krijgt – en dat ook kunstenaars binnen dat systeem geen rust meer kunnen vinden om invloedrijk werk te maken. Dat is nu nauwelijks meer satirisch op te vatten. Maar is FC Bergman lijkt, met z’n hang naar het spectaculaire, met JR vooral slachtoffer te zijn van die ontwikkeling, en er niet daadwerkelijk op te reflecteren.

Gezien 17/6/18 in de Markthallen. Aldaar t/m 19/6.
www.hollandfestival.nl

Recensie ‘One or Several Tigers’ van Ho Tzu Nyen (HF)

Parool,recensies — simber op 18 juni 2018 om 11:19 uur
tags: ,

In 1835 werd de landmeting van een stuk jungle buiten Singapore ruw onderbroken door de aanval van een tijger. De Duitse tekenaar Heinrich Leutemann maakte er korte tijd later een dramatische prent van: de tijger springend op de theodoliet, de opzichter George Coleman met een wapperend lint aan zijn hoed, de verschrikte Indiase arbeiders die alle kanten op duiken.

De tekening is de inspiratie voor de video/performance/installatie One or Several Tigers van de Singaporese kunstenaar Ho Tzu Nyen die op het Holland Festival te zien is. Het is een overrompelende trip, waarin ideeën over mens en dier, goed en kwaad, kosmologie en kolonialisme vervloeien in een doordraaiende animatiefilm met theatereffecten.

Op twee tegenover elkaar geplaatste schermen zien we 3d-animaties van de tijger, Coleman, de theodoliet en de arbeiders die om elkaar heen cirkelen met de zon en de maan op de achtergrond. Uit de confrontatie uit 1835 is volgens Nyens mythische aanpak een ‘weertijger’ ontstaan: een half-mens half-tijger, een tweezielig monster, dat vanaf dan de geschiedenis van de Engelse kolonie bepaalt. De tijger zingt met een aan Chinese opera verwante stem over andere schermutselingen tussen tijgers en mensen.

Halverwege komt er een interessant nieuw perspectief in: een focus op de arbeiders in de tekening. Nyen toont op het ene scherm acteurs in een motion-capture studio en op het andere de 3d-renderings van hun angstige personage. De arbeiders van Coleman blijken gevangenen – de tewerkstelling door kolonisten van Indiase criminelen wordt getoond als de Engelse versie van slavernij. Een van de projectieschermen blijkt doorzichtig en erachter staat de prachtige wajang-versie van de tekening van Leutemann die Nyen maakte voor zijn eerdere project Ten Thousand Tigers.

One or Several Tigers past in een hedendaagse Oostaziatische trend om klassieke tekeningen en schilderijen met computeranimatie nieuw leven in te blazen. Maar Nyen gaat veel verder in zijn esthetische en historische commentaar. Met zijn dwingende, hallucinante stijl trekt hij je onverbiddelijk de Maleise jungle in.

Gezien 9/6/18 in Frascati, aldaar t/m 11/6 (vandaag)
www.hollandfestival.nl

Voorbeschouwing ‘Anna Karenina’ van Schauspielhaus Hamburg

Een halve blik, uitgewisseld op het station, een handdruk – en dan is het gebeurd: Anna Karenina en Graaf Wronski zijn voor elkaar gevallen. En dan zetten ze Sweet Dreams (are Made of This) in. “Everybody’s looking for something.”

De combinatie van 19e eeuwse literatuur met jaren ‘80 popmuziek, dat is de blauwdruk van de theatertrilogie die het Duitse theaterduo Barbara Bürk & Clemens Sienknecht de afgelopen jaren maakte. Drie voorstellingen waarin als een soort hoorspel het verhaal van de roman wordt verteld door het studiopersoneel van een radiostation, begeleid door top 2000-klassiekers en inclusief reclames en jingles.

Het eerste deel was een bewerking van Effi Briest (grofweg het Duitse equivalent van Eline Vere) en was in Nederland te zien in 2016 toen hun gezelschap Schauspielhaus Hamburg te gast was in het festival Brandhaarden. Daarna maakten ze nog Madame Bovary en nu is er Anna Karenina, dat komend weekend drie keer te zien is in het Holland Festival.

De vuistdikke roman van Tolstoj over de ongelukkige gravin Karenina en haar tragisch aflopende affaire wordt er vlot doorheen gejast, waarbij een krakerige plaat en een alwetende dj de situaties schetsen en de mensen in de studio steeds in een rol schieten en de verbinding leggen met de liedjes: Fresh van Kool & The Gang tijdens het feest waarop Wronski zijn voorgenomen bruid laat zitten, Sexual Healing van Marvin Gaye op het hoogtepunt van de affaire en The Message van Grandmaster Flash als sociale druk op de personages wordt opgevoerd. Ondanks de camp eindigt Anna overigens ook in deze versie onder de trein.

Voor degenen die Effi Briest gezien hebben: het decor (net als de kostuums ontworpen door Anke Grot) is dezelfde radiostudio, maar dan tien jaar later. De Perzische tapijtjes zijn vervangen door grijze vloerbedekking en de nepleren meubels door strak design. In de hoek staat een enorme kopieermachine.

Ook de bewoners van ‘Radio Karenina’ zijn stuk voor stuk raak getroffen. Wronski (Yorck Dippe) is zo’n man die ooit de geile zanger van een bandje was, en 20 jaar later en 20 kilo zwaarder nog steeds dezelfde kunstjes uithaalt. Sienknecht is het sullige manusje van alles, dat dan ook het versmaadde liefje Kitty speelt. (Na het feest grijpt Sienknecht de gitaar en zingt een magistrale mashup van ontelbaar veel songteksten over de liefde – dat alleen al is de gang naar de Stadsschouwburg waard.)

Bürk en Sienknecht werden voor Effi Briest geïnspireerd door A Prairie Home Companion, het beroemde muzikale radioprogramma uit America, waarover Robert Altman in 2006 de gelijknamige film maakte. “De presentator, Garrison Keillor, heeft een soort onderkoelde ontspannenheid die goed paste bij de manier van vertellen die we voor ogen hadden”, vertelt Bürk na afloop van een van de uitverkochte voorstellingen in Hamburg.

De twee makers kennen elkaar van hun gezamenlijke werk met de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler (wiens nieuwste werk Tiefer Schweb ook op het Holland Festival te zien is). Sienknecht speelde en zong (“Ik voel me meer muzikant dan toneelspeler – het is prettiger als mensen zeggen: voor een muzikant kan hij aardig toneelspelen dan andersom.”) en Bürk was regie-assistent. Sinds 1995 zijn ze een stel, inmiddels met twee kinderen.

“We hadden vaker liedjesprogramma’s gemaakt”, vertelt Sienknecht, “Maar het probleem is dat je dan steeds alles opnieuw moet uitvinden. We zochten bestaand verhaal om ons werk structuur en houvast te geven.” Net als later bij Anna Karenina begonnen de acteurs bij Effi Briest met het verzamelen en repeteren van de songs. “Na drie weken hadden we zó veel liedjes en geen idee hoe we de roman erin moesten gebruiken.”

Van een serie was nog geen sprake. Bürk: “Aan het einde van Effi Briest wordt gezegd dat het een deel is uit een serie over de beroemdste slippertjes uit de wereldliteratuur en dat volgende week Anna Karenina aan de beurt is. Ik had het boek toen nog helemaal niet gelezen. Het begon als grap, maar toen we erover na gingen denken leek het ons eigenlijk heel vruchtbaar.”

Het knappe van Anna Karenina is dat ondanks het campy gebruik van muziek, de lichtzinnige omgang met Tolstoj en de foute kleren en pruiken de voorstelling nergens afstandelijk of cynisch wordt. Sienknecht: “We moesten op de muziek leren vertrouwen: dat ondanks de grappen en de beetje kitcherige aankleding dat het door de muziek altijd weer oprecht wordt.”

Anna Karenina is op 8, 9 en 10 juni te zien in de Stadsschouwburg – www.hf.nl

Recensie: ‘Phobiarama’ van Dries Verhoeven (HF)

Parool,recensies — simber op 19 juni 2017 om 14:09 uur
tags: , ,

Een beetje zenuwachtig staan we met twintig mensen in rijen van twee te wachten tot we naar binnen in de enorme en enorm zwarte tent op het Mercatorplein, waar de nieuwste installatievoorstelling van Dries Verhoeven speelt. Ooit maakte Verhoeven poezelig ervaringstheater, waarin zachte stemmen je poëtische woordjes influisterden en geruststellende handen je instopten in bed. Nu hangt de stad vol met enge clowns met grote geweren en heet zijn nieuwste voorstelling Phobiarama.

Phobiarama is een spookhuis, waarin je met z’n tweeën in een karretje wordt rondgereden door een kale, unheimische ruimte. Televisies flikkeren en spuien op onaangenaam volume toespraken en commentaren, soms herkenbaar (Wilders over islamisering, Trump over hoe slecht het gaat in Amerika), dan weer hintend naar terreur of klimaat. En dan staat er ineens een beer naast je karretje.

Hoe bevattelijk je bent voor wat volgt zal van bezoeker tot bezoeker sterk verschillen, maar ik vond het opvallend te merken hoe zeer mijn eigen schrikgedrag is vastgelegd: de neiging tot ineenduiken als iemand naar je toe beweegt, of de drang om niet weg te kijken van een intimiderende blik.

In een spookhuis is angst vermaak. Met uiteindelijk vrij simpele middelen laat Dries Verhoeven je reflecteren op een onaangename waarheid: ook ‘echte’ angsten – terrorisme, klimaatverandering, maatschappelijke ontwrichting – bevredigen een behoefte. Ergens is het griezelen om het nieuws, de apocalyptische commentaren van politici en op internet lékker.

Maar, en daar zit het mooie venijn van deze installatie, die angstkermis is niet onschuldig: het tekent onze blik op de werkelijkheid. Er doen tien grote, vervaarlijk uitziende mannen mee. Sommigen zijn zwart, sommigen Noordafrikaans, één is uitbundig getatoeëerd. In deze tent zijn het geen engerds, ze spelen engerds in een kunstproject. Maar kun je ze buiten de tent, in het wereld-angsttheater nog net zo onschuldig bekijken?

Holland Festival: Phobiarama van Dries Verhoeven. Gezien 13/6/17 op het Mercatorplein. Aldaar t/m 20/6. Meer info op hollandfestival.nl

Recensie: ‘My Country: a Work in Progress’ van The National Theatre (HF)

Parool,recensies — simber op 11 juni 2017 om 20:23 uur
tags: , , ,

De vaderlandse inspectie is een trending theatergenre. Maandag ging The Nation van het Nationale Toneel in première op het Holland Festival, gisteren bracht haar Britse naamgenoot de voorstelling My Country – documentair theater naar aanleiding van Brexit.

Op het toneel staan zeven tafels met microfoons, die door een vrouw worden opgesteld. Uit haar onopvallende tas haalt ze een enorme gouden helm met rood-wit-blauwe veren. Wat hier gaat gebeuren houdt het midden tussen een commissievergadering en een religieus ritueel.

De vrouw (Penny Layden) blijkt Britannia, de godin van het eilandenrijk. Samen met de zes verschillende regio’s (van Noord Ierland tot de East Midlands, allegorisch gespeeld door acteurs met toepasselijk accent) gaan ze het ‘sacrement van het luisteren’ uitvoeren. De bevolking moet namelijk binnenkort stemmen in een belangrijk referendum.

Direct na het Brexit-referendum, bijna een jaar geleden, besloot het National Theatre een luisterproject te doen, waarbij interviewers in het hele land met ‘gewone mensen’ spraken. Dergelijke nationale soul-searching gebeurde op diverse plekken in Groot Britannië, net als in de VS na de verkiezing van Trump en ook in Nederland waren in de aanloop naar de verkiezingen diverse media op zoek naar ‘de’ PVV-stemmer.

In My Country worden delen van die interviews woordelijk nagespeeld door de acteurs. Dat doen ze met liefdevolle zorg – de zeer diverse groep Britten wordt niet gereduceerd tot typetjes. Maar vertrouwd klinkt het na een jaar uit-je-bubbel-kijken wel: net als in Amerika en Nederland zijn de Britten ontgoocheld en angstig over de ontrafeling van wat we vroeger ‘de gemeenschap’ noemden.

Maar het nadeel van de vrij ongepolijste manier waarop het interviewmateriaal tot voorstelling is gemaakt is dat de kracht van theater om gemeenschappen te máken er bekaaid vanaf komt. Buiten de interviews bestaat de voorstelling uit een paar tamelijk grappige scènes over de onhebbelijkheden van de verschillende regio’s, hun verschillende smaken in eten en muziek, hun beroemde zoons. De onderlinge kift en de humor waarmee ze die uitventen is voor de buitenstaander inderdaad typisch Brits.

Ik weet niet of het de taak is van het theater om te luisteren. Misschien wel, maar dan moet het gehoorde wel worden omgezet in een nieuw voorstel. Daarin schiet My Country tekort.

Holland Festival: My Country: a Work in Progress van The National Theatre. Gezien 7/6 in de Stadsschouwburg, aldaar 8/6. Meer info: hollandfestival.nl

Interview Eric de Vroedt over ‘The Nation’

Voor de Holland Festival-bijlage van Het Parool

Grofgebekte politieagenten, pinnige talkshowhosts, lanterfantende welzijnswerkers, radicaliserende moslims, Afrikaanse moeders en treitervloggers trekken tijdens het Holland Festival het Muziekgebouw aan het IJ binnen. De bingeable theaterserie The Nation van schrijver en regisseur Eric de Vroedt is een actuele thriller over een verdwenen kind, maar ook een theatrale reflectie op de gepolariseerde samenleving. “Het multiculturele debat is nog maar net begonnnen.”

Nog een tikje hyper komt De Vroedt binnen in café Het Paleis, rechtstreeks uit de repetitieruimte in Den Haag. De week ervoor werd het tweede deel van The Nation gespeeld, nu wordt er alweer keihard gewerkt om over twee weken deel drie af te hebben. “Vorige week speelden we ook de eerste twee delen achter elkaar. Dat gaf een toffe stapeling. Het publiek zit meteen in de binge modus, iedereen wil weten hoe het nu verder gaat.”

The Nation, een coproductie van het Nationale Theater en het Holland Festival, wordt een verhaal in zes delen over een vermiste, elfjarige jongen uit de Schilderswijk. Vanuit dat onderzoek wordt het een fragmentarisch portret van een wijk waarin de grote dilemma’s van de multiculturele samenleving tot uitbarsting komen. Het eerste deel speelt zich af op het politiebureau waar de zaak in behandeling is, maar wat ook de laatste plek is waar de jongen gezien is. Plaats van handeling in deel twee is een televisiestudio waar de zaak – die inmiddels tot nationale proporties is opgeblazen – onderwerp is van een late-night-talkshow.

The Nation is het tweede project dat De Vroedt maakt bij het Nationale Theater, waar hij sinds dit seizoen artistiek leider is (tot 2018 nog onder artistiek directeur Theu Boermans). Het Haagse gezelschap, dat altijd wat klassieker en behoudender voorstellingen maakte dan Toneelgroep Amsterdam – waar De Vroedt eerder regisseerde – blijkt op verschillende vlakken te moeten omschakelen voor het tijdperk De Vroedt: “We dachten die talkshow vorm te geven met een paar camera’s, maar we wilden de beelden ook projecteren en toen bleek dat de apparatuur daarvoor te kort schoot. Het NT heeft minder ervaring met video dan TA, daar doen we nu grote investeringen in.”

“Ik ben heel blij met hoe dat tweede deel geworden is”, zegt De Vroedt. “Voor de acteurs was die talkshowvorm ook heel inspirerend – iedereen kent de clichés, dus je kunt ermee spelen. Vooral als de gesprekken enorm escaleren, zo erg dat je vraag voor deel drie wordt: kunnen we nog verder samenleven? Dat derde deel wordt weer heel anders. We komen bij de mensen thuis terecht, achter de maskers. De bedoeling van de serie is dat het één wereld is, waaraan steeds verschillende kanten op verder gebouwd wordt”

Voor wie het bekend in de oren klinkt: De Vroedt maakte al eerder een serie ‘brandend actueel’ theater. Hij was schrijver en regisseur van de tiendelige Mightysociety-serie die hij maakte tussen 2004 en 2012. “Oorspronkelijk was ik daar iets vergelijkbaars van plan: personages moesten in latere voorstellingen kunnen terugkomen; iets dat in deel één gebeurde moest consequenties hebben in deel vijf. Dat kon toen niet omdat ik het deel voor deel maakte. Voor The Nation heb ik het geheel vooraf helemaal uitgedacht. Ik heb een uitgebreide synopsis met alle personages en verhaallijnen. Ik heb natuurlijk veel gekeken naar televisieseries als The Newsroom of House of Cards. Maar uiteindelijk is het klassiek toneelschrijfwerk: ik moet mijn personages door en door kennen en dan grote dramatische krachten laten botsen, zodat er bijna vanzelf een verhaal uitrolt.”

Waar in Mightysociety elk deel zijn eigen onderwerp had heeft The Nation één centraal thema. De Vroedt: “Ik zie in het maatschappelijk debat dat mensen elkaar alleen maar beschouwen als vertegenwoordiger van een bepaald idee. En als je dat steeds gaat benoemen, gaan mensen zich ook zo gedragen. Ik merkte aan mezelf dat ik in debatten ‘de subsidieslurpende kunstenaar’ ging uithangen als ik bij voorbaat toch al zo werd waargenomen.”

“In het stuk gebeurt dat met agenten, moslims, politici, welzijnswerkers; iedereen is ontevreden over zijn eigen positie, allemaal willen ze laten zien dat ze veelzijdiger zijn dan het ééndimensionale personage dat iedereen ziet. Maar als mensen niet meer voorbij het bééld van een ander kunnen kijken, dan is dat het einde van samenleven. Dus voor mij is de vraag hoe we kunnen loskomen van die beelden – die we ook weer nodig hebben, anders overleven we niet in de informatiechaos – hoe we ze loswrikken en kijken wat erachter zit.”

Dat werkt niet alleen binnen de voorstelling, ook het publiek kijkt zo, vertelt De Vroedt: “Politieagenten kwamen kijken en zeiden: ja maar zó zijn wij niet. En ook islamistische jongeren kwamen naar me toe om uit te leggen dat de islam niet goed gepresenteerd wordt. De opdracht voor mij is om dat openbreken en nuanceren in de volgende delen ook echt te doen. Gelukkig hoor ik ook van mensen die kritisch zijn dat ze wel hooked zijn; ze komen kijken hoe het verder gaat.”

Kun je alleen politiek theater maken als het onderwerp ook expliciet politiek is? “Ja dat vind ik wel. Ik vind veel voorstellingen die zeggen politiek te zijn erg onthecht. Het zijn kunstdaden, en daar heeft niemand een politieke gedachte bij, over hoe je in jouw leven staat. Dat vind ik gemakzuchtig. Mijn werk is hyperrealistisch, met allemaal actuele verwijzingen, grapjes over Wilders en politici als personages, maar daar zit het politieke niet. Uiteindelijk gaat het om het moment waarop de overload aan informatie en chaos artistiek vormgegeven wordt waardoor je het echte probleem ineens kunt voelen. Dat je als toeschouwer een katharsis beleeft doordat je de complexiteit van het debat en de worsteling ermee doorleeft.”

Onderdeel van de voorstelling zijn de vlogs van het personage ‘de Beer van Den Haag’, gespeeld door de vervaarlijke Saman Amini. De filmpjes zijn te zien in de voorstelling, maar duiken ook op op Facebook. “Die teksten worden geschreven door Joeri Vos, met de bedoeling om commentaar te geven op de gebeurtenissen in het stuk, maar ook op het project, en op mijzelf. We hebben net een scène opgenomen, waarin hij mij tegenkomt in de Schilderswijk en met mij in discussie gaat en mij helemaal verrot scheldt omdat ik als witte man met een wit gezelschap onderzoek kom doen in de Schilderswijk.”

Ja, hoe zit dat eigenlijk? De Vroedt: “Het was in het begin soms wel met enige gêne dat ik daar kom. Het Nationale Theater is bijna volledig wit en iedereen is nu heel blij dat we gekleurde acteurs als Romana Vrede, Werner Kolf en Saman Amini in het ensemble hebben. En gek genoeg ben ik mezelf de afgelopen vijf jaar ook bewust geworden dat ik als indo een kleur heb. Iets in het debat van de afgelopen jaren zorgt ervoor dat we de miniverschillen ineens zien en benoemen. Maar ik geloof heel sterk dat we als gezelschap nieuwe gemeenschapsverhalen moeten vertellen, dus – zelfs al weet ik niks van de Schilderswijk, al hoor ik er al veertig jaar over – ik moet me dwingen om mezelf en het gezelschap daarin te storten. We moeten ergens beginnen.”

Tijdens de verkiezingscampagne was Wilders grotendeels afwezig. Is het hele multiculturele thema niet een beetje belegen? “Ik denk niet dat we ons dat kunnen permitteren. Ik denk dat we er nog twintig jaar mee bezig gaan zijn. Net als het racismedebat: dat zijn we ook al beu, maar dat is ook nog maar net begonnen. Die tegenstellingen gaan eerst alleen nog maar aangescherpt worden. Het is een illusie dat we kunnen terugkeren naar de technocratische politiek van de jaren negentig. En daarvoor hebben we theater nodig dat gemeenschappen behandelt als dingen die altijd in beweging zijn. The Nation is daarvoor een aanzet, maar de educatieprojecten rond de voorstelling zijn echt interessant: jongeren lezen het stuk, zijn dan heel boos en worden uitgedaagd om hun eigen versie te schrijven, The Real Nation – die jongeren weten natuurlijk veel beter hoehet zit. En als ze dan onze voorstelling komen zien zijn ze verbaasd over wat het dan is.”

The Nation deel 1-3 van Het Nationale Theater is te zien van 5 t/m 8 juni in het Muziekgebouw aan het IJ. www.hollandfestival.nl

Recensie ‘The Future of Sex’ van Wunderbaum en Arnon Grunberg

Parool,recensies — simber op 20 juni 2016 om 11:39 uur
tags: , ,

De gladde, ronde capsule staat op bolvormige pootjes. Van buiten is hij zwart, door een rond raampje kijk je naar de helwitte binnenkant. Daar zit Arnon Grunberg. Actrice Maartje Remmers stelt hem vragen: “Ben je er klaar voor?” “Ben jij te vertrouwen?” “Wat heb je liever: een grote pik of een smal kutje?”

The Future of Sex is een theatertekst van Arnon Grunberg, op basis van improvisaties van acteursgroep Wunderbaum. Johan Simons regisseert. De toekomst van seks volgens Grunberg & Co is – niet geheel onverwacht – niet bijster hoopvol. In de zoektocht naar ultiem genot delft intimiteit het onderspit.

De acteurs spelen scènes waarin steeds één idee wordt uitgewerkt. De scènes zijn bijna een soort columns – to the point en vaak heel geestig. Marleen Scholten speelt een vrouw met een seksrobot, Remmers en Matijs Jansen spelen een stel dat al jaren geen seks meer heeft, Walter Bart speelt een bankier die graag als baby verzorgd wordt – inclusief poep eten – en daarna moet meedoen aan een klanttevredenheidsonderzoek. De beelden zijn van een gecontroleerde perversie, neigend naar performance art.

Vanuit zijn capsule kijkt Grunberg toe. Soms buigt hij zich uit het raam om het schouwspel beter te kunnen zien. Het vraag-antwoord-spel waarmee de voorstelling begint komt nog twee keer terug – met steeds geïmproviseerde, afstandelijke, niet-sociaal-wenselijke antwoorden van de schrijver – en af en toe komt een van de personages hem om raad vragen. Je zou de capsule kunnen zien als een tijdmachine, waarmee Grunberg het toekomstige seksuele landschap bezoekt.

Intrigerend is de scène waarin Matijs Jansen een pedoseksueel speelt met een robot in de vorm van een 11-jarige jongen. Een dergelijk idee is al vaker geopperd, maar de onbevangenheid waarmee Jansen speelt, en de manier waarop de jongen (Mayu Ayala Koeman) herhaalt dat alles “juridisch afgedekt” is, maakt het morele dilemma pijnlijk duidelijk.

Een andere scène gaat over virtuele seks tussen partners in verschillende werelddelen, maar de techniek die dat mogelijk maakt, kun je ook gebruiken voor seks met een jongere versie van je partner. Of met een digitale versie van jezelf. “Ik weet toch zelf het beste wat ik lekker vind?” zegt een van de personages, en dat lijkt me de kern van het probleem. Ook hier is de vorm sterk: de spelers praten niet met elkaar, maar tegen willekeurige punten iets hoger in de ruimte; het geeft ze iets wezenloos, maar ook zoekends.

Uiteindelijk gaat de voorstelling opvallend weinig over lust, maar vooral over de cerebrale gesprekken eromheen: over afspraken, vertrouwen en ethiek. En hoewel intimiteit bij toekomstseks geen rol lijkt te spelen is de zorg van de vier Wunderbaum-spelers voor de meespelende schrijver juist erg liefdevol. Het zijn dit soort tegenstellingen die de voorstelling intrigerend maken.

Aan het eind komt de tijdscapsule weer terug, met passagiers: vier “sletten van de toekomst” – wezens die de ketenen van de intimiteit hebben afgeworpen. “Ik denk dat de seks van de toekomst lijkt op de seks van het verleden,” antwoord Grunberg op een van de vragen van Remmers. Na deze dystopische voorstelling hoop je dat dat waar is.

Holland Festival: The Future of Sex van Wunderbaum en Arnon Grunberg. Gezien 18/6/16 in Muziekgebouw aan het IJ. Meer info op www.hollandfestival.nl

Beschouwing: ‘The New Forest’ van Wunderbaum

beschouwingen,Parool — simber op 6 juni 2016 om 11:17 uur
tags: , ,

Vier jaar werkte theatergroep Wunderbaum aan hun project The New Forest, waarin ze als kunstenaars een nieuwe samenleving wilden opbouwen. In het Holland Festival zijn een aantal van de daaruit voortgekomen voorstellingen te zien, plus de afsluitende film Stop Acting Now. Maar heeft het collectief het wel overleefd?

‘Wat heb ik te bieden aan de werkelijkheid?’, vraagt actrice Marleen Scholten zich vertwijfeld af. Het is tegen het einde van de film Stop Acting Now en de vijf toneelspelers van acteursgroep Wunderbaum merken dat ze zich in hun laatste project verslikt hebben.

Wunderbaum is een theatergroep die bestaat sinds 2001, toen de leden samen afstudeerden aan de toneelschool Maastricht. Johan Simons nam ze onder zijn hoede en maakte met hen prachtige, zwaarmoedige voorstellingen als Platform (naar Houellebecq) en Tien Geboden (naar Kieslowski).

In hun eigen werk pakten ze even serieuze thema’s lichtvoetiger aan. Ze maakten voorstellingen over Engelse lads in Oekraïne (Beer Tourist), over populisme (Venlo), armoede in Rotterdam Zuid (Natives) en kunst in de openbare ruimte (Looking for Paul). De voorstellingen speelden altijd met fictie en werkelijkheid, maar probeerden het wel altijd expliciet te hebben over de werkelijkheid buiten de deur.

In 2013 kondigde de groep een grootschalig nieuw project aan: The New Forest. Niet een nieuwe voorstelling , maar een geheel nieuwe samenleving was het doel. Een utopie, waarin alle facetten van de maatschappij opnieuw zouden worden uitgevonden. Het project verwarde volgers van de groep en critici (ook mij). Was het nou een plek waar ze daadwerkelijk gingen wonen? Of was het een heel uitgebreid fictief spel? Of was het iets waar de makers zelf in moesten geloven om een nieuwe vorm van kunst uit te vinden?

Feit was dat uit de The New Forest wel voorstellingen voortkwamen, zoals het erg geslaagde De komst van Xia, dat speciaal voor het Holland Festival wordt hernomen. In een speciaal door ZUS Architecten ontworpen tribune filosoferen de acteurs over de ideale samenleving. Maar hoe zou je moeten beginnen met een nieuwe maatschappij. Het antwoord dat de groep geeft is: met cultuur en rituelen. Op spectaculaire wijze wordt het Chinese meisje Xia binnengehaald als leider van de nieuwe samenleving.

Maar het interessantste deel van het project is uiteindelijk de film Stop Acting Now geworden, die Wunderbaum maakte in samenwerking met regisseur Mijke de Jong. De film laat zien hoe de groep de uiteindelijke consequentie trekt van het idealisme waarmee ze hun voorstellingen maken: ze gaan stoppen met acteren en ingrijpen in de werkelijkheid.

Wine Dierickx blijft grotendeels buiten beeld: zij kreeg in het jaar waarin de film gemaakt werd een kind, en ziet dat als haar bijdrage aan een betere wereld. De andere vier hebben ieder een eigen project: de melancholieke Marleen Scholten begint een ‘tranenbar’, een café voor weltschmerz; de cholerische Maartje Remmers gaat een arm gezin helpen bij de schuldhulpsanering; de sanguine Walter Bart start een serie theatraal activistische performances (verkleed als bankier geld uitdelen en dergelijke); en de flegmatieke Matijs Jansen ontwikkelt een app voor stadstuinieren.

De film volgt de ups en downs van de verschillende projecten, die al snel net iets te absurd worden – de documentaire volgt uiteindelijk het vaste stramien van veel Wunderbaum-voorstellingen: als acteurs beginnen met een geloofwaardige situatie en van daaruit steeds verder improviseren. De vorm van een mockumentary geeft de makers echter de mogelijkheid om de projecten verder uit te spinnen dan op het toneel mogelijk zou zijn. We zien Scholten doodongelukkig als een combinatie van psychiater en barvrouw rondlopen in haar veel te succesvolle bar en Remmers in de rechtszaal nadat ze een gemeenteambtenaar heeft geslagen.

Maar ondanks de speels fictieve vorm is de film eigenlijk heel openhartig. Het gaat over kunstenaars die heel oprecht zijn in een zoektocht naar manieren om de wereld te verbeteren en die er gaandeweg achter komen dat juist kunst maken hún manier is. De bezuinigingen van vijf jaar geleden hebben bijna alle kunstenaars uit het lood geslagen, juist omdat in het debat het nut van kunstenaars voor de samenleving geheel werd ontkend: kunst zou los staan van de rest van de samenleving en alleen maar luxe zijn.

In de speelse vorm en de serieuze inhoud toont Wunderbaum in Stop Acting Now, zoals in haar beste theatervoorstellingen dat zij de werkelijkheid iets essentieels te bieden heeft: verbeelding.

Stop Acting Now is nog te zien op 26/6 in Eye
De komst van Xia is te zien van 22 t/m 25/6 op locatie Kop Java-eiland
www.hollandfestival.nl

Recensie ‘Die Stunde da wir nichts voneinander wußten’ (HF)

Grauw geklede forenzen, hipsters met kartonnen koffiebekers, een schuifelende bejaarde, een roedel piloten met rolkoffers, skateboarders, een groep Chinese toeristen met mondkapjes en kleurige paraplu’s. Ze steken het podium van de Stadsschouwburg over, elkaar soms rakelings passerend.

Het Holland Festival opende gisteren met de voorstelling Die Stunde da wir nichts voneinander wußten die de Estse theatermakers Tiit Ojasoo en Ene-Liis Semper maakten bij het Thalia Theater Hamburg. Die Stunde… is een stuk van de Oostenrijkse schrijver Peter Handke uit 1992, dat bestaat uit zestig pagina’s regie-aanwijzingen, zonder gesproken tekst. Het beschrijft de gebeurtenissen op een willekeurig stadsplein, de kleine belevenissen van mensen die langs elkaar leven en niets van elkaar weten.

De Hamburgse productie is spectaculair grootschalig: 32 spelers, 10 zangers die in de zaal zitten en een groot aantal technici achter de schermen maken in ruim twee uur een vloeiende opeenvolging van talloze prachtig aangeklede tableaus. We zien vissers, postbodes op fietsen, hardlopers, Sinterklaas, pelgrims en moeders met kinderwagens. Tegen het eind worden de beelden absurder en harder: een groen monster, een drag queen die Samba danst, twee mannen in bivakmutsen die een derde in een oranje overall meevoeren, een mensenoffer.

Soms lijkt de voorstelling op een kinderboek waarin je op iedere pagina dezelfde figuren moet terugzoeken: de man met het strooien hoedje, de vrouw in de rode jurk, het meisje met het korte haar. Langzaam ontvouwen zich een paar verhaallijnen: forenzen worden werkloos, geliefden vinden elkaar en raken elkaar weer kwijt. De speelstijl, met nadrukkelijke mimiek, neigt af en toe naar het groteske.

Handke heeft de makers toestemming gegeven om zijn stuk aan te passen aan 2016, en dat deden Semper en Ojasoo vooral door de multiculturele cast in te zetten bij het doorbreken van een aantal clichés. Vrouwen in rouwkledij wisselen van kleding met een trio piloten. Een groep Aziatische spelers is eerst een homogene kudde toeristen en lost later op in een horde kantoorpersoneel. Verdere modernisering beperkt zich tot het toevoegen van een paar smartphones, een vleugje terreurdreiging en (onvermijdelijk) een groep vluchtelingen.

Een echt statement kan in deze vorm niet gemaakt worden, blijkt bij de meest brisante beelden uit deze voorstelling: Sinterklaas wordt vergezeld van een Zwarte Piet: een witte speler die zich eerst met zichtbare tegenzin zwart schminckt en vervolgens steeds aap-achtiger de roe hanteert, totdat hij ineens tegenover een elegant zwart koppel staat. Maar een dergelijk pijnlijk moment wordt nooit meer dan een grap – alles spelers gaan schielijk af en we gaan weer door naar de volgende scène.

De mooiste momenten zijn als grote beelden associatief gaan overlappen. We zien een groep vrouwen een menorah ontsteken, we zien joodse gelovigen bidden bij de klaargmuur en we horen de islamitische oproep tot het gebed, wat weer overgaat in een groep keurige werknemers met aktentassen die haastig het toneel oversteken: de ochtendspits als kapitalistische eredienst.

Het Holland Festival plaatst de voorstelling nadrukkelijk in een programma over het nieuwe Europa. Dat lijkt me een wat moeizame invulling. Veeleer gaat Die Stunde… over toneel als vrijhaven: een plek waar alles iets anders kan zijn dan je op het eerste moment denkt en daarmee een aanmoedigiging om ook buiten het theater beter te kijken.

Holland Festival: Die Stunde da wir nichts voneinander wußten van Thalia Theater Hamburg. Gezien 4/6/16 in de Stadsschouwburg. Aldaar 6/6. Meer info op www.hollandfestival.nl.

Recensie ‘Kings of War’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Na Romeinse Tragedies (2007) maakt regisseur Ivo van Hove met Toneelgroep Amsterdam voor het Holland Festival opnieuw een compilatie van drie Shakespeare-stukken. In Kings of War zien we in vierenhalf uur achtereenvolgens ingekorte versies van Henry V en Henry VI en (na de pauze) een bijna volledige Richard III.

Romeinse Tragedies ging met z’n vrij rondlopende publiek, doorlopende handeling en live twitterstream over hoe onze verhouding met politiek en media is veranderd, en haakte aan op nieuwszenders en tweede schermen. Kings of War ontvouwt zich meer als een televisieserie op DVD: je wordt ondergedompeld in een wereld van macht en intriges met subtiele herhalingen en terugkerende personages.

Van Hove wil er iets mee zeggen over leiderschap: Henry V (een vrij briljante Ramsey Nasr) als inspirerende en op eer beluste legeraanvoerder, Henry VI (een mooi tegen emoties vechtende Eelco Smits) als te jong op de troon terecht gekomen aartstwijfelaar die één beslissing wél neemt en daarmee meteen zijn toekomst en zijn leven vergooid, en Richard III (Hans Kesting; leep maar net niet gevaarlijk genoeg) als de bloeddorstige machtswellusteling.

Vormgever Jan Versweyveld maakte een war room: een bunker waar strategie wordt bepaald en vergaderd, maar waar ook televisieopnames worden gemaakt of kan worden geslapen. Schermen met beelden van drones staan naast kaarten met waarop met gekleurde punaises en touwtjes het front wordt aangegeven. Cryptografische apparatuur contrasteert met rode en groene telefoons.

Achter het toneel is een lange witte gang, alleen zichtbaar via de camera die de personages blijft volgen. De gang symboliseert niet alleen de ruimte achter de schermen van de macht, maar is ook een soort onderbewuste: we zien er soldaten aan het front, moordpartijen en zelfs een kudde geiten (een visioen van Henry VI, die liever herder was geweest dan koning).

Kings of War is zonder meer een goede voorstelling: onderhoudend, mooi gespeeld, slim in elkaar gestoken. Prachtig toont Van Hove een politieke kaste wiens blikveld verschuift van buiten naar binnen. In Henry V is het toneel nog een plek die draait om communicatie met de buitenwereld, aan het eind is het een paleis vol spiegels. Met Richard III is het id aan de macht. Hij is alleen in de bunker terwijl in de wandelgangen zijn val wordt bekokstoofd.

Maar er wringt iets: bij Shakespeare is leiderschap vooral een omstandigheid waarmee een persoonlijkheid op scherp wordt gezet. Het doel van leiderschap is bij alledrie de koningen – goed, zwak of kwaadaardig – hetzelfde: de macht veroveren en bestendigen. Zelfs de heldendaad van de goede koning Henry V is alleen maar het terugveroveren van land waar zijn overgrootvader recht op had.

Na het intellectueel stimulerende en tamelijk wilde The Fountainhead vorig jaar is Kings of War degelijker en minder uitdagend. Het is managementtoneel voor het hogere bedrijfskader dat TGA kennelijk graag als publiek wil veroveren en dat etaleert dat leiderschap uiteindelijk vooral over zichzelf gaat.

Holland Festival: Kings of War van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 21/6, reprise dit najaar. Meer info op www.tga.nl.

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity