Recensie: ‘De opgaande zon’ van Toneelgroep Maastricht

Parool,recensies — simber op 21 november 2010 om 23:52 uur
tags: , , ,

Het wordt regelmatig geprobeerd om ander werk van Herman Heijermans dan Op hoop van zegen op te voeren. Vorig jaar speelde Het Toneel Speelt bijvoorbeeld Ghetto. Maar keer op keer blijkt dat Heijermans’ overige stukken niet het niveau halen van die ene klassieker. Ook de zeer matige voorstelling De opgaande zon is geen pleitbezorger voor herwaardering

De opgaande zon kan het makkelijkst worden gekarakteriseerd als Op hoop van zegen met winkeliers. Kleine middenstander De Sterke heeft een familiebedrijfje, maar zijn zaak wordt langzaam uit de markt gedrukt door het grote warenhuis De Opgaande Zon ernaast. Er zijn te weinig klanten en te veel schulden, en terwijl De Sterke’s vrouw handenwringend door het leven gaat houdt De Sterke met humor en optimisme de moed erin, een eigenschap die hij ook zijn dochter Sonja heeft aangeleerd.

Midden op het toneel is het een stampvol doolhof op de vierkante meter. Het is de huiskamer van de familie, tevens winkelopslag, en overal staan delen van stoelen en tafels, dozen en verkoopwaren opgestapeld. Mensen moeten over de meubels lopen om van de ene kant naar de andere te komen. Het is een schets van pittoreske armoede, waarin de lampen aan het plafond uit en aan worden gedraaid om te besparen op de electriciteit en saucijzebroodjes het toppunt van luxe zijn.

De aardigste vondst van regisseur Arie de Mol is om de opgeruimde De Sterke te laten spelen door de altijd nogal nurkse en cholerische acteur Jack Vecht, die duidelijk weet te maken dat zijn personage bewust niet kiest voor ‘drank, dood, zeuren of bidden’, maar voor de lach. Maar voor de wanhoop die daarbij hoort is geen moment plaats in deze voorstelling. De acteurs staan stijf van de energie, en de hele voorstelling is een heksenketel van rennen, duwen en schreeuwen.

Maar het blijft ongericht. Al het lachen, sappelen en ploeteren op de vloer voelt ongemeend en het komt niet over in de zaal. Zelfs de mooie stukken in de tekst, zoals het verhaal van opa De Sterke over het faillissement dat hem lang geleden overkwam, worden kitsch door de grove speelstijl en muziek. Als op het eind de onafwendbare doem heeft toegeslagen is de voorstelling al over de kop.

De Mol is een ouderwetse punksocialist die in eerdere voorstellingen zijn moralisme intelligenter en uitdagender wist vorm te geven. Maar juist in combinatie met Heijermans wordt het ergerlijk plat.

De opgaande zon van Toneelgroep Maastricht. Gezien 20/11/10 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 26 t/m 28/11. Meer info op www.toneelgroepmaastricht.nl

Recensie: ‘Dakhemelruimte’ van Monk

Parool,recensies — simber op 12 maart 2007 om 10:42 uur
tags: , , ,

Vier vrienden verzamelen zich op het dak van een dijkhuisje aan een Hollandse rivier. Ze zijn uitgenodigd door de vijfde, Henk, maar die komt maar niet opdagen. Ze hebben elkaar al zo’n tien jaar niet gezien. De twee mannen zijn kunstenaar gebleven, de een is mislukt zanger, de ander maaakt schilderijen die worden gewaardeerd door de kritiek, maar slecht verkopen. Van de vrouwen is de een een hard zakentype geworden met ambities in de politiek en de tweede doet in de creatieve industrie iets met concepten.

Theatergroep Monk wilde een update maken van Titaantjes van Nescio, maar van het idealisme van Bavink, Koekebakker en de andere bohemièns vind je alleen glimpje terug bij schilder Lowie. “Waar is jouw eigen kleine Guernica?”, vraagt de conceptvrouw aan hem: “Een stukje inspringen op de realiteit?” Er is weinig onschuldigs meer aan deze hypermoderne mensen.

De vaste kern van Monk (Rutger Kroon, Maartje van den Brink en Ellen Goemans) schreef samen een trilogie -nou ja, eerder twee delen en een toegift- waarvan de eerste twee delen Dak en Hemel eerder dit seizoen als zelfstandige voorstellingen gespeeld werden. De hele trilogie die nu in tweeëneenhalf uur gespeeld wordt is een oefening in cynisme geworden, die beter verteerbaar zou zijn geweest als de clichés over de oppervlakkigheid van het moderne leven meer vermeden of iets beter verwoord zouden zijn.

In het tweede deel blijkt waarom Henk niet bij de vriendenreünie was. Hij is de moderne incarnatie van Japi die van de Waalbrug afstapte, pleegde zelfmoord en zit nu in de wachtkamer bij God. Die blijkt een nogal kleinzielig figuur te zijn, die graag veel waardering wil voor het vakwerk dat Hij met de schepping afleverde; hij is dan ook nogal verrast dat Henk minder enthousiast is over “die hele kutkolerekankertyfusmaatschappij”.

Er wordt opvallend goed gespeeld door de hele cast met Ellen Goemans -als de geslaagde maar toch ongelukkige conceptvrouw- als uitschieter. Ook Jack Vecht als de vermoeide en al te menselijke God van wie geen enkel antwoord te verwachten valt is geestig en schrijnend.

Met hun yuppie-personages, hun onnadrukkelijke speelstijl en hun cultuurpessimisme is Monk toch een soort light-versie van hun generatiegenoten Dood Paard. Maar die groep is in vergelijking toch veel scherper en eigenzinniger en beschikt met Oscar van Woensel over een veel betere schrijver. En zwartgalligheid kan het beste maar zo welsprekend mogelijk gebracht worden.

Dakhemelruimte van Monk. Gezien 10/3/07 in Frascati. Aldaar t/m 17/3, tournee t/m 31/5. Meer info op www.tgmonk.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity