Amsterdamse instellingen willen MC Theater redden

nieuws,Parool — simber op 19 november 2014 om 10:00 uur
tags: , , ,

Een alliantie van 23 Amsterdamse culturele instellingen wil het Theater van MC op het Westergasfabriekterrein behouden voor cultureel diverse programmering. Ze dienen daarvoor vandaag een plan in bij de commissie Kunst & Cultuur van de gemeenteraad.

De 23 instellingen, van de Stadsschouwburg, Chicago Social Club en theatergroep Likeminds tot platenlabel Top Notch en filmproducent Habbekrats willen “een stadspodium creëren waar ‘nieuw Amsterdam’ zich kan presenteren en elkaar kan ontmoeten”. Het gebouw wordt omgedoopt tot Westergastheater.

De alliantie wil het gebouw gezamenlijk bespelen via een programmeringsstichting. De nadruk komt te liggen op urban arts, mediakunst en internationale voorstellingen en concerten. Daarnaast moet het theater de doorstroming van cultureel divers aanbod en talent naar andere podia in de stad bewerkstelligen.

Het MC Theater staat leeg sinds het faillissement van de theatergroep eind september. Door het omvallen van MC is er een belangrijke lacune ontstaan op het gebied van multicultureel podiumkunstenaanbod in de stad.

Begin december loopt het huurcontract van het pand af. De alliantie vraagt aan de gemeente extra tijd om tot een sluitende exploitatiebegroting te komen en om externe financiers te vinden.

Na MC

beschouwingen,Theatermaker — simber op 3 november 2014 om 10:23 uur
tags: , ,

Uiteindelijk ging het nog redelijk geruisloos. Op 30 september werd het faillissement uitgesproken van theatergroep MC. Er waren reconstructies in de Volkskrant en Het Parool, emotionele reacties op Facebook en verder klonk hier en daar wat meewarigheid over het verscheiden van de groep. Veel pretenties, niets waargemaakt; dat was zo’n beetje de teneur. Echt zo’n feitje waarvan je in het seizoensoverzicht denkt: o ja, dat is ook nog gebeurd.

Dat lijkt me bepaald niet terecht. Met het faillissement van MC komt er namelijk een einde aan een tijdperk dat begon met het aantreden van Staatssecretaris Rick van der Ploeg in 1998, de eerste bewindspersoon die culturele diversiteit in de kunsten expliciet in het beleid verwerkte. Dat leidt tot de vraag: zijn we in de tussentijd iets opgeschoten?

Voor de duidelijkheid: er was natuurlijk ook vóór Van der Ploeg multicultureel theater. Henk Tjon, Rufus Collins, Michael Matthews werkten in Amsterdam aan voorstellingen rond thema’s als migratie en (post)kolonialisme en culturele uitwisseling. Maar het was een nieuwe generatie, aangevoerd door John Leerdam, die nieuwe ambities formuleerde en een eigen plek opeiste. Dit sloot naadloos aan bij de beleidsvoornemens van Van der Ploeg, die wilde dat in de kunsten meer recht werd gedaan aan de culturele diversiteit van de samenleving.

Door diens cultuurnota Cultuur als confrontatie kwam het onderwerp definitief op de agenda. In de loop der jaren groeide ook het aantal gesubsieerde multiculturele groepen, waaronder De Nieuw Amsterdam, Cosmic, Made in da Shade en later Rast en Dox. Maar dat was oorspronkelijk niet waaraan Van der Ploeg zijn multiculti-reputatie te danken had. Hij wilde juist de gevestigde cultuurinstellingen aanspreken op hun verantwoordelijkheid en hen verplichten drie procent van hun subsidie te besteden aan het werven van nieuw –met name jong of zwart– publiek. Dat werd eerst door het veld weggehoond en daarna door de Tweede Kamer van tafel geveegd.

De multiculturele instellingen werden op die manier een aparte zuil binnen het theaterbestel: zwart theater voor een zwart publiek. En omdat de theateropleidingen nog erg lang erg wit bleven, moesten ze ook zelf talent gaan opleiden voor hun eigen voorstellingen. Zo ging een groep als MC –zoals de fusie tussen Cosmic en Made in da Shade in 2009 ging heten– fungeren als gezelschap, productiehuis én opleiding voor hun doelgroep. En met een eigen theater, want de missie om nieuwe stemmen te laten horen was altijd gekoppeld aan het binnenbrengen van nieuw publiek.

De laatste jaren lijkt er een nieuwe lichting multiculturele theatermakers op te komen. Makers als Sadettin Kirmiziyüz, Nasrdin Dchar of Fahd Larhzaoui vertellen hun verhalen op dezelfde manier als hun witte generatiegenoten Marjolijn van Heemstra of Laura van Dolron. Het zijn geïntegreerde tweede-generatieallochtonen die op de reguliere theateropleidingen de courante esthetische opvattingen hebben meegekregen.

Met hun werk weten ze opvallend genoeg een snaar te raken bij autochtonen van een oudere generatie. Kirmiziyüz’ verhaal over het contrast tussen zijn eigen vrijgevochten leven en de meer traditionele keuzes van zijn zus roept voor veel babyboomers herinneringen op aan hun jeugd in het stijve, verzuilde Nederland van de jaren ’50 en ’60. En Larhzaoui’s egodocument over zijn coming out tegenover zijn religieuze ouders is herkenbaar voor veel homo’s die opgroeiden in de jaren ’60 en ’70.

Tegelijk is het hen er niet om te doen om voorstellingen te maken specifiek voor hun culturele achterban. Ze willen theater maken voor iedereen, maar in praktijk is hun publiek overwegend wit. Bovendien lijken deze makers met positieve recensies en selecties voor het Nederlands Theaterfestival aansluiting te vinden bij de artistieke hoofdstroom van het Nederlands theater.

Wie zorgt er dan wel voor het allochtone publiek? Ook op dat gebied haalden de ontwikkelingen MC in. Theaters als De Meervaart in Amsterdam en Zuidplein in Rotterdam begonnen met speciale doelgroep-programma’s. Ze importeren Berberkluchten met bekende soap-acteurs uit Marokko, Caraïbische komedies en Turkse concerten. De zalen zitten vol; als het juiste aanbod er is, vinden allochtonen zonder problemen de weg naar de theaters. Dat blijkt ook uit de voorstellingen van Urban Myth of John Leerdam in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Die voorstellingen hebben echter te weinig speelbeurten om echt impact te hebben en deze schaarse hoopgevende berichten kunnen niet verhullen dat het reguliere theater nauwelijks diverser is als toen Van der Ploeg zijn beleid ontvouwde. Het toneelpubliek is wit, net zoals –laten we dat toch niet vergeten– de raden van toezicht en de recensenten (om maar een paar poortwachters te noemen).

Het theater in Nederland is wel kosmopolitisch, maar niet multicultureel. De artistiek leiders van de BIS gezelschappen komen uit Syrië, Rusland, Brazilië en België, de theater- en dansopleidingen verzamelen talent uit de hele wereld. Toch lijkt het alsof we liever negeren dat in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een derde van de bevolking een niet-westerse achtergrond heeft en dat deze groep snel hoger opgeleid en welvarender wordt.

Kortom, het is hoog tijd om visie van Van der Ploeg uit de mottenballen te halen en nu serieus te nemen. Laat het einde van MC het begin zijn van een nieuwe fase in het debat over culturele diversiteit in de kunsten.

Recensie: ‘Topdog/Underdog’ van MC

Parool,recensies — simber op 25 februari 2011 om 01:50 uur
tags: , , ,

De ene broer richt z’n huis in met de opbrengst van winkeldiefstalletjes, de andere broer laat zich verkleed als Abraham Lincoln dagelijks keer op keer neerschieten in een pretpark met een klappertjespistool. Hun vader heeft de oudste Lincoln genoemd, naar de Amerikaanse president, en de jongste Booth, naar z’n moordenaar. ‘Vond-ie grappig.’

Topdog/Underdog is een toneelstuk voor twee mannen van de zwarte Amerikaanse toneelschrijfster Suzan-Lori Parks. Het was een hit off-Broadway (onder anderen Don Cheadle en Mos Def speelden erin mee) en in 2002 won het de Pulitzer Prize voor drama. MC haalde het naar Nederland en zet toneelspeler José Montoya tegenover cabaretier Eric van Sauers.

Van Sauers legt helemaal aan het begin even de feiten uit, die voor Amerikaanse kinderen basiskennis zijn. Over president Lincoln (Van Sauers laat een vijf dollarbiljet zien waarop zijn afbeelding staat) die de slavernij afschafte en daarvoor een burgeroorlog moest voeren en over de toneelspeler John Wilkes Booth die hem tijdens een theatervoorstelling vermoordde met een enkel pistoolschot.

Het decor is de gezamenlijke woning van de twee mannen, een kartonnen vloer, plastic kratten en een enorme hoeveelheid pornoblaadjes. We zien Booth bezig met het verfijnen van zijn skills voor kaartje-kaartje (zeg maar balletje-balletje, maar dan met speelkaarten), om met die oplichterij extra geld te verdienen. Lincoln was vroeger een meester in het spel, en noemde zichzelf Slinke Linc (een geestige variant op de bijnaam van de president: Honest Abe). Bij al het gepraat over meisjes en hun familiegeschiedenis zit hier de echte twist tussen de broers. En als helemaal aan het begin al blijkt dat Booth een pistool onder z’n kussen heeft, is de afloop ook al onheilspellend duidelijk.

Maar door de inleiding is al meteen het grootste probleem van de voorstelling duidelijk. Topdog/Underdog is een mooi stuk, maar speelt op diverse lagen met zeer Amerikaanse geschiedenis en mythologie en de betekenis ervan voor een Nederlands publiek is discutabel. Dat neemt niet weg dat met name het hosselen met de kaarten een paar goeie scènes oplevert, waarbij Eric van Sauers even de meesterlijke komiek mag uithangen.

MC haalt haar toneelstukken meestal uit eigen kweek. Die laten regelmatig in kwaliteit te wensen over, maar zijn in ieder geval herkenbaar geworteld. Deze keuze voor een internationaal geprezen werk is begrijpelijk, maar levert in dit geval te weinig op.

Topdog/Underdog van MC. Gezien 24/2/11 in het MC Theater. Aldaar t/m 5/3 en 21-23/4. Tournee t/m 21/5. Meer info op www.mconline.nl

Recensie: ‘BH’ van MC

Waarschijnlijk is Beperkt Houdbaar van Sunny Bergman uit 2007 de meest effectieve horrorfilm van de laatste jaren. Niet alleen toonde de Nederlandse documentairemaakster onsmakelijke beelden van schaamlipoperaties, maar ze onderwierp zichzelf aan de vernederende blik van moderedacteuren, fotobewerkers en plastisch chirurgen: de poortwachters van het vrouwelijk schoonheidsideaal. Schokkendst was de jonge zwarte dokter die Bergman tussen haar gespreide benen voorrekent wat ze allemaal nodig heeft aan vaginacorrecties. “You need the full works, dear.”

Het fragment is te  zien aan het begin van de voorstelling BH van het multiculturele productiehuis MC. Artistiek leider Marjorie Boston en schrijfster Mariëlle van Sauers maakten naar aanleiding van Bergman’s documentaire een voorstelling met zes vrouwen -van de jonge witte Marit van Bohemen tot de oude zwarte Jetty Mathurin- over schoonheid en het lichaam.

Dat lijkt een recept voor verbitterd gezeur, maar nee, het levert fris, onbeschaamd en opvallend teder theater op. En ook geestig; Mathurins commentaar op het filmfragment: “Die man is de wraak voor alle zwarte mannen die gelynchd werden omdat ze een witte vrouw ook maar aankeken. Hij smeert ze een Playboy-doos aan en gaat met z’n verdiende geld op de Bahama’s zitten om zich een cocktail te laten serveren door vrouwen met schaamlippen tot op hun knieën.”

De zes vrouwen bewegen zich in een lichte ruimte met wit meubilair, een ziekenhuisbed, een koelkast en een aantal televisies. Waarschijnlijk zijn het patiënten die moeten genezen van hun verstoorde vrouwbeeld. Ze zingen, dansen, nemen elkaar de maat –zelfs de mooie blonde televisiester Van Bohemen blijkt flubberende bovenarmen te hebben-, spreken een overlijdensbericht voor hun taille, paaldansen en hebben genante gesprekjes met het publiek over wat mensen aan zichzelf willen veranderen en waar ze zich allemaal scheren. De vrouwen hebben beige corrigerend ondergoed aan met daaronder crocs of Ugg sloffen en dragen geen make-up.

Toch blijft er balans tussen gene en waardigheid. Waar de jonge meiden nog paraderen met hun lichamen en de 52-jarige Bo Bojoh alles in het werk stelt om er jonger uit te zien –“ Als je ouder wordt, gewoon heel verbaasd kijken: 10 jaar eraf”- is de nuchtere en wijze Mathurin het hart vande voorstelling. Ze verteld over de kinderen die ze gebaard en gezoogd heeft en dat alle tekenen van verval haar dierbaar zijn. In een onvoorstelbaar delicaat moment voelt een jonge speelster aandacht aan haar vermoeide borsten om zich daarna tegen haar boezem te vleien.

Zo wordt BH een college in kijken naar normale vrouwen, dat en passant  duidelijk maakt dat het niet gaat om wat je kunt zien, maar wat je kunt voelen. En helemaal aan het eind, na het applaus nog, doet het hele gezelschap samen met de acteurs het Single ladies-dansje van Beyonce, van wie we leerden dat sexy zijn een kwestie is van attitude.

BH van MC. Gezien 4/3/10 in het MC Theater op het Westergasfabriekterrein. Aldaar t/m 8/3. Tournee t/m 28/5. Meer info op www.mconline.nl

Recensie: Goal van MC

Parool,recensies — simber op 24 oktober 2008 om 00:18 uur
tags: , , ,

Het leek een wisseling van de wacht. Het Compagnietheater, vooralsnog het thuishonk van het eerbiedwaardige teksttoneel van Theu Boermans, herbergde gisteravond twee dj-sets, een interactief decor en een gekleurd publiek. MC, het nieuwe gezelschap dat voortkomt uit een fusie van de vooraanstaande multiculturele theatergroepen Cosmic en Made in da Shade, wordt in het nieuwe kunstenplan het tweede gezelschap van de stad en Boermans’ Theatercompagnie verliest zijn subsidie. Maar MC’s eerste grote voorstelling Goal weet de hooggespannen verwachtingen vooralsnog niet waar te maken.

Schrijver John Serkei schreef een stuk over de voetballer Garra, die net met zijn Spaanse club de wereldcup heeft gewonnen. Hij staat op de top van zijn roem, heeft houvast aan zijn Surinaamse roots, maar zijn wantrouwen in de bedoelingen van de mensen om hem heen drijft hem naar de afgrond. Serkei verwijst in zijn tekst naar Shakespeare’s Othello en King Lear, maar zijn personages zijn te clichématig –de uit de klei getrokken voetbalcoach, de blonde voetbalvrouw, de hosselende manager- en hij weet de taal van de voetballerij maar niet goed te vatten.

Het decor bestaat uit beweegbare kolommen met witte vlakken. Het levert een dynamisch beeld op, vooral in combinatie met de projecties van gezichten in veelvoud. Maar het is moeilijk te rijmen met de hippe retrostijl van de kostuums (tshirts van jaren tachtig televisieseries) en de new jack swing soundtrack.

De acteurs lijken ook niet overweg te kunnen met de grote dramatiek, het wordt te vaak opzeggerig of schreeuwerig. Gelukkig kennnen de voorstellingen van regisseurs Marjorie Boston en Maarten van Hinte altijd veel onderbrekingen en solo’s, zodat we kunnen zien waar de kwaliteiten van de spelers dan wèl liggen. Comedian Howard Komproe die even een achteloze act doet, een lied van zangeres Senna, een schaamteloze arrenbie uitvoering van een liedje van Nirvana door Monique van der Werff, een solo van DJ All Star Fresh, of een gezamelijk a capella optreden. Het is allemaal niet perfect, maar het is ontspannen en komt dicht bij het publiek. Dit soort showstoppers zijn vaak storende factoren die het verhaal ophouden, hier lijkt het andersom.

Goal van MC. Gezien 23/10/08 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 25/10, op het Westergasfabriekterrein 18/11 – 22/11. Tournee t/m 20/12. Meer info op www.mconline.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity