Recensie: ‘Een goed nest’

“Als we Abba deden was jij Agnetha en ik die saaie Frieda.” Tussen de zussen Noor (Anneke Blok) en Eva (Henriëtte Tol) is alles strijd, zelfs een playback-act van tientallen jaren geleden. Ze zijn in de vijftig en totaal verschillend, maar voor een potje verwijten zijn ze allebei te vinden.

Boekbewerkingen zijn al een tijdje de aardappelen van het Nederlandse theatermenu, maar dit seizoen zijn het er extreem veel. Alleen al deze maanden kunt u theaterversies zien van De Laatkomer (Dimitri Verhulst), De Ontdekking van de Hemel (Harry Mulisch), De Avonden (Gerard Reve) en Het Dwaallicht (Willem Elsschot) – en dat zijn alleen nog maar de Nederlandse titels.

Tessa de Loo komt nu met iets nieuws. Haar nieuwste boek, Een goed nest, komt vrijwel tegelijk uit met een toneelversie (bewerkt door Myranda Jongeling) en bovendien is er een luisterboek, ingesproken door de actrices in de voorstelling. Een mooi gevalletje synergie voor uitgever en theaterproducent.

Of Noor en Eva nu echt uit een goed nest komen blijft lang in het midden, maar in ieder geval zitten ze er nu warmpjes bij. Noor is internationaal succesvol kunstenares in Amsterdam met een dochter uit een onduidelijke affaire, Eva is tandartsvrouw in de Achterhoek en leidt een leven vol paardenclubs en zelfgemaakte jam. Noor is neurotisch en maakt iedere situatie onrustig, Eva is nuchter en een beetje saai.

Na enkele jaren sporadisch contact is Noor ineens afgereisd naar de provincie, maar waarvoor? Gaat het om de vroege werken die Eva’s man Richard ooit van haar kocht en die ze nodig heeft voor een expositie en Berlijn? Of gaat het om het servies dat na de dood van moeder bij Eva is beland?

De Loo schetst vaardig en zonder al te veel clichés een paar herkenbare moderne vrouwen die villein en heel geestig kunnen kibbelen. Het verhaal, en de geheimen die tijdens dit bezoek worden onthuld, geven echter geen aanleiding tot enorm stevig emotioneel vuurwerk.

Aan de actrices dus om de voorstelling toch te laten sprankelen en dat doen ze met verve. Blok in een soort doorlopende verdedigingspose en Tol met langzaam afkalvende waardigheid weten de droge humor en de vele steken onder water in hoog tempo op te dienen en brengen de toenaderingspogingen van de zussen geloofwaardig en zonder klefheid. Regisseur Jaap Spijkers weet de tragikomische toon grotendeels dynamisch te houden.

Maar ook hij kan niet voorkomen dat het stuk al vroeg gaat trekken. Deels komt dat door de lichte plot, maar het heeft ook te maken met de monologen die de beide zussen hebben, soms tegen de zaal , soms mijmerend in zichzelf. Daarin wordt op nogal abstracte wijze gereflecteerd op wat je al hebt gezien. Literair werkt dat misschien, maar in het theater is het niet nodig. Daar heb je genoeg aan twee oudere meisjes die op Abba dansen en weer even zestien worden.

Een goed nest van Esser Theaterbureau. Gezien 7/10/14 in DeLaMar. Aldaar nog vanavond, tournee t/m 21/12. www.eengoednest.nl

Recensie: ‘Olie’ van Het Derde Bedrijf

Theu Boermans keert met Olie in zekere zin terug naar een van de kenmerken van De Trust: het introduceren van nieuwe (Duitstalige) toneelschrijvers. De Zwitser Lukas Bärfuss is in Nederland nog nauwelijks gespeeld, maar of hij dezelfde reputatie als Goetz of Schwab zal krijgen lijkt niet waarschijnlijk. Dat de voorstelling toch de moeite waard is komt door de spelers, maar vooral door de meesterlijke vormgeving.

Eva (Tamar van den Dop) zit in een huis in een provinciestad in een niet nader benoemd Derde Wereldland te wachten op haar man, een geoloog die met een assistent op zoek is naar olie. Ze doodt de tijd met drinken en honende, aan Thomas Bernhard herinnerende monologen tegen haar dienstbode, door Myranda Jongeling lijzig met Oosteuropees accent gespeeld.

De personages zijn opgesloten in een enorme houten kist, met stempels als op een krat dat verscheept moet worden. Maar de meeste aandacht trekt de grote zwarte ballon aan het plafond. De scènes zijn kort en worden steeds onderbroken door donkerslagen, waarin luid gesis te horen is. Als het licht weer aangaat zijn nieuwe personages verschenen en blijkt de ballon weer net iets verder opgeblazen.

Die ballon is een geweldig idee, te goed misschien voor deze tekst. De hele voorstelling staat onder spanning en als aan het eind de balloon de hele ruimte vult, en de paar meubels en mensen wegdrukt vraag je je af waar het stuk eigenlijk over ging. Over ons schuldgevoel over het leegplunderen van arme landen voor ons comfort? Over spirituele leegte in morele voortreffelijkheid? Bärfuss’ taal is literair, met verrassende metaforen afgewisseld met bijtende humor.

Het is Van den Dop die je voor Eva weet te winnen. In al haar gemene inertie is ze toch beklagenswaardig. Marcel Hensema als de geoloog stelt daar een passend ongeduldige energie tegenover. Een kleine huiselijke scène halverwege het stuk toont hun even oprechte wederzijdse liefde en haat en is een bescheiden hoogtepunt.

Het kan verkeren. Zo’n twee jaar geleden zat de carrière van Theu Boermans aan de grond: hij had alles ingezet op zijn gezelschap De Theatercompagnie, maar dat kreeg geen subsidie meer. Maar zie, het is 2011 en ineens is Boermans regisseur van een succesmusical (Soldaat van Oranje), de nieuwe artistiek leider van Het Nationale Toneel in Den Haag en start hij met een nieuwe eigen productiekern Het Derde Bedrijf. Zo blijft hij zich binden aan Amsterdam en aan Olie te zien is dat iets om blij mee te zijn.

Olie van Het Derde Bedrijf. Gezien 2/2/11 in Het Compagnietheater. Aldaar t/m 19/2. Meer info op www.compagnietheater.nl.

Recensie: ‘Op hoop van zegen’ door Het Toneel Speelt

In de top-tien lijst van de verkiezing voor het beste toneelstuk aller tijden (op dit moment georganiseerd door theaterwebsite Moose en vakblad TM) komt het niet voor en na vanavond zou ik zeggen: onterecht. Op hoop van zegen van Heijermans blijkt opnieuw een meesterlijk toneelstuk, eenvoudig van opzet, ritmisch van taal en universeel in zijn menselijkheid.

Het Toneel Speelt benadrukt in een sobere enscenering met enkele heftige uitbarstingen vooral het universele van de visserstragedie –Heijermans’ eigen, meer politieke boodschap is begrijpelijkerwijs op de achtergrond geplaatst- en kiest als belangrijkste thema de gehoorzaamheid. De gehoorzaamheid van zeemansweduwe Kniertje aan reder Bos bij wie ze schoonmaakt om in haar levensonderhoud te voorzien, de gehoorzaamheid van kinderen aan hun ouders en de onderworpenheid van mensen aan een werkend en schijnbaar logisch, maar gruwelijk systeem: de gevaarlijke visserij die weinig geld oplevert maar veel mensenlevens kost.

Bijna de hele voorstelling speelt zich af in een zwart toneelbeeld, alleen onderbroken door een grijze cirkel op de vloer en een geschilderd zeegezicht. De acteurs dragen zwarte kostuums, losjes gebaseerd op oude visserskleding, de vrouwen dragen gekleurde rokken van aan elkaar genaaide theedoeken De emotionele impact is groot als een personage even tegen de heersende redeneringen ingaat. Kniertje’s oudste nog levende zoon Geert die de confrontatie met Bos zoekt, de angstige weigering van Kniertje’s jongste zoon Barend om met de lekke boot ‘Op hoop van zegen’ mee te varen, redersdochter Clémentine die haar vader ter verantwoording roept. Maar iedereen wordt steeds weer met harde hand in het gareel gebracht.

Het knappe van de voorstelling is dat hij ondanks de strakke vorm op de juiste momenten een lichte toets weet te raken. Hier toont Jaap Spijkers zijn precieze acteursregie. In de bijrollen vormt Myranda Jongeling een aards duo met Bart Klever. Opvallend is de mooie bijrol van Saskia Temmink die van Geert’s vriendin Jo een lachebekje maakt dat langzaam haar levenslust ziet verdwijnen. Heijermans schreef tamelijk precies hóe zijn personages praten, een volks soort vissersidioom, en Spijkers zorgde ervoor dat het niet klinkt als een slecht accent, maar als een theatraal, verhevigd soort Nederlands.

Marisa van Eyle, bijziend en met holle ogen, haar handen steeds dichtbij het lichaam, maakt Kniertje enerzijds beklagenswaardig, maar tegelijk ook ergerniswekkend in haar passiviteit. Het is een toneel vol gebroken mensen die tragisch worden omdat ze één keer proberen om onder hun lot uit te komen.

Op hoop van zegen wordt tegenwoordig eigenlijk te weinig gespeeld –de eerste helft van de twintigste eeuw was het het populairste stuk van het land-, maar voor eventuele navolgers heeft Het Toneel Speelt de lat zeer hoog gelegd.

Op hoop van zegen van Herman Heijermans door Het Toneel Speelt. Gezien 14/1/09 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 16/1 en 5-8/3. Tournee t/m 2/4. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity