Recensie: ‘De geschiedenis van de familie Avenier, deel 3&4’ door Het Toneel Speelt

Er zijn in Nederland een hoop moderne mensen die niet van modern toneel houden. Dat is maar raar en onbegrijpelijk, met veel gescheld en blote mensen, en de regisseur vindt zichzelf altijd belangrijker dan de schrijver van het stuk, denkt men. Nu valt dat allemaal reuze mee, maar tegenover het vernieuwende kunsttoneel is er de afgelopen jaren een echte tegenbeweging ontstaan: Nieuw Burgerlijk Toneel. Dit is het soort theater dat gemaakt wordt door Het Nationale Toneel, Het Toneel Speelt en vrije (ongesubsidieerde) producenten zoals Wallis en Hummelinck Stuurman. Joop van den Ende probeerde hieraan mee te doen met zijn project Toneelmeesters.

De toneelstukken van Maria Goos zijn de kwalitatieve top van dit genre: goed geschreven stukken over herkenbare personages in herkenbare situaties met wie je kunt meevoelen en om wie je kunt lachen. De familie Avenier is haar voorlopige hoogtepunt, een ambitieuze en persoonlijke serie van vier toneelstukken over een Brabantse familie (gebaseerd op Goos’ eigen familie) gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw. Deel 1&2 gingen vorig jaar in première, gisteren deel 3&4.

Om met het goede nieuws te beginnen: deel drie is verreweg het beste deel van de serie. De twee zonen en de dochter van mater familias Rita Avenier en hun aanhang staan op een camping. Zoon Janus heeft zijn witgoedimperium voor flink wat geld verkocht en alle familieleden die de verschillende filialen onder hun hoede hadden zullen meedelen in de winst. De personages laten zich van hun slechtste kant zien. In sterk, licht uitvergroot komediespel blijken hebzucht en familiebanden niet al te goed samen te gaan.

De voorstelling gaat vliegen als een familievriend na lange tijd terugkeert uit Marokko, of als Janus een onaangename mededeling moet doen. Maar tussendoor krijg je als toeschouwer het ongemakkelijke gevoel dat in een Oud Geld-achtige televisieserie meer getoond en minder verteld zou hoeven worden en dat de opbouw en de verdieping van de personages natuurlijker via de plot zou kunnen verlopen. Sterker nog: De Familie Avenier is waarschijnlijk de beste Nederlandse televisieserie die nooit gemaakt is.

Want intrigerend is het, dit burgerlijke epos. Er is niemand in Nederland die zulke ronde, raak getroffen personages kan schrijven als Maria Goos en in de handen van geweldige acteurs als Peter Blok, Marisa van Eyle en Tjtske Reidinga worden het personen die je een langer leven gunt dan hun paar uur op het toneel. En gaandeweg de serie zie je ook een alternatieve geschiedenis van Nederland, waarin het jaar 1985 niet wordt aangeduid met Wham! of Madonna, maar met Willy Alberti en Benny Neyman. Het verhaal van de mensen voor wie verandering altijd iets is geweest wat hen overkwam.

Die thematiek komt echter met een schok tot stilstand in deel vier. Het is 2000 en Rita kijkt terug op haar leven. Gezeten in een electrische rolstoel komen alle belangrijke mensen nog een keer langs. Ze praten dingen uit, nemen afscheid. Grotendeels is het een saaie opsomming van hoe het verder ging met het leven van de personages. De stijl is ook radicaal anders: na de naturalistische camping uit deel drie is het toneel nu vrijwel leeg en hebben de acteurs al hun pruiken en gekke kostuums afgelegd. Toch is daar, aan het eind even oprechte ontroering. De simpele maar eerlijke Christ vertelt oprecht over zijn levensgeluk achter de tap en zijn liefde voor zijn gecompliceerde, wijze vrouw Pieternel. Een memorabele scène van Gijs Scholten van Aschat en Carine Crutzen.

Allevier de delen zijn volgend seizoen in marathonvorm te zien en dat is sowieso aan te bevelen. Je bent dan minder tijd kwijt met bedenken wie ookalweer met wie is, en kan je meer concentreren op de langere lijnen. Wel op tijd reserveren, want zoals met het meeste Nieuw Burgerlijk Toneel: het loopt storm.

De geschiedenis van de familie Avenier, deel 3&4 van Maria Goos door Het Toneel Speelt. Gezien 16/3/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 19/3, tournee t/m 13/6, reprise volgend seizoen. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie ‘Ik ben weg’ van Het Toneel Speelt

Parool,recensies — simber op 26 september 2007 om 01:07 uur
tags: , , ,

Voor een toneelgezelschap dat maar twee producties per jaar maakt heeft Het Toneel Speelt flink wat langere lijnen in haar repertoire. Zo zijn er de gegarandeerde successtukken van Maria Goos, nieuw toneelrepertoire van Willem Jan Otten en soms Hugo Claus en opvoeringen van oude stukken van Vondel. Daarnaast neemt de groep volgend seizoen het zeer lovenswaardige initiatief tot het heropvoeren van recente Nederlandse stukken, de eerste daarvan is Geslacht uit 2004 van Prosceniumprijswinnaar Rob de Graaf, eerder uitgevoerd door Dood Paard. En dan zijn er de stukken van Ger Thijs.

Thijs is een buitenbeentje in het Nederlands theater. Een schrijver, regisseur en polemist met een klassieke opvatting over toneel, waarin realistische personages door middel van dialoog en confrontatie een dramatisch verhaal vertellen. Dat levert in het beste geval (Raak me aan twee jaar geleden) mooi degelijk en in het slechtste geval (De Stille Kracht, vorig seizoen) oubollig toneel op.

In zijn nieuwe stuk Ik ben weg, dat hij schreef en regisseerde, zet hij een opvallende combinatie acteurs tegenover elkaar. Mark Rietman, de getergde charmeur, die altijd een diep verdriet weet te suggereren en Peter Blok met zijn verraderlijke oppervlakkigheid en droge, komische timing.

Henry (Rietman) speelt een geslaagde kunstenaar met exposities in Zürich en Düsseldorf, die soms wel een ton krijgt voor één werk. Maar nu zit hij in een dip. Schilderen lukt al tijden niet meer en zijn vriendin heeft hem verlaten. Dan staat ineens Jozef (Blok) op de stoep. Een vriend van vroeger uit Limburg, de man die Henry’s talent zag en aanmoedigde en korte tijd zijn leermeester was. Maar Henry vertrok naar Amsterdam werd succesvol met “doorgaan waar Mondriaan is opgehouden”, terwijl Jozef in de provincie bleef aanmodderen met ansichtkaarten en kunstwerken voor bibliotheken.

De voorstelling drijft op de combinatie van de twee acteurs en de twee manieren van spelen en de confrontaties tussen de twee mannen zijn tragikomisch en onderhoudend. Het nadeel is dat als één van de twee niet op het toneel is de voorstelling danig inzakt. Jozef heeft zijn zeventienjarig dochter meegenomen en hoewel dat Rietman de kans geeft om een mooi ingehouden verleidingsdans te doen, is ze voor het verhaal geheel overbodig, net als de verwarrende flashback met Jozef’s overleden vrouw.

Misschien had Ger Thijs iets beter moeten luisteren naar de succesformule van Henry
“iets kiezen en er consequent aan vasthouden” en zich moeten beperken tot een scherpere strijd tussen de twee mannen. Nu zijn aan het eind beide mannen iets meer verzoend met het leven, maar eigenlijk is er niets wezenlijks veranderd. Noch bij de personages, noch bij de toeschouwer.

Ik ben weg van Het Toneel Speelt. Gezien 25/9/07 in de Stadsschouwburg, aldaar nog vandaag en 6 t/m 9/11. Tournee t/m 1/12. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity