Recensie: ‘De Pelikaan’ van Toneelgroep Amsterdam

Lepelen, slurpen, spugen, lepelen, slurpen, slikken. De moeder (Marieke Heebink als massieve berg geel tule op de bank) en de dienstmeid (Janni Goslinga als de kwaadaardige zus van Sneeuwwitje) zijn verstrengeld in een ziekelijk ritueel. De meid voert pap, de moeder slikt door of spuugt uit, terug in het pannetje.

Dit soort eindeloos herhaalde, unheimische handelingen zijn zo’n beetje het handelsmerk van regiseur Susanne Kennedy. Na een aantal opmerkelijke voorstellingen bij het Nationale Toneel en NT Gent, rees haar ster snel in Duitsland. Haar eerste grotezaalvoorstelling bij de Münchner Kammerspiele werd uitgekozen voor het prestigieuze Theatertreffen als een van de beste tien voorstellingen van het afgelopen jaar en zij zelf werd door Theater Heute het regietalent van het jaar genoemd. Gistermiddag maakte ze haar debuut bij Toneelgroep Amsterdam.

Ze koos voor De Pelikaan (1907), een relatief overzichtelijk kamerdrama van August Strindberg. De moeder heeft een verstikkende invloed op het leven van haar volwassen kinderen. Terwijl zij pap eet is de dochter van twintig onvolgroeid en vel over been, de zoon is ziek, de schoonzoon is op geld uit. Een brief van de onlangs overleden vader brengt het drama op gang: de moeder heeft het familiekapitaal zelf opgegeten en haar kinderen tekort gedaan, bovendien heeft ze een affaire met de schoonzoon (Vanja Rukavina).

Maar plot is slechts bijzaak voor Kennedy. Ze concentreert zich op de huiveringwekkende situatie, waaruit de personages niet kunnen ontsnappen. Steeds herhaalde korte zinnetjes, steeds op dezelfde manier uitgesproken, is wat er van Strindbergs tekst over is gebleven.

Het decor (Katrin Bombe) is een huis van drie verdiepingen, met boven een kamer voor de volwassen kinderen met ballonnen, knuffeldieren en een hobbelpaard, onderin is een halfhoge kelder. Daartussenin de huiskamer (en dat is vanuit het publiek gezien al behoorlijk hoog) met Heebink die gedurende de voorstelling niet van haar bank komt. Vóór het huis is een doorzichtig doek met daarop projecties van bossen en meer onsmakelijk geëet, smerige schuim dat van lippen en kinnen druipt. De soundscape van Richard Janssen maakt van het huis een levend organisme, dat piepend en bubbelend de personages verder fijnknijpt.

De vele bossen geven al snel de associatie met boze sprookjes. De dochter (Hélène Devos) slaapwandelt (al honderd jaar?),  of het is een soort omgekeerde Hans en Grietje, met een heks die kinderen niet vetmest, maar verhongert. Een metafoor voor de babyboomers? Maar Kennedy slaat je dit soort associaties al snel uit handen. De zoon (Alwin Pulinckx) braakt Schopenhaueriaanse teksten uit over opheffing van de wil en al aan het begin laat een voice-over ons weten dat we hier naar een ‘zuiveringsritueel’ kijken.

De voorstelling is verdeeld in korte scènes die steeds naar een hoogtepunt toewerken, op fantastisch kitscherige symforock-bombast. Daar zit vermoedelijk de kern van wat Kennedy wil. Het naturalistische theater is een geperverteerde constructie, die zo onwaarachtig is en zozeer faalt om betekenis te geven, dat het alleen nog komisch kan werken. Er is een nieuw theater nodig. Met haar complexe beeldenstorm laat Kennedy met haar relatief jonge ploeg een glimp zien van wat dat zou kunnen zijn. Ik hoop dat Amsterdam daar klaar voor is.

De Pelikaan van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 23/3/14 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 5/4. Tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Naar Damascus’ van TGA

Parool,recensies — simber op 6 april 2008 om 22:13 uur
tags: , , ,

De gastregies van Pierre Audi bij Toneelgroep Amsterdam zijn als spaarzame maar verplichte bezoekjes van verre familie, met wie na het uitwisselen van wederzijdse beleefdheden nog maar bitter weinig te bespreken over blijft. De directeur van de De Nederlandse Opera en het Holland Festival maakte bij Toneelgroep Amsterdam eerder de weinig gedenkwaardige voorstellingen Timon van Athene (1995) en Oidipous (2001), en ook Naar Damascus wil maar geen sprankelend theater worden.

Audi koos voor een sterk symbolisch en psychologisch stuk van de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912), die de demonen van zijn midlife-crisis probeerde te bezweren. De hoofdpersoon uit Naar Damascus heeft geen naam, maar net als Strindberg is hij een schrijver die vrouw en kinderen heeft verlaten, worstelt met alcoholisme en schulden en geen letter meer op papier kan krijgen. De beschrijving van zijn psychose en de ontmoeting met een nieuwe vrouw wordt gekoppeld aan het verhaal van de apostel Paulus, die op weg naar Damascus door Christus werd geroepen.

De schrijver wordt knap gespeeld door Jacob Derwig. In een rol die larmoyant had kunnen worden, weet hij met zijn intelligentie en zijn beschouwende speelstijl de juiste relativering aan te brengen, een lichtheid die doet denken aan zijn schitterde rol in Hoofd zonder Wereld van ’t Barre Land. Hij beweegt zich in een decor van geplooide doeken en metalen roosters waarin door de andere acteurs met loden ernst over Vrijheid, Geluk en Menselijke Waardigheid wordt gesproken.

Kitty Courbois en Hugo Koolschijn weten in dat strenge keurslijf mooie kleine rollen neer te zetten. Vooral Courbois’ begeleiding van de schrijver door zijn hallucinaties en visioenen levert een mooie scène op. Karina Smulders weet met haar fototoestel en haar gele jaren vijftig-jurkje de intellectuele mannen-fantasie van vrouwenhater Strindberg niet te overstijgen. Pas aan het eind, als Chris Nietveld in een kleine bijrol een mooi Frans lied zingt en het woord neemt wordt de verstikkende serieusheid van de voorstelling even opgeheven.

Het is een hele santekraam aan theatrale middelen die Audi inzet: heen en weer rennende acteurs, contrasterende speelstijlen, op en neer bewegende doeken, visioenen en hallucinaties, een gigantische versie van het schilderij Bekering op weg naar Damascus van Caravaggio en ijle muziek van Harry de Wit. Maar uiteindelijk leidt het tot weinig meer dan de nogal banale boodschap dat we in dit leven het geluk krijgen samen met de ellende, en dat als je in dit leven zekerheid wilt, je dan moet kiezen voor de dood.

Het is jammer dat het zo onduidelijk blijft wat nu precies Audi’s ambitie is met het maken van toneelvoorstellingen. De grootsheid van zijn operaregies laat zich moeilijk vertalen van de Stopera naar de Stadsschouwburg.

Naar Damascus van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 6/4/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 12 april, 6 t/m 10 mei en 23/24 mei, tournee. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity