Interview Abdelkarim El-Fassi

interviews,Parool — simber op 4 november 2017 om 11:44 uur
tags: , , ,

Voor de tweede keer trekt de Rotterdamse filmmaker Abdelkarim El-Fassi het theater in. Na het succes van Mijn vader, de expat, twee jaar geleden, maakt hij nu Toen ma naar Mars vertrok, een mengeling van theater, muziek, spoken word en film over moeders. “Ik wil niet vervallen in karikaturen.”

De zaal van het Nieuwe Luxor theater in Rotterdam stroomt langzaam vol. De toeschouwers zijn jong, goed gekleed en voor een groot deel met een migratieachtergrond. Dit was het publiek dat El-Fassi voor ogen had toen hij een paar jaar geleden besloot om een theateravond te gaan maken. ‘Nasrdin Dchar nam mij een keer mee naar een voorstelling waarin hij speelde, Branden van het Ro Theater. “Ik vond de vorm heel tof, maar ik zag een publiek in de zaal dat ik helemaal niet herkende van de stad waar ik woonde: alleen maar witte mensen.”

Toen El-Fassi de film over de migratie van zijn vader vanuit Marokko naar Nederland – Mijn vader, de expat – wilde vertonen in een bioscoop, besloot hij de avond aan te kleden met een paar monologen van vrienden over hún vader. “Dat was charmant, maar technisch nogal knullig. Samen met Nasrdin hebben we dat gladgestreken en hij voegde zijn voorstelling Oumi erbij, en samen hebben we dertig voorstellingen gespeeld.”

De nieuwe voorstelling moest gaan over moeders. Op toneel vertelt een bonte groep spelers – onder wie een Kaapverdiaanse huismoeder, een Turkse leraar, de Palestijnse spoken word artiest Stryder, over hun moeder. Het zijn soms verdrietige of melancholieke verhalen, maar de liefde overheerst. Voor hen ligt het paradijs nog steeds onder de voeten van hun moeder.

“De groep is heel organisch ontstaan”, vertelt El-Fassi een paar weken na de première aan de telefoon. “Het zijn mijn vrienden, die hun eigen verhaal hebben geschreven. Het is een mooie combinatie van een paar professionele acteurs (Abdelkarim El Baz) en muzikanten en amateurspelers. Het is ook een vorm van community art. Ik wil waken voor pretentie, het moet begrijpelijk en toegankelijk zijn.”

Hoogtepunt van de avond is de documentaire die El-Fassi over zijn eigen moeder maakte die na de pauze wordt vertoond. Alhoewel: net als bij Mijn vader, de expat is het eigenlijk vader Ali El-Fassi die de show steelt. Hij zoekt zijn dochter Zoulikha op in Hongkong, terwijl Abdelkarim op bezoek gaat bij zijn moeder Noha in zijn ouderlijk huis, in het Zeeuwse Oost-Souburg.

“Het was een moeizaam proces om mijn moeder ervan te overtuigen om mee te doen aan dit project. Ze vind niet dat haar verhaal ertoe doet. Ze leeft in de schaduw van haar gezin, heeft niet de behoefte om een hoofdrol te spelen. De vrouwen in haar omgeving zijn net zo: bang voor wat de mensen erover zullen zeggen, bang dat ze zelf iets raars zal zeggen. Het hoort ook bij die generatie: wij groeien op met smartphone, zij heeft amper foto’s van zichzelf.”

Uiteindelijk vertrouwde Noha erop dat haar zoon geen rare dingen zou gaan doen en begon El-Fassi met het maken van geluidsopnames en filmde hij haar tijdens het koken. “Ze is zeer zelfverzekerd over haar kookkunst. Mijn moeder leest niet voor, zingt geen liedjes voor je, geeft geen knuffels. Zij kookt. Daar zit alle liefde en genegenheid in.”

Liefde en genegenheid is ook het centrale thema van de theateravond. “We hebben ervoor gekozen om niet het generatieconflict centraal te stellen. Dat is er soms wel, maar conflicten en problemen zijn maar een klein deel van de verhalen van mij en de spelers. Ik vind dat er ook nogal obsessief mee om wordt gegaan in Nederland – in migrantengezinnen móet wel iets fout zitten. Maar in mijn jeugd was er in ons gezin vooral heel veel liefde. Dat willen wij centraal zetten. En tussen de regels door laat ik in de film zien dat mijn moeder triest is omdat haar dochter een ander leven leidt dan ze van haar verwachtte: alleenstaand en ver weg in Hongkong. Die tragiek probeer ik te verwerken.”

Maar het grote thema van de avond is toch vooral de enorme impact van migratie op zo veel levens. “Voor mij is dit nu het verhaal van Nederland. En voor de generaties na mij wil ik een punt zetten: dit is waar het verhaal begint.” De voorstelling wordt nu vooral bezocht door kinderen van migranten. “En vaak komen ze nóg een keer om hun ouders mee te nemen.”

Toen ma naar Mars vertrok speelt op 10/11, 25/11, 15/12 en 24/12 in De Meervaart
www.toenmanaarmarsvertrok.nl

Interview Alize Zandwijk

interviews — simber op 15 oktober 2011 om 12:35 uur
tags: , , , ,

De beste theatervoorstelling van vorig jaar komt terug naar Amsterdam. Branden van het Ro Theater was een even schitterend als hartverscheurend verhaal over de gevolgen van oorlog, waarin een moeder op zoek is naar haar kind en twee kinderen naar hun vader en hun broer, gespeeld door een multiculturele cast. Regisseur Alize Zandwijk: “Het is verbazingwekkend dat dat niet vaker gebeurt.”

In Schouwburg Kunstmin in Dordrecht verzamelt de hele crew van het Ro Theater zich op een vroege dinsdagmorgen. Het decor van Branden staat al, over een half uurtje komen de acteurs om in twee dagen de reprise op de rails te zetten. “Ja, de voorstelling zit nog helemaal in m’n hoofd. Niet toen ik hem maakte natuurlijk, maar nu ik hem zo vaak gezien heb wel. En voor de acteurs is het zo dat als ze met elkaar weer op dezelfde plek in hetzelfde decor staan het geheugen automatisch weer terugkomt. Mijn voorstellingen worden bij hernemingen vaak beter. Als de acteurs het zich helemaal eigen gemaakt hebben krijgt het een bepaalde verdieping.”

“Mijn taak is nu vooral het bewaken van het ritme. De voorstelling duurt tweeëneenhalf uur. Voor de toeschouwers lijkt het voorbij te vlíegen, maar voor de acteurs is het een hele lange boog. En eigenlijk zijn het twee vertellingen: twee paralelle zoektochten van mensen op zoek naar hun familie.”

Het stuk, van de Canadees-Libanese schrijver Wajdi Mouawad, begint met twee hedendaagse jonge mensen die zojuist hun moeder, Nawal, hebben verloren. Via haar testament horen ze dat ze nog een broer hebben, en dat hun vader nog ergens rondloopt, in het niet nader genoemde, door burgeroorlog verscheurde land waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Zo begint voor de kinderen een zoektocht in de omgekeerde richting die hun moeder heeft afgelegd. Maar tegelijk zien we daardoorheen geweven de voorgeschiedenis van Nawal en haar andere, eerdere kind.

Wat de voorstelling mede zo bijzonder maakt is de opvallend multiculturele cast, met onder anderen Nasrdin Dchar (die onlangs in zijn Gouden Kalf-speech zijn trots op zijn Marokkaanse roots belijdde), Yahya Gaier en de Vlaamse Fania Sorel als Nawal. Andere spelers zijn Bright Richards en Oleg Fateev, die in repectievelijk Liberia en Tsjetsjenië aan den lijve een burgeroorlog meemaakten.

Ondanks het serieuze onderwerp is de vorm van de voorstelling bijzonder licht. “Het is een heel uitgestrekt verhaal en ik wilde dat heel naïef en speels vertellen. We kwamen toen uit bij een schimmenspel. Daarmee kun je met heel eenvoudige middelen, met een papieren berg en twee poppetjes, een reis van maanden laten zien.”

“Oorspronkelijk was het het plan om deze voorstelling in Hamburg te maken”, vertelt Zandwijk. Dat ging om allerlei redenen niet door en achteraf was ik daar blij mee: in Duitsland is toneel heel erg voor witte mensen. In Rotterdam heeft zestig procent van de bevolking een andere culturele achtergrond. Ik vind dat ik verplicht ben om daar iets mee te doen. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het niet vaker gebeurt op toneel.”

“Ik heb ook een voorstelling Moeders gemaakt, met zeventien moeders uit alle culturen van Rotterdam op toneel. Kwaliteit van theater heeft denk ik ook te maken met lokale verbondenheid. Ik wil ook voorstellingen maken om die andere verhalen te laten horen. En in dit dtuk komen veel van die verhalen samen; en het is zó goed dat mensen het als een slag in hun gezicht ervaren.”

Met dezelfde spelersgroep gaat Zandwijk later dit seizoen opnieuw een stuk van Mouawad opvoeren. “Branden is het tweede deel van een vierluik, Bloed van de Beloften. Nu gaan we het eerste stuk daarvan spelen. Het heet Kust en het gaat over een man die nergens begraven mag worden – niet in het westen waar hij naartoe is getrokken en niet in het oosten waar hij vandaan komt. Iemand die dus echt tussen twee culturen terecht is gekomen.”

Zandwijk is een van de weinige regisseurs die, naast klassiekers, nog consequent internationale nieuwe toneelstukken opvoert. Naast Mouawad regisseert ze veel nieuwe teksten van de Duitse schrijfster Dea Loher. “Ook het opvoeren van nieuw werk zie ik echt als een plicht voor een stadstheater als het Ro. En ik houd zelf heel erg van toneelteksten. Maar het is heel erg moeilijk om daarvoor voldoende publiek naar de grote zaal te trekken. En ik ben bang dat theatergroepen door de huidige situatie nóg meer gaan teruggrijpen op bekend repertoire en bewerkingen van boeken en films.”

Branden speelt op 17 en 18/10 in de Stadsschouwburg Amsterdam en van 9 t/m 12/11 in de Toneelschuur in Haarlem. Meer info op www.rotheater.nl

Facebooktheater

Parool,PS Kunst — simber op 2 september 2011 om 00:21 uur
tags: , , , ,

Het theaterseizoen begint met terugkijken. Morgen start Het Nederlands Theaterfestival, waar tot 11 september de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein. Een jury van experts koos de tien belangrijkste voorstellingen, en daarnaast zijn een aantal genomineerden voor de Toneelpublieksprijs te zien. Nu leek het afgelopen seizoen voornamelijk te bestaan uit luidruchtige woede over de aangekondigde bezuinigingen, maar tussendoor werd ook nog heel goed theater gemaakt.

De selectie die de jury daaruit maakte geeft dit jaar een vrij onevenwichtige indruk. Gelukkig ontbreken de twee essentiële voorstellingen van het seizoen niet: Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Ivo van Hove, de publiekshit voor Toneelgroep Amsterdam. Maar verder is het vooral middle-of-the-road-toneel als De Kus van Hummelinck Stuurman of Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam. En waar is Richard III van Orkater, de fenomenaal succesvolle mash-up van Shakespeare en Tom Waits, waar Gijs Scholten van Aschat zo’n memorabele slechterik neerzette? Het is maar goed dat die voorstelling nog wel in het festival te zien als één van de publieksfavorieten van vorig jaar.

Eén zinnetje uit het jurycommentaar viel op: “In de kleine zaal kreeg de trend van egodocumentair theater definitief voet aan de grond.” Dat is te zeggen. Het wemelde dit jaar van de solovoorstellingen waarin makers van in de twintig of dertig zelf op het toneel stonden en op ongedwongen wijze het publiek zijn of haar verhaal vertelden.

Nasrdin Dchar vertelde in Oumi hoe een toneelrol in De Familie Avenier van Maria Goos hem ongewild in een identiteitscrisis stortte; Marjolijn van Heemstra vertelde in Family ’81 hoe ze in India, Zuid Afrika en Frankrijk op bezoek ging bij drie mensen met dezelfde geboortedatum als zijzelf; Sadettin Kirmiziyüz vertelde in De vader, de zoon en het heilige feest hoe hij met zijn vader op Hadj ging naar Mekka; Ilay den Boer vertelde in Zoek het lekker zelf uit hoe zijn opa voor de oorlog in Israël terecht kwam; Sanne Vogel vertelde in Document over het borstkankergen dat in haar familie woedt; Joris Smit vertelde over de psychiatrische inrichting Dennendal, samen met zijn eigen vader die daar in de jaren ’70 werkte; en Laura van Dolron vertelde in Sartre zegt sorry over haar moeizame verhouding met het doorgeslagen individualisme waar ze de Franse filosoof de schuld van geeft.

Kortom, het was een heuse trend. Je zou het ‘Facebook-theater’ kunnen noemen, omdat de makers dezelfde bestudeerde openhartigheid hanteren als gebruikers van het sociale netwerk. Ze geven veel van zichzelf bloot, soms inclusief vakantie- of jeugdfoto’s, en hun ouders en opvoeding komen expliciet aan de orde. Vorig jaar speelde Ilay den Boer al een voorstelling samen met zijn vader, dit jaar werden de ouders van Joris Smit, Jetse Batelaan en van de hele Duitse groep She She Pop het toneel op gesleept.

Het onderscheid met cabaret is soms moeilijk te maken; de voorstellingen zijn grappig en geëngageerd en de persoonlijkheid van de maker staat centraal. Niet voor niets noemt Van Dolron haar voorstellingen ‘stand-up filosofie’. De jury koos alleen háár voorstelling uit voor het festival en liet zo veel moois liggen. Die in het oog springende omissie wordt door festivaldirecteur Jeffrey Meulman gelukkig hersteld: onder de noemer ‘Director’s choice’ vroeg hij de voorstellingen Family ’81 en Oumi toe aan het programma.

En dat zijn beide aanraders. In Family ’81 gaat dichteres en theatermaakster Marjolijn van Heemstra op zoek naar mensen met dezelfde geboortedatum als zij, vanuit het idee dat mensen meer kinderen van hun tijd zijn dan van hun ouders. Met een Zuidafrikaanse, een Indiër en een Libanese zoekt ze gemeenschappelijke beelden uit hun jeugd in de jaren negentig. Voor elk van hen leek het einde van de Koude Oorlog en de Libanese burgeroorlog, het vrijlaten van Nelson Mandela en het openen van de markt in India het begin van een nieuw, optimistisch tijdperk, maar bij iedereen volgde een omslag. Van Heemstra staat alleen op het toneel, maar boven haar worden de andere drie geprojecteerd, alsof ze aan het skypen zijn. Maar ze zeggen niks; ze kijken toe en roken af en toe een sigaret, terwijl Van Heemstra vertelt over Clinton, MC Hammer en het gekloonde schaap Dolly.

In Oumi vertelt toneelspeler Nasrdin Dchar over de rol die hij speelde in De Geschiedenis van de Familie Avenier van Het Toneel Speelt. In de voorstelling speelt hij een Marokkaanse immigrant die in het familiebedrijf komt werken; voor Dchar is het alsof hij het levensverhaal van zijn eigen vader speelt. Maar als er een jaar later een vervolgvoorstelling komt, blijkt zijn personage ineens een dief die er met de kas vandoor gaat. Dchar voelt het als verraad aan zijn familie en stapt uit de voorstelling. Maar na gesprekken met Maria Goos, de schrijfster van Avenier, en een bezoek aan het geboortedorp van zijn ouders realiseert hij zich dat het misschien belangrijker is dat hij er wél staat: als Marokkaanse acteur op het podium van de Stadsschouwburg, tussen de Nederlandse sterren.

Zo bezien zijn de ‘Facebook-voorstellingen’ niet zomaar egodocumenten. Expliciete persoonlijke ontboezemingen zijn altijd al onderdeel geweest van theater en performance kunst en zijn eens in de zoveel tijd in de mode. Ik herinner me de leden van Mugmetdegoudentand die op het podium onbeschaamd hun generatie-X-problemen uitventten; Michael Matthews die zijn stervende, door aids geteisterde lichaam toonde; het feministische theater van Carla Mulder en de jongerenvoorstellingen van Ine te Rietstap.

Het verschil zit hem erin dat jongeren niet zo boos zijn als hun voorgangers: die voelden zich door de maatschappij belemmerd om zich te ontplooien omdat ze te ziek waren of vrouw, of van de verkeerde generatie. Ze hielden zich vast aan de onderdelen van hun identiteit die onveranderlijk waren, die ze enerzijds als gebrek en anderzijds als bron van trots ervaarden.

Dat is voor twintigers en dertigers van nu een moeilijk te doorgronden standpunt: zij zijn opgegroeid met het idee dat identiteit iets flexibels is; een paar meerkeuzevragen in een beroepentest of de in te vullen vakjes op je profielpagina van Facebook of Hyves. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en dat is precies waar al die Facebook-voorstellingen over gaan.

Het mooist zie je dat in een voorstelling die niet te zien is op het festival, maar die er zeker niet had misstaan: De vader, de zoon en het heilige feest van de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Hij omschrijft zichzelf als een “geassimileerde agnostische migrantenzoon”, maar uit een combinatie van zucht naar avontuur, religieuze nieuwsgierigheid en behoefte aan bonding met zijn vader maakt hij de islamitische heilige pelgrimstocht naar Mekka.

Wat zo bijzonder is aan deze voorstelling is dat Kirmiziyüz zijn Hadj niet beschrijft als een onvervreemdbaar deel van zijn cultuur en van zichzelf, maar juist als een zoektocht naar zelfontplooiing. Zo balanceert hij de hele tijd tussen afstandelijk en een beetje ironisch observeren en het moeizaam maar oprecht beschrijven van de spirituele ervaring die de reis voor hem toch ook is. In die zin lijken de reizen van Van Heemstra, Dchar en Kirmiziyüz op elkaar; moderne jonge mensen op zoek naar zichzelf en vormende ervaringen.

Er is nog een ander belangrijk onderscheid met de egodocumenten van een generatie eerder. Waar kunstenaars destijds op zoek waren naar ongemakkelijke werkelijkheid en confrontatie op het podium, zijn de huidige twintigers en dertigers gastvrij en ontwapenend –om niet te zeggen poeslief. Ze zijn meer geïnteresseerd in authenticiteit dan in feitelijkheid. Niet alles wat ze op het toneel vertellen is waar, ze zijn zich hyperbewust van de manipulatieve kracht van het theater en zetten die doelmatig in voor hun verhaal.

Daarin is Facebook-theater helemaal van nu. Het zijn voorstellingen waarin live, voor je neus identiteit wordt geconstrueerd. Als toeschouwer mag je je eraan spiegelen, erin meegaan of gewoon je duim omhoog doen en het liken.

Op vrijdag 2 september vind onder de titel Kunst van Ikke een debat plaats over egodocumentair theater. Aanvang 17:00 uur in de Stadsschouwburg
Family ’81: 3 t/m 5 september, 12:30 uur in Bellevue
Oumi: 6 t/m 11 september, 12:30 uur in Bellevue

Het Nederlands Theaterfestival is de jaarlijkse reprise van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Niet te missen zijn de voorstellingen Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Naast de voorstellingen is er een uitgebreid randprogramma, met oa. op 3 september een bijzondere terugblik op de legendarische hondenvoorstelling Going to the Dogs van Wim T. Schippers en op 4 september De Nacht van de Regie, waarin vijf vooraanstaande regisseurs ieder een scène uit Richard III te lijf gaan. Tegelijkertijd vindt op de meest vreemde plekken in de stad het Amsterdam Fringe Festival plaats. Op 11 september wordt het festival afgesloten met de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen.
Meer info op www.tf.nl

 

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity