Recensie ‘(Not) my paradise’ van Sachli Gholamalizad/KVS

Parool,recensies — simber op 15 oktober 2016 om 15:19 uur
tags: ,

‘Hier heerst de wet van de grond: aan uw grond zult u kleven.’ Videobeelden tonen vervallen gebouwen aan een smal strand. Het zou Sicilië kunnen zijn, of de Poolse Oostzeekust, maar het is Anzali in Iran, aan de Kaspische zee. Deze lap grond is van de familie van de Vlaams-Iraanse theatermaker Sachli Gholamalizad.

Ooit stond er een vermaakspaleis van haar opa, een restaurant en dancing waar regionale beroemdheden kwamen om opium te roken. Na zijn dood ontstond onduidelijkheid over het eigendom van de grond en een conflict over de erfenis. Gewapend met een camera trekt Gholamalizad langs een aantal familieleden in Iran om er meer over te horen.

De hele geschiedenis is op een prettige manier on-exotisch (het deed mijn in ieder geval denken aan de generaties omspannende ruzies over land in mijn Zeeuwse familie), de ooms, tantes en oma lijken keurige middenklasselevens te leiden in Anzali en Teheran. Het conflict is ook behoorlijk onbegrijpelijk, en dat geeft ruimte om stil te staan bij de details. Zo heeft Gholamalizads moeder een kleiner deel grond omdat in Iran dochters slechts de helft krijgen van wat zonen erven. En schitterend is het contrast tussen de intimiteit tussen vrouwen binnenshuis (we zien Gholamalizad haar oma wassen) en de uitgebreide aankleding en voorbereiding voordat ze naar buiten kunnen.

De voorstelling bestaat grotendeels uit filmbeelden. Tussendoor beeldt Gholamalizad in hokjes achter de projectieschermen haar fantasie uit over het leven in de wereldse club van haar grootvader: ze ligt op een satijnen bed, zit voor de kleedkamerspiegel, danst wulps. Pas helemaal aan het eind komt ze naar het publiek toe en zingt ze een lied over het lot van de migrant: kiezen voor vrijheid, maar altijd met heimwee.

Gholamalizads werk sluit aan bij Nederlandse generatiegenoten die hun migratiegeschiedenis als thema nemen, zoals Sadettin Kirmiziyüz of Daria Bukvić, maar (Not) my paradise is zachter, particulierder en vertelt meer tussen de regels door. Daarbij heeft Gholamalizad een sterke podiumaanwezigheid. Daar had ik in deze voorstelling nog wel meer van willen zien.

(Not) my paradise van Sachli Gholamalizad/KVS. Gezien 13/10/16 in De Brakke Grond. Aldaar nog 14/10. Meer info www.kvs.be

Recensie: ‘Dieven’ van het Ro Theater en KVS

Een vrouw heeft een wolf gezien aan de rand van de stad. Ze is opgetogen en verward. Niet per se omdat een wild dier niet thuis zou horen op deze plek, maar vanwege de vraag: ‘Staat wolf voor aanvang nieuw begin/of voor afscheid verval?’

Welkom in de wereld van Dea Loher. Loher is een van de belangrijkste Duitse toneelschrijfsters van dit moment en sinds een paar jaar regisseert Alize Zandwijk haar nieuwe stukken bij het Ro Theater. Dieven is haar meest recente tekst.

Net zoals haar eerdere stukken Onschuld en Het laatste vuur kent ook Dieven geen overkoepelend verhaal. Het is een mozaïek van personages, losjes met elkaar verbonden. De vrouw die de wolf heeft gezien heet Linda Tomason en heeft een vader in een bejaardentehuis, een broer die ze nooit ziet, maar die heeft besloten niet meer uit bed te komen en een vrouwelijke supermarktchef met dezelfde achternaam als zijzelf, die toch geen familie is. En dat is nog niet eens de helft van de rollen.

Ze bewegen zicht in een stad van kartonnen dozen op een hellend toneel. In korte scènes vertellen ze over wolven, verloren echtgenoten, pogingen tot moord en abortus, maar steeds afstandelijk, vaak heel geestig, maar steeds met iets hulpeloos. Er zit een diepe, wanhopige passiviteit in deze personages. De scènes zijn steeds tussen twee of drie mensen. Alleen als de vader een pot worsten heeft, rent iedereen naar hem toe om er een te bemachtigen.

Behalve de dozen en een constante soundscape (van Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) laat Zandwijk vooral ruimte aan de acteurs om deze voorstelling richting en diepte te geven. Willy Thomas maakt van de kwade vader een typetje dat toch ontroert, Sylvia Poorta speelt prachtig een obsessieve doorzetter zoals die in ieder stuk van Loher voorkomt, Esther Scheldwacht en Greet Verstraete weten midden in kleine, komische fragmenten tragisch reliëf te brengen.

Fania Sorel, inmiddels de sterspeler van het Ro, is opnieuw weergaloos als Linda, met haar mooie blonde haar en haar saaie steunkousen. Met minimale middelen, en weer totaal anders dan haar vorige rollen, zet ze een vrouw van gekneusd optimisme neer. Het is zo’n zeldzame actrice waarnaar je blijft kijken wanneer ze een beetje tussen de dozen scharrelt en die nooit verveelt.

De spaarzame regie is overigens ook de zwakte van de voorstelling. Bijna iedere keer staan de personages die aan het woord zijn middenvoor op het podium en richten ze het woord direct tot de zaal. Bij een lengte van tweeëneenhalf uur stoort dat. En bij het lopen door de dozen slaat de onbeholpenheid van de karakters terug op de voorstelling zelf.

Maar alleen al de kwaliteit van dit stuk is de gang naar de schouwburg waard. Loher weet iets duidelijk te maken over deze mensen. Iets waarvoor ze van de Japanse kunstenaar Genpei Akasegawa het begrip Tomason leende: ‘Een voorwerp, waarvan niemand weet, wat het voor betekenis heeft. (…) Ergens heeft iemand het bedacht, omdat hij het voor een bepaald doel nodig had. Maar dat is verloren gegaan.’

Dieven van het Ro Theater en KVS. Gezien 16/2 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 18 en 19/2. Tournee t/m 23/3. Meer info op www.rotheater.nl

Recensies TF: Tourniquet; Haar leven, haar doden; Missie

Parool,recensies — simber op 9 september 2008 om 00:43 uur
tags: , , ,

Een meisje met blote borsten, bovenaan de trap in theater Bellevue. Naast haar een oudere jongere die flyers uitdeelt voor een voorstelling in het Fringe Festival. “Durft u te komen?”, roept hij het tussen lichte gêne en onverschilligheid twijfelende TF-publiek toe, dat staat te wachten op de Tourniquet. Het is te hopen dat ze met z’n tweeën die voorstelling nog even hebben gezien, ze zouden nog wat kunnen leren over choqueren en ongemak.

Het Theaterfestival TF biedt het beste van het Nederlandstalige theater in het hoofdprogramma en daarnaast een rommelig, maar vrolijk chaotisch randprogramma waar iedereeen zich voor kan inschrijven. De jury die het hoofdprogramma samenstelde maakte een eigenzinnige keuze uit het aanbod van het afgelopen seizoen en zo zijn enkele voorstellingen die niet of nog maar beperkt in Amsterdam speelden toch nog te zien.

Tourniquet van de Vlaamse groep Abattoir Fermé is er daar een van. Een blote vrouw in bad en twee blote mannen die een houten plank op een hoge pin en een wieltjesconstructie ronddraaien. Met haar onheilszwangere beelden van mannen in slagerskostuums met slijptollen, de blote vrouw aan het kruis, en op martelingen geïnspireerde rituelen lijkt de voorstelling een oefening in het oproepen ongemakkelijkheid. De soundtrack met pompeuze synthesizerklanken en stemmen van duivelsuitdrijvers doet er nog een schepje bovenop.

Het is nogal katholiek theater, in de zin dat de makers erop vertrouwen dat uitgekauwde en lege rituelen toch effect hebben, terwijl de voorstelling als geheel toch vooral wil laten zien dat mensen die het kwaad willen uitdrijven daarvoor altijd nog groter kwaad begaan.

Veel minder eenduidig is de locatievoorstelling Haar leven, haar doden. De Amsterdamse theaterliefhebber moest er echter wel voor naar Leiden, alwaar De Veenfabriek het stuk van de Engelse schrijver Martin Crimp situeerde in een filiaal van de V&D. In losse scènes schetsen de jonge acteurs en muzikanten het levensverhaal van Anna, van pornoster tot terroriste. Of van communevrouw tot alcoholistische moeder. De raadselachtige fragmenten wensen geen afgerond geheel te worden.

Dat is ook niet nodig, het gaat om de rondwandeling door de winkel en de ruimtes achter. De tekst over consumentisme en de mediamaatschappij schuurt aangenaam met de goedkope burgerlijkheid van de V&D. Dat werkt het mooist als we vanaf de parfumafdeling door een deur naar de ‘coulissen’ van het warenhuis geleid worden. De overgang van de toch al niet vlekkeloze façade naar de achterliggende krochten is subliem. En dan volgt nog een mooie scène bij de roltrappen, waar afdalende klanten een plotselinge en ongewenste opkomst maken op de toneelscène. De omroepberichten over sluitingstijd mengen zich moeiteloos met de laconieke liedjes van Roald van Oosten.

Nog helemaal niet te zien in Amsterdam was Missie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg uit Brussel, het verhaal van een Witte Pater op zending in de Congo. Als je tegenwoordig in België wordt gevraagd om te spreken krijg je zeven minuten, klaagt hij; ach goed, tien, omdat je pater bent. En vervolgens vertelt acteur Bruno Vanden Broecke in zijn eentje in een allereenvoudigste setting vanachter een katheder twee uur lang het verhaal van een kleine man met een grote volharding en een pragmatisch geloof.

Schrijver David Van Reybrouck stelde zich buitengewoon dienstbaar op ten opzichte van zijn documentaire basismateriaal en dat levert en buitengewoon genuanceerd en levensecht beeld op van de missionaris als leraar, arts, wegenbouwer, voetbalcoach en liturgisch doe-het-zelver. En met zijn ouderwets klinkende Vlaams en de bijzondere toeëigening van zijn personage levert Vanden Broecke een fenomenale acteerprestatie. Minimaal theater, maar buitengewoon krachtig, en met een onverwacht theatrale uitsmijter.

Tourniquet van Abattoir Fermé. Gezien 4/9 in Bellevue; Haar leven, Haar doden van de Veenfabriek. Gezien 5/9 in de V&D in Leiden; Missie van de KVS. Gezien 8/9 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.tf.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity