Interview: Jakop Ahlbom

interviews,Parool — simber op 12 mei 2014 om 10:00 uur
tags: ,

Met zijn surrealistische en filmische voorstellingen heeft regisseur Jakop Ahlbom een geheel eigen plek gevonden in het Nederlandse theaterlandschap. Zijn macabere liefdesverhaal Bug, met onder anderen Tamar van den Dop en Bram Coopmans, staat de komende twee weken in Bellevue. “Als ik iets eenmaal gedaan heb, ga ik het liefst daarna iets heel anders doen.”

Bollende muren, een bed vol handen en heel veel jeuk. Welkom in de wereld van Jakop Ahlbom. De van oorsprong Zweedse regisseur haalt zijn inspiratie uit de films van David Lynch en de slapstick van Buster Keaton, maar aan een bestaande toneeltekst waagde hij zich nog niet eerder. Bug werd geschreven door de Amerikaanse toneelschrijver Tracy Letts.

“Ik vind het leuk om verschillende dingen uit te proberen”, zegt Ahlbom daarover, “Ik houd van theater in de breedste zin van het woord. Ik heb circus gemaakt, muziektheater, onlangs in Berlijn een opera, en over twee jaar ga ik een dansvoorstelling maken bij ICK van Emio Greco. Als ik eenmaal iets gedaan heb, ga ik daarna het liefst iets heel anders doen.”

Ondanks die verscheidenheid in genres is Ahlboms werk zeer herkenbaar. Hij is een meester in het scheppen van een vervreemdende sfeer en in het doen van surrealistische ingrepen in een hyperrealistische setting.

In Bug komt de zachtaardige vreemdeling Peter (gespeeld door Bram Coopmans) het leven binnenwandelen van de gescheiden vrouw Agnes (Tamar van den Dop), wiens zoon zoekgeraakt is. Maar Peter heeft een paranoïde trekje: hij ziet overal beestjes. Langzaam trekt hij Agnes mee in zijn jeuk opwekkende gekte, of wordt hij echt achtervolgd?

Ahlbom was niet op zoek naar een toneelstuk toen hij Bug tegen het lijf liep. “Ik wilde altijd wel een keer een tekst regisseren, maar ik lees niet zoveel toneelstukken. Toen ik de film Bug (1995) van William Friedkin zag, fascineerde het gegeven me. Het was ook een beetje een raar verhaal, het leek niet op een filmscenario. Het bleek gebaseerd te zijn op een toneelstuk en meteen dacht ik: misschien is dat dan iets voor mij.”

Het waren in eerste instantie vooral de duistere kanten en de horror-elementen die Ahlbom aanspraken. “Maar uiteindelijk gaat het over twee getraumatiseerde, eenzame zielen die zich proberen staande te houden in een wereld van ellende. Ze kunnen elkaar liefde geven, maar als ze dat doen halen ze elkaar alleen maar naar beneden. Het is mooi maar tegelijk heel destructief.”

Het duistere zit hem vooral in het personage Peter dat tegen het einde een opgefokte monoloog houdt met zijn doorgedraaide complottheorieën. “Het gaat uiteindelijk over iemand die waanideeën heeft”, zegt Ahlbom. Met gevoel voor understatement: “Daar gaat hij vrij ver in. Dat complotdenken is voelt heel erg Amerikaans en speelt ook heel erg met details die hier niet zo bekend zijn, maar er zit ook een deel in over de Bilderberggroep – dat is meer een ‘algemene comlottheorie’ hahaha.”

In Bug zijn video en muziek belangrijke elementen in het opbouwen van de sfeer. “Ik ben geen groot liefhebber van video in het theater, maar hier kon ik het gebruiken om de toeschouwer naar de wereld te laten kijken zoals de personages doen. Het is een abstracte verheviging van de ruimte.” Voor de muziek werkte Ahlbom voor de derde keer samen met de rockband Alamo Race Track. “Ik werkte voor het eerst met hen samen in de voorstelling Innenschau en dat klikte heel goed. Ik hou van rockmuziek en voor mijn voorstellingen wil ik liever een band met een eigen kleur dan een dienstbare componist. Ik vind de kleur van hun muziek heel mooi.”

Ahlbom merkte tijdens de repetities dat werken met een bestaand stuk z’n eigen uitdagingen met zich meebrengt: “Ik had gehoopt dat het verhaal min of meer zichzelf kon vertellen en dat ik steeds visuele ingrepen tegenover de tekst zou kunnen zetten. Maar het stuk zit heel hecht in elkaar; alles wordt uitgelegd en aan het eind heel netjes ingelost. Toen we eraan werkten wilden de acteurs handvatten hebben en ik wil als regisseur vooral alle handvatten weghalen. Ik ben niet zo geïnteresseerd in psychologische coherentie.”

“Wat ik interessant vond was om Peter en zijn wanen zo lang mogelijk te volgen. Uiteindelijk verschijnt er een arts ten tonele, die zegt dat Peter uit een ziekenhuis is ontsnapt. Dat klinkt heel plausibel, maar ook hij doet vreemd en doet dingen die een arts in het echt nooit zou doen.”

Maar hoe kun je meeleven met personages die uiteindelijk gek zijn? “Ik vind het mooi dat die twee mensen zich vanuit die wanen kunnen rechtvaardigen, dat hun ellende niet hun eigen schuld is. Dat maakt het draagbaarder en dat is denk ik herkenbaar.

Bug is van 6 t/m 18/5 te zien in Bellevue. www.theaterbellevue.nl

Pophelden in het theater

Voor (ex-)rocksterren lonkt het theater. Dit weekend gaat de voorstelling Lebensraum in première, een samenwerking tussen regisseur Jakop Ahlbom en rockgroep Alamo Race Track. Ook andere popmuzikanten, zoals Richard Janssen of Roald van Oosten, slechten de muur tussen de twee genres. Maar de zoektocht naar het bandjesgevoel blijft. “Theater voelde als een nieuw territorium voor mijn fantasie.”

Het zijn drie muzikanten van verschillende generaties. Richard Janssen was de frontman van Fatal Flowers, een van de beste Nederlandse bands van de jaren tachtig; Roald van Oosten werd bekend met Caesar in de jaren negentig; en Leonard Lucieer staat nu stevig in de belangstelling met zijn band Alamo Race Track. Allemaal werden ze gevraagd om mee te werken aan een theatervoorstelling en bij allemaal bleef het niet bij één keer.

“Ik werd in 2002 door Stef Kamil Carlens van Zita Swoon gevraagd of ik hem kon vervangen op tournee”, vertelt Janssen, “Hij werkte mee aan de voorstelling Carmen van Toneelgroep Amsterdam, waar ze een hele band hadden meespelen op het toneel. Via een paar acteurs – theater is net als popmuziek een klein wereldje – kwam ik in contact met regisseur Marijke Schermer. Voor haar voorstelling Orestes maakte ik een geluidsdecor dat de acteurs zelf konden bespelen. Dat vonden ze zo leuk dat ze zeiden: maak de rest van het decor ook maar. En dat ben ik blijven doen voor al haar voorstellingen.”

Bij Van Oosten liep het contact via toneelspeler Ingejan Ligthart Schenk. “Hij nodigde Caesar uit om te komen spelen op het festival Fin de Saison van zijn gezelschap ’t Barre Land en Discordia op het Westergasfabriekterren. Een paar jaar later kwamen we elkaar weer tegen en dat was eigenlijk een heel goed moment voor mij. Caesar was net uit elkaar en ik was op zoek naar een volgende stap. Ingejan en ik hebben toen in 2008 samen een voorstelling gemaakt, Wooff Wooff, een combinatie van theater, muziek, beeldende kunst en literatuur. Het voelde als een nieuw territorium voor mijn fantasie.”

De samenwerking tussen Jakop Ahlbom en Alamo Race Track kwam iets doelgerichter tot stand: “Jakob wilde een voorstelling maken met live muziek”, vertelt Lucieer, “en dan niet met een paar losse muzikanten, maar met een echte band. Toen is hij gewoon in Concerto of Get gaan zoeken naar Nederlandse bands en bij ons uitgekomen. Tegelijkertijd zaten ook wij in een rare tussenperiode: twee bandleden waren vertokken en dat was voor ons een aanleiding om iets heel anders te gaan doen. En zo ontstond twee jaar geleden de voorstelling Innenschau.”

Lucieer is inmiddels volop aan het repeteren voor de volgende samenwerking met Ahlbom: Lebensraum, gebaseerd op het werk van Buster Keaton. “Met Jakop praten we in het begin vooral veel over muziek of goeie films om zo te komen tot een sfeer van de voorstelling. Bij Keaton denkt iedereen aan de pianobegeleiding bij stomme films, in onze voorstelling probeert de muziek iets meer het drama te volgen. Jakop neemt alle repetities op op video en ’s avonds kijken we samen naar wat werkt en wat niet. De muziek of liedjes die dan geleidelijk ontstaan, moeten in deze laatste weken gemonteerd worden in de voorstelling. Dit keer is het iets lastiger omdat niet de hele band op het toneel staat, maar alleen Ralph Mulder en ik. Dus nu zijn we aan het puzzelen hoe we alles dat we bedacht hebben live gaan doen. We hebben soms handen tekort.”

Waar Lebensraum een gelijkwaardige samenwerking is tussen autonome theatermakers en musici werkt Janssen tegenwoordig als vaste geluidsontwerper van regisseur Susanne Kennedy op een andere manier: “Ik verbaas me er altijd over als ontwerpers los van elkaar werken en niet bij de repetities zijn. Het belangrijkste voor het geluidsontwerp is toch de dramaturgie: een theatervoorstelling moet een totaalkunstwerk zijn, met één gedachte. Ik noem mezelf heel bewust geluidsontwerper. Als ik aan een voorstelling werk, heb ik geen eigen muzieksmaak of stijl. Ik ben er vanaf de eerste repetitiedag bij, waardoor er wederzijdse invloed is tussen geluidsontwerp, beeld en regie. In popmuziek vond ik het ook altijd interessant dat er veel kunstvormen bij elkaar komen, naast muziek ook poëzie, performance, fotografie en video. Zowel theater als muziek zijn het best als het allemaal in elkaar grijpt.”

Van Oosten is van alledrie het meest aan het experimenteren met nieuwe mengvormen. “Ik heb in het theater op heel verschillende manieren gewerkt: soms maakte ik een soundtrack, zoals voor een film, soms is het een creatieve samenwerking, soms sta ik op toneel met liedjes op basis van andermans teksten. Ik heb al muziek gemaakt van Martin Crimp, Edgar Allen Poe en Emily Dickinson. Tegelijk heb ik heel veel voorstellingen gezien en zo manieren geleerd om méér te vertellen dan alleen m’n eigen emotie. Caesar was toch een echte jaren negentig-band, die emotionele liedjes met veel energie eruit gooide.”

“Maar mijn droom is een creatieve club hebben die op vaste avonden op aparte lokaties mensen meeneemt naar een andere wereld. Dat is voor mij persoonlijk de belangrijkste kracht van theater, terwijl je tegelijk wordt verrast en ontroerd en wordt uitgedaagd in je denken. Ik denk dat ik dat nu gevonden heb met het project Soonday&Moonday, waarmee we eind deze maand op Tweetakt staan.” Dus toch weer een soort bandje, zij het een bandje dat niet alleen muziek maakt.

Ook Janssen ziet in de collectieve aanpak het bandjesgevoel terugkeren: “Misschien zijn we met Susanne en haar vaste ontwerpers en actrice Çigdem Teke ook wel een soort band, met Susanne als de lead. Ik vertaal wat Susanne voor vormideeën heeft in geluid.”

Maar hoewel de manier van werken dus erg overeenkomt, blijven de twee werelden sterk gescheiden. “Ik vond dat erg opvallend”, zegt Lucieer, die met vader Rudolf, zus Jara en broer David uit een echte theaterfamilie komt. “Het is ons vaste publiek grotendeels ontgaan dat we een theatervoorstelling hebben gemaakt. Het is ook een groot verschil in planning: theater wordt soms wel twee jaar vooruit gepland, soms wel. Als band kan dat niet; onze laatste plaat is net uit in Duitsland, en we hebben er een aantal keer opgetreden. Afhankelijk van het succes daar beslissen we op heel korte termijn dat we teruggaan. Maar als een theatervoorstelling succesvol is moet je hopen dat je volgend jaar terug mag komen.”

Maar ook op een dieper niveau zijn de verschillen groot. Lucieer: “Muziek wordt begrepen en ervaren op een elementair niveau. Theater gaat meer over ideeën en achterliggende thema’s” Van Oosten: “Wat ik zag bij ’t Barre Land sprak me enorm aan: muziek kon onderdeel zijn van een enorm verhaal, met een visuele en intellectuele dimensie. Generaliserend gezegd hebben popmensen meer een do it yourself-mentaliteit, ze doen alles van schrijven tot plaat opnemen tot promotie. Ik heb wel geleerd van de professionaliteit en de organisatiegraad van theater. Veel jonge groepen moet meerjarenplannen schrijven en dat helpt enorm om navelstaarderij te voorkomen. De Warme Winkel of Marjolijn van Heemstra hebben enorm goed voor ogen waar ze naartoe willen, dat vind ik inspirerend.”

Is er dan ook verschil in het soort mensen? “Popmuziek is meer familie en theater meer een pleeggezin”, zegt Janssen. “Sommige bands, zoals De Dijk, staan rustig dertig jaar samen op het podium. In het theater werk je veel meer op projectbasis: dan ben je twee maanden elkaars beste vriend en daarna is het weg. Er zijn ook veel meer vrouwen in het theater, dat maakt het iets minder ouw-jongens-krentebrood.”

En nemen de popmuzikanten nog een beetje theater mee in hun eigen werk? Lucieer: “Je merkt wel dat theatereffecten goed werken.” Lachend: “Jakops jeuken om onze optredens onder hand te nemen. Maar zelf vind ik vind het ook mooi als er gewoon een band staat zonder opsmuk. Het moet wel bij je passen.”

Lebensraum van Jakop Ahlbom en Alamo Race Track gaat op 23/3 in première in de Toneelschuur in Haarlem. Meer info op www.jakopahlbom.nl

Soonday&Moonday van Ghosttrucker en Fauna van Sanne van Rijn – beide met Roald van Oosten – zijn te zien op festival Tweetakt in Utrecht. Meer info op www.tweetakt.net

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity